Jump to content
  • Heb je een column, artikel of opiniestuk geschreven over innovatie en/of ondernemerschap? Dan plaatsen we deze na een redactionele check graag op Higherlevel.nl! Middels "voeg column toe" kun je de column plaatsen. Let op: de columnsectie is niet bedoeld voor Online Marketeers die werkzaam/ingehuurd zijn om producten/diensten onder de aandacht te brengen.

  • Onbewust bekwaam imago

    By Rkanne

    Jij als autoriteit in je vakgebied bent koning Eenoog in het land der blinden. Jij kent je materie als geen ander en daardoor kun je soms onbewust bekwaam zijn. Dat maakt het vooral in de beginfase wel eens moeilijk om te benoemen wat je eigenlijk kan. Truukjes kunnen we allemaal leren, in elk vakgebied. Maar jouw truukje, dat voor jou al zo eigen is, kan voor je klant volslagen nieuw en onbekend zijn. Ze zijn hulpeloos en hebben jou nodig om ze aan de hand mee te nemen jouw koninkrijk in.
     
    Dit kan ook betekenen dat je te veel in vakjargon gaat praten. Dat lijkt heel cool en alsof je er veel verstand van hebt, maar begrijpt je klant je? Dit heeft ook met imago te maken. Je klant kijkt nl. op een totaal andere manier naar jouw dienst of product dan jij. Ben jij in staat om die brug te slaan? Om te zorgen dat de klant geen afstand blijft voelen tussen dat wat jij aanbiedt en hij nodig heeft? Persoonlijke zorg en je taal aanpassen naar het begripsniveau van de klant is onderdeel van je imago, om te zorgen dat je voldoende vertrouwen wekt waardoor je de deal binnenhaalt.
     
    Wat we op de markt ook steeds meer tegenkomen is dat de klant zelf de touwtjes in handen wil houden en vaak meer kennis van zaken heeft dan we denken. Afstand blijven bewaren door heel interessant en geheimzinnig te doen heeft dus geen enkele zin meer.
     
    Warme broodjes
    Deze mindset vraagt je om je kennis te delen met je klant, deze wegwijs te maken zonder de angst dat hij jouw product zelf gaat uitvoeren. Een klant die bij je komt voor een nieuw logo weet steeds beter wie hij is, wat het moet worden en wat de uitstraling moet zijn. Dit belemmert misschien een deel van je creativiteit, maar het kan je ook meer werk opleveren. Exact uitvoeren wat er gevraagd wordt, maakt dat ze daarna voor meer terugkomen. Zelf aan de slag gaan en vasthouden aan het idee dat jij het wel beter weet, maakt dat je uren in iets steekt waarbij de klant later zegt; ‘dit wilde ik niet, ik ga naar iemand anders en ik betaal niet’. Je imago is daarmee volledig aan flarden. Of wellicht exact opgebouwd zoals jij ‘m wilde: je luistert niet naar je klant.
     
    Als je naar de bakker gaat en je vraagt om een wit brood, dan denkt die ook niet; “oh maar die ziet er uit als iemand die liever een diepbruin meergranenbrood wil, dus die lever ik dan maar”. Kan best waar zijn, maar soms wil je vers wit brood om daar dik boter en hagelslag op te plakken. Wat moet je dan met een diepbruin meergranenbrood, dat smaakt helemaal niet.
     
    Wees je dus bewust van je kwaliteiten en pas die op de juiste wijze toe bij je klant. En denk niet dat jij alles beter weet en dat het daarom anders moet, ook al ben je koning. Het maakt je pas echt koning als je klant met het gevoel wegloopt in jouw huid te zijn gekropen en met een waardevol product en nieuwe kennis de deur uitloopt, en dat imago doorgeeft aan iedereen die hij kent.
     
    Groet,
    Rebecca Kanne
     
    Ik werd er nog even subtiel op gewezen: Ik ben mijn belofte niet nagekomen. Het laatste deel over bedrijfswaardering is nog niet verschenen als column. Foei. Dus bij deze, in de herkansing: Overname als groeistrategie: Deel III: De overnamesom.
     
    Waar het allemaal mee begon: Ondernemer Jaap heeft altijd in oude Volvo's gereden en je kon hem uittekenen met zijn praktisch katoen/polyester Makro-confectie kleedje aan het steeds ronder wordende lijf. En ineens komt Jaap in een kekke XKR aangescheurd met een maatwerk krijtstreep om de schouders en een strakke blondine aan de arm (en dat laatste heeft niets met de oorzaak van de XKR en de krijtstreep te maken, maar is eerder het gevolg daarvan ;)).
     
    Trots laat Jaap aan iedereen die het niet horen wil weten dat hij zijn hut verkocht heeft en daar mooi 7x de winst voor heeft gevangen. En iedere keer als een Jaap zo de netwerkborrel betreedt zie je aan de koppen om hem heen dat er driftig (maar o zo onopvallend) gerekend wordt. “Ik doe nu twee ton per jaar, maal zeven is 1.4Mio... daar kan ik ook wel zo'n blondje van betalen...”
     
    Maar is dit nu eigenlijk wel terecht? Heeft Jaap 7x de winst gekregen, is die 7x een ijzeren wet, of zit het één en ander iets genuanceerder in elkaar?
     
    In deel 1 heb ik een poging gedaan mijn visie te verduidelijken op de begrippen “prijs” en “waarde”. De prijs van een transactie is objectief. Men neme de kassabon van de laatste tankvulling bij de BP en het staat onomstotelijk vast wat de prijs van een liter brandstof is. Maar, is de prijs dan ook gelijk aan de waarde? Nee. Waarde is per definitie subjectief.
     
    Ooit, eind jaren '70 was ik met mijn ouders op vakantie in Zuid-Spanje, waar er tijdens een georganiseerd tripje richting Marokko mijn vader spontaan 17 kamelen werd geboden voor mijn moeder. Een treffender voorbeeld van de subjectiviteit van waarde bestaat er bijna niet. Voor de desbetreffende bieder is de prijs van 17 kamelen een “offer you can't refuse”. Voor mijn vader was het reden tot hoofdpijn. Hij had geen idee wat hij met 17 kamelen aan zou moeten. Of hij er later spijt van heeft gekregen dat hij dit aanbod heeft afgeslagen, vertelt deze familiesaga niet...
     
    In deel twee is een alom erkende manier om de waarde van de activiteiten van een onderneming te bepalen aan bod geweest: De discounted cashflow methode. Ofwel: De huidige contante waarde van toekomstige kasstromen. Een lastig begrip wat ik geprobeerd heb te verduidelijken met het Eurappelboompje. Dit boompje geeft heel constant iedere maand 50 licht-zoete, sappige appeltjes met een euro muntstuk als klokhuis. Wat zou bij verkoop van deze boom nu eigenlijk de prijs moeten zijn?
     
    Eigenlijk is deze boom onbetaalbaar, zolang deze waarde (daar heb je 'm) heeft voor de verkoper. Pas als de boom op termijn waardeloos wordt voor de huidige eigenaar, bijvoorbeeld omdat het leven is eindig is (naar het schijnt is dat gesodemieter begonnen met uitgerekend een appelboom), en er geen opvolger klaar staat om de verzorging van de Eurappelboom over te nemen, kan er een prijs bepaald worden voor de boom.
     
    Goed, terug naar anno nu. We hebben dus met de DCF methode een waarde kunnen bepalen voor onze onderneming. Dat wil zeggen: de waarde over de activiteiten van de onderneming. Dat zegt nog helemaal niets over de waarde van de vennootschap (we gaan maar voor het gemak van een aandelentransactie uit). De waarde van de vennootschap wordt mede bepaald door de aanwezige activa en passiva.
     
    Cijfers zijn geduldig, dus we kunnen even lekker gek doen. Volgens de DCF methode hebben de activiteiten van de vennootschap een waarde van 700K. Er is volgens de balans een paar jaar geleden een bedrijfspand aangekocht voor 500K euro, huidige taxatie 700K. De hypotheek bedraagt nog steeds (want aflossingsvrij) 750K. Er loopt nog een negatieve rekening-courant verhouding met de directie van 100K, de overige (vaste) activa bedragen 100K (waarop nog 60K financiering loopt), er is een debet-saldo op de betaalrekening van 100K, crediteuren 100K en debiteuren 50K.
     
    Hoe ziet de waardeberekening van de vennootschap er dan uit?
     
    [table]
    [tr]
    [td]Waarde activiteiten:[/td][td]700[/td][td][/td]
    [/tr][tr]
    [td]Waarde bedrijfspand[/td][td]700[/td][td][/td]
    [/tr][tr]
    [td]Overige activa[/td][td]100[/td][td][/td]
    [/tr][tr]
    [td]Debiteuren[/td][td]50[/td][td][/td]
    [/tr][tr]
    [/tr][tr]
    [td]Hypotheek bedrijfspand [/td][td][/td][td]750[/td]
    [/tr][tr]
    [td]RC Directie[/td][td][/td][td]100[/td]
    [/tr][tr]
    [td]Financiering activa[/td][td][/td][td]60[/td]
    [/tr][tr]
    [td]Debet-saldo[/td][td][/td][td]100[/td]
    [/tr][tr]
    [td]Crediteuren[/td][td][/td][td]100[/td]
    [/tr][tr]
    [td]Totaal[/td][td]1550[/td][td]1010[/td]
    [/tr][tr]
    [td]
    Waarde onderneming:[/td][td]
    540K [/td][td] [/td]
    [/tr]
    [/table]
     
    Of de bovenstaande cijfers nu wel of niet geloofwaardig zijn vind ik op het moment niet zo boeiend. Het gaat om de methodiek. Het laat hoe dan ook zien dat winst geen enkele rol speelt in de waardebepaling van een onderneming. De winst van de onderneming zou wel eens 54K op jaarbasis kunnen bedragen. In dat geval kan deze ondernemer roepen dat hij 10X de winst heeft opgestreken.
     
    Sterker nog, de vennootschap kan verlieslijdend zijn (vanwege de afschrijvingen) maar zolang er een positieve cashflow is, en de activa-passiva correctie daar nog wat van over laat, is de vennootschap geld waard. In zeldzame gevallen kan er een beperkte negatieve cashflow aanwezig zijn, maar dat de waarde van de onderneming “gered” wordt door de aanwezige activa.
     
    Zoveel-maal-de-winst zegt helemaal niets over de waarde van een onderneming. Of.... toch? Kort geleden had ik met Ties van der Laan een bijzonder interessant Skype-gesprek over dit onderwerp. Dus er komt onverwacht ook nog een deel IV: “Het gelijk van Jaap” (werktitel). In co-auteurschap met Ties. Dat dan weer wel.
     
    Zo, en nu eerst koffie.
    Misschien breng ik slecht nieuws, maar alle voortekenen wijzen op dalende omzetten in 2009. Bij veel ondernemers is daarom de verleiding groot de verkoopprijzen flink te verlagen. Wat mij betreft is dat niet altijd noodzakelijk en kan het vaak anders. Graag jullie commentaar en aanvullingen op het volgende.
     
    Ervaringsgegeven: klanten weinig prijsgevoelig
     
    Uit onderzoeken en ondernemerservaringen blijkt dat klanten nauwelijks reageren op een prijsverlaging. Een prijsverlaging verleidt mensen, die toch al niets wilden of konden kopen, ook niet om de portemonnee te trekken.
     
    Bovendien blijken er grote psychologische drempels (geen zin in prijsvergelijking, alles te ingewikkeld, goede ervaringen met huidige leverancier / dienstverlener) en praktische bezwaren (geen tijd, weinig prijsverschil) voor het overstappen naar een ander te bestaan. Bedenk : De marktpositie van Albert Heijn blijft ondanks Aldi en Lidl uitstekend.
     
    Een ondernemer die de prijzen verlaagt hoeft dus niet op een blijvende verhoging van de afzet te rekenen.
     
    Bepaal je ruimte voor eigen prijsbeleid
     
    In de praktijk heb je meer ruimte voor eigen prijsbeleid dan je misschien denkt. De ondergrens voor die ruimte vormt je integrale kostprijs (alle vaste en variabele kosten), die je met je verkoopprijs moet terugverdienen. De bovengrens van de prijsruimte is de prijs die de klant maximaal wil betalen voor je produkt of dienst. Dit is afhankelijk van diens gebruiksnut (gemak, produktkwaliteit, uitstraling, besparingsmogelijkheid, e.d.).
     
    Vaak is deze bovengrens persoonlijk en dat biedt commerciele mogelijkheden. Het is natuurlijk wenselijk de bovengrens met je werkelijke prijs zo dicht mogelijk te benaderen. Tussen integrale kostprijs en de bovengrens liggen de prijzen van de concurrenten. Klanten hoeven minder te betalen dan ze zouden willen, omdat er concurrentie is. Je moet bepalen waarin je beter en slechter bent dan je concurrenten (bijvoorbeeld op het gebied van leveringssnelheid, distributiebereik, koopgemak, gebruiksmogelijkheden, produktkwaliteit, imago) om je prijspremie boven of onder de prijs van je concurrenten te bepalen.
     
