Ga naar inhoud
  • Heb je een column, artikel of opiniestuk geschreven over innovatie en/of ondernemerschap? Dan plaatsen we deze na een redactionele check graag op Higherlevel.nl! Middels onderstaand formulier kun je de column plaatsen. Let op: de columnsectie is niet bedoeld voor Online Marketeers die werkzaam/ingehuurd zijn om producten/diensten onder de aandacht te brengen.

  • Columns

    Log in om dit te volgen  
    Overweegt u een consultant in te huren? Het inzetten van een consultant kan een aanzienlijke investering zijn, vooral voor het MKB. Daarnaast is het mogelijk dat u zich afvraagt hoe de 'juiste' consultant te kiezen, passend bij uw behoeften. Om u te helpen door de bomen het bos te zien, bespreken ik in deze column 4 belangrijke dingen om ter overweging te nemen.
     
    1) Wat voor achtergond en/of kwalificaties moet de consultant hebben?
    Als u een cosmetisch product op de markt wilt brengen, heeft u een gecertificeerde toxicoloog nodig om een productveiligheidsbeoordeling voor u te uitvoeren. Als uw project hierentegen het uitvoeren van een volledige LCA-studie conform ISO-normen 14040/44 betreft, zal u op zoek zijn naar iemand met een gedegen achtergrond in duurzaamheid en modelleren. Als u een consultant kiest, overweeg dan welke kwalificaties, kennis, ervaring en/of vaardigheden hij/zij moet hebben. Of nog beter, vraag consultants welke achtergrond zij zelf als essentieel beschouwen voor de uitoefening van hun taak en vergelijk hun antwoorden.
     
    2) Heeft u al goede ervaringen met een consultant? Of is de adviseur u aanbevolen?
    Dit spreekt voor zich. Voor u een consultant inhuurt, is het van belang om na te gaan of andere organisaties positief zijn over hun ervaringen met deze persoon. Als uw eigen ervaring met een adviseur positief was, is het zeer gerieflijk om dezelfde consultant in te huren voor een nieuw project.
    Overigens geldt dit net zozeer de consultant zelf als voor zijn klanten. Bij Ecomatters bijvoorbeeld, investeren wij in langdurige relaties met klanten omdat we weten dat het door en door leren kennen van hun bedrijfscultuur, hun manier van werken en hun verwachtingen ons helpt om onze diensten beter op hun behoeften af te stemmen en hen beter te ondersteunen.
     
    3) Hebt u de taken van de consultant duidelijk omschreven?
    Niemand wil betalen voor overbodige diensten. Het is daarom essentieel om een project van te voren goed af te bakenen en de projectactiviteiten, respectieve tijdsbudgetten, rollen en verantwoordelijkheden te definiëren. Voor een adequate afbakening van projecten zijn een gedegen kennis van en ervaring met het onderwerp over het algemeen echter onmisbaar. U wilt er immers zeker van zijn dat u geen belangrijke aspecten over het hoofd ziet en in een later stadium onverwacht zal worden geconfronteerd met extra werk en kosten.
    Als uw organisatie de benodigde kennis voor een project al in huis heeft, maar een piek in de werklast ervaart of naar een specifieke deadline toewerkt, zou het kunnen dat u op zoek bent naar een partij aan wie u simpelweg (een deel van) het werk kunt uitbesteden. Als uw bedrijf daarentegen weinig tot geen kennis bezit met betrekking tot het project, kan blijken dat het niet haalbaar is om vooraf precies te bepalen welke taken de consultant dient te vervullen. Het kan zo voorkomen dat u bij wijze van spreken 'een consultant nodig heeft bij het inhuren van een consultant'. In zo'n geval is het belangrijk om een consultant in te huren die bereid is om, in plaats van vóór zijn klant, met zijn klant sámen te werken. Onze ervaring is namelijk dat het aangaan van een samenwerkingsverband, meer dan het simpelweg uitbesteden van projecten, de meest bevredigende en bruikbare resultaten oplevert. Dit geldt vooral voor kleinere bedrijven. Niet alleen behouden zij hierdoor de controle over hun project en budget, maar ook ligt de projectuitvoering sterk in lijn met de bedrijfscultuur, hetgeen bepalend blijkt voor de uiteindelijke bruikbaarheid en integratie van de uitkomsten.
     
    4) Biedt de consultant u een oplossing op maat?
    In veel vakgebieden bestaat er niet zoiets als een standaaroplossing. Het onze (duurzaamheid en chemische veiligheid) is geen uitzondering: zelfs ogenschijnlijk eenvoudige projecten, zoals de gevaarsindeling en etikettering van een chemisch product, kunnen een uitdaging vormen wanneer, bijvoorbeeld, de beschikbare veiligheidsinformatiebladen (VIB's) van de grondstofleveranciers van zeer slechte kwaliteit blijken te zijn.
    In gevallen waarin een 'kant-en-klare' service niet volstaat, is het belangrijk dat de consultant een gefaseerde aanpak hanteert en hierover goed communiceert, zodat u grip houdt op het project. Bij Ecomatters bijvoorbeeld, beginnen we in zo'n geval met een voorbereidende (of oriëntatie) fase, waarin we de beschikbare gegevens en de (wettelijke) eisen of richtlijnen relevant voor uw product analyseren en de uitgangspositie van het project bepalen. Deze fase wordt afgesloten met de oplevering van een uitgebreid, betrouwbaar en begrijpelijk projectplan, inclusief een overzicht van de vervolgstappen.
    Onze ervaring is dat een dergelijke voorbereidende fase, ondanks dat het slechts een kleine financiële investering vereist, van grote waarde is. Het stelt ons in staat om u na afloop een zeer specifiek en goed afgestemd aanbod te doen voor de uitvoeringsfase van het project. Voor u kunnen de inzichten vergaard in deze fase en beschreven in het projectplan van groot nut zijn bij uw interne besluitvormingsprocessen. Bovendien garandeert dit proces de afstemming van doelstellingen en verwachtingen voorafgaand aan de start van het project: als u eenmaal besluit zich te committeren aan het project, zal er sprake zijn van een vliegende start.
     
    Checklist om een goede consultant in te huren
    Tot slot. De voornaamste voorwaarde voor een vruchtbare samenwerking is dat de consultant u serieus neemt. Wij als consultant begrijpen dat als we werken voor bedrijven, wij een rol spelen in de grotere organisatie. Voor ons staat respect voor de keuzes, zakelijke beslissingen en bedrijfscultuur van onze klanten centraal. Wij waarderen hun kritische kijk op het type en de stijl van ondersteuning die ze wensen te ontvangen en hun bewuste keuze voor onze adviesdiensten.
    Als u meer begeleiding wenst bij het kiezen van een consultant, dan is de Checklist om een goede consultant in te huren (in het Engels) wellicht nuttig voor u. Deze checklist is gepubliceerd door de Directors’ Contact Group (DCG) van het Europees Agentschap voor CHemische stoffen (ECHA) om het MKB te helpen met het vinden van de juiste ondersteuning. Het bevat vragen aan de hand waarvan organisaties hun behoeften kunnen definiëren en de consultant kunnen kiezen die hieraan het best voldoet. Hoewel de DCG checklist is opgesteld in het kader van de 2018 deadline voor de REACH-registratie van chemische stoffen, zijn de gestelde vragen van toepassing op nagenoeg elke situatie waarin men overweegt het gebruik van een consultant.
    Het gemak van retourneren. Je hebt het vast en zeker zelf ook wel eens gedaan. Je ziet een mooie jeans (of twee) op de website van Zalando, maar je weet je maat niet. Daarom bestel je van iedere jeans gelijk maar drie. Als het pakje de volgende dag al in huis ligt, kom je erachter dat beide jeans bij nader inzien toch niet je smaak zijn. Je pakt de broeken weer in, stopt ze in een doos en gooit de doos in een hoekje in de
    gang. Tweeënhalve maand later zie je de doos ineens weer liggen. Je denkt: Ben ik nog op tijd om het terug te sturen? Tuurlijk, het is Zalando! Wat een geweldige service bieden ze toch.
     
    Customer experience
    Heb je je ooit wel eens afgevraagd hoe het toch mogelijk is dat je kosteloos kleren kunt passen en ze vervolgens met hetzelfde gemak kunt retourneren? Want volgens de cijfers van Zalando wordt maar liefst 50% van alle producten teruggestuurd en desondanks blijft hun retourbeleid gratis binnen 100 dagen na de aankoop. Het heeft alles te maken met brand awareness en een goede customer experience. Het retourneren van een product staat gelijk aan goede klantenzorg. Ook al verliest Zalando hiermee direct omzet, indirect wordt dit door brand awareness en customer experience vergroot. En als Nederlanders verwachten we ook niet anders. Het is in onze cultuur heel normaal
    om een product terug te sturen, maar daarbij willen we wel een goede klantenservice. “Zalando belooft dat zij een goede service verlenen en zij zullen hun belofte na moeten komen.”
     
    Klantenservice en lokalisatie
    In Italië daarentegen zien we het omgekeerde. Zalando’s lokalisatie-expert Delphine Mousseau legt het ons uit. In de Italiaanse cultuur is het niet gebruikelijk om een product terug te sturen dat je niet
    bevalt. Italianen zien dit als het breken van een belofte van het kopen van een product. Eén van de vele voorbeelden van de lokalisatiestrategie die Zalando toepast: in Italiaanse advertenties probeert Zalando de klant er te van overtuigen dat het niet erg is om iets te retourneren.
     
    Mobiele app
    Dat klantenbehoeften belangrijk zijn voor Zalando blijkt ook uit de manier waarop zij zich focussen op hun mobiele app. Naast high quality content is de buitengewone customer experience waar het in de applicatie om draait.
     
    Zalando ziet een gouden toekomst voor zich weggelegd. In de infographic kun je zien hoe Zalando dat aanpakt.
    Gast
    Het kan iedere organisatie overkomen: Een aanzienlijke kostenpost doordat net de verkeerde versie van een document gebruikt wordt om een belangrijke opdracht voor een klant uit te voeren.
     
    Een leverancier van beton had eens een strop van zo’n half miljoen euro toen na het aanleggen van een parkeerterrein bleek dat de verkeerde specificatie voor het beton was gebruikt. Het liep mis omdat een oude versie van het specificatiedocument was gebruikt. “Even” het parkeerterrein slopen dus, en opnieuw beginnen. Dat wil je als bedrijf niet nog een keer meemaken!
     
    Menselijke fouten zijn natuurlijk nooit helemaal te voorkomen, maar de kans erop kan wel fors verminderd worden door document- en versiebeheer zoveel mogelijk te automatiseren.
     
    Ook zonder grote ongelukken kost het slordig omgaan met documenten overigens behoorlijk wat geld. Onderzoek heeft uitgewezen dat kenniswerkers gemiddeld zeker 25 minuten per dag kwijt zijn met het zoeken naar informatie. Dat loopt per werknemer al snel op tot een jaarlijkse kostenpost van minimaal 1500 tot 2500 euro!
     
    Daarnaast heb je, zeker wanneer je ondernemer bent, te maken met regelmatig veranderende wetgeving. Dit artikel op Frankwatching ging al eens dieper in op veranderingen in de privacywetgeving en de gevolgen die dat heeft voor bedrijven. Maar wist je ook dat je een CV van een sollicitant officieel al na 4 weken hoort te vernietigen?
     
    Hieronder volgen 10 tips om je te helpen de controle te houden over je content. Zo kun je kosten besparen, beter presteren, en voldoe je ook nog eens aan de wetgeving.
     
    Tip 1: Sla alle belangrijke bedrijfsdocumenten op in een Document Management System (DMS) of Enterprise Content Management (ECM) system.
    Dit soort systemen zorgt ervoor dat documenten inclusief oude versies centraal worden opgeslagen. Daarmee bieden ze een “Single Source of Truth” van elk document voor alle betrokkenen. Van elk document kan nauwkeurig bepaald worden wie het mag bewerken en inzien. Je kunt extra gegevens over het document (metadata) opnemen zoals bijvoorbeeld hoe lang het bewaard moet worden.
     
    Het systeem stelt je in staat zowel te zoeken over de inhoud van documenten als de metadata zodat bij grote aantallen documenten het terugvinden van de speld in de hooiberg een fluitje van een cent is. Daarnaast kunnen allerlei taken zoals het omzetten van word-documenten naar PDF en het verplaatsen of vernietigen van documenten door het systeem zelf uitgevoerd worden op basis van gedefinieerde regels.
     
    Tip 2: Automatiseer het toevoegen van metadata zo veel mogelijk.
    Metadata bevat extra gegevens over een document, zoals bijvoorbeeld wie de auteur is, wanneer het document is aangepast en wat voor type document het is. De juistheid van de metadata bepaalt in hoge mate of je content goed vindbaar is, maar kan ook gebruikt worden om te bepalen wie toegang krijgt tot een document, of wanneer het vernietigd moet worden.
    Handmatig toevoegen van metadata aan een DMS is geen fijn werk waardoor de kans op fouten groot is. En daar gaat het vaak mis bij de invoering van een DMS: De metadata kloppen niet en daardoor worden de beoogde voordelen van het DMS niet gehaald.
    Moderne ECM systemen bieden mogelijkheden om slim en volledig automatisch metadata toe te voegen waardoor handmatige handelingen grotendeels overbodig worden.
     
    Tip 3: Overweeg opslag van documenten in een DMS in de Cloud.
    Het wordt door de lage en voorspelbare kosten van clouddiensten steeds aantrekkelijker om documenten in de Cloud op te slaan. Een eigen server vereist investeringen en onderhoud. Cloudleveranciers werken vaak met lage vaste maandtarieven en een korte opzegtermijn. Daarnaast is het zelf implementeren van een documentbeheersysteem niet eenvoudig en daarmee vaak voorbehouden aan grotere organisaties. Ook dan is succes overigens niet gegarandeerd: Veel bedrijven gebruiken bijvoorbeeld Microsoft SharePoint. Uit onderzoek is echter bekend dat slechts 11% van de SharePoint installaties volledig aan de verwachtingen voldoet. Een situatie die bij de andere grote DMS vendors niet echt beter is overigens.
     
    Tip 4: Maak een bewuste keuze qua Cloudopslag.
    Wees er bij opslag in de Cloud (tip 3) bewust van dat bedrijven die aan de Amerikaanse beurs genoteerd zijn door de Amerikaanse overheid verplicht kunnen worden de documenten te overhandigen aan de Amerikaanse overheid. Daarnaast scannen “gratis” diensten zoals die van Google de inhoud van je documenten.
    Zomaar een zinsnede uit de Service voorwaarden van Google:
    “Wanneer u inhoud uploadt naar, toevoegt aan, opslaat in, verzendt naar of ontvangt in of via onze Services, verleent u Google (en degenen met wie we samenwerken) een wereldwijde licentie om dergelijke inhoud te gebruiken, te hosten, op te slaan, te reproduceren, aan te passen,…”
    Met andere woorden: Google en partners kijken mee in je documenten.
    Als je vertrouwelijke informatie in de Cloud wilt bewaren kies dan bewust voor partijen die niet aan de Amerikaanse beurs genoteerd zijn en daarnaast gebruik maken van een Nederlands datacenter.
     
    Tip 5: Sla geen documenten op in “gratis” opslag en uitwisselingsdiensten.
    Het is zo makkelijk: Even een documentje in Dropbox opslaan en delen met de collega’s. Maar ineens staan bedrijfsdocumenten op allerlei devices van medewerkers en is toegang tot de documenten net zo eenvoudig als toegang tot de iPad waar de kinderen ook hun spelletjes op doen. En als een document onbedoeld gewist wordt is het ook echt weg.
     
    Daarnaast treedt ook hier het gevaar op dat verschillende versies van documenten naast elkaar bestaan waardoor het principe van de “Single Source of Truth” verloren gaat. En de voorwaarden van dergelijke gratis partijen lijken vaak erg op die van Google (tip 4).
    Gebruik dus voor het delen van documenten een professionele dienst die versiebeheer, backups en controle over synchronisatie naar devices biedt. Het gemak van Dropbox, maar met de juiste mate van veiligheid!
     
    Tip 6: Digitaliseer papieren documenten.
    Het is tegenwoordig steeds makkelijker om documenten meteen te digitaliseren. Op kantoor met een professionele scanner levert natuurlijk de beste kwaliteit op. Maar een scan met een smartphone of tablet geeft ook al heel aardige resultaten, en heeft als voordeel dat de scan vanaf elke locatie meteen in het centrale document management systeem gezet kan worden.
    Spreek binnen je organisatie dus af dat ook alle papieren documenten digitaal opgeslagen worden, op de afgesproken plaats en met de juiste metadata toegevoegd. Je bent daarmee ook nog eens voorbereid op de toekomst: Op dit moment werkt zo’n 17% van de bedrijven die hebben deelgenomen aan een AIIM onderzoek al geheel digitaal en dit percentage neemt snel toe
     
    Tip 7: Minimaliseer de uitwisseling van documenten per mail
    We zijn zo gewend geraakt aan het gemak van e-mail voor de verspreiding van documenten dat we de nadelen soms niet meer zien. Maar nadat je je document hebt rondgemaild begint de ellende. Wat was ook al weer de laatste versie? Wie heeft het al gereviewed? O, ben jij ook bezig met aanpassingen?
    Gebruik e-mail dus niet voor de distributie van documenten maar mail hooguit verwijzingen naar een document in een ECM systeem rond. Daarmee is er nooit meer onduidelijkheid over de laatste versie, kan de bewerker het document vergrendelen, zijn de wijzigingen inzichtelijk en kan toegang tot het document centraal gecontroleerd worden.
     
