Jump to content
  • Heb je een column, artikel of opiniestuk geschreven over innovatie en/of ondernemerschap? Dan plaatsen we deze na een redactionele check graag op Higherlevel.nl! Middels "voeg column toe" kun je de column plaatsen. Let op: de columnsectie is niet bedoeld voor Online Marketeers die werkzaam/ingehuurd zijn om producten/diensten onder de aandacht te brengen.

  • Ooit - men zegt ca. 2.000 jaar geleden - was er een verloofd stelletje in het gebied dat wij nu het Midden Oosten noemen. De man was timmerman en had inmiddels een eigen woning plus werkplaats, dus hij was er klaar voor om een gezinnetje te stichten. Om het huwelijk een feit te laten zijn, moest de timmerman zijn aanstaande nog wel zijn woning binnenvoeren. Voordat dit gebeurde, werd de vrouw - die nog maagd was - echter zwanger. Het was een raadsel hoe dit kon gebeuren, en normaal zou een vrouw in die tijdgeest en in die omgeving al snel van overspel, ontrouw, ontucht of iets dergelijks worden beticht en tot de dood door steniging worden veroordeeld.
     
    Maar de optelsom van overlevering, geloofsovertuiging en de zucht naar een geloofwaardige uitleg (misschien om steniging te voorkomen?) leverde het volgende verhaal op: ‘De vrouw was draagmoeder van de zoon van God.’ Nooit eerder en nooit later is het voorgekomen dat een maagd zwanger werd zonder bevruchting, zelfs heden ten dage zullen vrouwen met zo’n verhaal niet gemakkelijk wegkomen bij hun aanstaande. De timmerman echter – een zeer gelovig mens – vond deze verklaring zeer plausibel en voerde de vrouw toch zijn huis in, waardoor zij – terwijl ze strikt genomen zwanger was van een ander – toch zijn vrouw werd.
     
    De zoon werd geboren in een periode dat de overlevering over de zoon van God door de plaatselijke heerser toch wel als bedreiging werd opgevat. Hij beval voor de zekerheid om toch maar alle eerstgeboren zonen in die periode te doden. Het timmermansechtpaar wist hieraan te ontkomen. In die donkere periode van kortere dagen en lagere nachten stond er ook een hemellichaam fel te schijnen. Deze werd gezien als een wegwijzer en een teken dat deze zoon wel de nakomeling van de oppermachtige moest zijn. In de 33 jaar die volgden, werd de zoon steevast voorgehouden dat er een God was en dat hij daar de zoon van was en dus heel bijzonder was. Hem worden zelfs wonderen toegeschreven. Zoonlief die met deze opvattingen werd opgevoed, kon dus niet anders dan hier geloof aan hechten en gedroeg zich dan ook als zodanig.
     
    Zoals elk geloof, had de stroming die hij vertegenwoordigde ook tegenstanders en uiteindelijk werd de ergernis zo groot dat men besloot om deze jongeman met die vreemde opvattingen, 33 jaar oud, maar te doden op een manier die voor die tijd zeer gebruikelijk was: kruisiging. De jongen was zozeer in de opvattingen gaan geloven, mede omdat dit door zijn naaste omgeving nooit werd ontkracht of tegengesproken, dat hij zelfs bereid was ervoor te sterven.
     
    Het verhaal over de geboorte, het leven en de dood van deze bijzondere jongen ging, in de eeuwen die volgden, de wereld over. In gebieden waar men moeite had dit verhaal te zien als de enig echte religie, werd aansluiting gezocht met plaatselijke gebruiken. Zo werd er een verbinding gelegd met de periode dat de wintertijd inging en met de lokale gebruiken daaromheen. Bijvoorbeeld: In een bepaald gebied werd een boom mooi versierd als teken van die overgang van langer naar korter daglicht en vervolgens werd de boom in brand gestoken om de boze geesten weg te houden.
     
    Door het verhaal erbij te vertellen dat de zoon van de oppermachtige precies in deze periode geboren was, werd de kwestie steeds geloofwaardiger gemaakt en geleidelijk vloeiden plaatselijke rituelen en het verhaal over deze jongen in elkaar over tot een aangepaste, lokaal aanvaardbare versie. En als je er maar trouw in geloofde, stond er aan het eind van je aardse bestaan een prachtige beloning te wachten. De rituelen rond de geboorte van deze jongen houden in de donkere periode van het jaar in diverse vormen nog steeds stand.
     
    In de lage landen van Europa was er een geloof in een goedheiligman die - in de periode dat de dagen korter en donkerder werden - goede dingen voor kinderen deed en voor de kinderen die erin geloofden, was er een prachtige beloning te verwachten. Kinderen die stout waren, werden echter door de Moorse knechten van de goedheiligman ontvoerd om als slaaf te gaan werken. Kinderen werden met deze opvattingen opgevoed en hechtten daar geloof aan.
     
    Na een tijdje, als ze wat ouder werden, werd de kinderen verteld dat het niet echt was, het bestaan van deze goedheiligman werd ontkracht en tegengesproken. Maar het jaarlijkse ritueel hield lang stand, de kinderen van voorheen haalden doodleuk hetzelfde trucje later weer met hun eigen kinderen uit.
     
    De bewoners van de Europese landen, zoals Engeland, Spanje en de lage landen gingen de wereld over. Een nieuwe wereld werd ontdekt en die werd - na het nodige landje pikken - ingericht als nieuw te bewonen land, en de gebruiken en rituelen van de diverse culturen vloeiden geleidelijk in elkaar over. In sommige delen van de nieuwe wereld ontstond het geloof in ‘Santa Claus’, een dwergachtig figuur in een groen pakje die stoute kinderen in de donkere periode ontvoerde, maar lieve kinderen beloonde. Zijn naam lijkt verdacht veel op die van die Europese goedheiligman (Sint Nicolaas, al snel verbasterd tot Sinterklaas, klinkt bijna als ‘Santa Claus’). Kinderen werden met deze opvattingen opgevoed en konden daar alleen maar geloof aan hechten.
     