    Uit je concurrentie-analyse kan best blijken dat je niet de goedkoopste hoeft te zijn.
     
    Beperk het weglekken vanaf je standaardprijs
     
    In de praktijk blijkt er een groot gat te ontstaan tussen die standaardprijs, die een ondernemer in gedachte heeft en de werkelijke prijs, die een individuele klant betaalt. Dit gat kan oplopen tot 50%.
     
    Het bestaat globaal genomen uit allerlei kortingen-op-de-factuur en de extra kosten voor individuele klanten. Zulke extra kosten om de klant maatwerk te bieden op het gebied van marketing en van logistiek zijn een bijdrage in diens marketingkosten, een bijdrage in de promotiecampagne (bijv. opname in winkelfolder), reserveren van winkelruimte (bijv. gratis display, winkelschap bijvullen, etc), kosten van fysieke levering (snelle levering, leveringskosten niet doorberekenen, verpakkingskosten, kleine orders), boetes voor niet halen servicelevel, kosten (verlengde) garantietermijn en kosten retourregeling onverkochte artikelen.
     
    Veel voorkomende oorzaken van het weglekken zijn luiheid bij prijs-onderhandelingen /-vaststelling (grote klanten automatisch grote kortingen geven), het leveren van maatwerk aan klanten (wat extra kosten veroorzaakt) en het bundelen van afzonderlijke diensten en produkten (zodat afzonderlijke prijzen en kostprijzen onzichtbaar zijn).
     
    Onderzoek je kortingsregelingen en je maatwerk eens kritisch en beperk per klant de weglek.
     
    Stem je dienst of produkt af op de betalingsbereidheid van de individuele klant
     
    Of je een produkt levert of een dienst verleent, het bestaat altijd uit meer dienstverlenende elementen, vaak zijn fasen in de dienstverlening of levering.
     
    Deze elementen (of fasen) zouden kunnen zijn:
     
    [*]advisering van de klant voor aankoop / opdracht,
    [*]haalbaarheidsonderzoek,
    [*]offerte maken,
    [*]werkvoorbereiding (bijv. grondstoffen aankopen en halen, opmeten),
    [*]inwerken i.v.m. nieuwe klant,
    [*]reistijd en -kosten naar klant,
    [*]communicatiekosten,
    [*]afwerking, controle,
    [*]opruimen,
    [*]efficiency-risico vanwege aanneemsom, en
    [*]prijsrisico vanwege vaste uurprijs.
     
    Dienstverlening is zoals bekend arbeidsintensief, dus duur. Een mogelijkheid om tegemoet te komen aan prijsbewuste klanten, die eigenlijk wel met je zaken willen doen is je produkt of dienst in deeldiensten op te delen en de klant keuzemogelijkheden te bieden.
     
    Zo kan deze goedkoper inkopen, terwijl je tegelijkertijd op de kosten van dienstverlening kunt besparen. Je oorspronkelijke prijs, meestal een all-in-prijs, moet je vervangen door een keuzemenu. Voor sommige onderdelen, bijvoorbeeld de fasen werkvoorbereiding, inwerken en opruimen, is de betalingsbereidheid van de klant meestal gering, maar voor jou wel duur. Laat de klant in deze fasen een grote eigen rol spelen. Maar communiceer duidelijk dat de besparing van de klant, ook een beperkte service betekent.
     
    Verpak ook je verkoopprijs in argumenten
     
    Je zult niet snel vergeten je produkt of dienst met argumenten te verkopen, maar je prijs behoeft ook een goede verpakking.
     
    Hiervoor werkt de 'sandwich-methode' goed. Voordat je de prijs noemt en nadat je de prijs hebt genoemd geef je pluspunten die je prijs verzachten. Dit kunnen bijvoorbeeld opvallende produkt/dienst-eigenschappen zijn of extra/gratis service die je verleent.
     
    Indexeer je prijs voor extreme stijging van grondstofprijzen
     
    Veel grondstoffenprijzen (olie, energie, voedsel) zijn het afgelopen jaar sterk gestegen. Zulke stijgingen zijn echter moeilijk voorspelbaar en kunnen - zoals de laatste maanden blijkt - ook meevallen. Als je een verwachte stijging in je prijzen doorberekent, kun je veel opdrachten mislopen doordat je prijzen te hoog zijn.
     
    Veiliger (en gebruikelijker in de zakelijke markt) is het basisprijzen vast te stellen en deze voor stijging van grondstoffen te indexeren of een toeslag (bijv. brandstof-toeslag) te berekenen. Dit is gebruikelijk en zal op voldoende begrip stuiten.
    Loop in een willekeurig winkelcentrum en je zal daar de zelfde winkels vinden als in het winkelcentrum van het naburige dorp, met de zelfde uitstraling en hetzelfde assortiment.
     
    Er zijn vast consumenten die dit prettig vinden. Maar ik denk dat de meerderheid het toch wel erg saai begint te vinden. De detailhandel wordt letterlijk en figuurlijk overheerst, ik kan beter zeggen overspoeld, door franchiseketens. Niet alleen in het straatbeeld maar ook, niet geheel onbelangrijk, in de brancheorganisaties, hebben zij tegenwoordig een dikke vinger in de pap.
     
    Was de doelgroep van deze ketens vroeger de grote massa, tegenwoordig is er voor elke doelgroep een eigen keten, van laag tot hoog segment.
     
    Door deze ontwikkelingen hebben de zelfstandige ondernemers in de detailhandel het nu nog moeilijker te overleven - zeker in deze soms barre tijden. Zo gaan de beste winkellocaties vaak naar franchiseketens: de franchiseorganisaties hebben daarvoor afspraken gemaakt met projectontwikkelaars zodat zij eerste keus hebben bij het zoeken naar een geschikte winkellocatie.
    Immers een franchiseorganisatie kan meer zekerheid bieden dan een zelfstandig ondernemer en de projectontwikkelaar wil ook graag zijn toekomstige winkelcentrums verhuurd hebben, waardoor de keuze snel gemaakt is.
     
    Zoals gezegd zijn ook de meeste brancheorganisaties tegenwoordig erg gecharmeerd van deze franchiseketens. Liep het ledental de afgelopen tijd enigszins terug - de meeste zelfstandig detaillisten zien het nut niet in van deze brancheorganisaties en tevens wegen de kosten voor lidmaatschap vaak niet op tegen de voordelen - tegenwoordig hebben deze brancheorganisaties een enorme ledenaanwas doordat franchisenemers automatisch lid worden via de bijbehorende franchiseorganisatie.
     
    Een franchiseorganisatie kan een zegen zijn voor de ondernemer die zich alleen wil bezighouden met verkopen en bijvoorbeeld niet met de boekhouding, het samenstellen van het assortiment en alle andere 'bijzaken'. Dat men daar een soms erg hoge prijs voor moeten betalen, zowel financieel als in vrijheidsbeperking, maakt de franchisenemer vaak niet zo veel uit. Immers, hij of zij kan nu zonder noemenswaardige zorgen en met een goede back-up voor alle moeilijke vragen, een winkel runnen.
     
    Men moet nu niet gaan denken dat ik een hekel heb aan alles wat met franchise in het algemeen te maken heeft. Maar ik begin me wel zorgen te maken.
     
    Zorgen om het feit dat er straks misschien helemaal geen zelfstandige detaillisten meer zullen zijn. Zodat we afhankelijk worden van de franchiseketens voor het aanbod van het assortiment kleding, brillen, huisdierenvoeders, pannensets, etc., etc. Alles dezelfde eenheidsworst. Het zou toch zonde zijn dat die winkels verdwijnen waar je net even een ander artikel kunt kopen!

    Marketing met Twitter

    By Ewout Wolff

    Twitter begint steeds meer mensen te interesseren. Deze week werd het 1 miljardste (!) bericht, of tweet, geregistreerd. 3,5 Miljoen mensen hebben zich op de site geregistreerd. Dat Obama daar als meest gevolgde twitteraar iets aan bij heeft gedragen, dat lijkt wel zeker. Of je het iets vindt, niet begrijpt of haat : het lijkt een geaccepteerd communicatie platform te gaan worden.
     
    Toegegeven, het is niet altijd makkelijk
    Ik zit meer dan een jaar op twitter en heb +3.500 berichten erop staan. Ik geef graag toe dat ik diverse keren ermee heb willen stoppen. Maar de resultaten zijn er naar: ik heb regelmatig contact met mensen die ik (zeer) interessant vind en het lukt mij behoorlijk goed om in contact met ze te komen. Dit heeft geresulteerd in een aantal opdrachten, die ik via Twitter heb gekregen, onder andere een leuke interim opdracht.
     
    Geen nieuwe media-toeter, maar een gesprek
    Daarnaast is het een geweldige tool om mensen te laten weten wat je bedrijf aan het doen is. Ik merk dat bijvoorbeeld mijn blog veel meer bezocht wordt, als ik het op twitter zet. En aangezien de meeste mensen daar interessant voor mij zijn, ben ik altijd blij om dit effect te zien.
     
    Het mooie van het medium is dat je zowel mensen naar je toe trekt door de onderwerpen: mensen die jou volgen krijgen min of meer jouw informatie naar ze toe gebracht. Daarnaast zijn er nieuwsgierigen die of via-via (andere twitteraars) of via zoekmachines op jouw informatie worden gebracht.
     
    De voordelen voor marketeers
    Wat dan gebeurt, is dat er een "gesprek" ontstaat, maar niet een in de klassieke zin: aanwezige mensen reageren op een vraag, een link, een presentatie of een opmerking. Meerdere mensen kunnen er bij betrokken raken en zo kan een interessante discussie ontstaan.
     
    Waar het in de simpelste vorm over gaat is: vertellen over je bedrijf, wat je bezighoudt, de ontwikkelingen, de teleurstellingen, etc. Hoe raar dit voor je mag klinken: mensen die jou en jouw bedrijf boeiend vinden, lezen het. Dit zie je nu veel startups doen: vertellen hoe het verloopt, op weg naar het live gaan van het product. Boeiende lectuur.
     
    Dan komt het mooiste: je kan met de mensen die je volgen een gesprek aangaan. Vragen stellen, dingen voorleggen, productontwikkeling laten bedenken, brainstormen, etc, etc. Je krijgt, kortom, een groepje mensen die interesse hebben in wat je bedrijf doet. Van geïnteresseerden op afstand tot fans die ieder woord van je willen horen.
     
    Maar dit is nog maar het begin van de mogelijkheden van Twitter. Zoals ik al eerder schreef, wordt het steeds meer gebruikt voor Webcare, er wordt actief PR mee bedreven, enquetes gehouden, mensen worden op de hoogte gehouden van ontwikkelingen, etc, etc. Maar dat is misschien voor een volgende post.
     
    Conclusie en actie
    Eenvoudig gezegd: als je een klein bedrijf hebt en je denkt dat je 3-4 keer per dag wel lukt om 140 karakters te schrijven over je bedrijf, dan kan ik twitter warm aanbevelen. Als je hierna over Twitter wilt discussieren: Volg mij via Twitter op "EwoutWolff"en hier open ik graag de discussie!
     
    Als je meer wilt weten
    Als je wilt weten wat Twitter is, wat de voordelen zijn en wat het voor je bedrijf kan betekenen, zet dan een kop koffie en kijk en luister een uurtje naar de onderstaande presentatie van O'Reilly Media: (Engels gesproken)
     
    De eerste 10 minuten gaat over Twitter in het algemeen
    Na 10 minuten gaat het over Business use en practices.
    Na 30 minuten begint de Q&A

    Website worden steeds gelikter. Onder invloed van Usabilitygoeroes, SEO-specialisten, Trechtertrekkers en nog meer van dat soort bedrijfjes worden websites steeds verder geoptimaliseerd om maar meer conversies te scoren. Webshops daargelaten hebben de meeste andere commerciële sites als belangrijkste conversiepunt: de documentatieaanvraag, of liever nog de gespreks- of offerteaanvraag. Maar dan…
     
    Ben je als klant onder de indruk van een portfolio, heb je vertrouwen gekregen door de uitstraling, ben je enthousiast geworden door de producten en heb je een offerte aangevraagd krijg je, in sommige gevallen begeleid door een scoringsgeile accountmanager, een pak papier achter je deur geschoven waar dat mooie beeld dat je in gedachten had volledig teniet wordt gedaan.
     
    Verdwenen zijn die mooie plaatjes en die informatieve bondige onliners. Weg is het overzicht, en weg is het vertrouwen.
     
    Een lange lap tekst, beginnend met een indrukwekkend (not!) overzicht van de geschiedenis van de overgrootvader van de eerste directeur. Gevolgs door een ontbrekende inhoudsopgave, geen overzicht en onduidelijke woorden die dermate specialistisch zijn dat je ze niet snapt. De accountmanager zelf trouwens ook niet. Die hoopt dat ik zo onder de indruk ben van het taalgebruik dat ik vergeet vragen te stellen.
     