    Tip 8: Archiveer e-mail in het documentbeheer system.
    Ook e-mails zonder documenten kunnen waardevolle informatie bevatten. Door e-mails ook in het documentmanagement systeem te archiveren kun je eenvoudig zoeken op trefwoorden of klantgegevens en alle relevante informatie vinden in documenten én mails.
     
    Tip 9: Gebruik werkstromen voor taken in plaats van mail.
    Medewerkers gebruiken hun mail-programma vaak ook om een todo-list bij te houden (bijvoorbeeld de action folder in de “Getting Things Done” methode). Documentsystemen maken het steeds eenvoudiger om met werkstromen en taken te werken. Hierbij kan bijvoorbeeld voor het reviewen van een document door de collega’s een taak worden aangemaakt.
     
    Tip 10: Regel de vernietiging van documenten.
    Niets weggooien betekent dat je databerg alleen maar groeit. Storagekosten zijn daarbij tegenwoordig niet echt een probleem meer met immer dalende prijzen voor opslag. Maar het terugvinden van de juiste informatie wordt wel een steeds grotere uitdaging als de hoeveelheid data toeneemt. En daarnaast zijn er wettelijke bewaartermijnen voor informatie over medewerkers en relaties waar je je als organisatie aan moet houden.
    Het inregelen en bij voorkeur automatiseren van de vernietiging van content zorgt er voor dat je databerg beheersbaar blijft, en dat je aan wettelijke verplichtingen voldoet voor het vernietigen van documenten.
    Ruzie! Wie heeft er nooit mee te maken? De één wat meer dan de ander en de ene persoon is ook beter in staat om een ruzie niet te laten escaleren dan een ander. Maar wat als je nou een persoon bent die het moeilijk vindt om een ruzie niet uit de hand te laten lopen? Voor jou heb ik deze 10 tips:
     
    - Luister goed naar wat er gezegd wordt, niet alles wat wordt gezegd is ook zo bedoeld.
    - Vraag aan de ander wat deze precies bedoeld, heb je het goed begrepen?
    - Zorg dat je weet waar het over gaat, hebben jullie het over hetzelfde?
    - Loop weg als je je opgefokt voelt en kom terug als je bedaard bent, begin dan bij tip 1 (en sla deze tip over als je weer hier aanbelandt bent :).
    - Vertel hoe je je voelt door wat de ander zegt of heeft gezegd, soms komen dingen onbedoeld hard over en weet de ander niet dat het jou zo raakt.
    - Respecteer de mening van de ander ook al staat die haaks op jouw mening. Dat houdt niet in dat je het met hem of haar eens hoeft te zijn.
    - Als het nodig is, verontschuldig je dan voor je gedrag.
    - Overleg met de ander hoe jij het ziet en hoe jullie dit samen kunnen oplossen zodat jullie beiden tevreden zijn over het resultaat.
    - Onderhandel over de punten waar over te onderhandelen valt.
    - Sluit een compromis waar je mee kunt leven.
     
    Het is natuurlijk makkelijk praten, of liever gezegd schrijven. Want als je in een conflict verwikkeld zit is het soms helemaal niet makkelijk om de bovenstaande tips toe te passen. Als het niet lukt om er samen uit te komen, zorg dan dat je een onafhankelijke derde inschakelt zoals een MfN Registermediator. Die is opgeleid om jullie tijdens het gesprek te begeleiden, jullie zoveel spreektijd te geven als nodig is en om jullie te helpen elkaars standpunten in te zien.
     
    Maar het allermooist is natuurlijk als je er samen uit kunt komen, samen weer door dezelfde deur kunt en samen tot een oplossing bent gekomen zonder hulp van buitenaf. En dat is mogelijk, maar het vergt wel wat van je.
     
    Ik ben benieuwd naar verhalen over ruzies die door jullie zelf zijn opgelost en op welke manier, laat als je wilt hieronder een reactie achter.
     
     
    [columnredactie toelichting: deze column is inmiddels - maar ná het indienen op HL - ook elders gepubliceerd]
    Ik lees dat het Duitse automerk Audi over enkele jaren de helft(!) van zijn omzet uit IT-diensten wil halen. En: Mercedes-Benz speelt met zijn dochtermerk Smart2Go perfect in op de ‘nieuwe-economie’ waarin gedeeld gebruik van een (huur)auto hoger wordt gewaardeerd dan het bezit van een eigen of zakenauto. Wat kan een simpele pastaboer uit Duiven hier van leren?
     
    Allereerst moet u even weten dat wij verse pasta's verkopen op week- en maandmarkten in Arnhem, Nijmegen, Amsterdam, Utrecht. En per half mei ook in onze eerste winkel in Oosterbeek. Gek veel ambachtelijker kun je het niet krijgen, maar toch zie ik een duidelijke link met de automobielindustrie, die ik ook aardig ken vanuit mijn andere baan als vakbladjournalist.
     
    Goed gejat
    De eerste link tussen deze twee werelden is makkelijk, want dat is het simpele jatwerk: Wij noemen onze verse pasta-snack niet langer ‘Pasta to go’ , maar ‘Pasta2Go’. De manier waarop Mercedes het schrijft, smoelt gewoon een stuk beter. De schrijfwijze met de cijfers is overigens gecultiveerd door ene Prince, voorheen bekend als briljant artiest. Maar goed, als je bij ons een portie vers afgekookte pasta met een saus naar keuze bestelt, dan zeg je voortaan: “Graag een Pasta2Go van ravioli met pesto-saus!” Beter goed gejat, dan slecht verzonnen, niet?
     
    Kantelen
    Het tweede leermomentje uit het Audi en Mercedes verhaal gaat over kantelen. Van de ontwaakte auto-industrie leren we nu dat ‘individuele mobiliteit’ belangrijker is dan ‘autorijden’. Vervoer krijgt prioriteit boven het vervoermiddel. Audi wil niet langer verdienen aan autorijden, maar aan ‘vervoer’. En Mercedes wil switchen van auto’s verkopen naar vervoer faciliteren. Weet u trouwens dat Mercedes op het punt staat een miljarden-order te schrijven voor de levering van duizenden luxe hybride en vol-elektrische taxi’s aan… Uber? Over kantelen gesproken.
     
    Middel
    Helaas zien veel te veel marktondernemers om mij heen dit kantelmomentje niet aankomen. Zij denken het nog te kunnen redden met drie halen, twee betalen en nóg meer volume, nóg meer marktmeters en nóg meer aanbiedingen. Ik zeg altijd maar: “de jonge klanten bestellen jouw product sneller op hun mobiel, dan dat jij het kunt inpakken.” Zo red je het niet.
    Net als in de auto-wereld is een eenvoudige middenstander in de 'food keten' niet langer het doel, maar het middel. Het verschil tussen ‘moeten we nog eten’ of ‘gaan we gezellig aan tafel’. Tussen ‘hoe lang sta je in de keuken’ en ‘hoeveel tijd wil je met je vrienden, gezin, familie aan tafel doorbrengen’. Noem het ‘beleving’, zolang je maar snapt dat jij als leverancier slechts de voorpret bent van een gezellige gezinsavond of dat jij met jouw product een eenzame avond (35% is straks alleenstaand) wat warmte kunt geven. Wat geldt voor de petrolheads in Ingolstadt of Stuttgart, geldt ook voor een marktbedrijfje in Arnhem, Nijmegen of een winkeltje in Oosterbeek.
     
    Innovatieve miskleunen
    Start-ups hebben van huis uit een prettige innovatieve jeuk onder hun nagels meegekregen. Dat kan o.a. omdat ze nog klein en wendbaar zijn. Dat maakt het extra knap dat industrie-molochen als VAG en Daimler hun revolutionaire agenda’s voor 2020 durven te schrijven. Het zijn gigantische conglomeraten die wereldwijd vele wedstrijden op vele vreemde velden spelen en moeten winnen. Dat lukt niet altijd, want ik heb in München een BMW-topman een glaasje water uit de uitlaat van een draaiende motor zien drinken, want BMW ging helemaal over op stikstof… Niet dus. Ik heb Audi toch duidelijk horen kiezen tégen elektrische-hybrides en vóór hun zuinige TDI-diesels… Was dat voor of tijdens de sjoemel-software? Noem het innovatieve miskleunen, maar dat nog altijd liever dan een non-innovatieve miskleun als V&D.
     
    Scherpe zaag
    En waar sta ik nu? Moet ik over een paar jaar ook constateren dat ik er naast zat? Of moet ik -net als Mercedes en Audi- gewoon doorgaan, doorontwikkelen, fouten durven maken en eens in de zoveel jaar het lef hebben en ook mijn toekomst-agenda publiceren? Ik ga voor een uitspraak van de Amerikaanse ondernemers-goeroe Stephen Covey. Hij sluit een reeks van zeven praktische adviezen voor productieve ondernemers af met de wat mystieke kreet: “Houd de zaag scherp”. Kauw er maar eens op: een zaag is een bouwgereedschap, maar kan ook destructief werk doen. Als je lekker wilt zagen, dan moet ‘ie wel vlijmscherp zijn. En jij ook, want anders zaag je scheef of in je vingers.
    Ik omhels nog maar even mijn eigen innovatietjes, die eigenlijk gewone dagelijkse doelen zIjn: de keuze voor de markt als direct verkoopkanaal, het absolute geloof in productkwaliteit en onze klantbenadering. Ik hoop dat we een goede keuze maken met onze eerste winkel in Oosterbeek.
    We omarmen -net als de maakindustrie- de permanente verandering, voorlopig nog even zonder ronkende toekomstagenda, maar altijd met die scherpe zaag onder handbereik!
    Ach ja, waarom ook niet in een column in plaats van een antwoord. Naar de aanleiding van het topic 5 tips voor je productontwikkeling, hier 7 tips aan de hand van fouten die ik vaak zie bij mensen die technisch uitdagende producten proberen te ontwikkelen:
     
    (1) Het is leuk om jarenlang te fantaseren over dat project dat miljoenen zal kosten om te realiseren, en dat werkt in de computersimulatie en echt wel zal werken als je investeerders krijgt, maar probeer eerst maar een versie te maken voor 10 euro (van goedkope en makkelijk te verwerken materialen). Nadat je een minimum viable product hebt dat in een behoefte voorziet en dat enig succes in de markt heeft, kun je groter gaan dromen.
     
    (2) Een product heeft vaak meerdere componenten die elk uitgewerkt moeten worden. In plaats van het hele product in een keer proberen te bouwen en te testen, en zo vast te lopen als een van de componenten niet blijkt te werken als gehoopt, ga eens brainstormen over verschillende manieren om de individuele componenten vorm te geven en te testen. Ga dan testen, gooi je verkeerde aannames weg, en verfijn je intuïtie door verdere studie en tests.
     
    (3) Aanvullend op punt (2): bijt je niet vast op een vaste manier om de componenten te maken, gebaseerd op je eerste ingeving. Probeer je te verdiepen in de gerelateerde natuurkundige/materiaalkundige/whatever first principles van het ding en ga dan een tijdje brainstormen over verschillende manieren om het component vorm te geven. Ga dan testen, gooi je verkeerde aannames weg, en verfijn je intuïtie door verdere studie en tests.
     
    (4) Wees niet bang voor handwerk. Veel producten worden dan wel in de fabriek gemaakt, maar het zijn vaak nog steeds mensenhanden die het maken. Jij kunt hetzelfde doen. Je hoeft je niet te beperken tot het aan elkaar vast maken van dingen die je in de winkel hebt gekocht. Ontwerp het ding en verdiep je erin hoe jij, en later de fabrikant, het zal moeten gaan maken. Ga dan testen, gooi je verkeerde aannames weg, en verfijn je intuïtie door verdere studie en tests.
     
    (5) Hoop niet dat jouw oplossing (als hij eindelijk werkt) veel beter is dan wat nu op de markt is, verzeker je ervan: verdiep je in de wensen en behoeftes van de mogelijke klantgroepen, en hoe jouw oplossing en dat van de bestaande aanbieders hen helpt. Handig hierbij is als je een minimum viable product hebt dat je je klanten kunt laten zien of verkopen, en waarmee je je aannames wederom kunt testen.
     
    (6) Hoe groter de droom, hoe kleiner de kans dat het je lukt om het in je eentje te realiseren. Dus, realiserende dat jij waarschijnlijk de aandrijver blijft, probeer mensen aan te trekken die je een klankbord, gezonde kritiek, advies, expertise, en tijd kunnen geven.
     
    (7) 't Is een marathon, geen sprint. En kans op marktsucces is bijzonder klein, maar net zoals ervaring en training helpt bij een marathon, helpt het ook hierbij. Als je werkelijk de waarde inziet van het product of het proces, zal het je makkelijker afgaan de maanden of jaren te investeren om de kans op succes van dit of een volgend idee zo groot mogelijk te maken.
     
    Rode draad: zorg dat je intuïtie verkrijgt voor de verschillende onderdelen (technische werking, markt, productiemethode) door studie en testen, en doe dat testen op de kleinst mogelijke onderdelen en op de makkelijkst mogelijke manier.
     

    Bij gebrek aan 'echt ijs' ben ik met mijn kinderen wezen schaatsen op de Jaap Edenbaan in Amsterdam. Mijn zoon vroeg aan mij: “Waar heb jij leren schaatsen?” Ik zei dat ik het mijzelf had geleerd en bleef terwijl ik in de bocht werd ingehaald door een meisje van 10 nog maar net overeind. Mijn zoon keek haar vol bewondering na.
     
    Ik kwam ook nog mijn buurman tegen, die losjes met de handjes op de rug schaatsend vroeg hoe het ging. “Kan beter”, zei ik. “Maar waar heb jij zo leren schaatsen?”. “Oh, ik heb maar eens een paar lesjes genomen”, was zijn antwoord.
     
    Ik bedacht mij mij dat ik nooit een goede schaatser zou worden als ik op deze manier zou doorgaan. Ik ben – op meerdere gebieden – iemand die zichzelf vaardigheden aanleert en … ik zal het maar ruiterlijk toegeven: ik ben ook in heel veel dingen eigenlijk helemaal niet zo goed :-).
     
    Is dat erg?
     
    Ja en nee.
     
    Het is namelijk niet erg dat ik niet zo goed kan schaatsen. Ik vind het gewoon leuk om te doen en ik geniet ervan om zo met de kinderen bezig te zijn. Ik ging echter wel drie keer bijna op mijn gezicht. Eigenlijk was mijn balans gewoon niet helemaal in orde. En mijn zoon gaf aan schaatsles te willen, want dan kon hij het echt goed leren en beter worden dan zijn vader. Kinderen zijn zo slim…
     
    Autodidacten maken het zichzelf soms erg moeilijk.
    Ik wijs vooral naar mijzelf. Als je sommige dingen redelijk snel op denkt te pikken en je omgeving geeft daar ook nog eens een complimentje voor, dan denk je al snel dat je het goed kunt. Het gevolg is dat ik het dan niet nodig vind een les of training ergens in te volgen. En ja… dan kun je veel dingen, maar word je nergens echt goed in. En juist voor ZZP-ers is het heel erg belangrijk dat ze in elk geval heel goed zijn in hun vak. Beter dat je ergens specialist in bent, dan dat je van alles ‘een beetje’ weet. Dan gaat een klant je nooit inhuren. Een klant wil de beste websitebouwer, de beste loopbaancoach, de beste masseuse. En niet een redelijke websitebouwer die daarnaast ook nog een beetje verstand heeft van boekhouden.
     
    Hoe goed ben jij in wat je doet of aanbiedt?
    Kijk maar eens naar de mensen die jij zelf inhuurt. Blinken zij niet gewoon uit in één ding? En hoe komt dat? Hebben zij het zichzelf allemaal aangeleerd of hebben zij hun kennis en vaardigheden vergroot door opleiding en training?
     
    Hoe goed vind jij jezelf eigenlijk in wat je als zelfstandige doet? Maar wat nog veel belangrijker is, heb je het wel eens aan je klanten gevraagd? Klanten kunnen en willen best aangeven wat er goed was, maar vooral wat er nog beter kan. Door op deze manier met je klanten in gesprek te gaan, kun jij jezelf verbeteren. Kun je echt goed worden in je vak, zodat klanten voor je gaan kiezen en niet meer bij je weg willen. Stel jezelf steeds de vraag: "Hoe kan ik nog beter worden?" En zorg er dan voor dat je steeds beter wordt!
     