    Daarbij werd dan ook steevast het verhaal van de jongen verteld die ooit in het Midden-Oosten was geboren uit een maagd. De boom werd versierd, Santa Claus was op jacht naar stoute kinderen en deelde stiekem prachtige beloningen uit aan lieve kinderen. De boom werd later verbrand of men stak andere dingen in de brand. Na een tijdje werd de kinderen verteld dat het verhaal van de jongen echt was, maar het bestaan van die groene dwerg Santa Claus werd ontkracht en tegengesproken. Maar dit jaarlijkse ritueel hield lang stand en de kinderen van voorheen haalden hetzelfde geintje later weer doodleuk met hun eigen kinderen uit.
     
    In 1936 was er in die nieuwe wereld een fabrikant van een drankje die iets bedacht om het brouwsel breder onder de aandacht te krijgen. Het drankje viel namelijk bij veel mensen in de smaak en er werden soms zelfs wonderen aan toegeschreven. Hij bedacht dat Santa Claus degene moest zijn die dit wonderlijke drankje, Coca Cola genaamd, in de donkere periode van het jaar verdere bekendheid moest geven. Maar dan moest het wel positief worden gebracht, zonder dat Coca Cola ook verbonden kon zijn aan een dreigende figuur in een groen pakje die ook kinderen ontvoerde. Hij bedacht daarom een geheel nieuwe Santa Claus: een vrolijke, vriendelijke dikkerd in een roodwit pak, die als door een wonder met een fel verlichte arrenslede langs de hemel kon rijden. Kinderen werden met deze opvattingen opgevoed en hechtten daar geloof aan.
     
    De boom werd versierd en Santa Claus deelde stiekem prachtige beloningen uit aan de kinderen. De boom werd later verbrand of men stak andere dingen in de brand. Maar na een tijdje werd de kinderen verteld dat die vrolijke, vriendelijke dikkerd in een roodwit pak niet bestond, zijn bestaan werd ontkracht en tegengesproken.
     
    Dit jaarlijkse ritueel houdt nog steeds stand...
    De gewichtseenheid Kilogram is een van de zeven eenheden van het SI stelsel. Over de gehele wereld staat daardoor vast wat iets ten opzichte van die Kilogram weegt. Je kunt dus ongezien aan de andere kant van de wereld iets kopen en je weet precies het gewicht van de goederen als het bij je wordt bezorgd. Dit geldt ook voor de andere zaken die van belang zijn en waar eenheden voor zijn vastgesteld zoals de lengtemaat Meter en de tijdsmaat Seconde.
     
    Echter de belangrijkste eenheid ter wereld, namelijk die voor de Waarde van goederen is niet vastgelegd. Deze waarde wordt nu uitgedrukt in de muntsoort van landen welke een steeds wisselende koers kan varen. Alles afhankelijk van de stemmingen van individuele anonieme personen die dan \"de markt\" vormen.
     
    Stel dat dit met de andere eenheden ook zo zou zijn. Een kilo suiker is bij de ene kruidenier goedkoper maar je krijgt er wel tien procent minder. De kilometeraanduiding op het ANWB bord naar Leeuwarden is maar 30% van de werkelijkheid, of twee keer zoveel. De reis naar Rome kan twee uur duren maar ook twee dagen, het een en ander afhankelijk van hoe de seconde op dat moment in de markt ligt.
    Er zouden de grootste ruzies ontstaan en het zou kunnen ontaarden in oorlogen. Om deze reden is er altijd de behoefte geweest om eenheden goed te definiëren, zodat waar ook ter wereld het duidelijk is wat je met elkaar hebt afgesproken. Waarom dit met de eenheid van waarde tot op heden nog niet is gebeurd is dus eigenlijk onbegrijpelijk. Zou er teveel verdiend kunnen worden aan het ontbreken van eenheid van waarde? Zou het stukje duidelijkheid dat er met eenheid op dit gebied zou kunnen ontstaan niet hele verdienstromen kunnen opdrogen? Zou dat dan de reden zijn dat er zelfs niet over gepraat wordt? Zou de kracht van de mensen achter het in stand houden van deze onduidelijkheid dan zo groot kunnen zijn, dat de gewone man die op alle mogelijke manieren de dupe is van deze onduidelijkheid, er via zijn politieke vertegenwoordigers niet in slaagt de onduidelijkheid weg te nemen. Wat zijn dat voor krachten en vallen deze niet eenvoudig te pareren door simpelweg een achtste eenheid: de eenheid van waarde in het SI stelsel in te voeren. Wat houdt ons eigenlijk tegen?
    “The architect“, de ontwerper, uit de film “The Matrix” deed deze uitspraak tijdens een bezoek van de hoofdrolspeler aan zijn kantoor. Menselijk gedrag is volledig voorspelbaar en in deze verzameling is ontkenning de meest voorspelbare. Ook nu zult u denken dat het niet waar is, hetgeen de stelling bewijst.
     
    Vandaag berichtte Nu.nl dat er minder straling komt uit de ontplofte kernreactor, nadat de exploitant van de centrale had laten weten dat dit zo is. Dat is wel handig om naar buiten te brengen, al was het alleen maar om te voorkomen dat we gaan denken Chernobyl II te hebben gemaakt, terwijl het zeer wel aannemelijk is dat dat zo is. Daar in de Oekraïne is het gebied rond de oude ontplofte reactor onbewoonbaar voor mensen en een natuurreservaat geworden voor exotische dieren. Het schijnt zeker de moeite van een bezoek waard te zijn, alleen al om te zien wat de natuur zelf met zo’n gebied zou doen.
     
    Verder berichtte hetzelfde nu.nl dat er wederom een amerikaanse bank miljardensteun nodig heeft om te overleven, ondanks de nu zeer ongelukkige subprime hypotheken. Dit in tegenstelling tot de berichten dat het helemaal zo slecht niet gaat met de economie of zelfs dat de boel weer opleeft. Wie wordt er hier nu bedrogen? Ik wil niet doemdenken, maar als ik lees dat de financiële sector in zijn eigen systeem niets heeft veranderd en alweer de bonussen zit te verdelen, dan verwacht ik nog wel een (minder) kleine correctie van buitenaf. Met andere woorden; we zijn er nog lang niet. Al denken we van wel.
     
    Dit zijn een tweetal voorbeelden uit één dag nieuws. Geen voorbeelden zonder belangrijke consequenties overigens, maar wel voorbeelden die aantonen dat de stelling aardig opgaat: Ontkenning is de meest voorspelbare van alle menselijke reacties.
     