    Erger nog: Je krijgt de papieren offerte in gedigitaliseerde vorm als PDF toegestuurd, in de veronderstelling dat dat een meerwaarde biedt, maar men vergeet zelfs de (sporadisch) aanwezige inhoudsopgave even klikbaar te maken.
     
    Waar is nu de leverancier die de eerste pagina’s kort en bondig uitlegt wat hij levert, in gewone mensentaal. De moeilijke woorden kun je wel in een bijlage toelichten. Waar is de leverancier die mij de offerte in gecomprimeerde vorm stuurt met de belangrijkste punten op een rij. Die zijn sterke punten herhaalt op pagina 5 omdat ik pagina 2 heb overgeslagen. En dat subtiel op pagina 8 nog een keer doet.
     
    Waar is de leverancier die een PDF-offerte als meerwaarde ziet door er links in aan te brengen naar voor mij relevante begrippen, documenten, foto’s en andere informatiebronnen?
     
    Waar is de leverancier die voor mij online een op maat gesneden offerteomgeving inricht waar ik, na inloggen, meer info kan vinden over het door mij gewenste voorstel, eventuele alternatieven, achtergrondinformatie zie en zo een compleet beeld krijg van de kwaliteit van de leverancier? (Dit laatste is ook weer interessant voor jou als leverancier want je weet meteen wat je prospect interessant vindt, waar hij klikt etc.)
     
    Wie o wie is de eerste leverancier die beseft dat conversie niet eindigt bij de offerteaanvraag maar pas begint. Die de kennis die hij bij het optimaliseren van zijn site eens gaat toepassen op de opbouw van zijn offerte.
    Je wilt toch die order scoren? Maak dan volledig gebruik van de digitale mogelijkheden en zorg ervoor dat ik blijvend onder de indruk ben van jullie kwaliteiten.
     
    En dus bij jou bestel, ook al is je concurrent 5% goedkoper!

    Een onsje teveel Imago

    By Rkanne

    Wat is nu eigenlijk dat Imago, je hoort er zoveel over en op zoveel verschillende gebieden. Je hebt het Imago van een groot merk, neem een Albert Heijn of Coca Cola. Je hebt het imago van artiesten en bijvoorbeeld een presidentskandidaat. Of het imago van lifestyle of doelgroep. Bij allemaal is het imago opgebouwd uit diverse bouwstenen en heeft dat vooral te maken met hoe anderen jou zien en ervaren. Weliswaar gestuurd door jou, maar hoe jij ook stuurt, het zijn de stenen uit het verleden die zich opstapelen tot een vorm die door de een begrepen en door de ander omvergeworpen wordt.
     
    Aan je imago moet je dus dagelijks werken, wetende dat het met het verleden te maken heeft. Dat klinkt heel gek, maar het is hoe men jou ervaren heeft en dat blijft hangen. Tegelijkertijd heeft het ook met toekomst te maken; dat wat ooit ontvangen is verwacht men de volgende keer weer.
     
    Wat ik dan ook veel zie bij ZZP’ers is dat zij meer doen dan gevraagd. Je ziet dat ook terug bij grote ondernemingen trouwens; de service centers waar men veel meer doet dan gevraagd, waardoor klanten de volgende keer met hooggespannen verwachtingen terugkomen en vergelijkbare service verwachten, die eigenlijk niet gegeven kan worden.
     
    Wat betekent die houding voor jou?
    Je kan dit op 2 manieren benaderen. Als je altijd bovenmaats presteert zal je dat moeten blijven doen, maar dat zou nog wel eens behoorlijk wat stress op kunnen leveren omdat je meer geeft dan je soms hebt. Je draait dan meer uren voor minder geld om aan hetzelfde niveau te kunnen blijven voldoen. Anderzijds kan het je wel blijven prikkelen jezelf steeds meer te verbeteren. Meer te leren, meer te kunnen en het nog beter te kunnen. ‘Learning on the job’ wordt het dan.
     
    Maar hou je dan ook je prijs/kwaliteitverhouding in de gaten? Blijf je stilstaan bij jouw groei en wat dat voor je werk en klant inhoudt? Eigenlijk kan een ondernemer ook niet zonder een kwartaalrapportage. Deze gaat dan niet zozeer om de cijfers, over hoeveel je verkocht hebt, hoeveel uren je gemaakt hebt en wat je winst is. Maar vooral; heb je aan het begin van het kwartaal doelen gesteld en kan je aan het einde van het kwartaal het resultaat benoemen? Beschrijven welke factoren succesvol waren en welke niet maken dat je het volgende kwartaal veel beter beslagen ten ijs komt. En je kan je groei beter in de gaten houden om vervolgens je prijs daar op af te stemmen.
     
    En dit heeft veel met je imago te maken. Als je weet waar je naar toe wilt en wat er onderweg gebeurt,kan je zaken veel beter op elkaar afstemmen. Dit ondersteunt je in je reputatie en het succesvol ondernemen. En je reputatie vormt je imago. Het is dus niet alleen je communicatiemix, de wijze waarop jij je profileert in je netwerk en bij externe kanalen. Je imago wordt ook gevormd door de wijze waarop jij onderneemt en je in je ondernemerschap staat.
     
     
    Groet,
    Rebecca Kanne
    Dare2be.eu

    Profileren: juist nu!

    By GuidoD

    We worden ermee dood gegooid. Financiële crisis, recessie, angst, paniek. Ja zelfs een mogelijke depressie. Je zou er maar somber van worden.
    Waar de grote mammoettankers van het bedrijfsleven vooral bezig zijn het schip niet te laten zinken, zijn de kleine ondernemers druk aan het ondernemen. De huidige tijd biedt daarbij ook een aantal opgelegde kansen om jouw onderneming eens goed te profileren:
     
    Flexibiliteit, wendbaarheid
     
    De meeste grote bedrijven voelen zich nu min of meer gedwongen tot navelstaren. Afdelingsplannen moeten worden bijgesteld. Herstucturering van de activiteiten overwogen. Personeelsstop en wellicht ontslagen. Voorgenomen investeringen worden bevroren en bestaande klanten koste wat kost behouden. De zuurstof wordt er bijna letterlijk uitgeperst.
     
    Benut, als kleine ondernemer, dit gespartel om je flexibliteit als competitief voordeel aan te wenden.
     
    Lage prijs, goedkopere alternatief
     
    Grote organisaties kunnen uiteraard ook hun prijzen verder laten zakken, maar zullen en kunnen nooit bij de prijsstelling van de kleine onderneming in de buurt komen. Mits je kwaliteit kunt leveren ben jij nu gewoon het goedkopere alternatief.
     
    Inventiviteit, gretigheid
     
    Juist in tijden van krapte komt het aan op ondernemerschap, inventiviteit, netwerken en gretigheid. Zaken die bij uitstek passen bij de kleinere ondernemer en al sinds mensenheugenis de achilleshiel vormen van de grote organisaties.
     
    Onderhandelingsmacht
     
    Als de grote organisaties hun grote marketingkanonnen laten zwijgen, ontstaat er flink meer ruimte om over advertentie of reclame tarieven te onderhandelen. Nu sta je met zekerheid eens niet onderaan het prioriteitenlijstje. Ook staan partijen meer open voor andersoortige non-conventionele deals.
     
    Klantsensitiviteit
     
    In deze tijd staat iedere organisatie, werknemer en ondernemer onder druk. Je in kunnen leven in de ander en zijn/haar vraagstukken is cruciaal.
     
    Als kleinere onderneming ben je niet anders gewend dan dagelijks één-op-één contact. Voor jou is dit geen aangeleerd kunstje, maar komt het recht uit het hart.
     
    Benut deze voordelen, groei en profiteer van de periode die voor ons ligt!

    Wat is kwaliteitshosting?

    By Ber|Art

    Omdat er ook op dit forum vele vragen over goede hosting en hostingaanbieders gaan, hierbij een aantal aandachtspunten en gedachten van Berrie Pelser (ook bekend als BerArt), zelf aanbieder van hostingdiensten, over dit onderwerp.
     
    Wat is kwaliteitshosting en hoe herken je goede hostingproviders?
     
    Allereerst dient een hoster inschreven te zijn bij de Kamers van Koophandel in Nederland (KvK) en een geldig BTW-nummer hebben. De volledige NAW-gegevens en een duidelijke indicatie van de prijzen moeten duidelijk worden vermeld op de website, offerte of overeenkomst. Verder mogen er in mijn ogen geen onbeperkte diensten of Fair Use Policy diensten worden aangeboden daar onbeperkt en Fair Use niet bestaan. Een hostingbedrijf dient de algemene voorwaarden te hebben gedeponeerd bij de KvK en dient deze volledig te vermelden op de website.
     
    Een hostingprovider dient bij overschrijding van de limieten duidelijk af te stemmen wat de keuze van de klant is en bij een uptime garantie te vermelden welke consequenties er zijn als de beloofde garantiespecificaties niet worden gehaald.
     
    Een hostingprovider moet DNS (Domain Name Server) draaien conform Request for Comments 1912 en 2182. Een van de belangrijkste uitgangspunten is dat er minimaal twee DNS-servers actief zijn, waarvan er minimaal één op een fysiek andere locatie is ondergebracht en gebruik maakt van een ander netwerk.
     
    Een hostingprovider moet lid zijn van de (SIDN) Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (deelnemer categorie I). De reden hiervoor is dat webhosting en domeinnaamregistraties onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
     
    Een hostingprovider moet zijn hosting aanbieden op in Nederland geplaatste servers, tenzij uitdrukkelijk anders gewenst en overeengekomen met de klant. De reden hiervoor is dat een in Nederland geplaatste server de snelste verbinding met de minste tussenstations (hops) zal hebben voor de overwegend Nederlandse klant. Dit komt dus de kwaliteit van de dienstverlening ten goede.
     
    Een hostingprovider moet zijn servers plaatsen in een Nederlands A-kwaliteit datacenter met een dito netwerk. Met het kiezen van een A-kwaliteit datacenter wordt geborgd dat de locatie van de servers voldoet aan de minimale eisen op het gebied van (brand-)veiligheid, beveiliging, redundantie, stroomvoorziening, klimaatbeheersing en toegangsbeheer. Het netwerk moet op minimaal twee carriers zijn aangesloten en actief zijn, één daarvan moet zich kwalificeren als Tier-1.
     
    Er moet sprake zijn van een backup-scenario voor hardware-storingen (bijvoorbeeld een redundante router-configuratie). En hostingprovider zorgt dat de security van zijn systeem altijd gewaarborgd is en zorgt ervoor dat altijd de nieuwste pakketten (software) geïnstalleerd zijn. Denk aan het operating system, PHP, MySQL Kernel, controlepaneel, FTP etc.
     
    Een hostingprovider moet de hostingservers in eigen beheer hebben (dus root acces en 24/7 bereikbaar) of dedicated server(s) gebruiken welke 24/7 binnen een uur toegankelijk zijn. Bij een storing is het van cruciaal belang dat de hostingprovider (die eigen servers gebruikt) direct fysiek toegang heeft om deze storing te verhelpen. De hostingprovider mag hierbij gebruik maken van leveranciers welke namens hem handelen en de storing kunnen verhelpen.
     
    Een hostingprovider moet minimaal telefonisch bereikbaar zijn tijdens kantooruren. Tijdens kantooruren moet de klant telefonisch contact kunnen opnemen met zijn hostingprovider voor het beantwoorden van vragen. Indien de hostingprovider of zijn helpdesk in gesprek is moet de klant binnen afzienbare tijd (lees: 15 minuten) worden teruggebeld.
     
    Een hostingprovider moet buiten kantooruren in het geval van een storing telefonisch bereikbaar zijn binnen 12 uur. Indien er sprake is van een ernstige storing (bijvoorbeeld een mail of webserver die niet meer functioneert) moet de klant binnen 8 uur te woord gestaan worden (24 uur per dag, 7 dagen per week)
     
    Een hostingprovider moet dagelijks back-ups maken en deze extern opslaan. Back-ups maken van webhostingaccounts kan redelijkerwijs niet verlangd worden van de klant. Daarom is de hostingprovider verantwoordelijk voor het maken van deze back-ups op dagelijkse basis. Hieronder wordt verstaan de website, eventuele databases en e-mail. Of de hostingprovider dit door volledige of door zgn. incrementele back-ups doet is voor eigen verantwoordelijkheid. Wel moeten de back-ups minimaal op een extern medium (tape, cd, DVD, back-up server, NAS) worden opgeslagen.
     
    Een hostingprovider moet werkzaamheden 72 uur vooraf vermelden op zijn website en/of via mail, behoudens noodgevallen waarin direct handelen noodzakelijk is. Nog steeds dient de hostingprovider dan wel melding te maken aan klanten en/of deze te melden via de (storings)website.
     
    Een hostingprovider moet de downtime van zijn servers beperken tot 12 uur, dus na het uitvallen van een server dient de hostingprovider binnen deze termijn weer aan het draaien te hebben of anderszins binnen deze tijd een al dan niet tijdelijke oplossing te vinden voor de gestopte services.
     