    Ook nog minder leuk nieuws
    Sorry, ik heb eigenlijk ook nog minder leuk nieuws voor je. Als ZZP-er is het onvoldoende om goed in je vak te zijn. En... sterker nog, het is onvoldoende om de beste in je vak te zijn. Want: je moet namelijk ook goed kunnen ondernemen: jouw doelgroep moet weten dat jij er bent en dat jij er voor ze bent. Maar hoe doe je dat? Je moet ervoor zorgen dat er meer geld je bedrijf binnenkomt, dan dat eruit gaat. Hoe zorg je daarvoor? En je moet er niet alleen voor zorgen dat je nu werk hebt, maar ook de komende maanden. Hoe pak je dat aan?
     
    Natuurlijk, een cursus of training in je vakgebied is interessant: het is je passie en je wilt er zoveel mogelijk van weten of je wilt er steeds beter in worden. Maar juist op het gebied van ‘ondernemen’ zijn veel starters echter ‘autodidact’: zij leren het zichzelf en denken dat het met wat tips van anderen wel lukt. De realiteit is anders: op deze manier word je nooit echt goed.
     
    Is dat erg?
     
    Ja.
    ZZP-ers die nooit echt goed worden in ondernemen, verdienen moeilijk hun geld. Zo kun je niet je droom waarmaken en blijf je krabbelen op de buitenbaan.
     
    Want stel je voor…
    Stel je voor dat jij echt een goede ondernemer bent. Je marketing staat als een huis, je financiën zijn op orde en je hebt voldoende afspraken en klanten. Hoe zou dat zijn? Wat zou je allemaal niet meer doen, gewoon omdat je daar eigenlijk helemaal geen zin in hebt? En, wat zou je dan juist wel gaan doen?
     
    Waar zou jij echt goed in willen zijn? Dat kan iets zakelijks zijn (in het kader van dit platform), maar het hoeft niet. En wat zou je eraan kunnen doen om daar dan goed in te worden? Ik ben benieuwd!
     
    En ik? Ik ga maar eens schaatslessen nemen…
    Een elektromotortje in een racefiets verborgen om sneller te kunnen. Een robot die hole-in-one slaat. Een mens wil zich het leven makkelijker maken. Daarom automatiseert, robotiseert en digitaliseert de mensheid erop los. Staat iedereen hier echter wel hetzelfde in?
     
    Mensen creëren hun levenssfeer op verschillende wijze. Voor de een is bijvoorbeeld het lezen van een goed boek, het nadenken over de toekomst of het schrijven van een column of gedicht het ultieme geluk. Voor anderen is bijvoorbeeld het hebben van een mooi en getraind lichaam en daar hard voor werken een bron van eigenwaarde en geluk.
     
    De eerste groep noem ik even generaliserend de denkers en de tweede groep de doeners. Natuurlijk zijn er vele tinten grijs, maar voor de duidelijkheid nu even niet.
     
    De denkers hebben een natuurlijke weerstand tegen het doen van lichamelijke bezigheden. Het vermoeit en anderen zijn daar veel beter in en doen het schijnbaar graag. Je kunt veel aan hen overlaten zodat jezelf genoeg tijd overhoudt voor het echte en zinvolle denkwerk. Automatisering en uitbesteden is denkers’ natuurlijke bondgenoot.
     
    De doeners zijn graag bezig met allerlei klussen, handvaardigheden, schuwen zwaar werk niet en sporten dat het een lieve lust is. Het is stoer en geeft voldoening. Automatisering en mechanische ondersteuning wordt niet zelden gezien als een concurrent.
     
    Bij ondernemers is het verschil tussen beide categorieën het duidelijks te zien. Een groot aantal van hen is kleine zelfstandige en verricht lichamelijke arbeid gedurende de dag en heeft een zekere weerzin in het doen van de administratie en noodzakelijke acquisitie. Bergen werk verzetten zonder te zeuren, echte doeners. Andere ondernemers laten het lichamelijke werk liever doen door de vele doeners en werken met hun hoofd. Geven adviezen, werken met software of organiseren activiteiten waar het denkwerk voor het inkomen zorgt. Ondernemers, die anderen dingen voor zich laten doen, ontwikkelen uiteindelijk meestal de grotere bedrijven.
     
    Van de ruim 17 miljoen actievelingen in ons land is naar mijn subjectieve schatting ongeveer de helft voornamelijk doener en de andere helft voornamelijk denker. Automatisering en robotisering speelt meestal de denkers in de kaart. Die kunnen er aan werken en hun inkomen en eigenwaarde aan ontlenen. De doeners zien het vaak als bedreiging want het neemt hun taken over en daarmee verlies van inkomen. Een goed getraind lichaam dat niet meer nodig is verliest ook snel zijn mogelijkheden en moet bijvoorbeeld door sporten worden gecompenseerd. Maar het grootste probleem voor de doener is wel het verlies aan eigenwaarde. Zijn zelfbeeld komt in het gedrang als zijn enige gereedschap zijn lichaam, zijn heiligdom, niet meer nodig is.
     
    Een ondernemer met een bedrijf waarin veel handwerk voorkomt kijkt naar de mogelijkheid om zo rendabel mogelijk te werken en zal vaak automatisering toepassen omdat dit meestal snel veel opbrengt. Op plekken waar dit meer tijd en dus geld zou kosten zoals bij uitpak, inpak, bezorg en installatiewerk maakt de denkende ondernemer gebruik van doeners’ fysiekafhankelijke zelfbeeld. Een goed voorbeeld hiervan is deze promotiefilm van
    . Daar wordt slim gerefereerd aan het ‘sterke mannen’ beeld. Ook de klant wordt hier nog eens extra van doordrongen. 
    Bij zowel de doener als de denker zal bij het ouder worden alles lichamelijk en geestelijk minder gaan functioneren en daardoor mogelijk het zelfbeeld een knauw krijgen. De denker krijgt te maken met vergeetachtigheid, afnemende flexibiliteit en zaken als dementie en de doener krijgt een lichaam wat minder sterk, flexibel en krachtig is.
     
    Bij geestelijke aftakeling lijkt er geen verband te zijn tussen veel denken en het verlies van denkvermogen, maar bij lichamelijke aftakeling blijkt er wel een sterke relatie te zijn met de zwaarte en de duur van de belasting. Aftakeling vindt daar dan ook op veel jongere leeftijd plaats. Een professioneel sporter is voor z’n 35e al uit bedrijf en veel lichamelijk beroepsbeoefenaars ook wel zware beroepers genoemd meestal tussen 35e en 50e levensjaar.
     
    Bij de aftakeling van de denker kan automatisering zoals een agenda op de smartphone een helpende hand bieden of een robot bij het golfen. Bij de doener zou ‘mechanische doping’ zoals een verborgen elektromotortje hulp kunnen bieden. Verborgen natuurlijk omdat een zichtbaar hulpje teveel knaagt aan de eigenwaarde. Je gaat ten slotte voor de bühne niet met een rollator aan het werk.
     
    Denkers hebben over het algemeen geen moeite met het lot van het lichamelijk aftakelende deel van de bevolking: de doeners. Er zijn er uiteindelijk genoeg van en je kunt ook nog putten uit het overschot in het Oostblok. Doeners hebben ook over het algemeen niet de geestelijke vaardigheden om de eigen kwetsbare situatie volledig te beseffen of om er iets aan te kunnen veranderen.
     
    Daarbij zijn de zichtbare en onzichtbare kosten van aftakeling van doeners per jaar uiteindelijk ook maar het equivalent van één Fyra debacle. Er tegenover staat een goed draaiende economie die vele Fyra debacles aan inkomsten oplevert. Denkers verdienen dus veel aan de doeners zoals bijvoorbeeld de oprichter van Randstad heeft laten zien. Zou dat de reden kunnen zijn, dat betrouwbare bronnen binnen de Inspectie SZW (de vroegere arbeidsinspectie) aangeven, dat er vanuit regeringskant (denkers) een verbod is gegeven op preventief controleren van werkomstandigheden van doeners ten faveure van de economie? Is het levensgeluk van doeners ondergeschikt aan dat van denkers?
     
    Nu is er weer ruimte voor de tinten grijs.
    Je bent als ZZP-er baas over je eigen tijd. Een zegen! Maar is dat wel zo? Zelf ben ik erg gevoelig voor afleiding. En wat loeren er veel afleidingen! Ook heb ik mijn ‘slechte gewoontes’ en ik weet zeker dat ik niet de enige ben. Ik heb een aantal van deze slechte gewoontes op een rij gezet en ik geef je tips hoe je met deze gewoontes kunt afrekenen om zo meer tijd over te houden voor je bedrijf. Meer omzet, in plaats van geld weggooien!
     
    Meer omzet door minder afleiding
    Wanneer je afrekent met enkele van je slechte gewoontes, krijg je meer tijd en ruimte voor omzet! Denk eens aan je dagritme, je discipline om aan het werk te gaan, je telefoon en social mediagedrag… Overigens, veel van wat ik nu ga zeggen, geldt niet alleen voor zelfstandig ondernemers, maar ook voor mensen in loondienst. Alleen is er dan een baas die op je let; als zelfstandig ondernemer ben je zelf die baas, want jij bent immers zowel baas als werknemer!
     
    Anno nu zijn we behoorlijk verslaafd aan social media, internet en de wens om toch vooral bereikbaar te zijn. Want als je niet bereikbaar bent of niet direct reageert, loop je misschien omzet mis… toch? Het hoeft niet zo te zijn. Ik reik je een aantal manieren aan om ervoor te zorgen dat je – net als ik – een beetje kunt afkicken van die immer storende omgeving.
     
    Neem afscheid van social media en internet…
    Social media (Facebook, Whatsapp, Twitter etc.) en internet zijn de grootste vijand voor een deel van de zelfstandig ondernemers. Ik doel hiermee met name op diegene die veel achter de computer zitten, zoals coaches, financieel adviseurs, tekstschrijvers, websitebouwers etc.
     
    Werk je in de bouw of ben je masseuse dan heb je hier – tijdens het uitvoeren van je werk - wellicht minder mee te maken. Je hebt er wel mee te maken op de tijden dat je bijvoorbeeld je administratie doet of bezig bent met acquisitie.
     
    Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar hoe vaak mensen tijdens hun bezigheden op kantoor gestoord worden. De schattingen lopen uiteen van 4 keer per uur tot elke 7 minuten! Het gevaar van social media en internet is dat het je telkens stoort, als je met iets bezig bent. Dan ben je er weer ‘uit’ en het kost je veel tijd om de draad weer op te pakken. Ook is het verleidelijk te blijven ‘surfen’ op het internet en voordat je het weet zit je op sites die niets met je oorspronkelijke doel van je internetbezoek te maken hebben.
     
    De oplossing is simpel, maar vergt een ijzeren discipline en daarom is het zo moeilijk: ga tijdens je werktijd NIET op social media. Zet berichtmeldingen uit. Moet je iets online opzoeken of uitzoeken, zet dan een kookwekker op 5 minuten en ga offline als die wekker gaat. Wat mij goed helpt, is dat ik de ‘opzoekdingen’ even verzamel door ze bijvoorbeeld op een post-it te noteren. Ik zoek ze dan later op één moment allemaal na.
     
    E-mail uitzetten…
    Misschien ben je gewend om je e-mailprogramma altijd aan te hebben staan. En had je ook nog de een melding met het envelopje rechtsonder in je scherm bij elk nieuw e-mailtje of zelfs een pingelend geluidje… En dan klikte je meteen om te kijken wat of wie het was! Herkenbaar?
     
    Tussen jou en mij: dit was mijn grootste efficiencyvalkuil. Ik had die meldingen weliswaar niet aanstaan, maar mijn e-mailprogramma stond wel bijna altijd aan, ik checkte te vaak of er iets was, ik opende de e-mail meteen en vaak vond ik het dan ook nodig om direct te reageren…
     
    Maak deze fout niet. Check je e-mail tweemaal per dag: aan het eind van de morgen en ergens in de loop van de middag of ‘s avonds. Als je echt niet anders kan, check je het nog even voor de lunch: doe dit niet na de lunch want dan begint er weer een nieuw deel van je werkdag en die wil je met jouw prioriteiten starten en niet met die van een ander (degene die jou de e-mail stuurt)!
     
    Niet zelf de telefoon opnemen…
    Misschien vind je dat het zelf opnemen van je telefoon leuk en persoonlijk is, maar er zitten nadelen aan. Ik noem er drie.
    Het opnemen van je telefoon stoort je en haalt je daardoor uit je werkzaamheden. Je productiviteit daalt daarmee dramatisch.
    Het kost je gewoon tijd. Probeer maar eens een telefoongesprek echt kort te houden. Dat valt voor de meeste mensen niet mee.
    Het is niet professioneel. Het is natuurlijk wel persoonlijk om zelf op elk moment de telefoon op te nemen, maar het is niet professioneel. Dit laatste punt vraagt misschien wat nadere toelichting, want ik weet dat er een hoop mensen zijn die het in eerste instantie niet met mij eens zijn.
    In feite straal je door het zelf opnemen van je telefoon uit, dat je niet aan het werk bent en dat je tijd hebt om de telefoon op te nemen. Ik geef een voorbeeld. Stel je hebt een garagebedrijf. Je ligt onder een auto te sleutelen. Je wordt gebeld en je frommelt, liggend op je rug je telefoon uit je borstzak en er belt een klant om een afspraak te maken. Uit je andere borstzak frommel je je agenda, die vol met vlekken zit van je vieze vingers en je kan de afspraken die je al maakte eigenlijk niet eens meer goed lezen!
     
    Niet professioneel, je klant verwacht misschien niet eens dat jij zelf de telefoon opneemt, omdat hij denkt dat je onder een auto ligt te sleutelen… (wat dus ook zo is!)
     
    Voor een coach – zonder vieze vingers - geldt precies hetzelfde. Je coach is bezig met een emotionele doorbraak en het laatste wat je wilt is dat hij of zij daarin gestoord wordt door een rinkelende telefoon. Geef je ontspannende massages? Wat zou je klant ervan vinden als de telefoon maar aanrinkelt? Maar ook al ben je niet met een klant bezig en zit je – net als ik op dit moment – je blog te schrijven. Dan nog stoort het je en zit je misschien met je gedachten bij hele andere zaken en kun je je klant niet optimaal te woord staan.
     
    Maar wat is dan de oplossing? Want je wilt wel dat je telefoon wordt opgenomen en niet dat potentiële klanten een voicemail inspreken (want dat doen ze vaak toch niet).
     
    Laat je telefoon opnemen door een antwoordservice of een virtueel assistent. Die nemen op een professionele manier de telefoon voor je aan en ze kunnen jou via een sms laten weten dat er gebeld is. Je belt dan zelf terug op een moment dat jou beter schikt.
     
    Wil je geen geld uitgeven aan een telefoondienst, maak dan een afspraak met een collega ondernemer om elkaars telefoon om de dag op te nemen. Wees creatief! Geef de regie van jouw werkdag niet uit handen aan een rinkelende telefoon!

    Multitasken… stop ermee!
    Talloze tests en onderzoeken bewijzen het: multitasken werkt niet. Het is inefficiënt en je maakt fouten. Geloof je het niet? Schrijf dan de volgende zin eens op en zet vervolgens onder elke letter een cijfer (1, 2, 3, etc.) en meet met je horloge hoe lang je erover doet:
     
    “Multitasking is een slechte gewoonte”.
    Schrijf nu dezelfde zin nogmaals, maar doe het dan op een andere manier: schrijf de M en zet eronder het cijfer ‘1’. Dan schrijf je de ‘e’ en eronder zet je het cijfer ‘2’. Etc. Doe dit zo snel mogelijk!
     
    Hoe lang doe je nu over de zin? En… heb je fouten gemaakt?
    De boodschap is dat je je zoveel mogelijk bij één taak moet houden.
    Betekenen al deze tips nu dat je voortaan als een soort van kluizenaar moet gaan leven? Nee, dat is absoluut niet het geval. Waar het om gaat, is dat je afscheid neemt van al die ‘gewoontes’ die er misschien onbewust bij jou zijn ingeslopen en die je niet helpen bij het maken van die vliegende start die ik je zo gun!
     
    Hou eens voor jezelf gedurende een week lang bij welke van de verstorende factoren op jou van toepassing zijn. En… wat ga je daaraan doen?
     
    p.s.: De lijst van 'slechte gewoontes' is eindeloos. Waar heb (of had) jij het meest last van en wat heb je eraan kunnen doen of wat zou je kunnen doen? Deel jouw inzichten hieronder, zodat we van elkaar kunnen leren!
    2016. Een nieuw jaar, nieuwe ideeën. Jouw goede voornemen is om nu eindelijk eens werk te maken van jouw briljante idee. Of om de pitch van je leven te houden voor dat ene bedrijf waar je graag voor wil werken. Maar hoe voorkom je nu dat anderen er met jouw idee vandoor gaan? Met andere woorden: is jouw idee juridisch te beschermen?
     
    Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het juridische uitgangspunt is dat abstracte ideeën vrij zijn en niet zijn te beschermen. Dit valt goed te verklaren. Indien alle ideeën beschermd zouden worden, zou dat de ontwikkeling frustreren. Voor iedere (verdere) ontwikkeling zou immers een licentie nodig zijn waar al dan niet een hoop geld voor betaald dient te worden. De vrije handelseconomie is daar niet mee gebaat.
     