     
     
    "Stijn, leuk en aardig zo’n website, maar voor mij werkt dat niet. Het onderhoud kost mij teveel tijd. Of beter gezegd, daar heb ik geen tijd voor. En waarom zou ik het doen? Klanten heb ik voldoende.”
     
    Om eerlijk te zijn, zette deze mening mij wel weer aan het denken. Dat ging zelfs gepaard met een klein beetje angst. Doen we het wel goed? Staren wij ons inderdaad niet teveel blind? Gelukkig kwam het bevrijdende antwoord ook snel: Nee!
     
    Degene die mij aansprak, heeft het op zich prima voor elkaar. Hij heeft voldoende werk en een goed inkomen. Toen ik door vroeg, bleek dat niet vanzelf te gaan. Werkweken van 50 á 60 uur waren bij hem eerder regel dan uitzondering.
    Veel werkzaamheden keerden iedere maand weer terug. Zo pleegt hij iedere maandagmiddag steevast telefonische acquisitie. Soms koud, soms warm. Ook laat hij geen netwerkbijeenkomst schieten. “Daar moet ik juist zichtbaar zijn, Stijn”.
     
    Zichtbaarheid? Juist in de wijze van zichtbaarheid zit het verschil. Deze ondernemer moet keer op keer, maand in maand uit, zichzelf opnieuw zichtbaar maken. Een arbeidsintensief proces.
     
    Je kunt er ook voor kiezen om op een constructieve manier continu zichtbaar te zijn. Telkens zichtbaar zijn als potentiële klanten er zelf om vragen. Bijvoorbeeld, wanneer zij zoeken in Google. Of wanneer zij het vragen op sociale netwerken. Vraag gestuurd in plaats van push.
     
    Zonder een website gaat het je niet lukken om automatisch zichtbaar te zijn. En alleen simpel een website als een online brochure gaat ook niet werken. Je zult tijd moeten investeren in je website. Tijd om je website te verrijken met waardevolle content en artikelen. Content die oplossingen biedt voor de problemen van je (potentiële) klanten. Wanneer zij hiernaar op zoek zijn, komen ze op jouw website terecht. Daar moet je voor zorgen.
     
    De tijd die je dan in je website stopt is constructief, want waardevolle content is continu beschikbaar. 24 Uur per dag. Terwijl jij aan het werk bent bij klanten, ben je in die tijd zichtbaar voor mensen die op zoek zijn naar jouw oplossingen. Zorg ervoor dat men jouw waardevolle materiaal kan vinden. Laat hen het delen voor jou: mond-tot-mond 2.0. Daarmee creëer je pas echt veel vertrouwen en verlangen naar meer.
     
    En wat te denken na een jaar? Dan komen er nog steeds automatisch bezoekers naar je website. Alleen dan het veelvoudige, omdat je veel meer waardevolle content hebt gemaakt.
     
    Vergelijk het met de verbouwing van je huis. Deze wordt daardoor ook meer waard. Als jij je website onderhoudt en met waardevolle content verrijkt, dan wordt deze ook steeds meer waard. Zoekmachines smullen van deze inhoud. Belangrijk is dat je continu door blijft bouwen. Je kunt je tijd maar één keer uitgeven, dus geef het slim uit, zodat het voor je gaat werken!
     
    We houden allemaal wel van een uitdaging van tijd tot tijd. Een cognitieve wedstrijd met onszelf, al was het maar “omdat het kan” of om te ontdekken óf het kan. De één zoekt het in een legpuzzel van 1000+ stukjes, de ander in het oplossen van een zwarte band Sudoku. Sommigen onder ons lossen graag een technisch probleem op met een te patenteren uitvinding en anderen springen weer graag in de bres voor de medemens in nood.
     
    We houden allemaal wel van een aai over onze bol van tijd tot tijd. Een stukje erkenning van onze kwaliteiten, ijdelheid zo u wilt. En dat hoeft dan niet altijd een huldiging door de burgemeester op het dorpsplein te zijn. Een “goed gedaan jochie” of een reus op een forum voldoet vaak al snel.
     
    De combinatie van deze twee, de uitdaging en ijdelheid, zorgt er nog wel eens voor dat we snel “ja” zeggen als we worden uitgedaagd. Soms wel eens iets te snel. En dan gebeurt het dat we bereid zijn om een probleem van een ander gratis op te lossen. Doen we even. Appeltje - eitje. Voor een familielid, een goede vriend of een verre buur.
     
    En dat is funest. Het tast je cashflow aan, en dus ook je winstgevendheid. Maar er is meer. Hieronder 5 redenen om altijd geld te vragen voor je diensten (en drie reden om dat af en toe ook eens niet te doen).
     
    1. Potje breken is potje betalen.
    Stel, repareren is “jouw ding”. En of dat nu het repareren van auto’s, computers of koffiezetmachines is, dat maakt niet zo veel uit. Maar iedereen die ooit eens in zijn leven iets gerepareerd heeft weet dit: Terwijl je het ene onderdeel repareert, sneuvelt het ander. Je laat iets vallen, er breekt een rotte bout of een week nadat je iets hebt gefikst laat een ander onderdeel het leven. En of je er nu wel of niet iets aan kunt doen; het is hoe dan ook jouw schuld. “Ik dacht dat je het zou maken? Hij doet het nog steeds niet hoor!”
     
    Het feit dat jij geen rekening stuurt, is voor de ander namelijk geen reden om af te zien van garantie. Jij zou het gratis maken, en gratis is gratis dus de onderdelen die in het proces breken komen voor jouw rekening. Als je wel een factuur voor je diensten stuurt, komen in sommige gevallen evengoed bepaalde onderdelen voor jouw rekening, maar dan heb je tenminste nog je reparatietarief om het leed enigszins te verzachten.
     
    2. Geef ze één vinger, dan nemen ze je hele hand
    Voor je het weet is die ene geste om die nieuwe videokaart te monteren en installeren (een klusje van 5 minuten dat uitloopt tot een uur omdat de goede drivers er niet bijzitten en vervolgens uitloopt tot een halve dag omdat de videokaart niet compatible is met de geluidskaart maar gelukkig heeft iemand op een forum er een patch voor geschreven waar je alleen maar de EFI string voor hoeft aan te passen…) uitgelopen tot de verwachting dat je ook een update van de systeemsoftware uitvoert, 3 virussen verwijdert en toch maar een andere videokaart installeert omdat die eerste het toch niet zo lekker doet onder die nieuwe OS-versie…
     
    3. Eens gratis, altijd gratis.
    Juristen noemen dat jurisprudentie. Als de vorige keer de rechtbank zus heeft geoordeeld in een bepaalde zaak, is de kans groot dat ze in een vergelijkbare zaak niet anders zal oordelen.
     