    Een hostingprovider moet vragen beantwoorden en verzoeken starten (tenzij hiervoor een handeling van de klant benodigd is, welke uitblijft) binnen één werkdag.
     
    Bij de beschrijving van de hostingpakketten wordt vermeld (op website, offerte of overeenkomst) welke faciliteiten inbegrepen zijn bij het hostingaccount en welke faciliteiten mogelijk zijn tegen een meerprijs (waarbij deze duidelijk vermeldt dient te worden). Hieronder wordt minimaal het volgende verstaan:
     
    [*] is een domeinnaam inbegrepen bij het hostingaccount;
    [*] aantal inbegrepen POP-mailboxen;
    [*] aantal databases (welk soort en welke versie);
    [*] al dan niet gebruik toegestaan van CGI/Perl (versie vermelden);
    [*] al dan niet gebruik toegestaan van PHP (versie vermelden);
    [*] worden bezoekersstatistieken standaard geleverd;
     
    Als aan de bovenstaande eisen wordt voldaan kan je naar mijn mening spreken over kwaliteitshosting.
    Bijna wekelijks komt er wel een nieuw en enthousiast forumlid met het idee een webwinkel te beginnen zonder daarvoor een noemenswaardige investering te willen uitgeven.
     
    Sommige zijn goed voorbereid maar jammer genoeg zijn de meeste dat niet met alle gevolgen van dien. Er zijn er zelfs bij die aan ons vragen welke producten zij moeten gaan verkopen om snel rijk te worden.
     
    Ik heb dit stukje geschreven zodat ik al deze enthousiaste, meestal, jongelui naar deze topic kan verwijzen in de hoop dat ze wat leren van deze topic alvorens zich in de schulden te gaan werken.
     
    Een webwinkel lijkt zo eenvoudig maar wil je een rendabele shop dan moet je daar wel wat voor doen, het gaat allemaal niet vanzelf. Hierbij enkele vragen die je jezelf moet gaan stellen alvorens te beginnen.
     
    Wie gaat of hoe ga je je webshop bouwen?
     
    Dit kan je uiteraard laten doen voor een hoop geld maar uit ervaring blijkt dat er aan geld meestal een gebrek is.
    Dan zijn er nog de gratis programma's maar om daar een knappe shop mee te bouwen heb je toch wel wat kennis nodig.
     
    En als laatste zijn er de kant en klare webshops die sommige hosters aanbieden of je kan software kopen.
     
    Wat wil je gaan verkopen?
     
    Zoals al gezegd zijn er sommige starters die ons vragen wat ze moeten gaan verkopen om snel rijk te worden, neem van mij aan als wij dit wisten waren wij zelf wel in die markt gesprongen.
     
    Het motto is: schoenmaker blijf bij je leest.
     
    Ga geen zaken verkopen waar je de ballen verstand van heb,zorg dat het een product wordt waar je achter staat en waar je in ieder geval iets vanaf weet
     
    Hoe kom je aan je handel?
     
    Als je éénmaal besloten heb wat je gaat verkopen moet je op zoek naar leveranciers.
     
    Denk nu niet dat zij op jouw zitten te wachten en jouw op de pof willen leveren, heb je trouwens al nagedacht waar je de handel gaat opslaan?
     
    Het tot aankoop gaan van de producten is meestal een spannende beslissing immers het kost je geld en zal je niet met de handel blijven zitten.
     
    Heb je wel een leverancier gevonden die per stuk wil leveren dan moet je wel bedenken dat daar steeds de verzendkosten bijkomen die de winst aardig drukken en de klant langer op zijn bestelling moet wachten.
     
    Hoe kan ik jouw webwinkel vinden?
     
    Denk nu niet dat als je shop klaar is dat deze vanzelf gaat lopen of dat de broer van de nicht van je zwager jouw webwinkel wel op de eerste plaats kan krijgen in de Google rankings.
     
    Dat is nog niemand gelukt dus vergeet dat maar. Doe je verders niets aan je shop dan zal er niemand komen.
     
    Dan nog de vraag als ik éénmaal je webwinkel gevonden heb: waarom ik bij jouw moet kopen en niet bij jouw concurrent?
     
    Allemaal vragen waar je voor jezelf een duidelijk en realistisch antwoord op moet hebben anders wordt het niets en kost het je allemaal ook nog veel geld.
     
    By the way; je moet je als webshop inschrijven bij de kamer van koophandel en daardoor moet je ook belasting gaan betalen en een boekhouding bijhouden.
     
    Heb je ooit iets gelezen over de Starters aftrek, vergeet deze regeling maar snel want daar maak je veel te weinig uren voor.
     
    Ik begrijp heel goed als je alle onderzoeken over aankopen via internet moet geloven dat het makelijke handel lijkt.
     
    Vergeet niet dat bij deze onderzoeken ook de de grote spelers meetellen zoals Wehkamp, Bol etc. Vraag eens aan je vrienden wie er, wat men en waar men via internet koopt, je zal zien dat de antwoorden tegenvallen.
     
    Ben je nu zo eigenwijs om toch te starten, en een goede ondernemer is (berekend) eigenwijs, dan wens ik je in ieder geval veel succes met je webwinkel.
     
    Ik hoop dat de mede-forumleden ook nog een bijdragen kunnen geven!
    Veel bedrijven willen, vooral in deze periode van de kredietcrisis, zo veel mogelijk nieuwe contacten, offertes, klanten en extra omzet genereren via meer kosteneffectieve methodes.
     
    Maar hoe? Via het bestaande klanten- en partner netwerk, extra verkopers aannemen waarvan je nog maar moet afwachten of ze presteren, of extra advertentie kosten maken waarvan je de 'pay off' nauwelijks kan vaststellen? En na hoeveel weken of maanden converteren deze inspanningen en investeringen naar omzet en inkomsten?
     
    Overweeg eens zoekmachinemarketing, als snel toepasbare en bewezen kosteneffectieve methode. Volgens marktanalist Forrester bedraagt de markt van de Europese zoekmachinemarketing in 2008 ruim 4,5 miljard euro. Naar schatting is de omvang van de Nederlandse markt in 2008 nu al tussen de 150 en 200 miljoen euro.
     
    Zoekmachinemarketing bestaat uit twee delen. Aan de ene kant Zoekmachine-optimalisatie (SEO), en aan de andere kant zoekmachine-adverteren (SEA).
     
    Zoekmachine Adverteren (SEA)
     
    Is een populaire en snelgroeiende manier van adverteren, omdat er gebruik gemaakt wordt van eenvoudige zoekwoordadvertenties. Deze zoekwoordadvertenties worden in ieder geval op de eerste pagina (de welbekende 'Gesponsorde Koppelingen' van Google) van de zoekmachineresultaatpagina getoond, op het moment dat willekeurige zoekwoorden worden ingegeven door internetters die op zoek zijn naar nieuwe producten en diensten.
     
    Inclusief zoekwoordanalyse en -samenstelling, alsmede het instellen van websitestatistieken en landingpagina’s kan dit in principe binnen een week zijn gerealiseerd door een goede specialist.
     
    Marktleider in Nederland is Google AdWords. Kosten: betaal per klik, vertoning of conversie.
     
    Zoekmachine Optimalisatie (SEO)
     
    Zoekmachine-optimalisatie bestaat uit het proces van analyse, aanpassing en onderhoud om websites een toppositie in de zoekmachineresultaten te geven aan de linkerzijde van de zoekresultaatpagina.
     
    Binnen dit proces is de juiste analyse en toepassing van dosering, context en samenstelling van webteksten, webtechniek en zoekwoorden cruciaal, inclusief het verkrijgen van weblinks van websites met een Google PageRank van minimaal 4. Google PageRank is de waardering van Google voor de relevantie en thematische diepgang van websites en heeft een rangorde van 0 tot 10.
     
    Dit proces neemt, afhankelijk van de structuur en omvang van de website, minimaal twee weken en gemiddeld vier weken in beslag. Daarna moet de geoptimaliseerde website geïndexeerd worden door de zoekmachines, wat wederom minimaal twee en gemiddeld vier weken in beslag neemt. Onder indexering verstaan we het opslaan van de website in de database van zoekmachines als Google, waarna de zoekmachine de rangorde gaat bepalen voor welke websites op de eerste zoekmachineresultaatpagina worden opgenomen.
     
    Kosten: eenmalig projectbudget en een jaarlijkse onderhoudabonnement voor scorende en relevante zoekwoorden.
     
    Wat is het belangrijkste verschil tussen SEO en SEA?
     
    [*]Onderzoeken wijzen uit dat er 5 tot 6 keer vaker op natuurlijke zoekresultaten (linkerzijde van zoekresultaten/SEO) wordt geklikt dan op betaalde zoekadvertentie resultaten (rechterzijde of eerste 2 resultaten aan linkerzijde/SEA).
    [*]Voor SEO wordt doorgaans een eenmalig projectbudget besteed en een onderhoudsabonnement om te blijven scoren op zoekwoorden, ook ten opzichte van je concurrentie. Voor SEA betaal je een bedrag per klik op je zoekwoordadvertentie of per conversie (een conversie is een contactpoging van de prospect na het lezen van de zoekwoordadvertentie) of per vertoning (het aantal vertoningen van je Google advertentie op de website van een Google AdSense adverteerder zoals Marktplaats.nl).
    [*]Beide werken in grote lijnen met dezelfde websitestatistieken als Google Analytics. Hierbij is een webanalyticsspecialist in mijn ogen geen overbodige luxe voor een goede interpretatie van de statistieken. Google AdWords (SEA) werkt daarnaast met Conversion Tracker, die kliks en conversies bijhoudt. Zowel Google als Yahoo bieden daarnaast tools om de usability en bezoekers- en zoekwoordgegevens per webpagina en doelpagina te analyseren.
     
    Wat is de Return on Investment (ROI) voor SEO en SEA?
     
    Naar mijn ervaring is er weinig tot geen verschil, afhankelijk van marketing- of businessdoelstellingen. Beide oplossingen zijn goed te meten en te volgen met websitestatistieken en webanalytics, met ondermeer doelconversies per webpagina of landingpagina.
     
    De ROI van SEO duurt wel langer vanwege de projectimplementatie en indexeringsperiode SEA biedt dan de korte-termijnoplossing, zodat je nieuwe contacten en leads blijft genereren totdat je website de juiste zoekmachinepositie heeft bereikt vanwege de SEO-implementatie.
     
    Advies voor een succesvolle SEO en/of SEA zoekmachinemarketingoplossing
     
    [*]Bepaal eerst je eigen regionale of internationale marketingdoelstellingen, zoals aantal leads, bezoekers, gemiddelde orderwaarde per product, dienst of actie aanbod.
    [*]Bepaal je Return on Investment, wat je ook vaak met de juiste specialist kan bepalen en uitrekenen
    [*]Selecteer de juiste specialist, die beide oplossingen kan uitvoeren en coördineren. Vraag naar SEO-referenties. SEO is veel complexer en kennisintensiever dan SEA en gekwalificeerde SEO-specialisten met aantoonbare referenties zijn er nog maar weinig.
    [*]Beoordeel of de juiste specialist ook de nodige kennis heeft van websitestatistieken en/of webanalytics om de inspanningen tijdig en met succes te meten, analyseren en bij te kunnen stellen.
    [*]Dergelijke oplossingen doe je samen. De eerste 3 maanden is maandelijks teamoverleg noodzaak en kun je voor het eerste jaar afspreken dat na de initiële 3 maanden nog een aantal evaluatiegesprekken plaatsvinden om zodoende een maximaal resultaat te behalen.

    Verkoop techniek

    By retail

    Ik ben niet zo'n schrijver, meestal bestaan mijn commentaren op Higherlevel uit oneliners met bij uitzondering een extra zin met daarin de meest noodzakelijke informatie maar dit wilde ik jullie toch niet onthouden.
     
    Een echte spreker ben ik ook niet meestal kijk eerst wat voor vlees er in de kuip zit wil ik loskomen mits ik iets moet verkopen dan ben ik één grote spraakwaterval.
     
    Vandaag zijn mijn vrouw en ik op zoek gegaan naar een nieuw koffiezet apparaat nadat de oude na jaren trouwe dienst met een puffend geluid het had begeven.
    Nu zijn er in tegenstelling tot de begin jaren van het koffiepad gebeuren er gelukkig meerdere fabrikanten met dito modellen op de markt zodat er ruime keuze is uit verschillende designs.
     
    We hadden onze keuze al een beetje bepaald door middel van de foto's in de reclamefolders die nu met de feestdagen in het vooruitzicht weer massaal op de deurmat vallen.
    Bij gebrek aan een elektronica zaak bij ons in het dorp zjn wij naar \"de Marskramer\" , die wel een franchisevestiging in ons dorp heeft, gegaan.
    Daar aangekomen zagen we al zoals verwacht dat er niet veel keuze was in koffiezet apparaten maar gelukkig was ons model er één van de drie.
     