    Uiteraard zijn hier uitzonderingen op. In sommige gevallen heb je een intellectueel eigendomsrecht op jouw idee of kun je dit aanvragen. Ook zijn er andere manieren om jouw idee te beschermen. Hieronder geef ik enkele tips waarmee je zo goed mogelijk jouw idee kan beschermen en bewaken.

    1. Praat niet met iedereen over jouw idee.
    Het kan lonen om met andere ondernemers over jouw idee te praten, te sparren en zo jouw idee verder te ontwikkelen. Maar pas hiermee op. Omdat ideeën vrij zijn is de kans aanwezig dat iemand anders jouw goede idee oppikt en hiermee aan de haal gaat. Hoewel dit niet altijd het einde van jouw idee of jouw bijdrage hierin hoeft te betekenen, wil je dit toch liever niet.
     
    2. Geheimhoudingsovereenkomst.
    Indien je toch gaat praten over jouw idee, bijvoorbeeld met financiers omdat er geld nodig is of met mogelijke businesspartners, laat de wederpartijen dan voorafgaand aan de gesprekken een geheimhoudingsverklaring tekenen (Engels: NDA). In deze overeenkomst neem je een verbod op voor de wederpartij om over jouw idee te praten, hierover te publiceren, etc. Je kan extra druk zetten door hier een behoorlijke boete op te zetten. Dit werpt een drempel op voor de wederpartij om de geheimhouding te schenden. Mocht de geheimhouding alsnog worden geschonden, dan sta je niet met lege handen. Je wordt in dat geval financieel gecompenseerd (een schrale troost, maar beter dan niets).
    Omschrijf jouw idee wel zo concreet mogelijk in de overeenkomst of in een bijlage die achteraf kan worden bijgevoegd. Dit voorkomt handhavingsproblemen.

    3. Intellectuele eigendomsrechten.
    In sommige gevallen heb je een of meer intellectuele eigendomsrechten op jouw idee of kun je deze aanvragen. Jouw idee dient in ieder geval voldoende concreet te zijn. Dit is niet altijd eenvoudig te beoordelen. Sommige rechten ontstaan automatisch (handelsnaamrecht, auteursrecht) en sommige rechten dienen te worden geregistreerd (merken en octrooien/patenten).
     
    Let op: het opschrijven of registreren van een beschrijving van jouw idee biedt geen juridische bescherming.
     
    Helaas voor velen, is een pitch an sich in principe niet juridisch te beschermen – zo heeft de rechtspraak bepaald.
     
    4. Bijhouden rechten.
    Houdt, indien mogelijk, jouw intellectuele eigendomsrechten bij. Sommige rechten vervallen na verloop van tijd. Zo vervalt het auteursrecht 70 jaar na de dood van de maker en een octrooi vervalt doorgaans 20 jaar na de aanvraag van het octrooi. Het merkenrecht is eeuwigdurend, mits het merk tijdig wordt verlengd én de daarvoor verschuldigde taksen aan de merkenregisters worden betaald. Sommige registers in andere landen kunnen aanvullende voorwaarden hanteren.

    5. Optreden tegen inbreukmakers.
    Als rechthebbende heb je het alleenrecht op jouw werken/merken/uitvindingen. Derden mogen deze rechten niet gebruiken zonder jouw toestemming. Indien dit toch gebeurt, treedt hier dan tegen op. Laat je dit na, dan kan de waarde van jouw product of recht behoorlijk verminderen. Optreden kan met een sommatiebrief waarin je diegene dringend verzoekt de inbreuk te stoppen (ook wel staken en gestaakt houden genoemd) en waarbij je eventueel een aanvullende schadevergoeding vordert. Als hier geen gehoor aan wordt gegeven, dan staat de weg naar de rechter open. Dit kan een kostbare aangelegenheid zijn. Ik raad je dan ook aan dit altijd met een jurist te bespreken.

    6. Vangnet.
    Indien producten niet te beschermen zijn, dan mogen deze niet altijd een-op-een worden nagemaakt. Dit is het leerstuk van de slaafse nabootsing. De nabootser moet zoveel mogelijk proberen af te wijken van een bestaand product, zonder dat dat ten koste gaat van de deugdelijkheid en bruikbaarheid van dat product. Laat hij dat na, dan handelt hij onrechtmatig jegens jou. Ook hier kun je tegen optreden (zie tip 5).
     
    Om nu het antwoord op de vraag in de inleiding te geven: ideeën zijn vrij. In sommige gevallen zijn deze toch te beschermen middels intellectuele eigendomsrechten of een geheimhoudingsovereenkomst.
     
    Succes met ondernemen!
    Vriendelijke groet,
    Floor May
    Werkgevers, weet u het nog? Per 01-01-2014 is de wet BeZaVa in werking getreden. Sindsdien bent u niet alleen ( financieel) verantwoordelijk voor de WIA instroom van uw vaste personeel, maar ook van uw tijdelijke arbeidskrachten.
     
    Dat had in eerste instantie nogal wat voeten in aarde, zoals ik al in een eerdere column schreef. Naast toenemende complexiteit (weer een aparte premie, weer meer verplichtingen en risico’s), was er ook een lastig tijdelijk overgangsregime van 2 jaar, dat dan in 2016 weer zou worden samengevoegd.
     
    Dat samenvoegen van WGA Vast en WGA Flex per 01-01-2016 is niet gelukt: vooral private verzekeraars waren er nog niet klaar voor, en dus werd deze “samensmelting” uitgesteld tot 1 januari 2017. Van uitstel komt deze keer geen afstel: 1 januari 2017 it is.
     
    Maar wat houdt het nu concreet in?
    Op het eerste gezicht niet heel erg spannend. Het betekent dat u WGA Flex en WGA vast per 1 januari 2017 bij één partij onderbrengt:
    [*]Bent u nu voor WGA Vast eigen risicodrager (dus privaat verzekerd) en blijft u dat? Dan bent u vanaf 1 januari 2017 ook eigen risicodrager voor WGA Flex bij dezelfde private verzekeraar;
    [*]Ben u nu voor WGA Vast publiek verzekerd bij UWV en blijft u dat, dan blijft u vanaf 1 januari 2017 ook publiek verzekerd voor WGA Flex;
    [*]Wijzigt u uw keuze tussen publiek en privaat voor WGA Vast 01-01-2017? Dan geldt die nieuwe keuze ook voor WGA Flex.
     
    En wat is dan het addertje?
    Het addertje wás de staartlasten problematiek voor middelgrote en grote werkgevers: wie instroom veroorzaakte bij het UWV en vervolgens eigen risicodrager wilde worden, moest een (flinke!) afkoopsom betalen van de contant gemaakte toekomstige schadelast.
     
    Volgens private verzekeraars was er op meerdere fronten sprake van oneerlijke concurrentie: het UWV heeft met een omslagpremie geen “rentehobbel” (zeg maar: extra premie om een buffer op te bouwen om als verzekeraar te kunnen en mogen functioneren) , en het had een overstapboete die overstap na schade feitelijk onmogelijk maakte
     
    Maar polderend Nederland en naar “marktwerking” snakkende politici wisten met 2 aanpassingen de zo sterk gewenste concurrentie tussen publieke en private partijen te redden:
    [*]Wie als middelgrote (2015: loonsom vanaf € 307.000,-) of grote werkgever uitstapt bij het UWV, betaalt geen staartlasten meer;
    [*]De UWV premie bij overstap van privaat naar publiek wordt voor middelgrote en grote werkgevers mede afhankelijk van de WGA instroom in de privaat verzekerde periode.
     
    Toch nog een addertje?
    Een heel theoretisch kleintje dan: wie eerder dan 01-01-2017 overstapt van publiek naar privaat, betaalt de uitkeringskosten voor 2016 helemaal zelf. Pas vanaf 01-01-2017 neemt UWV die “staartlasten” over.
     
    Wat moet je er mee?
    Voor iedere werkgever (dus ook voor kleine werkgevers!) is de keuze tussen WGA vast en WGA Flex publiek of privaat per 01-01-2017 voornamelijk een kwestie van twee rekensommen of offertes en een vergelijking daartussen. Het UWV rekent daarbij sterk concurrerende tarieven en kan – zeker in 2017 – goedkoper zijn dan private alternatieven
     
    Verzekeraars en adviseurs zullen uiteraard tegenwerpen dat prijs alleen natuurlijk niet doorslaggevend mag zijn, en dat “de kwaliteit van arbo-begeleiding en re-integratie doorslaggevend zou moeten zijn.“. Welke kwaliteit verzekeraars daarmee eigenlijk bedoelen is nog niet erg duidelijk. Heel erg effectief (of effectiever dan UWV) zijn verzekeraars de afgelopen jaren in ieder geval niet geweest: ze leden flinke verliezen op de WGA portefeuille en konden mede daarom lang niet altijd concurrerende premies bieden.
     
    Wat mij betreft moeten vooral kleine werkgevers die zogenaamde meerwaarde van WGA Vast, WGA Flex, Verzuim en Arbobegeleiding bij één private verzekeraar daarom maar eerst eens met een stevige korrel zout nemen. Verzekeraars, Adviseurs en banken die wat al te gretig zijn om WGA Flex en Vast per 2017 privaat te sluiten (tegen in toenemende mate duurdere tarieven dan UWV!) doen hun klanten mogelijk tekort..
     
    Kortom: blijf kritisch, kijk, en vergelijk!
    Safe Harbor is de naam voor een verdrag dat gedurende drie decennia en tot afgelopen maand standhield. Met dit verdrag was het mogelijk om persoonsgegevens uit bijvoorbeeld Nederland op te slaan in de Verenigde Staten. Maar alleen als de aangesloten organisaties voorzagen in een veilige omgeving voor de persoonlijke data van burgers. Het verdrag werd eerder deze maand, ongeldig verklaard door het Europese Hof, nadat de Oostenrijkse student Max Schrems een zaak had aangespannen tegen Facebook, vanwege het schenden van de privacy data. Gegevens van Nederlandse burgers kunnen nu niet meer zonder enige reden worden opgeslagen in de Verenigde Staten.
     
    Prijs
    Ondanks het toenemend aantal onthullingen over het schenden van de privacy lijken klanten vooralsnog nog niet onder de indruk. Er wordt een prijs betaald voor het gratis gebruikmaken van sociale apps, een email account of bijvoorbeeld kortingen in een supermarkt. Wat deze prijs is, dat is niet altijd duidelijk. En is het wel een prijs? Als een supermarkt op basis van bijvoorbeeld een bonuspas op effectieve wijze kortingen kan aanbieden? Of wanneer op basis van het online zoekverkeer geen algemene reclame wordt getoond, maar juist advertenties op basis van het persoonlijke zoekverkeer?
     
    Schending privacy
    Afhankelijk van de doelstellingen binnen de onderneming, kan het juist wel of niet verstandig zijn om de privacy van de klant deel uit te laten uit maken van de kernwaarden binnen de organisatie. Voor klanten wordt het bewustzijn pas zichtbaar wanneer duidelijk is wat er met de persoonlijke gegevens allemaal kan worden gedaan. Zo is Telegram als tegenhanger van Whatsapp ontstaan en biedt klanten de mogelijkheid om versleuteld chatberichten te versturen en tevens direct te vernietigen. Voor veel mensen geen verkeerd alternatief, naar aanleiding van de onthullingen van Edward Snowden over het op grote schaal delen van persoonsgegevens door bedrijven en overheden. Of grote Amerikaanse clouddiensten, zoals Dropbox en Google Drive die ook werden beschuldigd van het laten meekijken van de Amerikaanse overheid in persoonlijke data van onder meer Nederlandse burgers. Overigens haalde vorige maand de Nederlandse dienst Stack het nieuws door de mogelijkheid die het biedt om 1 terabyte aan online opslag te gebruiken met een gratis account. Opslag die versleuteld is en bovendien opgeslagen op Nederlandse servers. Een tegenreactie?
     
    Medische sector
    Ook zijn er binnen de gezondheidszorg verschuivingen zichtbaar. Vorig jaar bleek op basis van een uitzending van Zembla dat zorgverzekeraars op grote schaal bekend zijn met de diagnoses van patiënten. De verzekeraars blijken in veel gevallen alleen te declareren wanneer duidelijk is om welke diagnose het gaat. Anders gezegd, de verzekeraar kan op de hoogte zijn van de medische gegevens van een patiënt. En met deze ontwikkeling is de vraag wanneer verzekeraars een persoonlijk aanbod kunnen doen op basis van de gezondheid van de klant. Toch vindt dit met toestemming van de klant al op kleine schaal plaats. Achmea houdt in samenwerking met Google proeven waarbij premiekortingen op verzekeringen worden gegeven wanneer een klant besluit om persoonlijke informatie te delen met het bedrijf. In dit geval wordt het rijgedrag en de veiligheid in huis geanalyseerd en op basis daarvan kan een korting worden gegeven op de inboedelverzekering. Toch zijn er bedrijven die willen inspelen op de toenemende aversie van het delen van vertrouwelijke informatie. Het Rotterdamse bedrijf Openlab biedt anonieme en betrouwbare gezondheidstesten aan, die vanuit huis kunnen worden uitgevoerd. De resultaten worden vervolgens anoniem in laboratoria geanalyseerd. Op basis van de resultaten kan een klant te weten komen of er sprake is van een ziektebeeld. Klantdata wordt actief verwijderd door Openlab zelf, geen database met medische gegevens dus. Een tegenreactie op het toenemende wantrouwen van klanten binnen de gezondheidszorg.
     
    Bewustzijn in organisatie
    Puur het bewustzijn om de klant wel of niet bewust te maken van de privacy kan voor een aanzienlijk verschil zorgen binnen de onderneming. Waar ligt de grens bij de klant wat betreft het delen van persoonlijke gegevens en data? Voor bedrijven wordt het een mogelijkheid om in te spelen op de toenemende aversie tegen privacy schendingen. De ongelijke en onbetrouwbare relatie tussen klant en bedrijf. Maar is het wel noodzakelijk? Wanneer verandert aversie in verzet? Mijns inziens zal de organisatie altijd bewust moeten zijn van het in stand houden van de win-win situatie voor zowel de onderneming als de klant. En dit door middel van het aanbieden van een betrouwbaar concept. De klant zal moeten weten waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Op welke wijze een bedrijf effectiever kan functioneren, met als doel een kwalitatief goed aanbod te kunnen geven tegen aantrekkelijke prijzen. Met als doel de lange termijn relatie met de klant te waarborgen. Privacy is geen struikelblok maar een kernwaarde voor de onderneming. Een strategisch middel voor de organisatie om de relatie met de klant te verstevigen.
    De Tweede Kamer heeft een wijziging van de Participatiewet aangenomen. Nu is de Eerste Kamer aan zet, waarna de wijziging van kracht wordt. Naar verwachting per 01-01-2016.
     
    Bescherming lijfrenteopbouw
    De wijziging behelst de wettelijke bescherming van lijfrenteopbouw bij aanvraag van een bijstandsuitkering. Eerder schreef ik hierover al een column op Higher Level. Vooral voor zzp’ers en werknemers die geen of weinig pensioenopbouw genieten, is het een mooie nieuwe bescherming
    De bescherming gaat gepaard gaat met een behoorlijk aantal spelregels. De kern is dat het lijfrentekapitaal tot € 250.000 wordt beschermd.
     
    Verlenging termijn vrijwillige voortzetting
    Naast de bescherming van lijfrentevoorzieningen heeft de wet ook de termijn opgerekt waarbinnen een zelfstandige kan besluiten om de pensioenopbouw voort te zetten uit de periode dat hij/zij nog werknemer was. Momenteel is de termijn om over voortzetting te besluiten bij veel pensioenfondsen 3 maanden. Deze wordt nu wettelijk gesteld op 9 maanden. De voortzettingsperiode is overigens wettelijk begrensd op 10 jaar.
     
    Vrijwillige voortzetting zinvol?
    Of ongewijzigde voortzetting van pensioenopbouw vanuit het werknemerschap naar zelfstandigheid verstandig is, verschil van geval tot geval.
    Er zijn fondsen waar de totale premie 25 à 30% van de pensioengrondslag is. Als werknemer zou u daarvan bijvoorbeeld de helft betalen. Maar bij vrijwillige voortzetting betaalt u de volle mep. Zelf een regeling treffen kan dan aanmerkelijk goedkoper uitpakken. Voor laatstgenoemde dekkingen moet u echter gezondheidswaarborgen leveren. En daar zit het aandachtspunt: voor sommigen is voortzetting, vanwege hun gezondheidssituatie, misschien wel de enige optie.
    Deze korte column is eigenlijk bedoeld voor nieuwe ondernemers of recent opgerichte ondernemingen.
     