    Dus als je een keer een grote klus gratis hebt gedaan, kun je op verbaasde blikken en tegengas rekenen als je voor een klein klusje wel geld vraagt. En dat kun je de ander niet eens kwalijk nemen. Je hebt zelf tenslotte het precedent geschapen.
     
    4. Het verzwakt je positie.
    Gratis werken is niet alleen slecht voor je cashflow en je winstgevendheid, het verzwakt je positie als professional ook nog eens. Veel professionals vinden het moeilijk om vooraf duidelijke afspraken te maken over hun beloning. Dus vaak volgt er na een klus een halfslachtige factuur in de hoop dat die betaald wordt.
     
    Als je als dienstverlener niet op voorhand hele duidelijke afspraken maakt over je tarieven en betalingsvoorwaarden, dan loop je de meeste kans uiteindelijk niet betaald te krijgen. De waarde van een product is voor de meesten wel helder. Maar wat is nu de waarde van tijd? Waarom krijgt een stratenmaker maar €45,- per uur voor lichamelijk zware arbeid terwijl een advocaat “alleen maar een beetje in zijn kantoor zit” voor dat honorarium van €250,- per uur? Achteraf rechtvaardigen van je de factuur is haast niet te doen.
     
    Nog lastiger wordt als je in een eerder stadium freebies hebt weggegeven. Juist die eerste klus definieert de grenzen voor zolang de relatie duurt. En als je het al moeilijk vind om over geld te praten, maak je het jezelf haast onmogelijk voor latere klussen. Wees vanaf het allereerste begin duidelijk over wat jouw tijd kost. Iedere volgende klus heb je daar alleen maar profijt van.
     
    5. Mensen hechten geen waarde aan iets wat gratis is.
    En waarom zouden ze? We zijn er aan gewend dat een auto van een ton kwalitatief beter gebouwd is, meer comfort kent en sneller is dan een auto van €15.000,-. Een stereo-installatie van vijf ruggen geeft een beter geluid dan een midisetje van een meier. En zeg nu zelf; door wie laat jij je het liefst opereren? Door de chirurg die €20.000,- voor de ingreep rekent, of zijn collega die het wel wil doen voor een krat bier?
     
    Dus als we iets met een lagere prijs ook lager waarderen, wat moeten we dan denken van iets dat gratis is? En zo kan het voorkomen dat je een dag hebt besteed aan het maken van een adviesrapport (normale prijs zeg €1.250,-) en je klant er vervolgens niets mee doet “omdat hij het er niet mee eens is”. In feite trekt jouw klant dan jouw expertise in twijfel. Had deze klant de volle mep moeten betalen had hij het zonde van zijn geld gevonden als hij je advies niet zou opvolgen...
     
    Dit waren mijn vijf redenen om nooit gratis te werken. En toch heb ik altijd wel klussen gedaan zonder daar een vergoeding voor te vragen en zal ik dat altijd blijven doen. Ik heb drie goede redenen om mijn eigen regels aan mijn eigen laars te lappen:
     
    1. Soms moet je wel, kun je niet anders.
    Het kan zijn dat een goede klant je om een gunst vraagt. In dat geval investeer je in de relatie. Het is mijn ervaring dat als je af en toe eens toegeeft aan een goede klant, je daarna veel minder moeite hebt je facturen betaald te krijgen. Misschien ben je vormgever en vraagt jouw klant een geboortekaartje te ontwerpen. Of krijg je als fotograaf het verzoek een groepsportret te maken van zijn kinderen. Zie het dan als relatiegeschenk, een manier om “dankjewel voor je klandizie” te zeggen.
     
    Hoe goed je ook je vak beheerst, soms lukt het gewoon niet. Soms loopt een project gewoon niet zoals je zou willen. In dat geval kan een beetje coulance wonderen doen. Je laat daarmee zien dat je met je klant samenwerkt. Dat jullie er samen in staan, en dat je het verlies als het allemaal even niet lukt tot op zekere hoogte deelt. En gedeelde smart, mijne dames en heren, is nog altijd halve smart.
     
    Wat wel in beide gevallen belangrijk is: maak je bijdrage inzichtelijk. Lang geleden, toen ik met mijn compagnons een reclamebureau dreef hadden wij dit tot beleid gemaakt. Alles werd gefactureerd, ook de gestes en gunsten. Dus het verzoek van het geboortekaartje werd netjes tegen het commerciële tarief gefactureerd, met hetzelfde bedrag als korting. Te betalen: €0,-. Maar wel een factuur sturen. Onzinnig? Misschien op boekhoudtechnisch niveau. Maar het maakte wel duidelijk dat dat geboortekaartje een cadeautje van onze kant was waar hij anders een paar honderd euro voor had moeten betalen.
     
    Een paar van dat soort cadeautjes per jaar (jubileumkrant voor de voetbalclub, golftoernooitje, verjaardagsuitnodigingen) liepen al snel op tot een paar duizend euro. En als je dat inzichtelijk maakt voor je klant doet dat wonderen voor de budgetbesprekingen voor het volgend jaar… ;-)
     
    2. Het is de beste marketing die je maar kunt wensen.
    The proof of the pudding is in the eating. Laat zien wat je kunt. Deel je kennis, bijvoorbeeld op je eigen blog. Maak een tutorial, schrijf je in voor wedstrijden. Geef templates weg, leid een bezoeker aan de hand door het proces van wat je doet. Die kennis is toch wel te vinden via Google. Laat de wereld maar proberen aan de hand van jouw recept dat resultaat te behalen. Dan kunnen ze ervaren dat het nog best een hoop werk is / niet zo eenvoudig is als dat het lijkt. Het lijkt in eerste instantie wel of je omzet weggeeft, maar bij wie komen ze terug als de standaardoplossing toch niet voldoet? Juist.
     
    3. Het komt naar je terug, altijd.
    Doe je het niet voor je klant of voor je marketing, doe het dan om iemand oprecht te helpen. Het komt naar je terug, al weet je nooit op welke manier en wanneer. Maar het komt terug. Noem het “The Secret”, noem het “Karma” noem het -als je niet zo van het boomknuffelen bent- “wie goed doet, goed ontmoet”.
     