    Een medewerkster was inmiddels stilzwijgend bij ons gearriveerd en stond daar een beetje slungelig en met een blik van \"als ze maar niet te veel vragen\".
    Op de vraag van ons of het merk en model goed was kregen wij als antwoord dat ze dat niet wist want zij had een ander type en daarmee was de conversatie wat haar betrof ten einde.
    Mijn vrouw en ik keken elkaar stilzwijgend aan en zijn toen zonder aankoop weer weggegaan.
     
    Weer thuis gekomen meteen de auto gepakt en naar de stad gereden om daar te kijken bij de BCC.
    Daar hebben we uiteindelijk wel het koffiezet apparaat gekocht nadat we ongevraagd uitgebreid geinformeer waren, door een zeer vriendelijke en niet opdringende medewerker, naar alle mogelijkheden maar ook de minpuntjes van het apparaat.
     
    Nu weten wij ook wel dat de verkopers van de elektronica ketens het niet moeten hebben van het minimumloon maar van de provisie op de verkopen en daardoor wel beter gemotiveerd zijn, maar toch......
     
    Als de eigenaar van de Marskramer het personeel wat beter had geselcteerd en/of een verkooptraing had gegeven was hij nu geen € 70,00 winst misgelopen.
     
    Qua aankoopprijs was er geen verschil tussen de BCC en de Marskramer, we waren zelfs duurder uit omdat we naar de stad moesten rijden maar we waren nu wel op een vriendelijker manier geholpen en waren nu ongevraagd op de hoogte van alle mogelijkheden van onze nieuwe koffiezet apparaat van € 149,00.
    Er waart een revolutie in ZZP-land: het buitenspel zetten van bemiddelaars. En dat danken we aan de kredietcrisis. Opdrachtgevers hebben verschillende redenen om met bemiddelaars samen te werken. De belangrijkste: een verlaging van de administratieve lasten, het afdekken van fiscale risico’s, of ze zijn simpelweg te lui om zelf op jacht te gaan naar de ideale freelancende m/v.
     
    Het gevolg is dat, wil je als freelancer aan de bak, je dat alleen kunt via de Rolodex van bemiddelaars waarmee potentiële opdrachtgevers een overeenkomst hebben gesloten. Op zich een mooie structuur; iedereen moet gewoon doen waar men goed in is. Ware het niet dat het gros van de bemiddelaars zich uitermate dik laat – of heeft laten – betalen voor de machtspositie die is opgebouwd.
     
    Gemiddeld liggen de fees van de heren en dames CV-schuivers tussen de 20 en 40% van het uurtarief. Ronduit schandalig. Niet verwonderlijk dus dat de gemiddelde freelancer fors aan het morren was.
     
    Onder druk wordt echter alles vloeibaar en gegeven de economische malaise geldt dat ook voor bemiddelaars. De broekriemen moeten worden aangehaald en iedere schakel in de keten wordt op toegevoegde waarde beoordeeld. En veel bemiddelaars zijn de klos. Dus constateert deze beroepsgroep dat de handel terugloopt, terwijl mijn klanten vrolijk bij de opdrachtgever doorklussen. En voor de oude prijs van drie betalen kunnen zij nu vier freelancende krachten halen. Wat niet wil zeggen dat er geen markt meer is voor bemiddelaars. De toegevoegde waarde staat niet ter discussie, het prijskaartje echter wel.
     
    Voordat ruim 16 miljoen Nederlanders indirect eigenaar werden van ABN Amro, hadden een paar scherpe geesten daar al uitgerekend dat minimaal €20 miljoen besparing op de externe inhuur mogelijk is. Het resultaat: Associates.nl, een bemiddelaar nieuwe stijl die witteboordenfreelancers tegen een fixed fee van €2,50 per uur bemiddelt. Met uiteraard De Bank als launching client en aandeelhouder.
     
    Ervan uitgaande dat Wouter Bos ABN uiteindelijk tegen tien keer de winst voor belastingen verkoopt, levert deze move hem, of eigenlijk ons, dus €200 miljoen op.
     
    Een goed voorbeeld doet volgen, dus is het niet verwonderlijk dat dit initiatief binnenkort gekopieerd wordt. Daardoor komen de knaken terecht waar ze behoren: bij de werkende klasse. Lekker communistisch met dank aan kapitalistische instellingen.
     
    Deze column is ook gepubliceerd in De Telegraaf van 14 november 2008
    Failliet gaan hangt vast aan allerlei negatieve associaties en emoties. Maar wat is failliet gaan, waarom gaan mensen en bedrijven failliet, waarom wordt het als negatief gezien en wat kun je er van leren?
     
    Wat is failliet gaan? Volgens Wikipedia: “Een faillissement is een in de wet geregelde procedure voor een persoon of onderneming die niet (meer) in staat is aan zijn financiele verplichtingen te voldoen. Aanleiding voor het faillissement is met andere woorden het (financieel) onvermogen of onvermogend zijn, de insolventie of het insolvent zijn.”
     
    Met andere woorden, jij, of het bedrijf, kan niet meer de schulden betalen uit de inkomsten, en de kans dat dat verandert wordt laag geschat.
     
    Waarom wordt er zo negatief aangekeken tegen een faillissement?
     
    [*]Een faillissement veroorzaakt negatieve effecten bij de schuldeisers. Zij zullen niet of minder betaald krijgen dan waar ze recht op hebben. Bij sommige leveranciers kan dit ook tot ernstige problemen leiden zodat ze zelf (bijna) failliet gaan.
    [*]Een speciale klasse schuldeisers zijn de investeerders. Zij geloofden in jou en je bedrijf en hebben daar hun eigen geld ingestopt. Ze zijn vermoedelijk hun geld kwijt, want ze staan normaal gesproken achteraan in de lijst van schuldeisers.
    [*]Voor de werknemers in het bedrijf is een faillissement vaak het einde van hun baan bij dat bedrijf. Ze moeten als een haas op zoek naar iets. De onzekerheid is groot. Mogelijk is het ook een financiele schadepost (tijdelijk geen werk, misschien minder salaris in nieuwe baan, misschien baan op lager niveau).
    [*]De klanten van het bedrijf moeten op zoek naar nieuwe leveranciers. Voor standaard producten / diensten nog niet zo ernstig behalve tijdverlies, maar wat als je leverancier van je maatwerksoftware failliet gaat? Of je leverancier van customized productieapparatuur? Ze zullen gedwongen zijn om snel alternatieven te vinden, een ingewikkelde en niet voorziene activiteit, waardoor ze niet aan dingen toekomen die ze hadden willen doen.
    [*]Als ondernemer wil je succesvol zijn, en daarbij hoort voldoende geld verdienen voor jezelf en je bedrijf.
     
    Daarnaast wil niemand geassocieerd worden met verliezers. De ondernemer zal merken dat hij negatiever behandeld gaat worden: medelijden, negeren (minder feestjes), boosheid, verdriet, verlies aan zelfbeschikking (curator of schuldsaneringstraject). En ook de ondernemer zelf zal in een slachtofferrol vervallen (’iedereen is tegen mij’) en/of zichzelf verwijten maken (’ik deug niet’). Van een succesvolle ondernemer naar een loser is zeker in onze Westerse maatschappij een forse klap voor ons ego. Hoe meer de ondernemer zich vereenzevigt met zijn succes en zijn bedrijf, hoe pijnlijker de confrontatie van een faillissement. De ‘natuurlijke’ reactie is om die pijn buiten te sluiten, er niet naar te kijken. Om anderen de schuld te geven, of jezelf te verliezen in een depressie, apathie of ander destructief gedrag. Dat is allemaal wel ‘natuurlijk’, maar niet effectief.
     
    Dus wat kun je wel doen?
     
    [*]Maak een analyse wat er gebeurd is op de weg van succes naar faillissement. Wat zijn de feiten, de ‘turning points’ geweest? Was het een langdurend verhaal, of was het ’sudden disaster’? Hoe kwam dat? Wat was jouw rol in het verhaal? Doe dit bij voorkeur niet alleen, maar met iemand die jij goed kent en vertrouwt en die ook niet te beroerd is om jou hierover indringende vragen te stellen. Leg je ziel en zaligheid bloot. Schrijf het op.
    [*]Haal uit deze analyse de punten die voor jou belangrijk zijn om in de toekomst te vermijden. Vaak zul je ander gedrag moeten aanleren. Neem daar ook de tijd voor.
    [*]Zeg sorry. Tegen je werknemers, je klanten, je investeerders en je leveranciers. Bereid je voor op mogelijk negatieve reacties, maar bedenk: zolang jij oprecht bent, zullen de meesten (misschien niet direct, maar dan toch later) positief reageren. Als je dat wilt, beloof ze dat je ze in ieder geval financieel schadeloos stelt.
    [*]Zoek steun. Bij mensen die eerder ook failliet zijn gegaan, hoe hebben zij één en ander veranderd? Bij familie, vrienden, bekenden en zakelijke relaties. Wees eerlijk over dat je hun steun nodig hebt. In ieder geval moreel, en misschien ook anders, bijv bij het doorstarten, of oprichten van een nieuw bedrijf, of het zoeken naar een baan, of een lening.
    [*]Bedenk ook: hoe pijnlijk een faillissement ook is, niemand gaat er dood van. Leer van het verleden, maar blijf er niet in hangen.
    [*]Maak een plan voor de toekomst. Wat ga je doen? Een nieuw bedrijf beginnen? Doorstarten? Loondienst? Wat het ook is, maak het realistisch en zorg dat je gesteund en scherp gehouden wordt bij de uitvoering.
     
    Deze column is tevens gepubliceerd op IkGaFailliet.nl.
    Starters en gedrevenheid. Starters en idealen. Starters en dromen. Starters moeten wakker worden! Het valkuilenbos in Helden (Limburg) bestaat nog steeds.
     
    Wakker liggen
     
    “Ik ga voor mezelf beginnen.” Prima idee! Onderneming inschrijven bij de KvK en de fiscus. BTW-nummer binnen en we kunnen factureren. Zaken gaan voorspoedig, geld komt binnen, BTW wordt betaald, niets aan de hand. Denk je althans!
     
    Starters zijn vaak zo gedreven met hun onderneming bezig dat ze spontaan vergeten dat het fiscale spook zijn rechten zal uitoefenen en dat zij de eerste in lijn der schuldeisers zijn. De realiteit laat helaas zien dat de fiscus die macht helemaal niet uitstraalt naar de ondernemer. Veelal wordt de starter om 5 uur in de ochtend gewekt door de ontvanger, als het al te laat is.
     
    Ergens ver in het achterhoofd weet elke starter wel dat de fiscus zijn deel zal opeisen. Maar zoals met zo veel consequenties op lange termijn (rook nu, sterf straks; rij nu te hard, betaal de boete over drie maanden), neemt de starter de mogelijke gevolgen niet echt serieus in overweging. Eerder dood gaan en kleine boetes betalen, tja, daar lig je niet wakker van.
     
    Denk eens aan het volgende
     
    Wellicht helpt namelijk het volgende voorbeeld:
     
    Je start begin 2007. Je maakt winst, blij, blij. Je boekhouder vraagt uitstel voor het indienen van je aangifte (Inkomstenbelasting) IB 2007 (hij heeft het druk en dit is gebruikelijk). In januari 2009 dient hij de aangifte over 2007 in. Prima op tijd, maar dan….
     
    Over 2007 heb je een mooie winst gemaakt van € 40.000. Je moet € 10.000 afrekenen met de fiscus. Geen probleem, denk je. De fiscus redeneert net iets anders: “Als je over 2007 deze winst gehaald hebt, dan zul je over 2008 ook deze winst halen, dus leggen we over 2008 vast een voorlopige aanslag op van € 10.000.”
     
    Nu heb je dus een aanslag 2007 van 10K en een voorlopige 2008 van 10K, beiden te betalen binnen twee maanden. Nu 2008 reeds verstreken is, kun je ook geen gespreide betaling meer aangaan. Sterker nog: het is januari 2009 en dus redeneert de fiscus: als je over 2007 en 2008 moet betalen, dan over 2009 dus ook. En dus volgt een voorlopige aanslag 2009 van 10K die dan wel te betalen is in elf termijnen.
     
    Voor eind februari 2009 moet je dus betalen:
     
    [*] 10K over 2007
    [*] 10K over 2008, voorlopig
    [*] 1/11e van 10K over 2009, voorlopig.
     
    Heb je hier rekening mee gehouden?
     
    Nee, want de fiscus was bij de start in 2007 een spook. Ver weg van crediteuren en de eigen behoefte aan gezinsinkomen (monden voeden en dak over hoofd betalen). Daarbij was die aanbieding in december 2008 op een Audi te lekker. Hoe nu de fiscus betalen? De fiscus is geen bank, dus verwachten zij dat je ten gelde te maken vermogen ook opneemt: overwaarde huis = 2e hypotheek, verkoop effecten (thans, eind 2008, met verlies), spaarsaldi in privé. Alles komt in aanmerking!
     
    Zo gaan ook starters de mist in die een financiering aanvragen bij een bank en daarbij vergeten dat ze ook geld nodig hebben voor hun levensonderhoud. Zeker in de starttijd waarin er nog geen inkomen binnenkomt. Denk dan met name aan de eerste factuur die pas twee maanden later betaald wordt. Waar denk je dan van te leven in die twee maanden?
     