    Het komt helaas steeds vaker voor dat nieuwe ondernemers te maken krijgen met de vervelende gevolgen van het niet aangemeld zijn bij het bedrijfstakpensioenfonds. Meestal is dat simpelweg uit onwetendheid, maar die onwetendheid kan hele vervelende financiële gevolgen hebben. Ben je een bedrijf gestart in een sector waarin er sprake is van een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds, dan ben je verplicht om je daarbij aan te melden. Voorbeelden zijn: uitzendbranche, payrollers, detailhandel, bouw, houtindustrie, textielbranche.
     
    In de meeste gevallen vind het bedrijfstakpensioenfonds jou wel door middel van een KvK-inschrijving, maar het is absoluut aan te raden om ook zelf een onderzoek te doen of te laten doen ("BPF-scan"). Dat kan veel ellende voorkomen. Als namelijk later blijkt dat je ten onrechte niet hebt deelgenomen aan het bedrijfstakpensioenfonds waar dat wel had gemoeten, dan zal de ondernemer niet alleen alsnog met terugwerkende kracht moeten deelnemen (en dus premies moeten betalen), maar volgt er vaak ook nog een boete wegens het overtreden van de Wet BPF2000.
     
    Kortom: laat je hierover goed adviseren! Dit advies kost je weliswaar geld, maar het voorkomen van de mogelijke ellende die er van komt is vele malen meer waard.
    Als een DGA pensioen opbouwt in eigen beheer gelden complexe spelregels, onder meer als de DGA besluit om zijn pensioen van BV (A) naar BV (B) over te hevelen. De uitgangspunten waarop de BV’s moeten waarderen, verschillen onderling en wringen met de financiële werkelijkheid van vandaag de dag. En dus proberen DGA’s om de regels te veranderen of creatief te interpreteren. Soms tot aan de Hoge Raad aan toe.
     
    In deze casus krijgt de DGA deels gelijk, maar grotendeels niet. Lees je mee?
     
    De casus
    Het is 2005. Een DGA besluit zijn pensioenvoorziening over te hevelen van BV (A) naar BV (B). Het betreft een pensioenregeling die waarde- of welvaartsvast wordt gehouden. Dit is de meest voorkomende pensioenregeling bij DGA’s die ‘eigen beheer’ voeren.
     
    Het pensioen heeft in BV (A) een ‘commerciële waarde’ van € 1.903.753. Je zou dit de ‘echte’ waarde van het pensioen kunnen noemen op basis van de werkelijke marktrente.
     
    Als BV (A) dit bedrag in aftrek brengt als koopsom voor de overdracht naar BV (B), corrigeert de Belastinginspecteur het bedrag. Hierna wordt uitgelegd waarom hij dat deed.
     
    Geen aftrek indexatielasten
    De Belastinginspecteur baseert zijn correctie onder meer op het feit dat je wettelijk voor het bepalen van de winst van jaar X de lasten buiten beschouwing moet laten die verband houden met toekomstige prijs- en loonwijzigingen, ook al zouden die lasten in jaar X al bekend zijn. Op grond hiervan kunnen kosten voor het waarde- of welvaartsvast houden (de ‘indexatie’) niet op voorhand in aftrek worden genomen. De indexaties vinden immers in de toekomst plaats.
     
    In hoger beroep en in cassatie stelt de rechtbank respectievelijk de Hoge Raad de Belastingdienst in het gelijk. De aftrek wordt met € 539.635 verminderd.
     
    Rekenrente bij overdragende partij op markttarief
    BV (A) had als ‘goed koopman’ de actuele rekenrente van (toen) 3,23% gebruikt. De 4% rekenrente die de Inspecteur verlangde, is alleen bedoeld voor bepaling van de fiscale waarde van het pensioen door (ontvangende) BV (B). Op dit punt kreeg de DGA gelijk.
     
    Rekenrente bij ontvangende partij op 4%
    BV (B) heeft de ontvangen koopsom van 1,9 miljoen tevens gebruikt als fiscale waardering van de pensioenverplichting. BV (B) verdedigde dat dit, net als bij BV (A), een ‘goed koopmansgebruik’ was.
     
    De wet gaat echter voor de ontvangende BV uit van 4%. Hierdoor is de fiscale aftrekbare koopsom voor BV (B) lager dan de ontvangen koopsom.
     
    Voor BV (B) werd op grond deze wettelijke regel de fiscale waardering gecorrigeerd.
     
    Conclusie
    Ondanks het feit dat het financiële klimaat is veranderd en 4% rekenrente voorlopig structureel niet meer haalbaar lijkt, blijft deze rekenrente dus een belangrijk uitgangspunt voor de fiscale waardering. Het is, om wettelijke redenen, als in beton gegoten.
     
    Daarnaast is er de complexiteit over het waarderen van de indexatie, welke niet in één keer in aftrek mag worden gebracht.
     
    Onder meer dit verklaart waarom de staatssecretaris geen heil meer ziet in dit complexe systeem en werkt aan een nieuw eenvoudiger systeem dat naar verwachting niet meer in 2016, maar in 2017 ingaat.
    Hoe gaat dat normaal, met een project?
     
    Dinsdag 1 september – er is akkoord voor de aanpassing van de website van mijn klant. Er staat een doorlooptijd van 2 weken in de offerte en een verwachte tussenoplevering van een testbare versie na 1 week. Ik stuur direct een mailtje terug waarin ik hem bedank voor de opdracht, en dat hij met een beetje geluk eind van de week een testversie mag verwachten.
     
    Vrijdag 4 september – ik heb inderdaad lekker door kunnen werken, dus de testversie wordt aan het begin van de middag opgeleverd. Ik stuur een mailtje naar de klant met nog wat extra uitleg over waar hij wat kan vinden, en dat ik de resultaten graag hoor. De klant mailt even later blij terug, en belooft maandag met feedback te komen.
     
    Maandag 7 september – de klant mailt zijn bevindingen door, en concludeert dat hij een onderdeel niet goed had uitgelegd, en dat dat dus aangepast moet worden. Ik heb die week het nodige op de planning staan, dus ik laat hem dat weten, met de mededeling dat dat waarschijnlijk geen invloed op de deadline zal hebben.
     
    Donderdag 10 september – Auw…alles doet zeer… Ik ben de afgelopen dagen door de drukte nog niet aan zijn wijziging toegekomen, dus ik mail mijn klant gelijk even dat ik de komende 2 dagen wegens een stevige griep uit de running ben, en dat de deadline dus hoogstwaarschijnlijk niet gehaald zal worden. Wel zeg ik hem toe dat ik alles uiterlijk woensdag de 16e zal opleveren. Klant wenst me beterschap.
     
    Woensdag 16 september – aanpassing opgeleverd, factuur gestuurd. Klant was erg blij dat het maar 1 dagje later was dan gepland.
     
    Maar wat als ik nou eens dezelfde manier van werken zou hanteren als waarop veel bedrijven hun facturen afhandelen?
     
    Dinsdag 1 september – er is akkoord voor de aanpassing van de website. Er staat een doorlooptijd van 2 weken in de offerte en een verwachte tussenoplevering van een testbare versie na 1 week. Ik reageer niet.
     
    Maandag 7 september – de klant stuurt een mailtje met de vraag of het een beetje wil lukken, en of hij al bijna kan testen. Ik mail terug dat ik het vorige week op de stapel heb gelegd, en dat alles dus wel goed zal komen.
     
    Woensdag 9 september – de klant vraagt nogmaals naar de testversie. Ik beloof dat ik even zal gaan kijken waar dat blijft.
     
    Vrijdag 11 september – Oh ja, ik zou nog even laten weten hoe het er mee stond. Ik heb niet echt zin in dat geneuzel, dus ik mail de klant gewoon dat het op het verkeerde stapeltje terecht was gekomen. De klant reageert dat hij hoopt dat de deadline van 15 september daardoor niet in gevaar komt. Ik mail kortaf terug dat wij standaard een doorlooptijd van een maand hanteren.
     
    Dinsdag 15 september – de klant mailt dat de afgesproken deadline verstreken is, en dat hij graag wil dat ik het zo snel mogelijk oplever. Ik mail duidelijk geïrriteerd terug dat degene die het stapeltje afwerkt er alleen op woensdagochtend is, en dat het daardoor wat langer duurt – het zal ongetwijfeld morgen opgepakt worden!
     
    Donderdag 17 september – de klant mailt alweer dat hij nog niks gezien heeft. Ik kijk het stapeltje door en zie het er niet tussen liggen, dus zal iemand er wel mee bezig zijn. Geen idee wie, maar dat interesseert me ook niet echt. Ik mail de klant terug dat er aan gewerkt wordt, en dat hij ongetwijfeld heel binnenkort wat zal horen – kwestie van nog even geduld hebben.
     
    Maandag 21 september – de klant mailt weer en lijkt redelijk boos te zijn. Vreemd, want ik heb hem toch verteld dat het onderweg was? Oh, half 4 – genoeg gedaan voor vandaag, en morgen lekker een dagje vrij! Zin in!
     
    Woensdag 23 september – Weer mail van de klant…alsof ik op mijn vrije dag mailtjes ga lezen! Even zien: “Blablabla deadline verstreken blablabla overeenkomst blablabla verplichtingen blablabla.”. Jajaja, rustig aan maar. Dan maar even de webcare-pet op – ik stuur een mailtje terug met “wat vervelend dat je website nog niet is opgeleverd”, excuses over de vertraging, en dat wij ons uiterste best doen om zo snel mogelijk aan onze verplichtingen te voldoen en hem van de voortgang op de hoogte zullen houden. Hola, kwart voor 4 alweer!
     
    Maandag 29 september – het is wel een hardnekkig baasje, die klant. Misschien maar eens kijken wat er nu precies aan de hand is. Nadat ik een lekker bakje koffie heb gehad, natuurlijk!
    Oh, da’s grappig! Het lag op het goede stapeltje, maar is er af gegleden en tussen het buro en de muur terechtgekomen. Maar gelijk bovenop het stapeltje gelegd en de klant dat per mail laten weten – zal ‘ie blij mee zijn!
     
    Dinsdag 30 september – Pff…sommige mensen hebben altijd iets te zeuren, zeg! Daar ga ik niet eens op reageren…
     
    Dinsdag 6 oktober – alles opgeleverd, en maar 5 dagen na de termijn van 1 maand, dus nauwelijks vertraging! Snel factuurtje de deur uit doen, en maar hopen dat die zeikerd een beetje op tijd betaalt, want anders zal ‘ie het weten…
     
     
     
    Best vreemd dat verplichtingen zo anders opgevat kunnen worden, toch?
    De tendens is al een tijd zichtbaar, maar sinds de bankencrisis is er een zodanige omslag gekomen in de visie van banken dat een financiering voor kleine tot middelgrootte ondernemers vrijwel onmogelijk is geworden.
     
    Het risico moet volledig afgedekt worden en dan nog is de kans op afwijzing aanwezig.
     
    Hoe nu verder als je als ondernemer in Nederland (waarbij niet snel financiering rechtstreeks gevraagd wordt aan familie / vrienden en kennissen) extra geld nodig hebt voor je plannen. Je gaat zoeken naar alternatieven.
     
    Alternatieve financiering
    Wat zijn de alternatieve mogelijkheden om aan een financiering te komen? O.a.:
    • Eigen netwerk (familie, vrienden en kennissen)
    • Investeerder
    • Crowdfunding
    • Microfinanciering
    • Kredietunie
    • Participatiemaatschappijen
    • Regionale ontwikkelmaatschappijen
    • Beurs
     
    Vreemd genoeg hebben de meeste Nederlanders er moeite mee om binnen hun eigen netwerk te kijken of de financiering kan worden opgehaald. Dit in tegenstelling tot de Chinese cultuur, die in mijn ogen een zeer goede visie en betaalmentaliteit hebben.
     
    Tegenwoordig zie je steeds meer crowdfunding websites opkomen en je wordt ook steeds meer getriggerd door anderen om daar naar te gaan kijken. Particulieren (investeerders) worden getriggerd met een hoger rendement dan bij banken.
     
    Krijg je daadwerkelijk een hoger rendement?
    Aan de hand van een specifieke casus (waarbij ik zelf enigszins bij betrokken ben geweest) wil ik u waarschuwen. Een van mijn klanten wilde graag zijn onderneming verkopen. Een potentiële koper heeft zich gemeld en ik werd als belastingconsulent van de verkopende ondernemer gevraagd om inzicht te geven in de cijfers aan de potentiële koper en zijn adviseur. Dat heb ik gedaan door over de verschillende jaren o.a. de omzet en inkoopwaarde van de omzet af te geven. De marge wat behaald werd was bij deze klant laag, maar naar de reden hiervoor is niet gevraagd.
     
    Verkoopproces
    In april 2015 (meer dan een jaar later) zag ik dat de potentiële koper de financiering voor elkaar probeerde te krijgen d.m.v. de site geldvoorelkaar.nl
     
    De investeerders krijgen daar slechts 3 geprinte pagina’s informatie over de propositie. Waarbij in slechts 1 alinea van 4 zinnen iets wordt verteld over de te verwachten resultaten.
     
    Hierin wordt melding gemaakt van de begrote omzet van ongeveer € 110.000,- (die zou zijn onderbouwd uit mijn aangeleverde cijfers) en een cash-flow van € 30.000,-. Volgend jaar zou een omzet van € 175.000,- gerealiseerd worden met een cash-flow van € 69.000,-
     
    Was deze informatie reëel?
    Nee, de omzet klopte enigszins. Maar de cash-flow was ruimschoots minder dan wat de potentiële koper heeft aangegeven. De adviseurs hebben zeer waarschijnlijk de marge gecorrigeerd naar een voor de horeca meer gebruikelijker marge. Op zich niets mis mee, behoudens dat een zeer substantieel deel van de omzet werd behaald uit verkoop rookwaren. De marge daarop is zeer minimaal.
     
    Dus de investeerders zijn voorgelogen over de cash-flow, laat staan of een omzetstijging van meer dan 55% realistisch is.
     
    De financiering was binnen 1 dag opgehaald
    Het gevraagde kredietbedrag van € 42.500,- was binnen 1 dag opgehaald. Wat nu?
     
    Geen idee, ik vermoed dat de investeerders een probleemfinanciering zijn aangegaan. De kans dat de potentiële koper aan zijn verplichtingen kan voldoen acht ik zeer gering. Los van het feit dat de daadwerkelijke overname nog 3 maanden op zich liet wachten.
     
    Conclusie
    Is crowdfunding een goed alternatief?
     
    Jazeker, echter bekijk goed hoe de site in elkaar steekt, met welke partijen u te maken heeft en wat voor een informatie u krijgt over de propositie.
     
    Ik ben in ieder geval hier goed wakker door geschud. Maar het geeft ook een indruk over hoe enkele concullega’s zonder scrupules hun (potentiële) klanten in de problemen kunnen en willen brengen.
    DGA-pensioen op de schop
    Als het aan staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes ligt, gaat het DGA-pensioen op de schop. Ik wil u in deze column te informeren over de aanstaande veranderingen en een link leggen met de achtergronden van deze veranderingen.
     
    Zoete en zure druiven
    Ooit, aan het begin van mijn carrière, was het leven overzichtelijk. Je was rechts of links. Je wilde wel of niet een kernwapen in je tuin en de jarentachtigcrisis liep op z’n eind. De bomen begonnen weer te groeien, steeds harder richting hemel. Verzekeraars gaven tenminste 4% rekenrentegarantie. Pensioenen waren gegarandeerd en gebaseerd op eindloon. No issue. En Griekenland hangt in mijn herinnering als een vakantieland vrij van zorgen, vol zoete druiven.
    En nu? Nu zijn de druiven zuur. Niet alleen in Griekenland. Op velerlei vlak hebben veel mensen zorgen en zijn zekerheden weg, ingeruild voor ‘dynamiek’ en ‘flexibiliteit’.
    En op dit punt switchen we naar de pensioenwereld.
     
    Maatschappelijke trend
    Jarenlang was eindloon de norm, gebaseerd op de fictie dat het laatste salaris over alle dienstjaren zou hebben gegolden. Het werd echter te duur. Sinds midden jaren negentig geldt middelloon (pensioen over het werkelijk verdiende loon) als norm. Maar ook dat blijkt te duur: ondanks de 1.250 miljard (!) die nu in de pensioenpotten zit, is er volgens DNB nog een tekort van 168 miljard!
    Tijd voor een discussie over stelselwijziging, zo vond staatssecretaris Klijnsma van SZW. De tendens: ingelegde premies en daadwerkelijk behaalde rendementen gaan de hoogte van het pensioen bepalen. Het beleggings- en langlevenrisico komt bij de werknemer te liggen. Ze gaat daarbij uit van het idee dat de premie een voor iedereen vast percentage van het salaris is. Jongeren kunnen straks in aanvang dus meer opbouwen dan ouderen. Zoiets gebeurt nu overigens al bij ‘banksparen’ (= lijfrenteopbouw).
     
    DGA-pensioen ijlt achter ontwikkelingen aan
    Het pensioen van de DGA ijlt achter deze ontwikkelingen aan. Met name doel ik hier op de veelvuldig toegepaste variant waarin het DGA-pensioen binnen de BV ‘in eigen beheer’ wordt opgebouwd.
     