    Maar geloof me, het komt hoe dan ook naar je terug. Op de meest onverwachte momenten en vanuit de meest onverwachte hoek.
     
    Ik vertel je er nog wel eens over, bij een kop koffie.
     
    (Deze column is eerder op mijn blog verschenen.)
     

    Onbeperkt houdbaar

    By John B

    Een paar jaar geleden kwam ik twee weken op rij na het boodschappen doen thuis met een product waarvan de houdbaarheidsdatum was verstreken. Balen dus. Teruggaan naar de supermarkt vond ik geen optie, je kunt immers via de kassabon wel aantonen dat je dat product die dag hebt gekocht, maar niet dat het dat specifieke pakje of zakje was, dat stond wellicht al tijden thuis in de kast.
     
    Ik besloot voortaan nóg beter op te gaan letten. En al snel viel me op dat er heel wat verlopen producten in de schappen stonden. Of het nu om koek, vleeswaren, afbakbroodjes, sauzen, verpakte sla, kant-en-klaar maaltijden of zuivel ging. Regelmatig zag ik producten die er eigenlijk niet meer hoorden te staan.
     
    Omdat het mij stoorde, wees ik de medewerkers van de supermarkt steevast op deze artikelen, met soms verrassende reacties: “Maar dit is toch nog goed tot november? O, sorry, november vórig jaar …”. Het lag aan de klanten (“die gooien altijd alles door elkaar”), aan de leveranciers (“het staat er ook zo onduidelijk op”) of heel af en toe aan een medewerker (“maar die werkt hier niet meer”).
     
    Soms bleef na mijn melding het betreffende product nog weken in het schap staan. En een enkele keer werd het product direct weggehaald, om na een week weer vrolijk op die plek terug te komen.
     
    Na een tijdje was ik de irritatie voorbij en begon het mij te intrigeren. Het werd mij duidelijk dat het hier om een procesprobleem ging en mijn onverbeterlijke verbeterdrift begon te werken. Dus maar eens een praatje gemaakt met een afdelingschef en van gedachten gewisseld met de bedrijfsleider. Op een gegeven moment heb ik zelfs aan de eigenaar van de supermarkt voorgesteld om samen naar oorzaken te zoeken en waar mogelijk op te lossen. “Niet nodig” was in alle gevallen het antwoord. Er werd al aan gewerkt en het probleem zou “binnenkort” uit de wereld zijn. Niet dus.
     
    Na twee jaar “masseren” ben ik er onlangs mee gestopt. In mijn werk roep ik altijd dat het heel lastig is om mensen te helpen als ze niet geholpen willen worden. Waarom dan de illusie dat dat in een privé-situatie anders zou zijn? Sindsdien zie ik bij diezelfde supermarkt nog regelmatig producten die over de datum zijn, maar ik zeg er niets meer van. Het was in het begin wel even wennen.
     
    Ze noemen het “beroepsdeformatie” en dat betekent dat je in je vrije tijd gedrag vertoont dat doorgaans alleen in je werk thuishoort. In het ene beroep komt het meer voor dan in het andere. Er zijn geen medicijnen voor en erover praten schijnt het erger te maken. En het gaat nooit over. Gelukkig maar. Onbeperkt houdbaar. Hoef ik dáár tenminste niet op te letten.

    Mystery Boss

    By Linda Maas

    Carnaval is weer in zicht en de winkels in Brabant en Limburg liggen vol met verkleedkleding. Carnaval is echter niet het enige moment waarbij mensen zich verkleden en anders voordoen dan ze zijn. Onlangs zag ik het programma Undercover Boss waarbij de directeur van een groot bedrijf zich anders voordoet met een bepaald doel. Hij of zij neemt een week de plaats in van een werknemer in zijn eigen organisatie. De medewerkers weten niet dat de nieuwe collega in werkelijkheid hun directeur is.
     
    Net als bij carnaval kan je ook hierbij afvragen waarom iemand zich anders voordoet dan hij werkelijk is. Wat ik sterk vind aan Undercover Boss, is dat de directeur door een verkleedpartij erachter komt wat er daadwerkelijk leeft op de werkvloer. Het geeft de directeur een realistisch beeld van wat men van het werk, het bedrijf en natuurlijk van hem/haar zelf vindt. Aan het einde volgt een evaluatie en worden de verbeterpunten behandeld.
     
    Indien een verkleedpartij op de werkvloer u toch echt te gek is, dan zijn er natuurlijk ook andere oplossingen om uw organisatie/dienstverlening te verbeteren. De titel van deze column verwijst naar Undercover Boss en naar mystery shopping. Bij mystery shopping gaat er ook iemand undercover. Deze persoon, de mystery shopper, wordt ingehuurd met een missie; het vastleggen van de beleving bij een aankoopproces of dienstverlening. De medewerkers weten niet wie de mystery shopper is, zodat er een reëel verslag wordt uitgebracht van deze beleving. Dit verslag geeft de directeur een indicatie hoe zijn klanten behandeld worden, en hoe hij, indien nodig, bij kan sturen.
     
    Bij het televisieprogramma komt de directeur onder andere te weten hoe het personeel over bepaalde zaken denkt. Wanneer een leidinggevende dit direct aan het personeel vraagt blijkt er een barrière te zijn waardoor medewerkers niet eerlijk durven te zijn tegenover hun leidinggevende. Wilt u als directeur toch weten wat medewerkers daadwerkelijk van u en uw bedrijf vinden, dan kunt u dit laten onderzoeken. De beste oplossing hierbij is een onderzoek, waarbij de gegevens per medewerker anoniem blijven. Anders blijkt het toch een drempel te zijn om direct of indirect aan de baas aan te geven wat de eventuele knelpunten zijn.
     
    Voert u het onderzoek liever zelf uit? Organiseer dan een “Kom verkleed naar het werk”-dag en neem zelf de rol van mystery boss aan, zodat u zich gemakkelijk en anoniem op de werkvloer kunt begeven. Ik ben deze carnaval echter als vrijwillige mystery shopper in de horeca te vinden ;)
     
    Alaaf!
     
    Ps. 45% van de medewerkers geven aan dat de baas te weinig op de werkvloer aanwezig is. Waarbij 36% aangeeft dat de allerhoogste baas dan ook niet weet wat er op de werkvloer afspeelt. Dit zijn resultaten van DVJ Marktonderzoek in opdracht van Veronica naar aanleiding van het televisieprogramma Undercover Boss.
     