    BTW
     
    Inderdaad, het BTW spook is er ook nog. Je maakt omzet, dus ben je BTW verschuldigd aan de fiscus. Even een maand geen tijd en dus geef je jouw boekhouder de opdracht om te schatten en op basis van die schatting de aangifte in te dienen. Het indienen van een schatting BTW zonder goedkeuring van de fiscus is strafbaar! Maar jouw grotere probleem is het terughalen van de voorbelasting. Die moet namelijk gevorderd worden in de aangifte over het tijdvak waarin je de voorbelasting op een inkomende factuur betaald hebt.
     
    Nog erger wordt het als je de BTW op aangifte niet (helemaal) betaalt. Dit is een verbruiksbelasting waarvoor geen uitstel verleend wordt. Je weet na afloop van het tijdvak immers wat je verschuldigd bent, dus betalen. Weet je überhaupt wel waarover je BTW moet betalen? Ken je de margeregeling, welk tarief, handel met het buitenland (EU of export), vrijgesteld en wat met de voorbelasting?
     
    Nog niet genoeg gehad?
     
    Heb je personeel, dan geldt voor de loonheffingen hetzelfde principe: omvang van de belasting is tijdig (elke maand) bekend, dus tijdig betalen.
     
    Jij als ondernemer geniet geen salaris. Je betaalt IB over de winst (omzet minus kosten). Wat je privé opneemt is niet relevant voor de IB! Als de winst over enig jaar 40K is en je moet 10K belasting betalen, dan heb je netto besteedbaar dus 30K.
     
    De tips
     
    [*] vraag tijdig een voorlopige aanslag IB aan over het startjaar
    [*] doe dit tevens voor het jaar daarop op basis van actuele winstcijfers
    [*] check of jouw BTW aangiftes kloppen (stel vragen op Higherlevel.nl)
    [*] vraag altijd de voorbelasting terug over het tijdvak waarin de ingekomen facturen vallen
    [*] zorg dat BTW schulden over verlopen jaren via een suppletie ingediend worden voordat de fiscus erachter komt
    [*] houd in het ondernemingsplan rekening met de privé behoeften qua inkomen
    [*] geld op de bank heeft vele bestemmingen: crediteuren, fiscus, toekomstige investeringen. Het is dus geen privé geldpot. Eerst verplichtingen betalen, wat overblijft is voor jou.
     
    Bovenal: reserveer geld voor de fiscus en laat de schulden niet oplopen vanwege privé opnames. Als je meer opneemt dat de winst, dan zal een bank in elk geval de geldkraan dichtdraaien. Ook al heb je het tijdelijk moeilijk.
     
    Succes!
    Vaak hoor je in ondernemersland de kreet "kan dat ontslagrecht nou niet soepeler? Het is zo'n gedoe, en in Amerika kan het toch ook?" En het klinkt ook heel aanlokkelijk. Vervelende werknemer? Ontslaan! Luie werknemer? Ontslaan! Incompetente werknemer? Ontslaan! Zieke werknemer? Ontslaan! Maken we ietsje minder winst dan vorig jaar? Ontslaan! Hebben we een slecht humeur? Ontslaan!
     
    Wat zou het ondernemersleven toch makkelijk worden zonder al dat gezeur van lastig personeel en nog lastiger procedures om er van af te komen...
     
    Maar zoals wel vaker, is iets wat aanlokkelijk lijkt, niet altijd rozegeur en maneschijn. Ondernemers hebben personeel nodig en bieden voor het werk wat dat personeel doet, zekerheid, salaris en andere arbeidsvoorwaarden. Vooral die zekerheid vinden veel werknemers (al dan niet bewust) belangrijk. Als je daaraan gaat tornen, krijg je andere effecten: het grotere risico op ontslag zal leiden tot hogere salariseisen om dat risico af te dekken, en tot minder loyaliteit van de werknemer naar de werkgever. En geef die werknemer eens ongelijk: als hij 'zomaar' ontslagen kan worden, zal hij zijn uiterste best doen dat te voorkomen, deels door goed te presteren, maar ook door niet al zijn loyaliteitseieren in één werkgeversmandje te leggen.
     
    Waarom zou een werknemer nog zijn loyaliteit investeren in 1 werkgever? Kan hij net zo goed ZZP'er worden en voor meerdere bedrijven werken, tegen een hoger tarief.
     
    Nog een negatief effect: het aantal jaknikkers in een bedrijf zal toenemen. Een werknemer zal wel gek zijn het openlijk oneens te zijn met zijn baas. Of dat de kwaliteit in een bedrijf doet toenemen? Ik denk het niet. Het mooie van veel bedrijven in Nederland is dat een baas niet zomaar gelijk krijgt van zijn ondergeschikten, hij moet het verdienen. Veel (soms te veel) moet bediscussieerd worden maar leidt m.i. uiteindelijk wel tot hogere productiviteit en kwaliteit. Zoiets kan alleen in een voor werknemers veilige omgeving.
     
    Dus waarom toch steeds die roep om soepeler ontslagrecht? Ik denk dat de ondernemers die dat roepen, beroerde managers zijn, en slecht hun mensen aansturen. Goede managers of ondernemers hoor ik niet klagen over ontslagrecht. Die weten dat zij net als de werknemer verantwoordelijk zijn voor het presteren van die werknemer. Dus als een werknemer slechter gaat presteren, zijn ze er als de kippen bij om dat te corrigeren. En als dat uiteindelijk niet werkt, wordt er met de bijbehorende ontslagvergoeding afscheid genomen. En leert de goede manager / ondernemer van de fouten die hij gemaakt heeft.
     
    Als ondernemer moet je goed je mensen aansturen. Kun je dat niet zelf, doe het dan ook niet maar huur een goede manager die dat wel kan, en ga zelf sales of productontwikkeling doen. En stop met klagen. Daarmee leg je de verantwoordelijkheid buiten jezelf en kom je geen stap verder. Want het blijft hoe dan ook jouw verantwoordelijkheid.

    Hagelslag plakken

    By Rkanne

    Je onderneemt en bent druk met klanten, bezoekjes, besprekingen, uitvoering. Je komt gewoon niet toe aan je promotie. Je bent soms al blij dat je je huis schoon kan houden of de tijd hebt om boodschappen te doen, dus dat nadenken en uitvoeren van je promotie… dat gebeurt spontaan en zonder enige vorm van samenhang of lijn.
     
    Daar gaat het dus mis. Je ziet promotie niet als een onderdeel van je werk, maar als iets dat tussendoor ‘even’ gedaan moet worden. Dat is jammer en kost je geld. En klanten. Ik geef je 6 tips om je hagelslag te laten plakken.
     
    De 1e gouden tip is: Neem elke week minstens 2 uur om vrij te brainstormen. Denk na over wat je nu doet, wat je daaraan kan toevoegen en of het strookt met je huidige lijn.
     
    Tip 2: Brainstormen. Onthoud bij brainstormen dat je er warm van moet worden. Aan uitvoering denk je nog even niet. Bedenk activiteiten die je leuk vindt, waar jij energie van krijgt. Dit lijkt wat overbodig te melden maar telkens weer merk ik dat mensen binnen kaders blijven hangen, veilige kaders, en te vlug denken en zeggen dat iets niet uitvoerbaar is. Met brainstormen gaat het om de creatieve flow die je in werking zet. Pas als iets je raakt en je er energie van krijgt ga je stappen bedenken hoe je dit ten uitvoer kan brengen.
     
    Tip 3: Werk in uitvoering. Wees ook daar creatief. Je hebt geen budget maar wil je toch laten zien. Er zijn heel veel manieren om toch te kunnen doen wat je wil, ook al heb je geen budget. Denk aan je netwerk, schakel die in. Bijvoorbeeld; je wil die flyers want je hebt er een ludiek idee mee. Maar geen geld om ze te laten drukken. Je hebt een vriendin die heel graag met d’r man een keer een avond weg wil, maar de kids niet kwijt kan. Laat haar vent nou bij een drukker werken. Geef hun een avondje uit cadeau en vraag in ruil 200 flyers. Zoiets, wees creatief in de oplossingen.
     
    Tip 4. Plan vooruit. Als je eenmaal elke week 2 uur de tijd neemt, kweek je rust, je kan deze week 2 items bedenken en plannen die je volgende maand en die daarop kan invoeren. Dan heb je de tijd ze uit te voeren en de tijd om weer nieuwe dingen te bedenken voor erna.
    Bijvoorbeeld dat flyeren, laten we daar even bij blijven. Dat betekent dat je deze week bedenkt waar je ze volgende maand, en die daarop, wil gaan verspreiden. Dan heb je dus de rust om volgende week te gaan bedenken; waar nog meer? Hoe kan ik de aandacht op die flyer vestigen?
     
    Tip 5: Blijf researchen. Als je eenmaal die 2 uur per week hebt ingepland en je lijn wordt steeds gemakkelijker, dan kan je daarin een half uur inplannen om te researchen. Wat doet m’n doelgroep nu? Is er iets veranderd? Wat gebeurt er in de wereld en heeft dat invloed op m’n doelgroep?
     
    Tip 6 tijd. Neem je tijd. Verwacht niet dat met 1x brainstormen je met fantastische plannen komt, gun jezelf die groei in je proces. En ook de tijd voor je doelgroep; deze moet je minimaal 3 x gezien hebben voor je beklijft.
     
    En onthou: have fun!!
     
    groet,
    Rebecca Kanne
    Dare2be.eu
    Equity financiering in ontwikkelingslanden
    Het mooie van echte equity is dat er gedeeld wordt in het succes of het falen van het bedrijf. Ondernemer en investeerder verdienen pas wat als het goed gaat met het bedrijf. Zelf ben ik een groot voorstander van deze echte equity.
     
    Pure equity verstrekkers zijn er nog nauwelijks. Er is steeds meer geld nodig om expansieve bedrijven te financieren en het duurt steeds langer voor ze winstgevend zijn. Investeerders krijgen hun geld pas terug bij een exit. Een eenvoudig sommetje leert: groot bedrag x groot risico x lange duur = extreme rendementseisen. Investeerders stappen alleen in als er minimaal tien keer de inleg valt te verdienen. En als het bedrijf een succes wordt is het lastig om de investering uit het bedrijf te weken. Stel een investeerder stort 200.000 euro voor 20 procent van de aandelen. Na 5 jaar is het pakket op basis van toekomstige cashflows 4 miljoen waard. Dat geld komt alleen vrij bij verkoop van de gehele onderneming.
     

     
    Financiering in ontwikkelingslanden
    In nieuwe groeimarkten (ontwikkelingslanden) is dat probleem nog veel groter. Daar worden bedrijven bijna nooit verkocht. De kapitaalmarkt is er zo krap dat de ondernemer de terugkoop van aandelen niet kan financieren. De mogelijkheden voor de investeerder zijn beperkt. De gang naar de rechter is meestal zinloos. Rechters begrijpen niet wat equity is. Gevolg: er komt een opslag op de investering met normale rentepercentages, geenszins in verhouding tot de gelopen risico's. Verder is het concept winst niet eenduidig. De belastingdienst is in veel ontwikkelingslanden niet op de hand van de ondernemer. Grote bedrijven met goede connecties betalen meestal geen of weinig belasting. Ondernemers daarentegen worden hard aangepakt. Investeerders in ontwikkelingslanden krijgen zelden een eerlijk antwoord op vragen over winst en rendement. De ondernemer is gewend dergelijke vragen te ontwijken.
     
    Achtergestelde lening
    In nieuwe groeimarkten is het daarom beter om gebruik te maken van achtergestelde leningen. Stel een ondernemer heeft 200.000 euro nodig. De investeerder stort 10.000 euro op aandelen en verwerft hiermee zijn aandeel. De rest van de financiering kan variëren tussen de 100.000 en 300.000euro, zonder dat daar het aandelenpercentage voor aangepast hoeft te worden. Het geld wordt naar behoefte verstrekt en terugbetaald als de cashflow dat toelaat. Rente op de achtergestelde lening is iets hoger dan op bankkrediet. Als het goed gaat met het bedrijf krijgt de investeerder het grootste gedeelte van zijn geld terug. Bij een eventuele exit wordt nogmaals gecashed.
     
    Royalty Based Finance
    Voor ontwikkelingslanden is dit meestal niet goed genoeg. Daar worden winstdelingen en exits het liefst gemeden. De financieringsmethode die daar wordt toegepast wordt Royalty Based Finance genoemd. De constructie werkt als volgt:
     
    Stel een ondernemer wil 200.000 euro en bied 30 procent van zijn aandelenkapitaal.
    De equity wordt meteen genomen, 30 procent voor 10.000 euro, met de afspraak dat de ondernemer de optie heeft om de aandelen op elk gewenst moment terug te kopen voor drie keer de waarde (30.000 euro).
    De rest van het geld wordt beschikbaar gesteld in de vorm van een achtergestelde lening met een zacht rentepercentage (interbank of prime). De lening wordt in vijf jaar terugbetaald met een grace period van één jaar.
    Om winst te maken betaald de ondernemer een kleine royalty over de (geprognosticeerde) omzet. Dit percentage ligt tussen de 0.5 en 2 procent - afhankelijk van het soort onderneming.
    De royaltybetalingen blijven doorlopen totdat alle leningen zijn afgelost en de aandelen zijn teruggekocht. Aandelen kunnen pas teruggekocht worden als leningen zijn afgelost en royalty verplichtingen zijn ingelost.
     