    Aftrekpost of écht pensioen
    Nog steeds is het een wijdverbreid gebruik om de DGA-pensioenopbouw te laten plaatsvinden op basis van ‘eindloon’. De gedachte erachter is simpel: creëer een zo hoog mogelijke aftrekpost. Velen realiseren zich echter niet dat het niet alleen een aftrekpost is, maar een ‘echt’ pensioen!
    En dat échte pensioen blijkt ‘nogal een dingetje’ te zijn in tijden dat de rekenrente waarop de verplichting fiscaal moet worden berekend (4%) bijna acht keer zo hoog is als de marktrente die wordt gebruikt om de werkelijke waarde (de ‘commerciële waarde’) van de pensioenregeling te bepalen. Er is een niet meer te houden verschil ontstaan tussen de fiscale en werkelijke waarde van de DGA-pensioenregeling. Het eindloonpensioen is voor menig DGA te duur geworden.
     
    Dividendtoets
    De fiscus maakte zich in dit kader zorgen over de mate waarin die DGA-regelingen dan nog uitvoerbaar zouden zijn. Zou een DGA bij pensionering wel over voldoende liquiditeiten beschikken om de pensioenregeling goed uit te voeren? Temeer nu veel ondernemers bij pensionering hun zaak niet altijd meer voor een goede prijs kwijt kunnen. Mede door deze ontwikkelingen ontstond de dividendtoets: de DGA mag pas dividend uitkeren als hij heeft vastgesteld dat uitvoering van de pensioenregeling daarmee geen gevaar loopt. Bijgevolg kunnen veel DGA’s nu geen dividend meer opnemen.
     
    Ook dat nog: DGA scheidt meer dan gemiddeld!
    Wat ook niet meehielp aan de houdbaarheid van het DGA-pensioen is het feit dat DGA’s meer dan gemiddeld scheiden. Daarbij is het voor menig DGA een complete verrassing dat de ex-partner bij scheiding recht heeft op een deel van het DGA-pensioen. En wel op basis van de marktwaarde! Nu dit vaak niet of nauwelijks kan worden betaald, moeten DGA’s die in scheiding liggen hard ‘terugonderhandelen’ naar een betaalbare regeling.
     
    Plan 1.0 (Weekers)
    Het is 6 december 2013 als Frans Weekers, toenmalig Staatssecretaris van Financiën zijn visie op ‘pensioen in eigen beheer’ geeft. Het komt er op neer dat hij de hierboven geschetste problemen (h)erkent. Maar hij pleit er wel voor dat DGA’s de mogelijkheid houden om op de balans van de BV een oudedagsvoorziening op te bouwen, waarbij de middelen tijdens het ondernemerschap ten dienste van de bedrijfsvoering kunnen blijven staan.
     
    Oudedagsbestemmingsreserve
    Uiteindelijk sprak Weekers zijn voorkeur uit voor de zogenaamde ‘oudedagsbestemmingsreserve’ (OBR). Daarin zou de DGA jaarlijks een bepaald (vast) percentage van zijn inkomen op de balans van de BV kunnen reserveren voor de oudedag, zonder gedoe met rekenrente of sterftekansen. Op de pensioendatum moest de voorziening dan worden afgerekend met de fiscus of worden omgezet in een lijfrente (periodieke belaste uitkeringen). Er zou geen link meer zijn met juridische pensioenrechten zoals we die nu nog kennen in de vorm van oudedags-, partner en wezenpensioen. De partner zou bij echtscheiding geen rechten meer hebben op een deel van de OBR. En het zou mogelijk moeten zijn om de huidige fiscale eigenbeheerreserves in te brengen in de OBR.
     
    Overgangsproblemen
    Er waren bij dit plan wel een paar probleempjes die moesten worden opgelost. Met name de partner van de DGA zou wel eens hard aan de bel kunnen trekken. Door inbreng in de OBR zouden immers alle pensioenrechten van de partner verdwijnen. Denk aan het partnerpensioen bij overlijden en verevening van ouderdomspensioen bij scheiding. Rechten waar nogal wat geld mee gemoeid is!
     
    Plan 2.0 (Wiebes)
    De inkt van zijn brief was nog niet opgedroogd, of Weekers moest vertrekken. Zijn opvolger Wiebes schreef op 2 juni 2014 ook een brief aan de Tweede Kamer. Eigenlijk had hij dezelfde voorkeur, onder toevoeging dat hij ook openstond voor een vorm van een ‘beschikbarepremieregeling’. Verder studie was nodig, zo constateerde hij. Op 1 juli presenteerde hij twee varianten, waarbij hij de Kamer in de keuze wil betrekken.
     
    Variant 1: Oudedagsbestemmingsreserve
    Opbouw reserve
    Variant 1 is de al eerder besproken OBR. Omdat de voorkeur van Wiebes onder meer om redenen van uitvoerbaarheid en fiscale handhaving niet naar deze variant uitgaat, ga ik er nu niet verder op in en steken we door naar zijn tweede variant.
     
    Variant 2: Oudedagssparen (ODS) in eigen beheer
    Deze variant gaat sterk lijken op een beschikbarepremieregeling zoals we deze in pensioenland al kennen. Daarin worden premies, gelijkblijvend of leeftijdsafhankelijk en afgeleid van het pensioengevende salaris, belegd. Zo ontstaat een kapitaal dat op de pensioendatum wordt omgezet in periodieke pensioenuitkeringen. De fiscale waarde is tijdens de opbouw gelijk aan de werkelijke (commerciële) waarde van het pensioen.
    Bij de ODS hoeven de premies echter niet worden belegd. De bedragen die de DGA reserveert worden fictief opgerent met een afgeleide van het rendement op staatsleningen. Ondertussen kan hij de onderliggende waarde gewoon gebruiken in zijn onderneming.
    De DGA mag van jaar tot jaar bepalen of hij een bedrag aan de ODS toevoegt. Een jaar overslaan mag, een jaar inhalen mag niet.
     
    Rechten
    Binnen de ODS ontstaan voor de DGA direct juridische rechten. Dat kan aantrekkelijk zijn voor de minderheidsaandeelhouder. De ODS-rechten komen in principe alleen de DGA toe. De staatssecretaris overweegt overigens om ook de partner, net als nu in de pensioenregelgeving, rechten te geven.
    De ODS zal uiteindelijk in lijfrente moeten worden omgezet bij een bank of verzekeraar. In 20 jaar vanuit de BV uitkeren mag ook. Gebeurt omzetting niet op de juiste momenten, dan is de ODS progressief belast en is een revisierente van 20% verschuldigd.
     
    Dividendtoets
    Ook bij de ODS is de dividendtoets van toepassing. Dividend is alleen toegestaan als de BV altijd in staat is om de ODS uit te kunnen uitvoeren. Als teveel dividend wordt uitgekeerd, wordt de ODS als afgekocht beschouwd. De waarde wordt progressief belast en er wordt revisierente geheven.
     
    Verzekerde regelingen
    Naast de nieuwe mogelijkheid van ODS, kan de DGA blijven kiezen voor een eindloon-, middelloon- of beschikbarepremiesysteem, mits ondergebracht bij een verzekeraar.
     
    Overgangsrecht
    De staatssecretaris wil graag dat de huidige eigenbeheerreserves zoveel mogelijk worden omgezet in de nieuwe oudedagsreservering. Omzetting is alleen mogelijk als ook de partner van de DGA daarmee akkoord gaat. Zet men de huidige eigenbeheerreserve niet om, dan is verder opbouwen van het eigenbeheerpensioen niet mogelijk. De huidige regels blijven dan gewoon van toepassing.
    Het zal mogelijk zijn om op enig moment alsnog de eigenbeheerreserve (tegen commerciële waarde!) onder te brengen bij een verzekeraar.
     
    De eerste reactie
    Er zijn nog veel technische en juridische zaken die opvallen en afwijken van eigen beheer en waarover pagina’s kunnen worden gevuld.
    Hier overheen stappend is mijn eerste reactie dat het lovenswaardig is om te streven naar een eenvoudiger systeem. De uitdaging is dan om het écht eenvoudig te krijgen. Want waarom bijvoorbeeld tóch overwegen om rechten aan de partner toe te kennen, terwijl de voorziening niet onder de pensioenwetgeving valt? Waarom een leeftijdsgebonden premies overwegen, terwijl we bij lijfrente al jaren gewend zijn aan een gelijkblijvende premie en Klijnsma in haar nationale pensioendiscussie ook koerst op voor alle leeftijden gelijke premiepercentages?
    Vooralsnog moeten we nu afwachten of de Eerste en Tweede Kamer meegaan in de voorkeur van Wiebes. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2016.
    Gast
    Ons forum wordt met regelmaat bezocht door mensen die willen weten hoe ze van een contract met Proximedia/BeUP en MKB ClickService af kunnen komen. En telkens is het verhaal hetzelfde: met vlotte praatjes is een contract verkocht dat niet aansluit op de behoefte van de ondernemer. Vaak is er sprake van een nogal lange looptijd en kosten die behoorlijk hoog zijn, terwijl de beloftes niet waargemaakt lijken te worden.
     
    Proximedia/BeUP en MKB ClickService gaat bij ondernemers die protesteren en uiteindelijk weigeren te betalen regelmatig over tot procederen. Dit gebeurde ook bij Jan (werkelijke naam bij ons bekend) en die protesteerde luid op tal van fora. In de aanloop naar die procedure werd de advocaat van Jan een compromis aangeboden. Als Jan ervoor zorgde dat al zijn berichten over Proximedia/BeUP en MKB ClickService verwijderd zouden worden van de sites waar hij die geplaatst had, zou de procedure ingetrokken worden.
     
    Dat veroorzaakt echter een dilemma. HL verwijdert in de regel geen berichten en reacties die al aan de regels getoetst zijn, ook niet onder druk. Maar daar hangt in dit geval een stevig prijskaartje aan voor de ondernemer die dit forum gebruikt heeft om zijn kritiek op en ongenoegen over Proximedie/BeUP te ventileren. Dus hebben we gedaan waar dit forum voor bedoeld is: de ondernemer geholpen.
    Maar daarmee is de mond van het modetariaat niet gesnoerd! Wij zijn immers vrij om onze versie van deze affaire te geven, onze mening te verkondigen.
     
    MKB Clickservice doet Jan een voorstel om van zijn overeenkomst af te komen
     
    Inzet was, net zoals heel veel andere mensen die een overeenkomst met MKB Clickservice en zijn rechtsvoorgangers sloten, een contract waarbij Jan zich realiseerde dat de mooie woorden van de verkoper in zijn ogen totaal niet waargemaakt werden. Maar ja, toen zat hij al vast aan zijn juridisch dichtgetimmerde overeenkomst.
     
    Proximedia/BeUP en MKB ClickService gaf Jan voor de rechtszaak twee opties:
     
    1 - Je verwijdert al je berichten over ons van internet en we seponeren de zaak, of
    2 - we gaan door met de rechtszaak en indien nodig hoger beroep etcetera.
     
    Die laatste optie kon Jan niet betalen. Dus moest Jan noodgedwongen kiezen voor optie één en wendde zich tot het Tros Radar Forum, Klacht.nl, het Webwinkelforum en tot ons.
     
    In het verleden zijn we vaker benaderd door bedrijven als Proximedia. Soms op een vriendelijke manier, soms op een onvriendelijke manier. Inzet was (en is) altijd dat berichten die deze bedrijven onwelgevallig zijn van ons forum verwijderd moeten worden. Zolang de berichten aan de huisregels voldoen, zien wij echter geen enkele reden ze te verwijderen. We vinden het belangrijk dat op Higherlevel ook ruimte is voor ondernemers om dingen aan de kaak te stellen die niet iedereen prettig vindt.
     
    Sterker nog. Proximedia/BeUP en MKBClickService heeft bij monde van directeur Jan Catrysse diverse keren rechtstreeks en via advocaten aangedrongen op aanpassing en/of verwijdering van berichten. Proximedia/BeUP en MKB ClickService weet dus dat we geen berichten verwijderen.
     
    Nu hebben ze bij Proximedia/BeUP en MKB ClickService schijnbaar een andere taktiek: speel het via de individuele ondernemer. Houd hem de worst voor die hij logischerwijs niet kan weerstaan, en kijk of de ondernemer zelf de berichten offline krijgt. Want die ondernemer wil gewoon verder met ondernemen en niet gevangene zijn van een procedure bij de rechtbank, met alle tijd en kosten die daarmee gemoeid zijn.
     
    Op die manier zijn we gedwongen te kiezen: hechten we aan onze principes en laten we Jan stikken met hoge kosten en gevaar voor zijn onderneming of maken we de uitzondering die de regel bevestigt? En als we dan toch voor deze keuze geplaatst worden, dan kunnen we net zo goed meteen onze mening geven over deze praktijken. En er zelfs een positieve draai aan geven.
     
    Online doet MKB Clickservice aan windowdressing….
     
    Proximedia/BeUP en MKB ClickService doet zich op dit forum voor als een prima bedrijf. Een bedrijf dat de discussie aangaat, dat coulant is, dat oplossingen zoekt voor klanten die hun bedenkingen hebben bij de overeenkomst die ze met Proximedia/BeUP en MKB ClickService gesloten hebben.
     
    Sterker nog – getuige deze quote – vindt Proximedia/BeUP en MKB ClickService het prima dat online meningen worden gegeven, zolang deze niet ongegrond is.
     

     
    …maar eigenlijk wil MKB Clickservice alles wat negatief is offline hebben
     
    Achter de schermen is het tegenovergestelde waar. Proximedia/BeUP en MKB ClickService is niet coulant met bestaande spijtoptanten. Althans, niet in het geval van Jan. Proximedia/BeUP en MKB ClickService vindt online kritiek helemaal niet prima maar probeert deze kritiek achter de schermen offline te krijgen en is bereid daar duizenden euro’s omzet voor mis te lopen in het geval van Jan.
     
    En ook is MKB Clickservice niet coulant met VisualMedia, en met andere kritisch geschreven stukken die hoog scoren in Google. Soms brengen ze zelfs een persoonlijk bezoek aan de schrijver om die te overreden zijn artikel aan te passen, en zo hebben we nog diverse voorbeelden waarin MKB Clickservice en haar rechtsvoorgangers continu laat zien dat hun online coulante opstelling slechts schone schijn is.
     
    Met dat in het achterhoofd kun je je afvragen hoeveel er waar is van alle andere beweringen van MKB CLickservice
     
    Proximedia/BeUP en MKB ClickService is een bedrijf dat online aan windowdressing doet maar het onderliggende bedrijfsmodel dat gebaseerd is op agressieve colportage gewoon in stand houdt. Dat bedrijfsmodel is op wat punten en komma’s na niet veranderd als we de afgelopen periode met klachten mogen geloven. Ter illustratie van de stelling dat het bedrijfsmodel vrijwel niet veranderd is willen we wijzen op onderstaande quote die we online tegenkwamen….uit 2001 (!!)
     

     
    Valt er nog wat positiefs te melden in dit hele verhaal over MKB Clickservice?
     
    Welke positieve draai kunnen we nou geven aan het dilemma waar we mee geconfronteerd worden: verwijderen of niet verwijderen? Er zit een leereffect in! Ondernemers zien dat Proximedia/BeUP en MKB ClickService bereid is claims te reduceren en zelfs geheel weg te strepen, als boze klanten maar veel kabaal maken en daarna hun klachten intrekken. We hadden dat al eerder opgemerkt.
     

     
    De les lijkt dan ook: klaag, klaag en klaag! Wanneer je als ondernemer meent dat je een overeenkomst bent aangegaan die veel minder mooi blijkt dan je was voorgespiegeld en je kan niet in der minne tot een oplossing komen, aarzel dan niet om je ervaringen te delen met andere ondernemers. Dit forum is een plek waar ondernemers ervaringen kunnen delen; er zijn meer plekjes. Gebruik die!
     
    Wij weten uiteraard niet of een klacht terecht is, dat kunnen betrokken partijen aan de rechter voorleggen. We merken wel op dat er enige rechtsongelijkheid ontstaat als het claimende bedrijf bereid is om de claim in te trekken als de klagende partij zijn kritiek van het openbare internet verwijdert. Wij vinden ook dat iedereen die mogelijkheid moet krijgen. Hoe noemen ze dat ook weer: level playing field! Zijn we helemaal voor.
     
    Maar het beste is uiteraard wanneer klant en leverancier klachten samen kunnen oplossen. Zonder valse trucjes. Zonder tussenkomst van de rechter. Daar hebben we al eerder een column over geplaatst op HL.
     
     
    Moderatieteam Higherlevel.nl
     
    NB: Proximedia/BeUP en MKB ClickService heeft momenteel als handelsnaam ‘MKB Clickservice’ en is ook onder die naam op higherlevel actief.
     
     
     
     
     
     
     
    Een persbericht is als een 'elevator pitch'. Je moet meteen je punt maken. Toch slagen maar weinig persberichten daarin. Vaak worstelen de opstellers ervan met de keuze voor hetgeen ze willen vertellen en dat komt tot uiting in de tekst. Ze verliezen de aandacht van de journalist al in de kop of de inleiding. Hieronder tien stappen die je helpen om in een persbericht doelgericht je boodschap te verkopen.
     