    Een sterk merk kan voor structureel meer winst zorgen, hogere marges en loyalere klanten (return on branding). De belangrijkste factor die bepalend is voor het langetermijn succes van een merk is echter het gedrag van medewerkers.
     
    In diverse studies wordt aangetoond dat een sterk merk een belangrijke bijdrage levert aan het succes van een onderneming. De logica daarachter is dat een sterk merk leidt tot een mentale voorkeurspositie bij doelgroepen. Daarmee is de kans groter om te worden gekozen bij een aankoopbeslissing.
    Bij dienstverleners wordt negentig procent van de beeldvorming bepaald door gedrag (bron: Cees van Riel, Identiteit en imago). Maak je de merkbelofte niet waar, zoals veel banken en telecom providers, dan kun je adverteren tot je een ons weegt. Je kunt stellen dat het managen van een merk in essentie gaat over het managen van medewerkers. Maar hoe pak je dat nou concreet aan?
     
    Interne focus
    De merkpositionering geeft aan hoe je als merk graag wilt zijn en wilt worden gezien. Het is een ambitie waar naar toe moet worden gewerkt. Wanneer je als onderneming helder hebt geformuleerd hoe het merk te positioneren, is het belangrijk om de focus op de eigen organisatie te richten. Veel ondernemingen gaan gelijk aan de slag met de vormgeving en externe communicatie. Degene die de merkbelofte moeten waarmaken mogen achteraan aanschuiven. Het risico is dat zowel klanten als medewerkers gedesillusioneerd raken over het merk en haar mooie belofte. Om dit te voorkomen moet je intern beginnen.
     
    Glashelder
    Het vaak geprezen Interpolis heeft bijvoorbeeld al jaren gewerkt aan een glasheldere interne cultuur en competentie ontwikkeling voordat zij haar merkbelofte aan de buitenwereld bekend maakte. Dat vereist een organisatiebrede inspanning en structurele samenwerking tussen marketing, communicatie, HR en de business.
     
    Pak het procesmatig aan
    Een merk positioneren is geen afgebakend project, maar een organisatiebreed proces. In dat proces moet er aandacht worden besteed aan zaken als het ontwikkelen van een stimulerende cultuur, competenties, een andere werkwijze, etc.
    Belangrijk is om te onderkennen dat medewerkers niet van de een op de andere dag ‘merkwaardig’ gedrag vertonen. Merkwaardig gedrag vergt een andere benadering dan de ontwikkeling van middelen als een logo of een website.
     
    Philips
    Het vergt tijd om bij de externe doelgroep op een voorkeurspositie in het brein te komen. Dat geldt dus ook voor de eigen medewerkers. Zo heeft Philips bijvoorbeeld een hele cultuuromslag en competentieontwikkeling ondergaan rondom de merkwaarde ‘Simplicity’. Is het TV apparaat voor onze klant eenvoudig te bedienen? Kan hij het installeren zonder hulp van derden? Pittige vragen voor medewerkers van een zeer technisch bedrijf, maar essentieel om mee aan de slag te gaan. Om intern te doorleven voordat je het merk in mooie campagnes extern gaat uitdragen.
     
    Prestatie-indicatoren
    Of je goed bezig bent, weet je alleen als je inzicht hebt in jouw prestaties en daarop kunt sturen. Veel ondernemingen beschikken over externe merkinformatie zoals de merkbekendheid en merkvoorkeur onder de doelgroep. Wanneer daar te laag op wordt gescoord, zoekt men vaak de oplossing in extra campagnes. Simpelweg omdat men geen inzicht heeft in andere merkindicatoren. Het is cruciaal om ook over interne prestatie-indicatoren te beschikken waarop kan worden gestuurd. Je maakt zo intern en extern duidelijk en zichtbaar dat het merk een integraal onderdeel vormt van de gehele organisatie. Als bijvoorbeeld de competentie ‘assertiviteit’ een belangrijk vereiste is voor het waarmaken van de merkbelofte, moet dat meetbaar worden meegenomen in het personeelsbeleid van de organisatie. Een prestatie indicator kan dan bijvoorbeeld zijn het percentage medewerkers dat zichzelf na het eerste jaar competent voelt om de merkbelofte waar te maken. Essentiële managementinformatie om ook externe merkprestaties te kunnen verklaren. Een inspanning die geduld vereist. Logisch gezien kan bijvoorbeeld de ABN AMRO haar vernieuwde merkbelofte, de bank anno-nu, nog niet geheel waarmaken. Deze merkbelofte gaat in feite over een nieuwe praktische, no nonsense-mentaliteit. Een dergelijke cultuuromslag van ‘De Bank’ naar ‘De Bank anno-nu’ is in zo’n kort tijdsbestek simpelweg niet haalbaar.
     
    Het merk zijn
    Wanneer de interne organisatie merkwaardig is en daarop kan worden gestuurd kan je pas echt het merk zijn. Uiteindelijk is het net als met leren fietsen. Je kunt pas goed fietsen als je over de handelingen niet meer bewust hoeft na te denken. Je weet en kunt simpelweg niet meer anders dan het merk zijn en uitdragen.
     
    Tips
    * Investeer in het merk als een organisatiebreed proces
    * De medewerkers maken het verschil, leg daar de focus.
    * Door naast externe prestatie indicatoren oog te hebben voor interne prestatie indicatoren kan echt worden gestuurd op het bouwen van een sterk, geloofwaardig merk.
    Ik moet eerlijk bekennen dat ik al lange tijd met een verhaal over geiten en olifanten in mijn hoofd loop.
    Een verhaal dat ik tijdens het surfen op internet tegenkwam op dit forum met een goed onderbouwde waarschuwing om toch vooral op te passen als je op olifanten gaat jagen.
     
    Die column is écht de moeite waard en moet je vooral even eerst lezen, voordat je hier verder leest. Dan snap je mijn tekst ook beter :)
    Het is een goed verhaal maar toch knaagde het een beetje. Ik zal uitleggen waarom:
     
    Ik ben geen geitenhoeder maar diervoederleverancier
    Ik ben diervoederleverancier. Er zijn er niet veel van in Nederland, althans, niet met zo'n breed assortiment diervoeders als ik. Ik lever o.a. geitenvoer, lamavoer en ook olifantenvoer.
    Zowel olifanten als geiten behoren dus tot mijn gewaardeerde afnemers en ik moet eerlijk zeggen dat we eind jaren 80 van de vorige eeuw ons alleen maar op de geiten en ander klein grut gericht hebben. Klinkt oneerbiedig, maar is niet zo bedoeld.
     