    Voorbeeld cashflow investeerder
     
    Voordelen royalty based finance:
    Het voordeel van het royaltysysteem is dat de opbrengst verdeeld wordt over de looptijd van de financiering. Vanaf het begin wordt een klein beetje betaald en de omvang van de betalingen neemt toe naarmate de tijd voortschrijdt. Uiteindelijk is het voordeliger voor de ondernemer om de investeerder terug te betalen en de leningen af te lossen dan om royalty's te blijven betalen.
     
    Voordelen:
    - Ondernemer doet regelmatige betalingen
    - Betalingen nemen toe met het toenemen van de omzet
    - De exit is veel eenvoudiger
    - Toezicht is veel eenvoudiger
    - Verschillen in interpretatie zijn uitgesloten
    - Ondernemer kan op eenvoudige wijze controle over de onderneming terugkrijgen
    - Cashflow voor de investeerder is vooraf redelijk in te schatten
    - Onderneming hoeft niet verkocht te worden om winst te maken
    - Als de onderneming verkocht wordt, profiteert de investeerder toch van zijn aandeel in de opbrengst
    - De vriendschap tussen ondernemer en investeerder wordt makkelijker bewaard
    - Kans op winst voor de investeerder neemt toe
    - Problemen met vaststellen van de winst worden voorkomen
    - Problemen met vaststellen van de waarde van het bedrijf bij exit worden voorkomen
    - Problemen bij de financiering van de terugkoop door de ondernemer worden voorkomen
    - De blootstelling aan risico van de gehele investering wordt gereduceerd
    - Aanpassingen van de aandelenverhouding worden zoveel mogelijk voorkomen
     
    Al met al heeft het royalty finance systeem dermate veel voordelen boven echte equity dat, met name in ontwikkelingslanden, de voordelen ruimschoots opwegen tegen de nadelen, mits de investeerders terughoudendheid tonen bij het vaststellen van de royalty percentages.
     
    Nils de Witte (BID Network)
     
     
    Op ons fraaie forum is een schat aan informatie te vinden, maar door de vele topics helaas soms erg versplinterd. Zo kun je zoeken op 'Tante Agaath' en mis je veel over 'durfkapitaal' en vice versa, terwijl dit in wezen dezelfde regeling is.
     
    Zo, nu beide termen genoemd zijn, kan iedereen dit vinden en zal hieronder duidelijk worden wat de regeling inhoudt en wat de voorwaarden zijn en wat ik er van vind (het blijft een (informatieve) column).
     
    Kort gezegd, is de durfkapitaalregeling een vorm van geld uitlenen aan een startende ondernemer door een natuurlijk persoon. De starter profiteert van het gemak om krediet te krijgen (ga tegenwoordig maar eens naar een bank!) en de geldverstrekker heeft een aantal fiscale voordelen.
     
    Met dat laatste beginnen we. De geldverstrekker krijgt als voordeel:
     
    [*] in box 3 (vermogensrendementsheffing) blijven vorderingen durfkapitaal tot € 53.421 buiten de grondslag. Bij fiscale partners geldt het dubbele bedrag. Dus geen 1,2% heffing over deze vordering. Scheelt minimaal 1,2% van 53.421 = 641 euro en dus maximaal € 1.228.
    [*] blijkt de vordering oninbaar (met akkoord van de fiscus!) dan is deze in box 1 aftrekbaar tot maximaal € 46.984 per ondernemer. Aftrek dus wellicht zelfs tegen 52% IB.
    [*] U krijgt een extra heffingskorting (directe verlaging van netto te betalen inkomstenbelasting) van 1,3% van het geleende bedrag.
     
    Het voordeel voor de startende ondernemer mag duidelijk zijn: geen bank, (wellicht) geen toetsing van jouw ondernemingsplan en (in deze tijden prettig) niet de rigide opstelling van welke financier dan ook. Denk dan met name aan de gebruikelijke eisen van zekerheden, borgstellingen, pandrechten en scherpe aflossingsverplichtingen (veelal binnen 5 jaar).
     
    De regeling kent natuurlijk voorwaarden. Voor de geldverstrekker:
     
    [*] de ondernemer moet een natuurlijk persoon en beginnend zijn. Dat wil zeggen: geld lenen aan iemand die maximaal 7 maal de zelfstandigenaftrek genoten heeft en meer werkt dan 1.225 uur in zijn onderneming. Daarnaast is een beschikking van akkoord met deze voorwaarden van de inspecteur vereist! Als het om een (gedeeltelijke) overname van een onderneming gaat, dan geldt 14 jaar in plaats van 7.
    [*] in een VOF of maatschap moeten alle leden aan deze voorwaarden voldoen. Zijn de voorwaarden niet van toepassing op alle vennoten/maten dan geldt de regeling voor geen van de vennoten/maten.
    [*] de regeling staat ook open voor BV's die jonger zijn dan 8 jaar.
    [*] de ondernemer mag niet de fiscale partner zijn of uw medefirmant of maat.
    [*] het geld moet besteed worden aan verplicht zakelijk vermogen (ook zuiver zakelijke kosten).
    [*] de geldverstrekker moet met eigen geld de lening verstrekt hebben, dus niet middels een lening in welke vorm dan ook.
    [*] de hoofdsom moet minimaal € 2.269 bedragen.
    [*] de rente mag maximaal de wettelijke rente zijn op het moment van aangaan van de lening. Thans (sinds 1-1-2007 en in oktober 2008) 6%. Spreek dus geen variabele rente af. Als deze variabele rente boven de wettelijke rente komt, dan vervalt deze voorwaarde en dus de fiscale vrijstellingen.
     
    Dan zijn er nog voorwaarden aan de overeenkomst zelf. In de overeenkomst moet opgenomen zijn:
     
    [*] het BSN (voorheen sofinummer) van beide partijen. Als de geldverstrekker gehuwd is, dan ook de partner mee laten tekenen onder opgave van haar/zijn naam en BSN.
    [*] dat de lening gedurende 8 jaar een achtergestelde is. Uitlener is dus gedurende 8 jaar de laatste in de lijn van schuldeisers, mocht het mis gaan.
    [*] dat de uitlener zijn geld niet op haar/zijn beurt geleend heeft en dus uit eigen middelen uitgeleend heeft.
    [*] dat de lener het geld besteed heeft aan verplichte investeringen in ondernemingsvermogen of zakelijke kosten.
    [*] de overeenkomst moet de titel dragen: ‘Overeenkomst van durfkapitaal’.
     
    Deze overeenkomst moet binnen 4 weken na ondertekening door alle partijen, geregistreerd worden bij de afdeling registratie van de fiscus.
     
    In de praktijk en dus mijn mening:
     
    [*] de geldverstrekker kan de vordering alleen afwaarderen als de fiscus het eens is met de afwaardering. De fiscus moet het dus eens zijn met de onmogelijkheid tot invordering van de lening. Pas dan is de vordering in box I geheel af te schrijven en dan nog krijgt de uitlener maximaal 52% (afhankelijk van zijn belastbaar inkomen in dat jaar) IB van de lening terug.
    [*] de rente is thans maximaal 6%. Ik kan voor 5,2% bij ABN met absolute zekerheid ook terecht voor een deposito tot 100K (depositogarantieregeling). Wil ik voor die 0,8% het risico lopen?
    [*] Je krijgt wel 1,2% vrijstelling in box 3 en 1,3% heffingskorting. Met een rente van max. 6% is het voordeel totaal dus 6% + 1,2% + 1,3% = 8,5%! Daar kan geen bank tegenop!
     
    Kortom: als je denkt dat een durfkapitaallening veilig is, doe het dan! Maar bovenal, lees alle voorwaarden hierboven. Mis je er een, dan is het voordeel van 8,5% weg!
     
    EDIT: voor 2011 staan de volgende aanpassingen op stapel:
    https://www.higherlevel.nl/forum/index.php?board=25;action=display;threadid=22000;start=15#msg317260
    en https://www.higherlevel.nl/forum/index.php?board=25;action=display;threadid=22000;start=15#msg321085
    Een relatief nieuw fenomeen in de aanbestedingswereld is de elektronische veiling, ook wel E-auction genoemd. Gepresenteerd als een enorm besparende oplossing in financiële termen is het in mijn ogen meer onding dat de relatie tussen klant en leverancier kan verstoren. Bovendien en voor alles speelt het in op verkeerde emoties bij de aanbieder.
     
    De elektronische veiling (EV in het vervolg) is in sommige gevallen het sluitstuk van een aanbestedingsprocedure. Nadat iedereen zijn offerte heeft ingediend wordt de de score cq. ranglijst bepaald per inschrijver. De beste 3 of 5 worden toegelaten tot de veiling die in een gecontroleerde digitale omgeving (lees: via internet) plaatsvindt. Vervolgens is er een aantal veilinggronden waarbij iedere aanbieder de kans krijgt door middel van het verlagen van zijn biedingsprijs de laagste totaalprijs te scoren. Wordt er een bepaalde tijd, of een aantal ronden, niet geboden dan eindigt de EV en is de winnaar bekend.
     
    Op diverse plaatsen worden de enorme besparingen genoemd die behaald zijn met deze vorm van aanbesteden. Helaas is deze stelling nooit controleerbaar. Het bedrag dat in de veiling als korting wordt gegeven hoeft niet per definitie de besparing te zijn. Dit omdat iedere aanbieder in zijn eerste offerte, dus voor de EV, een (iets) hoger dan normale prijs aanbiedt om nog enig “wisselgeld” te hebben tijdens de EV. Hoe de inschrijvingsprijs was geweest zonder een EV is niet bekend, dus ook dat is geen ijkpunt.
     
    Vergelijken met een andere gelijkaardige aanbesteding is ook lastig omdat geen enkele aanbesteding dezelfde uitgangspunten heeft, scores voor subcriteria toekent, en de veiling anders zal zijn ingericht. De uitkomst zal weliswaar enigszins vergelijkbaar zal zijn, maar nooit als definitieve maatstaf van het voordeel van de EV ten opzichte van de authentieke methode.
     
    Het belangrijkste en meest kwalijke punt dat in mijn ogen echter over het hoofd wordt gezien bij een EV is de relatie tussen aanbieder en leverancier, en het inspelen op oneigenlijke emoties in een ‘stress-situatie’. De EV dwingt de aanbieder om in een kort tijdsbestek van veilingrondes van enkele minuten keuzes te maken met betrekking tot zijn aanbiedingsprijs, steeds opnieuw. Je krijgt dan taferelen als “ik laat me die opdracht niet ontnemen” , “Ach nog één keertje 5000 euro korting”, “Dit is echt de laatste keer dat ik er 5000 euro afdoe”: Gokkersgedrag. Vervolgens wint men de opdracht met een volledig verdampte marge, of erger nog, met verlies.
     
    Het gevolg is dat de opdrachtgever denkt een goede deal te hebben gesloten, terwijl de leverancier alles in het werk zal stellen om te besparen. Linksom of rechtsom zou Wouter Bos zeggen. Dus minder klantcontacten, de minimale service zonder contractbreuk te plegen. Alles is meerprijs wat niet omschreven staat en overal worden de grenzen opgezocht.
     
    De vraag is of een aanbestedende dienst hiermee gelukkig zal zijn, als hij vooraf de intentie had een partner te contracteren. De vraag is of de totale contractkosten, direct en indirect, uiteindelijk niet hoger zullen uitvallen
     
    Wellicht ben ik de enige die nog hecht aan een goede relatie met mijn klanten, en indien gewenst graag een stapje extra voor ze doe zonder daar meteen een factuur voor te moeten sturen.
     
    Wellicht ben ik de enige die het onethisch vind het onderste uit de kan te willen en je machtspositie aan opdrachtgever op die manier te misbruiken.
    Het zij zo.
     
    De enige tip die ik heb voor collega’s in een dergelijke situatie: Soms is het mogelijk digitaal vooraf een bodemprijs in te vullen waardoor je door het systeem tegen jezelf beschermd wordt. Is die mogelijkheid er niet zorg dan dat je met z’n tweeën bent tijdens de EV, waarbij je partner je vooraf bepaalde absolute bodemprijs in de gaten houdt en je knock-out slaat als je eronder dreigt te gaan.
    Sofiak, Denarius, Merkava, Edraket. Maar ook: Norbert, Edward, Nico en Mikky. Om er eens een paar te noemen. Niet direct namen in het rijtje ’PwC, de Brauw en McKinsey’ maar steeds meer ondernemers weten ze wel te vinden voor goed advies.
     
    Recent zat ik met een specifieke vraag in m’n maag.
     