    Maar eerst het probleem. Je hebt luttele seconden om je lezer ervan te overtuigen dat je iets zinvols te vertellen hebt. Een blogger krijgt van de gemiddelde websurfer daarvoor ongeveer 10 seconden, zo blijkt uit onderzoek. Maar op een nieuwsredactie krijg je doorgaans maar een fractie van die 10 seconden om je punt te scoren.
     
    Selectie in de ‘news room’
     
    Er zijn onderzoeken bekend die iets zeggen over de nieuwsselectie van journalisten. Maar die beperken zich tot bepaalde (kansrijke) groepen persberichten. Ze zijn daarom onvoldoende representatief voor de dagelijkse stroom berichten die nieuwsredacties verwerken.
     
    Ik heb daarom mijn eigen selectiemethode eens onder de loep genomen. Luister en huiver. Het aantal persberichten dat ik opvolg en verwerk tot redactionele kopij is minder dan 10 procent. Als ikzelf persberichten selecteer voor publicatie of navolging dan valt ongeveer 80 procent van de berichten al af bij de kop. Dat is in de eerste seconde. Van circa 20 procent lees ik de kop en de lead. Die krijgen dus een slordige 5 tot 10 seconden van mijn onverdeelde aandacht. Uit die 20 procent selecteer ik de berichten die ik helemaal doorlees, één op de tien persberichten ongeveer (van het totale aanbod).
     
    Selectiecriteria
     
    Waar letten journalisten op bij de selectie van persberichten? Welnu, dat is een mix van inhoudelijke, maar zeker ook van praktische afwegingen. Belangrijk is het om te beseffen dat die afwegingen vaak in een ‘split second’ worden gemaakt. Hieronder de belangrijkste:
     
    Relevantie: heeft het bericht nieuwswaarde voor mijn doelgroep?
    Betrouwbaarheid: wat is de agenda van de afzender? Wat wil die bereiken met het bericht?
    Reputatie: heb ik van deze afzender in het verleden veel nuttige of juist veel onbruikbare persberichten ontvangen?
    Gemak: is het veel werk om dit bericht te verwerken? Is de tekst ‘printklaar’ of moet ik die helemaal herschrijven? Heb ik extra bronnen nodig? Zijn die makkelijk te vinden?
     
    Lange nieuwsteksten
     
    Een persbericht is geen blog. Hou het kort. Vermijd vooral lange koppen en leads. Die vallen meestal slecht bij nieuwsredacteuren. Een ervaren redacteur weet dat lange inleidingen doorgaans indicatief zijn voor de volgende manco’s:
     
    de afzender weet zelf niet goed wat de nieuwswaarde is van het bericht (reden voor een nieuwsredacteur om er weinig aandacht aan te schenken)
    de afzender heeft een ‘dubbele agenda’. Die wil eigenlijk iets anders onder de aandacht brengen dan het nieuws (reden tot terughoudendheid en kritische beschouwing van het bericht).
     
    Hoe voorkom je als schrijver van een persbericht dat je een te lange tekst maakt die niet tot de kern (het nieuws) komt? Hier volgt een stappenplan om je persbericht voor te bereiden en te schrijven:
     
    1. Bedenk (en bespreek met je opdrachtgever) wat jij wil melden. Wat is jullie belang bij het persbericht?
    2. Formuleer die doelstelling duidelijk voor jezelf. Maak er een snedige kop van. Hoe korter je het kunt formuleren, hoe beter.
    3. Gooi die kop vervolgens weg.
    4. Verplaats je nu in de belevingswereld van de nieuwsredacteuren die je benadert. Vraag je af wat voor nieuws je hen (en hun doelgroep) te melden hebt.
    5. Als je daar uit bent, doe dan even een check. Vraag je af of jouw nieuws feitelijk en aantoonbaar is. Heb je er betrouwbare bronnen bij (een onderzoek bijvoorbeeld)? Moet je één van beide vragen met ‘nee’ beantwoorden, ga dan terug naar stap 4.
    6. Maak van je nieuws een kernachtige kop. Probeer daarin niet genuanceerd te zijn. Ga gerust kort door de bocht. Je krijgt verderop heus wel de kans om je verhaal in perspectief te plaatsen, maar zorg eerst dat je je lezers meeneemt in je verhaal.
    7. Maak een ‘topische’ tekst. Maak je punt (vertel het nieuws) en leg uit wat je daarover weet. Elke zin en alinea vertelt iets over voorgaande zin of alinea (hier meer over ‘topisch’ schrijven).
    8. Ga nu terug naar je prullenmand en haal de kop uit stap 2 daaruit.
    9. Sla een brug tussen het nieuws en de boodschap die jij voor het voetlicht wil brengen. Leg uit wat het verband is. Heb jij bijvoorbeeld de oplossing voor het probleem dat je in de kop (en lead) aansnijdt? Of gaat dit nieuws misschien een staartje krijgen tijdens een evenement dat jouw opdrachtgever organiseert (een ‘cliffhanger’)?
    10. Bel de redactie. Speel open kaart met de nieuwsredacteur over jouw agenda. Geef de redacteur eerst het nieuws en leg dan uit wat jij graag wilt vertellen over dat onderwerp. Je zult zien dat de redacteur je openheid op prijs stelt en je ter wille is. Zo niet, dan heb je in ieder geval bereikt dat je het thema waarover jouw boodschap gaat het nieuws heeft gehaald. Daar kun jij (of jouw opdrachtgever) dan op andere manieren weer op inhaken.
     
    Deze column verscheen eerder hier
    Gestapeld financieren is hot. In dat kader is er verspreid over het land sprake van groeiend enthousiasme voor het kredietunie concept. De tijd lijkt ook meer en meer rijp voor deze vorm van duurzaam of maatschappelijk ondernemen. Bedrijven met een kredietvraag tot 250.000 euro zijn er voldoende. Gemotiveerde ondernemers en bankiers in ruste met een overschot aan geld en beschikbare tijd ook. De uitdaging is dat relevante netwerkpartners lokaal samenwerken om een volwaardig en betrouwbaar spaar- en kredietbedrijf op poten te zetten. Wie helpt mee?
     
    In april jl. is de Wet Toezicht Kredietunies (WTK) door de Eerste Kamer geaccepteerd. Het staat kredietcoöperaties nu vrij om zonder bankvergunning, via een gezamenlijke kas, tot maximaal 10 miljoen*1) euro spaargeld van ondernemers aan te trekken. Dat spaargeld wordt vooral weer uitgeleend aan kredietwaardige klein-zakelijke ondernemingen die, zoals bekend, worstelen met de toegang tot bankfinanciering. Het oprichten en exploiteren van zo’n kredietunie vereist bundeling van maatschappelijke betrokkenheid, ondernemerschap, ervaring en expertise in bedrijfsfinanciering bij de initiatiefnemers. Not-for-profit Kredietunies worden grotendeels door vrijwilligers geïnitieerd en geleid. Vrijwilligers maar geen amateurs. Het opzetten van een kredietunie is niets anders dan het opzetten van een nieuw bedrijf. Door samenwerkende professionals.
     
    Het initiatief tot het oprichten van een kredietunie wordt in de praktijk vaak genomen door een branchevereniging of door enkele gemotiveerde lokale ondernemers met een oud-bankier en een accountant of notaris in ruste. Samen met professionele kredietspecialisten, juristen en andere maatschappelijk betrokkenen richten zij zo’n kredietcoöperatie als nieuw bedrijf op en zij dragen zorg voor de continuïteit. Uit hun midden worden de vrijwilligers voor het Bestuur, de Raad van Toezicht en een Raad van Advies aangezocht. Zij installeren een kredietcommissie die zich een professionele mening vormt over de ondernemerscapaciteiten, over het plan en de risico’s van kredietvragers. Betaalde functionarissen worden pas in latere instantie (part time) ingehuurd tegen een vergoeding voor kredietbeoordeling en -administratie en secretariaat.
     
    In elk geval moeten er altijd specialisten met kennis van bedrijfsfinancieringen aan verbonden worden. Opvallend vaak zijn dat ex-medewerkers van Rabobanken maar lang niet altijd. Meestal participeren die in de rol van oprichter, bestuurder en/of als geldschieter. De initiatiefnemers moeten over een goede reputatie beschikken en ze zijn vaak tot op zekere hoogte financieel onafhankelijk. Het is absoluut noodzakelijk dat initiatiefnemers, zeker in aanvang, flink wat tijd kunnen vrijmaken voor de oprichting en de fondsenwerving. Daarvoor moeten zij onderling goed kunnen samenwerken en als initiatiefgroep over een uitgebreid lokaal sociaal-zakelijk én politiek relatienetwerk beschikken.
     
    Menig oud-ondernemer investeert zelf vaak al risicovol in één of meer andere bedrijven. Kredietunie initiatiefnemers en hun leden blijken echter niet primair door rendement gedreven. Zij tonen zich vooral gemotiveerd door het leveren van een maatschappelijke bijdrage. In dit geval hun inzet voor het toegankelijk maken en houden van krediet voor de actieve lokale klein-zakelijke ondernemers. Wat hen daarnaast aanspreekt is de combinatie van de vergroting van hun netwerk en het realiseren van enige mate van risicospreiding met elkaars spaargelden via de gezamenlijke spaarkas van de coöperatie. Precies zoals W.F. Raiffeisen dat zo’n 150 jaar geleden succesvol in Duitsland lanceerde.
     
    Samenwerkende ondernemers met belangstelling voor maatschappelijk verantwoord handelen die elkaar qua ervaring en competenties aanvullen, die over veel tijd beschikken en een uitgebreid netwerk hebben. Dát zijn in de praktijk de belangrijkste basisvoorwaarden voor succes. Dat blijkt relevant om een van de eerste hobbels te nemen: het organiseren van funding tussen de 50.000 en 100.000 euro voor de opstart- en aanloopkosten. Maar ook om daarvoor sponsoring los te krijgen en om snel een brede ledenbasis van spaarders op te bouwen. Daarnaast moet marketing en communicatie vorm worden gegeven. Er moet een adequate administratie worden ingericht etc. etc.
     
    Kortom, er wordt een serieus bedrijf opgericht. De inzet van de initiatiefgroep en actieve leden bepaalt of er een levensvatbaar en op continuïteit gericht financieringsbedrijf tot stand komt dat bewust omgaat met het spaargeld én met de kredietrisico’s. Bestuur en leden moeten daar samen de schouders onder zetten.
     
    In de praktijk lijkt het eenvoudiger om tot een door een branchevereniging geïnitieerde (zg. sectorale) kredietunie te komen. Branchevereniging leveren er in eigen kring toegevoegde waarde mee en men kan er sector experts, mensen en middelen voor vrijmaken. Geïnteresseerde ondernemers wenden zich daartoe het beste tot hun eigen branchevereniging.
     
    Bij regionale kredietunies bouwen de ondernemers het met elkaar op. Valkuilen daarbij zijn een te smalle initiatiefgroep of dat vooral enthousiaste zzp’ers toetreden die er onvoldoende structureel tijd voor kunnen vrijmaken. Actieve ondernemers, zzp’ers en consultants vormen belangrijke bouwstenen voor zowel de initiatiefgroep als binnen de ledenbasis. Voor snelheid en continuïteit kan zo’n project beter worden gedragen via samenwerking van goed bekend staande lokale ondernemers in ruste.
     
    Wie actief een bijdrage wil leveren om het mkb op deze sympathieke wijze aan nieuwe extra financieringsbronnen te helpen of om een van de bestaande 162 lokale projecten tot een succes te maken is van harte welkom.
    Voor meer informatie zie: de Vereniging van Kredietunies in Nederland (VKN)
     
    *1) Boven de 10 miljoen is er sprake van een intensievere vorm van toezicht en boven de 100 miljoen is een bankvergunning vereist.
     
    Rotterdammer Marc Kabbedijk van Ferry Store verkoopt in zijn winkel niet alleen boeken maar schenkt ook alcohol. Ondanks een moeizaam vergunningstraject vond hij een bereidwillige gemeente tegenover zich.
     
    Om een hotel in India te openen heb je 34 tot 40 vergunningen nodig, zo vertelde een hoteleigenaar in New Delhi laatst in een reportage van de NOS. Het duurde een jaar voordat hij alle vergunningen bij elkaar had. Gelukkig is het in Nederland niet zo erg gesteld met de bureaucratie. Toch kan het ondernemersklimaat in mijn woonplaats Rotterdam naar mijn mening een stuk beter.
     
    Als financieel journalist kom ik vaak ondernemers tegen die hun groeiambities niet kunnen verwezenlijken vanwege een te hoge regeldruk. Aan de hand van praktijkverhalen wil ik de problemen die ondernemers ondervinden voor het voetlicht brengen. Zo sprak ik onlangs Marc Kabbedijk, eigenaar van Ferry Store aan de Westblaak 127. Hij vertelde dat het ruim een jaar duurde voordat hij zijn winkel in Rotterdam kon openen. Veel te lang natuurlijk. Het probleem lag in de mengformule van horeca en detailhandel. Dat is niet zomaar toegestaan in Rotterdam, net als overigens in de meeste Nederlandse gemeenten.
     
    Veel voorwaarden
    Zoals een echte ondernemer betaamt, zette Kabbedijk zijn plannen echter door. ‘We wilden naast ons Ferry magazine ook boeken en dvd’s in het gay genre gaan verkopen. Hier is belangstelling voor, maar de omzetsnelheid is laag. Door onze klanten ook een broodje en een biertje aan te bieden, kunnen we toch een goed rendement maken’, vertelt Kabbedijk.
     
    Samen met de gemeente ging hij op zoek naar een geschikt pand. Dat werd gevonden aan de Westblaak. Hier stond een kantoorruimte leeg met een zeer beperkt verhuurperspectief, waardoor de eigenaar graag wilde meewerken aan een herbestemming van het pand. Om er een winkel- en horecabestemming voor te krijgen, werd een bouwaanvraag ingediend.
     
    Pas als de herbestemming rond is, gaat de gemeente kijken of je in aanmerking komt voor een horecavergunning. Daarvoor moet je aan veel voorwaarden voldoen, zegt Kabbedijk. ‘Ik had gelukkig een goede architect die in nauw contact stond met de bouwinspecteur. Niet alleen hadden we extra nooduitgangen nodig, ook moest het horecagedeelte afgescheiden zijn van de winkel. Dit hebben we heel creatief met een bar in het midden en een mobiele scheidingswand opgelost.’
     
    Nooit zekerheid
    Terugkijkend vindt Kabbedijk de onzekerheid gedurende het hele proces nog wel het vervelendste. ‘Bij de gemeente hoor je dat je kans maakt om alle benodigde vergunningen in de wacht te slepen, maar zekerheid krijg je niet. Dat snap ik, want de brandweer moet bijvoorbeeld ook het plan goedkeuren. Maar ondertussen had ik wel al een huurcontract voor het pand getekend.’
     
    Het lastigste was nog de alcoholvergunning. Hier moest volgens Kabbedijk het nodige lobbywerk aan te pas komen. In de huidige horecanota is uitbreiding van horeca aan de Westblaak namelijk niet toegestaan. Gelukkig voldeed Krabbedijk aan alle voorwaarden en kreeg hij veel hulp van Gábor Everraert, werkzaam bij de afdeling Stadsontwikkeling van de gemeente Rotterdam. ‘Via een bevriend oud-gemeenteraadslid ben ik met hem in contact getreden. Hij heeft zich vanaf het begin sterk gemaakt voor ons plan’, zegt Kabbedijk.
     
    Investeer in je netwerk
    Over de dienstverlening van de gemeente heeft Kabbedijk sowieso weinig te klagen, al zou de besluitvorming volgens hem wel wat sneller mogen verlopen. ‘Natuurlijk zijn er zaken die beter kunnen. Dit geldt echter ook voor mijn eigen bedrijf. Ik hoor ondernemers vaak klagen over de overheid, maar we hebben nu eenmaal wetten en regels. De gemeente kan een gunstig ondernemersklimaat scheppen, maar je moet het vervolgens wel zelf doen.’
     
    Volgens hem is de regeldruk in Rotterdam overigens al aanzienlijk verlaagd. Zijn advies aan andere ondernemers: ‘laat je niet op voorhand weerhouden door allerlei regels en zet je plannen gewoon door. Investeer ook in je netwerk, want contacten met de overheid kunnen veel profijt opleveren.’
     
    Het verhaal van Kabbedijk toont nog maar eens aan dat er in Nederland nog steeds teveel regels zijn waar ondernemers aan moeten voldoen. Positief is dat de gemeente Rotterdam hem graag wilde helpen. Dat stemt mij optimistisch over de bereidheid om de regeldruk verder te verlagen. De gemeente heeft zelfs een speciaal meldpunt in het leven geroepen waar ondernemers terecht kunnen om regeldruk te verminderen (meldpuntregels@rotterdam.nl). Hier moet natuurlijk wel gebruik van gemaakt worden.
     