    Ook wij maakten ineens mee dat er op een zonnige tevreden dag een grote schaduw vanachter de horizon opdook: Een olifant.
     
    Andere ervaring met olifanten
    Onze ervaring als voederspecialist was echter anders dan die van Norbert.
    Toen we die olifant goed leerden kennen bleek het dat die héle grote enorme olifant eigenlijk bestond uit honderden kleine geitjes die zich voordeden als olifant.
    Een beetje hetzelfde als die grote zwermen spreeuwen die je in de herfst en lente ziet. Van grote afstand indrukwekkend en een grote schaduw vooruitwerpend, maar van dichtbij zijn het allemaal kleine vogeltjes.
     

     
    Toen we dat eenmaal doorhadden gingen we begrijpen hoe zo’n olifant functioneerde. Er waren, zo merkten wij, maar een stuk of 5 geitjes die voor alle anderen bepaalden welk voer ik moest leveren.
    Vijf geitjes maar! Dus door die 5 geitjes goed te verzorgen en tevreden te houden had ik er honderden als klant…
     
    Natuurlijk is dat voor een voederleverancier als ik makkelijk. Je rijdt één keer in de maand langs met een vrachtwagen met voer en je bent klaar. Dat is iets anders als geitenhouder die ieder geitje moet wassen, stront ruimen en tevreden houden. Ook als die geitjes zich samen als olifant manifesteren. Dus ik snap de bezwaren in de vorige column wel, maar ze gaan niet voor iedereen op.
     
    Andere voordelen van olifanten
    Ik ontdekte nog wat voordelen die maakten dat ik eigenlijk een voorliefde voor olifanten heb. Die geitjes die samen de olifant zijn, zijn over het algemeen gek op waardering. Ze hebben geldingsdrang.
     
    Dus als ik een nieuw soort voer heb, hoef ik er maar mee langs te komen en de inkoopgeiten zijn direct geïnteresseerd. Zij kunnen goede sier maken met ander voer, en er zijn altijd geitjes in hun achterban die het lekker vinden.
    Zo zijn die olifanten voor mij de ideale test voor nieuwe voederproducten.
     
    Er is ook veel meer uitwisseling tussen de olifanten onderling. De geiten sluiten zich de ene keer bij de ene olifant aan en de andere keer bij de andere olifant waar ze dezelfde functie hebben.
    Drie keer raden wie ze dan bellen als ze niet meer tevreden zijn over hun huidige voederspecialist? Precies. ;)
     
    Welke ervaringen bieden olifanten voor voederleveranciers zoals ik?
    [*] Olifanten lijken groot, maar bestaan uit veel kleine geitjes. Het is zaak het paar goede geitjes te vinden en je daarop te richten en die tevreden te houden
    [*] Olifanten bestellen veel en in grotere hoeveelheden dan individuele geitjes. Ofwel: grotere hoeveelheden per bestelling leveren op 1 adres met 1 factuur scheelt enorm in de administratie, kosten en tijd vergeleken met allemaal individuele geitjes.
    [*] Olifanten zijn zo groot, dat ze voor alles een geitje hebben met verstand van zaken. Dat praat makkelijker en scheelt uitleggen. Over het algemeen vind ik olifanten een stuk redelijker dan geitjes
    [*] De olifanten die ik ken zijn gemiddeld genomen trouwer aan mij als leverancier dan de geitjes.
    [*]Olifanten structureren en formaliseren hun bestelprocessen. Dat werkt beter en foutlozer dan de gemiddelde kleine geit.
    [*]Olifanten staan veel meer open voor nieuwe producten en diensten en kunnen perfect als launching customer dienen.
     
    Ik heb als veevoederleverancier veel plezier van de olifanten in mijn klantenbestand.
    Ik zou ze niet alleen willen hebben, heb dus ook de lama’s en de geiten, maar zou ook niet zonder ze willen.
     
    Dat is wat ik jullie mee wil geven als een beetje tegengewicht aan het geitenverhaal van mijn gewaardeerde klant de geitenboer.
     
    Met vriendelijke groet,
    J.O. Sera.
    Diervoederspecialist en olifantenliefhebber

    BTW Perikelen

    By Quibke

    In mijn vorige bedrijf had ik te maken met drie soorten BTW. BTW Hoog (19%), BTW Laag (6%) en 0% BTW.
    Ik verkocht vrij veel op rekening aan mijn zakelijke klanten. Er werd een handgeschreven pakbon gemaakt, waarop exact stond wat de klant gehad had. Eén doorslag voor de klant, één voor de boekhouding en één doorslag werd meegezonden wanneer de factuur verstuurd werd. Een bekend trucje om niet of later te betalen is namelijk om na de eerste aanmaning te reageren met “stuur me even een kopie pakbon, want ik weet niet waar de factuur over gaat”. Dit kon ik zo al meestal voorkomen.
     
    Van de klant moest ik een factuur sturen met omschrijving “Diverse kantoorartikelen”. Want de belastingdienst had daar genoeg aan, en hoefde verder ook niet te weten wat men gekocht had. En als beginnend ondernemer, blij met een vaste klant, voldeed ik hier braaf aan. Maar deze klant kocht niet alleen bedrijfsmatig. Op zaterdag kwam hij gezellig met vrouw en kinderen shoppen, en bij het afrekenen “zet maar op de rekening”. Je kent het wel, net hard genoeg dat de rij achter je het ook hoort, dat je een klant bent. Belangrijk genoeg om OP REKENING (!) te mogen kopen. En vrolijk liep het gezin de winkel uit met een plastic tas vol tijdschriften en diverse zaterdagkranten.
     
    Bovendien kwam ook dochterlief van 17 regelmatig de nieuwe glossy’s halen door de week, met het verzoek deze op de rekening van papa te zetten.
     
    Even voor de duidelijkheid: Tijdschriften en kranten kennen een BTW percentage van 6%.
     