    Mijn vaste adviseurs hadden geen sluitend antwoord. Bij de Kamer van Koophandel kom je met meer vragen naar buiten dan dat je naar binnen ging. Dus maar een gespecialiseerde advocaat gebeld. Het dossier (12 pagina’s) gemaild met de vraag: ’Wat kunt u voor mij betekenen in deze zaak?’ Dat bleek bijster weinig te zijn. ’Bijster weinig’ was niet de rekening die later op de deurmat plofte: €475 inclusief btw. Ik kon mezelf wel voor m’n kop slaan. Juist dat rijtje ’vreemde namen’ had me verder kunnen helpen. Voor nop.
     
    Iedere (startende) ondernemer worstelt wel eens met de vraag: hoe pak ik dit aan? Al doende leert men natuurlijk, maar tot dan is er voor alles een eerste keer. Een octrooi deponeren. Iemand ontslaan. Buitenlandse btw, maar wel binnen Europa. En ga zo maar door.
     
    Vaste adviseurs zoeken het uit en sturen je daarna doorgaans een rekening. Maar soms wil je een second opinion. Die vraag kan ook (de rekeningen van) je vaste adviseur betreffen. En dan biedt het internet een mooie optie.
     
    Higherlevel.nl is op het world wide web uitgegroeid tot het grootste ondernemersforum van Nederland. Met ruim 125.000 unieke bezoekers per maand, een mooi initiatief dat solide door het ministerie van Economische Zaken wordt ondersteund. Feitelijk is het een ’ondernemers en experts beantwoorden vragen van ondernemers’-forum. Soms met spijkerharde digitale veldslagen als gevolg, maar altijd met een goed einde.
     
    Het is ook een vriendenclub onder de vaste bezoekers, zo’n 55 m/v. Van die types die meerdere keren per week – of soms dag – inloggen, om te lezen, te oordelen, maar vooral: bij te dragen. En wanneer dan iemand van de harde kern in de problemen komt, wordt binnen de kortste keren zowel online als offline hulp georganiseerd. En desnoods een ’collecte’ gehouden.
     
    Ondernemers van Nederland kom eens langs. Zo’n club, daar wil je bij horen.
     
    Deze column is ook gepubliceerd in De Telegraaf van 17 oktober 2008
     
    Beste student ondernemer (in spe),
     
    Heb je een uniek talent? Een gouden idee? Als jouw antwoord op één van deze vragen bevestigend is, dan heb je alvast één reden om een eigen bedrijf te beginnen. Want dat talent of idee is ‘marketable’. Verkoopbaar.
     
    Vraag je niet af of je wel de juiste skills hebt om ondernemer te worden. Het feit dat je over een eigen bedrijf nadenkt, zegt voldoende. Het maakt je een ondernemend type. De juiste vaardigheden ontwikkel je vanzelf.
     
    Had men dat nu maar tegen mij gezegd. Dan was ik namelijk veel eerder begonnen. Ik ben Suzan Eikelenstam, sinds één jaar geregistreerd ondernemer en voor jullie begrippen stokoud (29). Vorig jaar startte ik mijn bedrijf Need for Sweet. (www.needforsweet.nl en http://nfsofficialhyve.hyves.nl/) Een bureau voor communicatie, marketing en PR. Ook al ben ik nu pas ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, ondernemend was ik al veel langer.
     
    Mijn specifieke talent – goed kunnen schrijven, overtuigen, creëren en organiseren – was op de basisschool al aanwezig. Het besef dat ik er graag mijn eigen regels en aanpak op nahoud, kwam in het middelbaar onderwijs. Op het HBO was ik de enige student die al meer dan 10 verschillende banen had gehad. Ik wilde heel graag praktijkervaring opdoen. Het beeld van de eeuwige student, de luie Canei zuipende koorbal die steeds geld van paps en mams moet lenen, heeft me nooit aangesproken.
     
    Na mijn studie heb ik ook weer verschillende dienstbetrekkingen gehad. Uiteindelijk kon ik het met niet één baas goed genoeg vinden om voor jaren te blijven. Niet omdat ik een probleem heb met autoriteit. Maar omdat ik graag zélf met die belangrijke account wilde praten om tot een goede pay off voor zijn bedrijf te komen. Omdat ik mijn marktwaarde veel hoger inschatte dan wat er op mijn salarisstrookjes stond. Omdat ik kantoortijden beperkend vond.
     
    Mensen trekken graag met gelijkgestemden op. Toen ik in mijn kringen op het laatst bijna alleen maar ondernemers om me heen zag, begon het kwartje te vallen. Binnen een half jaar regelde ik alles om te kunnen starten als zelfstandige. Ik heb geen spijt van mijn leerzame pogingen om als werknemer door het leven te gaan. Ik heb sowieso nergens spijt van. Behalve dan van het feit dat ik die grote, heerlijke vrijheid van het ondernemerschap niet veel eerder heb gepakt.
     
    Ondernemen kan namelijk prima naast je studie en zelfs naast een baan in loondienst. Lees de succesverhalen van Fleur Kriegsman (17), Morena van den Wittenboer (20) en Bernd Damme (18) maar eens. Check: http://studerendeondernemer.nl/?p=36, http://blogs.fd.nl/young_entrepreneur/fleur_kriegsman/index.html en http://www.sprout.nl/slideshow.jsp?id=1555307&i=20
     
    Zo. Wat mij betreft, heb jij nu geen enkele reden meer om te twijfelen.
     
    Liefs, Suzan.
     
    P.S. Zit je daar nu nog dit post scriptum te lezen?! Ga liever je business plan schrijven!
     
     

    Huisstijl en hagelslag

    By Rkanne

    Je kent dat wel, hagelslag. En hoe hagelslag werkt. Je strooit het op je broodje en de een doet er wat meer boter onder dan de ander, boter om het mee vast te lijmen aan je boterham. Dan snij je het broodje aan stukjes om het eetbaar te maken. Of vouw je boterham dubbel om het te laten plakken. Dan ga je eten en de helft valt dan toch van je boterham af. Een bord vol bruine, of sinds een tijdje gekleurde en wit & bruine, muizenkeuteltjes.
     
    Wat je ook doet: ze vallen eraf. Alle kanten op. Het hangt van jouw effectiviteit en creativiteit af hoeveel het er zijn. Dat is net zo met je profilering, je communicatiemix. Hagelslagmix oftewel: met hagel schieten.
     
    Ik zie dit enorm vaak in m’n omgeving. Ondernemers die er maar op los schieten, geen boter op hun brood doen voor de plakfactor, of ‘m dubbelvouwen voor het behoud. Er is ook zoveel dat je kan doen en soms word je een beetje overladen door die mogelijkheden en doe je maar wat.
     
    Toch meer boter dan?
     
    Jouw huisstijl is op iets gebaseerd, net als je idee over je klanten. Het is dus echt noodzakelijk om ook even de tijd te nemen, en te blijven nemen, om na te denken welke middelen je gaat toepassen. Ook hier geldt weer, en dat is echt steeds zo, wat past bij jou, je product en je huisstijl. En natuurlijk niet te vergeten: je budget.
     
    Dus nee, niet meer boter. Tegelijk met het bedenken van je huisstijl neem je de tijd om na te denken wat jij vindt passen bij je product. Je hebt veel keuzes uit middelen: flyers, kaarten, advertenties, reclameborden, je auto laten bespuiten, internet met social networks, google adds, banners, je kan acquisitie gaan doen, langs de bedrijven leuren, presentaties geven, nieuwsbrieven, direct mailings en zo kan ik nog even doorgaan.
     
    Maar net als bij hagelslag past niet alles op jouw broodje, hoort het niet bij je of is het voor jouw product niet effectief.
     
    Dus eerst nadenken en plannen is een must. En uiteindelijk scheelt het je veel tijd en geld. Kies een paar middelen die je leuk vindt en waar jij een goed gevoel bij hebt. En bedenk dan, wanneer je die wil gaan toepassen en met welke frequentie. Geef jezelf de rust om daar een tijdsbalk aan te hangen, zodat je er niet de hele tijd mee bezig hoeft te zijn. En meet dan welke middelen je het meest opleveren, zowel in plezier en energie als in reacties.
    Verliefdheid, heerlijk gevoel! Je hebt de ware gevonden, en samen willen jullie verder! Roze wolken, lentegevoel, het uren bij elkaar kunnen zijn, en naar elkaar kijken, en genieten, zonder woorden, maar je hart springt elke keer weer op als je partner je aankijkt, en je weet: dit gevoel stopt nooit! Dus op naar het stadhuis, waar jullie elkaar het jawoord geven, en 100% zeker zijn nog lang en gelukkig samen te leven.
     
    In de zakenwereld gebeurt hetzelfde, je komt een partner tegen, en weet: met die kan ik samenwerken, onze dromen verwezenlijken, nieuwe markten bestormen en marktleider worden! Je partner vindt dat ook en voor je het weet hebben jullie een VOF registratie achter de kiezen of een BV opgericht, en deel je financieel lief en leed, op naar een gelukkig en langdurig partnership. Samen op de roze wolk wegdrijvend denk je niet aan mogelijke zakelijke verschillen van inzicht, of wuif je dat weg: daar komen jullie vast samen uit. Ook zakelijke liefde overwint alles, toch?
     
    Niet, dus. Net als in het priveleven komen in het zakenleven aardig wat scheidingen voor. En om vergelijkbare redenen: bedrog (er met de kas vandoor), ontrouw / overspel (partner wil verder met een ander), verschillen van taakverdeling (wie doet de huishoudelijke rotklussen, terwijl de ander lekker aan het golfen is of de directeur uithangt), verschillen van inzicht (jij wil vooruit, de ander gaat met de hakken in het zand en verwijt jou hetzelfde!), financiele problemen (faillissementsdreiging, teruglopende omzetten, opdrogende kasstroom), kortom niets menselijks is de zakenpartners vreemd en de oneindig durende liefde bloedt langzaam of met een 'big bang' dood...
     
    En dan, ja dan komt vaak de ellende. Wat staat er eigenlijk op papier, hoe moet de boedel verdeeld, wie neemt welke klanten mee, en hoe verrekenen we de boel? Als een van de partners stopt, hoe moet het dan met het bankkrediet? Moet er een nieuwe partner gezocht, of gaat de 'achterblijver' alleen verder? Vragen, die in de ongemakkelijke en toch al bekoelde relatie snel tot heftige conflicten kunnen leiden... 'Hem wil ik nooit meer zien!' 'Ik laat nog liever de zaak failliet gaan dan dat zij er met mijn klanten er van door gaat!'
     
    De oorzaak van dit soort toestanden is niet zo moeilijk vast te stellen: onvoldoende nagedacht over mogelijke negatieve ontwikkelingen in het eeuwigdurende partnerschap. En als het dan mis gaat, escaleert een lullig conflictje om niks al heel snel in 'total war'. De hakken in het zand, tot de tanden gewapend in de loopgraven, en vechten tot het einde.
     
    Nou kun je niet alle zaken van te voren goed vastleggen, maar een minimum is toch wel scenario's opstellen voor als een VOF partner de VOF wil verlaten of de medeaandeelhouder van de BV zijn aandelen kwijt wil.
     
    Zulke scenario's kunnen zijn:
     
    [*]wat als een partner fraudeert?
    [*]wat als een partner de samenwerking wil beeindigen?
    [*]wat als een partner overlijdt, of langdurig ziek is?
    [*]wat als de zakelijke inzichten te groot worden?
    [*]wat als een partner in geldproblemen komt?
    [*]wat als het bedrijf heel slecht gaat draaien?
    [*]wat als een partner wil stoppen (pensioen, iets heel anders gaan doen)?
     
    etc etc.
     
    Essentieel is dat je niet alleen gezamenlijk hierop een antwoord vindt, maar ook zoveel mogelijk een objectief vast te stellen uitkomst. Bijvoorbeeld, als je partner met pensioen wilt, en jij wilt doorgaan, tegen welk bedrag koop je zijn deel dan over?
     
    En het is ook zeer raadzaam zeg 1x per jaar (als je toch de strategie voor het komend jaar bepaalt, en terugkijkt op het afgelopen jaar), ook die scenario's weer gezamenlijk door te nemen en te kijken of er verandering nodig is.
     
    Ik wil wel stellen dat als je tenminste op elk van deze scenario's een gezamenlijk antwoord hebt, je kansen op een succesvolle samenwerking een stuk groter zijn dan als je op de roze wolk zweeft. Het is niet zo romantisch, maar ja, daar hebben we altijd ons priveleven nog voor.
  • Bring your business plan to a higher level!

    On this forum all subjects are discussed related to entrepreneurship.

    Growing together with other entrepreneurs

    ✓     Ask your entrepreneur questions

    ✓     Share your answers

    ✓     Low profile

    ✓     Transparant

    ✓     At your convenience

    ✓     Always based on relevance, substance and expertise

×

Cookies on HigherLevel.nl

Cookies are necessary for Higherlevel.nl to function properly. By using HigherLevel.nl you declare to have read and accepted our terms and conditions.

 More information   I accept