    “Potverdikkeme nog an toe, zo gaan we niet met elkaar om in Nederland”. Zoiets moet Klijnsma, onze staatssecretaris van SZW, in de haar zo kenmerkende ‘dreuteltaal’ hebben gezegd toen ze vorig jaar vernam van het plan van de gemeente Enschede om bijstandsgerechtigden te dwingen hun pensioen eerder te laten ingaan. Al snel werd echter duidelijk dat het plan onhaalbaar was, waarop Enschede het weer introk.
     
    Pensioen beschermd, lijfrente onbeschermd

    Ongeveer gelijktijdig speelde de lobby om een pensioenfonds op te richten voor zelfstandigen. Ook daar kwam het bijstandsrisico aan bod. Het ZZP-pensioenfonds is namelijk geen ‘echt’ pensioenfonds met een beschermde constructie zoals dat bij werknemers het geval is, maar een lijfrentevoorziening. De gemeente kan iemand dwingen om, ondanks de fiscale boete die er op staat, zijn lijfrentevoorziening eerst te gelde te maken voordat er recht op bijstand ontstaat.
     
    Lijfrente ook beschermen

    De staatssecretaris was gevoelig voor de wens om de lijfrente-opbouw voor zzp-ers ook (tot op zekere hoogte) te beschermen. En omdat er ook werknemers zijn die geen of een slechte pensioenopbouw hebben, wil ze de bescherming ook laten gelden voor werknemers die via lijfrente (ook wel ‘banksparen’ genoemd) een aanvullende oudedagsvoorziening opbouwen.
     
    In december 2014 heeft Klijnsma al een brief aan de Tweede Kamer gestuurd. Kennelijk is het er pas op 17 april 2015 van gekomen om haar voorstel, via minister Asscher, door de ministerraad te loodsen. Want toen werd wereldkundig gemaakt dat er een wetsontwerp zal worden ingediend met een beoogde ingangsdatum van 1 januari 2016. De concepttekst van de wet is nog niet openbaar. We moeten het dus nog even doen met de informatie van december 2014 en het persbericht van 17 april 2015.
     
    Lijfrentevermogen beschermd, eigen vermogen onbeschermd

    Het persbericht juicht over een vrijgesteld lijfrentevermogen van € 250.000. Klinkt goed niet? Want tweeëneenhalve ton is een hoop geld. Bovendien is de inleg binnen bepaalde grenzen fiscaal aftrekbaar. De eerste conclusie is dan ook dat je je geld beter in ‘banksparen’ (lijfrente) dan ‘gewoon sparen’ kunt steken. Immers, eigen vermogen is in de bijstand maar voor zo’n € 6.000 vrijgesteld voor een alleenstaande. Voor een gezamenlijke huishouding geldt een vrijstelling van circa € 12.000. Bedenk daarbij overigens wel dat je ‘banksparen’ vervolgens niet meer kunt gebruiken voor de aanschaf van bijvoorbeeld een auto of investering in je bedrijf. Voldoende eigen vermogen aanhouden blijft vanuit praktische redenen dus een ‘must’.
     
    Randvoorwaarden

    Als het bij het bovenstaande blijft, zou het haast te mooi zijn om waar te zijn. Niet verwonderlijk daarom dat de brief van de staatssecretaris van december 2014 toch wat ‘mitsen en maren’ bevat. Of deze uiteindelijk het wetsvoorstel halen, is nog niet bekend, maar dat lijkt wel realistisch.
     
    Haar brief vermeldt de volgende punten die de aandacht trekken:
     
    [*]“Niet vrijgelaten pensioenvermogen moet te gelde worden gemaakt.” Betekent dit dat tot nu toe opgebouwd lijfrentekapitaal niet is beschermd? Of betekent dit dat alleen het meerdere boven € 250.000 niet is beschermd?
     
    [*]“Het bedrag van € 250.000 komt overeen met een bedrag dat op de pensioendatum benodigd is voor een pensioen ter hoogte van de AOW-uitkering”. Stel dat je nu met pensioen zou gaan, dan is dit kapitaal goed voor een levenslange waardevaste lijfrente-uitkering van ongeveer € 8.000 op twee levens. De min of meer waardevaste AOW voor een alleenstaande is momenteel rondom € 14.000 bruto per jaar, die voor een samenwonende persoon circa € 9.800. De AOW is momenteel dus ruimer dan de lijfrente-uitkering die voor € 250.000 kan worden verkregen.
     
    [*]“De bescherming geldt alleen als de lijfrentevoorziening ten minste vijf jaar voorafgaand aan de bijstandsaanvraag is getroffen en er in elk van deze vijf jaar ten minste enige inleg heeft plaatsgevonden.” De vraag is of dat vijf jaar vanaf 1 januari 2016 is, of dat de voorziening eenvoudigweg tenminste al vijf jaar moet hebben bestaan.
     
    [*]En tot slot: in de toetsingsperiode van vijf jaar mag er per jaar niet meer dan € 6.000 per jaar aan lijfrentepremie zijn ingelegd. Het deel dat er bovenuit komt, valt niet onder de bescherming.
    Allemaal belangrijke voorwaarden waarvan het, zoals gezegd, nog de vraag is in hoeverre ze daadwerkelijk in de wet komen.

    Conclusie
     
    Het is mooi dat lijfrenteopbouw straks buiten de bijstandsverrekening wordt gehouden, zeker in vergelijking tot het nauwelijks beschermde eigen vermogen. Maar het is nog geen automatisme dat uw lijfrentevermogen ongeschonden uit de strijd komt.
    Veel Nederlandse ondernemers zullen het varkentje zelf wel eens even wassen: een naam bedenken voor hun bedrijf. Maar moet je dat wel zelf doen, eigenlijk?
     
    Ik heb het er soms over met vakgenoten. Nederlandse ondernemers zullen dingen vaak zelf wel eens eventjes regelen. Want geld uitgeven aan zo’n naamstrateeg, wat doet die nou helemaal? Of zo’n creatief, wat heeft die toe te voegen - en waarom moet dat zo duur zijn?
     
    Nee hoor, kladblokje erbij en lekker brainstormen.
     
    Was het maar zo’n feest. Regelmatig krijg ik mensen aan de lijn die vastgelopen zijn in hun gebrainstorm. Of me een paar ideeën mailen met de vraag welke ik de beste vind. Het enige wat ik hoef te doen om een existentiële crisis te veroorzaken is vragen: Wat wil je er eigenlijk precies mee zeggen? Wat is je strategie? Wat zijn de merkwaarden?
     
    Oh ja. Daar moet je natuurlijk wel goed over nagedacht hebben. Want met zomaar een leuke vondst ben je er niet.
     
    Ik vertel je vijf redenen waarom je niet zelf je nieuwe bedrijfsnaam moet bedenken.
     
    1. Het is moeilijk
    Waarom is het moeilijk? Omdat, als je het goed wilt doen, je rekening moet houden met de strategische doelstellingen, de naam herkenbaar moet blijven, de naam nog niet mag bestaan, geen vreemde bijbetekenissen mag hebben, te onthouden moet zijn, moet blijven hangen, niet alleen de opdrachtgever moet aanspreken maar vooral de klant van de opdrachtgever, er ook nog een beetje goed uit moet zien (sommige letters zijn erg lelijk bij elkaar) en uit te spreken zijn, zonder het uit te hoeven leggen (Ja, nee, je moet dan die 2 uitspreken als ‘to’ en het is dan met dubbel s, en de rest dan in het Nederlands.). Als die naam er dan staat dan moet ‘ie zo vanzelfsprekend zijn dat mensen niet geloven dat ‘ie nog niet bestond. Dat het bijna niet uit te leggen is dat het zo’n uitdaging was om die naam te bedenken.
     
    2. Het is een kunst
    Daarmee bedoel ik, dat je niet eventjes een formule kunt toepassen om tot een goede naam te komen, ook al willen sommige websites je dit laten geloven. Je denkt aan zus, je denkt aan zo, je bedenkt wat opties en klaar is Kees.
     
    Is dat zo?
     
    Nee. Lang niet altijd.
     
    Je zult hopeloos verdwalen in een woud van matige tot slechte ideeën. Je zult de kansrijke suggesties per ongeluk over het hoofd zien. Je zult honderd dingen bedenken die je, als je eenmaal even op Google gaat kijken wat er nog beschikbaar is, allemaal al bedacht zijn en geclaimd, soms gewoon om het claimen, maar toch kun je er dan niks meer mee.
     
    Je weet niet meer waar je het zoeken moet. Iets met een Grieks woord anders? Of toch een grappige klanknabootsing? Misschien een guitige oud-Hollands(ch)e referentie, of een duur staande “ck” in plaats van een ordinaire “k”? Of, nee, iets met de beginletters van onze namen! Waarom niet iets wat lijkt op dat ene bedrijf wat ongeveer net zoiets doet als wat wij doen?
     
    De kunst is om door te gaan, om te weten wat je grondstoffen moeten zijn om tot een stevige naam te komen die iets kan vertolken. Die een merk kan neerzetten. Die mensen kan laten oplaaien als ze zijn ingedut. Die effect hebben.
     
    3. Na een tijdje wordt het een straf
    Als je voor je eigen bedrijf een creatief proces doorloopt en je bent hier niet ervaren in dan wordt waar je mee bezig bent vaak een ramp. Met haat pak je je lijstje krabbels er bij en vraag je je af waarom je er ook alweer aan begonnen bent. Eigenlijk zou iemand anders dit moeten doen.
     
    4. Als er meerdere mensen bij betrokken zijn wordt het proces vaak ugly.
    Wanneer ik iemand van een organisatie spreek waar ze zelf een nieuwe naam aan het bedenken zijn en ik leg uit dat proces ugly wordt weten ze vaak meteen waar ik het over heb. Want de directeur wil zus, de communicatiespecialist kent de strategie beter en wil zo maar kan het er niet echt goed doorheen gedrukt krijgen, uiteindelijk gaan de mensen zélf - want zo krijg je draagvlak, toch? - namen bedenken en de beste wordt uitgekozen. Maar de beste is vaak nog maar een matige. Zo krijgen een hoop bedrijven en organisaties een naam die weliswaar nieuw is, maar niet echt een verbetering.
     
    5.Je eigen creatie beoordelen is moeilijk
    Goed. Het is je gelukt, je hebt een naam bedacht die best aardig is. Maar hoe ga je nu beoordelen wat je er werkelijk van vindt en of het een goede naam is geworden? Misschien ben je er al wel te veel mee getrouwd inmiddels, of wil je er in vredesnaam een keer klaar mee zijn, ‘dus doe die maar’. Of blijf je twijfelen tussen twee opties en hoe vaak je je compagnon ook vraagt om advies, je komt er niet uit. Je eigen criticus zijn, je eigen feedback verzorgen: het is moeilijk.
     
    Dus.
     
    Begrijp me niet verkeerd. Als je er goed in bent moet je het gewoon zelf doen. Als je kan denken als een strateeg, merkexpert, taalvirtuoos en jurist: niet uitbesteden.
     
    In alle andere gevallen: maak gebruik van de fantastische naamcreatie-experts die er in Nederland rondlopen.
     
     
    Vanaf 1 januari 2015 is de Participatiewet in werking getreden. De wet, voorheen bestaande uit de losse wetten Wet Werk en Bijstand (WWB), Wet sociale werkvoorziening en de Wajong, heeft als doel om arbeidsbeperkten te ondersteunen bij arbeidsinschakeling bij een willekeurige werkgever. Het is dus niet meer alleen van toepassing op sociale werkplaatsen. Onder arbeidsbeperkten worden mensen met een ziekte, handicap of bijstandsuitkering verstaan.
     
    Veranderingen
     
    De wet zal gedecentraliseerd uitgevoerd worden. De gemeenten krijgen meer bevoegdheid. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet. De wet mag niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Alle dossiers van mensen met een Wajong worden opnieuw bekeken. Ook wordt een groot gedeelte van deze mensen opnieuw beoordeeld op de Wajong.
     
    Wanneer het UWV bij een beoordeling bepaalt dat mensen met een Wajong kunnen werken en deze mensen werken niet, dan zal de uitkering worden verlaagd van 75% naar 70% procent van het minimumloon. Wanneer er niet gewerkt kán worden, blijft de uitkering op 75% van het minimumloon.
     
    In totaal zullen bedrijven 100.000 arbeidsbeperkten aan het werk moeten helpen. De overheid zal nog eens 25.000 mensen extra aan het werk helpen. Die doelstelling heeft een einddatum op 2026.
     
    De regering heeft tevens een quotum ingesteld. Wanneer het aantal nieuwe werkplekken niet wordt behaald, dan zullen de bedrijven die geen arbeidsbeperkten inzetten een boete kunnen verwachten van € 5.000,- per niet ingevulde werkplek. Uiteindelijk gaat het om 5% arbeidsgehandicapten per werkgever.
     
    Ondersteuning
     
    Gemeenten zullen bijspringen, evenals de regering. Zo worden ondernemers gecompenseerd voor de loonkosten bij ziekte-uitval. Ook zullen bepaalde premies worden verlaagd wanneer mensen met een beperking worden aangetrokken. Zo kunnen bedrijven bijvoorbeeld loonkostensubsidie krijgen. Er komen samenwerkingsverbanden, de zogeheten werkbedrijven, waar bedrijven, gemeenten en het UWV zullen overleggen.
     
    Een kleine meerderheid (51%) van de bedrijven omarmt de nieuwe Participatiewet. Toch blijkt 2 op de 5 bedrijven nog niet te weten hoe er invulling kan worden gegeven aan de nieuwe wet, blijkens onderzoek onder honderden bedrijven door Randstad.
     
    Uitzendbureaus en detacheringsbedrijven hebben al toegezegd om ook bedrijven te ondersteunen in het creëren van banen voor arbeidsgehandicapten.
     
    Kritiek
     
    Toch zijn er kanttekeningen te plaatsen bij de nieuwe Participatiewet. De regering gaat ervan uit dat werkgevers, met behulp van gemeenten en uitzendbureaus, genoeg banen zullen creëren de komende jaren voor de groep arbeidsbeperkten.
     
    Er kunnen daarnaast vraagtekens worden geplaatst bij de 5% ingehouden Wajong-uitkering wanneer een arbeidsbeperkte wel kan werken, maar niet wil werken. Waar is deze 5% op gebaseerd? We praten reeds over zeer lage inkomensbedragen, maar wat is de beweegreden van de overheid om een Wajong uit te keren van 70% van het minimumloon?
     
    Een ander kritiekpunt komt vanuit de werkgeverskant. Het is een drogreden om te stellen dat banen zullen worden ingepikt. Door de nieuwe wet zijn arbeidsbeperkten ook arbeidsgeschikt en wanneer het om dezelfde capaciteiten gaat, gelijk ieder ander. Een drukkere bezetting op de arbeidsmarkt is gewoonweg niet meer te voorkomen, maar gevolg is wel dat de werkloosheid minder hard zal dalen. Wel worden nieuwe banen gecreëerd voor mensen die arbeidsbeperkten zullen ondersteunen bij hun werkzaamheden. Maar hebben bedrijven en gemeenten wel de financiële middelen om te investeren in deze nieuwe functies?
     
    Mensen met een arbeidsbeperking die een hoger opleidingsniveau hebben, zullen minder uitzicht hebben op een baan. Dit komt door het quotum dat is ingesteld. Wanneer er niet genoeg banen worden gecreëerd voor arbeidsgehandicapten, dan zullen bedrijven boetes ontvangen wanneer ze nog niet iemand in dienst hebben.
     
    Arbeidsbeperkten die zelfstandig tussen de 30% en 100% van het minimumloon vallen, zullen onder het quotum vallen. Arbeidsbeperkten met een hoger opleidingsniveau niet. Wanneer bedrijven aan het quotum moeten voldoen, zullen ze minder geïnteresseerd zijn in deze groep mensen met een beperking.
     
    Ook zijn er veel regio's, zoals de provincies Limburg en Groningen, waar het aantal arbeidsbeperkten gemiddeld hoger ligt dan in andere regio's en waar bovendien de werkgelegenheid achterloopt op andere regio's in Nederland. Het creëren van banen in een krappe arbeidsmarkt lijkt dus niet altijd haalbaar.
     
    Praktijk
     
    Kortom, in theorie zijn er al veel vraagtekens te plaatsen bij een succesvolle integratie van arbeidsbeperkten. Bovendien is pas op lange termijn na te gaan of het stimuleren van arbeidsbeperkten op de arbeidsmarkt daadwerkelijk succesvol was op micro- en macroniveau.
     
    Welke voordelen en nadelen ervaart u binnen uw eigen bedrijf? De theorie staat los van de praktijk. Juist deze ervaringen zijn belangrijk om te delen. Zijn de doelstellingen wel haalbaar voor bedrijven en wat zullen de gevolgen zijn wanneer er daadwerkelijk boetes zullen worden uitgedeeld?
    Log in om dit te volgen  

×

Cookies op HigherLevel.nl

Cookies zijn nodig om Higherlevel.nl goed te laten functioneren. Door het gebruik van HigherLevel.nl verklaar je onze voorwaarden te hebben gelezen en te accepteren.

 Meer informatie   Oké