    Einde van de maand werd er gefactureerd. En natuurlijk precies zoals klant gevraagd had.
    “Diverse kantoorartikelen” € 100,00 BTW 19% te betalen € 119.00
     
    Klant betaalde netjes op tijd, was tevreden. Ik was tevreden. Alles op rolletjes! Tot het moment dat mijn boekhouding meer en meer bewerkelijk werd en ik steeds meer zelf ging doen hierin.
    Er begon iets te wringen… Hier klopt iets niet volgens mij… Ik koop goederen in tegen 6%... Maar mijn klant geef ik gewoon een bon met 19% voor al zijn aankopen. Volgens mij loopt er iets uit de pas. En die klant trekt nu zakelijk 19% BTW af! Het gaat niet om de centen, maar dit klopt domweg gewoon niet! Dit is niet eerlijk!
     
    Voortaan ging ik factureren zoals het moest zijn. Stel je voor dat IK controle kreeg, bekijk het even! Zo gezegd en ook zo gedaan.
    Maar zo makkelijk bleek dit in de praktijk niet te werken. Normaliter ging de ingekomen factuur naar de afdeling boekhouding en werd betaald, maar nu kwam de boekhouding verhaal halen bij degene die de goederen had gekocht.
     
    Want op factuur stond ineens:
    - Kantoorartikelen 19%
    - Diverse wenskaarten 19%
    - Lectuur 6%
    - Diverse postzegels 0%
    En dit kon de afdeling boekhouding niet verantwoorden, en werd de directeur gevraagd om de privé aankopen terug te betalen... En waren dus bij mij de poppen aan het dansen!
    Bij sommige erg grote klanten heb ik wat water bij de wijn gedaan om voortaan ook te factureren als “kantoorartikelen 6% “, maar ik heb voet bij stuk gehouden.
     
    Ik verkocht als pure service ook postzegels. Ik haalde een rolletje van 200 stuks op de hoek bij het postkantoor en verkocht dit weer door bij de wenskaarten. Broekzak, vestzak, pure service. Totdat de grote klanten dit in de gaten kregen en per 50 of 100 stuks postzegels wilden kopen. Leuk voor de kassa aanslag, niet leuk voor de voorraad en het benadelen van de bejaarde dame die één postzegel wil kopen. Wel leuk voor het personeel. Want dat mocht een half uur of langer weg om in de rij bij het postkantoor te gaan staan. Niet leuk voor mij qua personeelbezetting en kosten… Maar weer wel leuk, wanneer men dan om een “bonnetje BTW” vroeg, “want het is namelijk voor de zaak!”
     
    En dan heel rustig een bon BTW uitschrijven, netjes, op het gemak, met de toevallig aanwezige vulpen, en bij BTW “0” invullen… Heerlijk! Dit waren nu echt de ondernemers die hun bonnen in een schoenendoos bij de boekhouder inleverden en geen benul van de BTW hadden.
     
    BTW over diverse artikelen blijft een moeilijk iets. Wanneer ik de topics lees over bijvoorbeeld brandstofbonnetjes en dergelijke, duizelt het mij ook. Ook mijn boekhouder heeft toentertijd grove steken laten vallen, om over cadeaubonnen, boekenbonnen en VVV bonnen 19% BTW te rekenen, Dit heeft me veel geld gekost, maar gelukkig een groot deel terugvorderbaar.
     
    Ikzelf ben heel strikt. Een bon op de zaak, is een bon op de zaak. Klaar. Maar een privé aankoop wordt gewoon als privé geboekt. Niet meer en niet minder. Dit kan feiten opleveren dat mijn echtgenote inderdaad een bonnetje inlevert van aankoop van een postzegel van € 0,44 voor de zaak. En die boek ik dan ook netjes in!
     
    En zelf vond ik het een leuk moment om op zaterdagmiddag bij de Blokker (o.i.d.) een nieuwe stofzuiger voor de winkel te kopen en dan om een geschreven BTW bon te vragen. De dames hebben daadwerkelijk geen enkel benul hoe de BTW handmatig uit te rekenen. En dan kwam dat beduimelde, blauwe BTW-tabellen-boekje onder de toonbank vandaan. En moesten er vier verkoopsters bestuderen hoe dat dit ook al weer werkte….
     
    Maar ik ben nooit te flauw geweest om ze na een minuut of 10 even op weg te helpen!
     

    Waarde van Twitter

    By StefanO

    Onlangs werd bekend dat de waarde van Twitter op 3 miljard US dollar wordt geschat. Grappig, want begin 2009 was Twitter ‘slechts’ 250 miljoen USD waard. In september van datzelfde jaar haalde Twitter 100 miljoen USD aan durfkapitaal op en werd de waarde op 1 miljard USD geschat. Een waardestijging waar geen enkele ondernemer aan kan tippen! En dat terwijl Twitter geen echt verdienmodel heeft en de .com hype al lang achter de rug zou moeten zijn. Toch?
     
    Nu vroeg een vriend van me hoe deze waarde wordt geschat. Een leuke vraag. Leuk genoeg voor een column op HigherLevel leek me.
     
    In mijn eerste column heb ik e.e.a. over de essentie van bedrijfswaardering geschreven. Daarbij heb ik een normaal bedrijf, met een verdienmodel voor ogen gehad. De beste manier om de waarde te bepalen is dan de toekomstige verdiensten (kasstromen) tegen het risico van de investering af te zetten. De waarde van een bedrijf hangt immers af van het duurzame succes van de business. Geen echte verrassing lijkt me.
     
    Neem dan Twitter. In mijn ogen is het een kennelijk veel belovende startup, of jonge onderneming zo je wilt. Immers, het bedrijf heeft geen betalende klanten, maar wel heel veel gebruikers. Maar zouden deze gebruikers bereid zijn om voor de dienst te gaan betalen? Of anderszins openstaan voor gerichte reclame of add ons die wel geld kosten? Of boet het populaire medium dan meteen aan succes in?
     
    Daarnaast is de houdbaarheid van social media concepten redelijk kort. Ontwikkelingen op dit gebied gaan razendsnel en het is moeilijk voor bedrijven zichzelf te blijven vernieuwen om het succes te bestendigen. Ik denk niet dat we over 10 jaar Twitter in zijn huidige vorm gebruiken, maar wel dat er dan opvolgers zijn die op dat moment hot zijn. In dat opzicht is er dus wel sprake van een duurzame ontwikkeling.
     
    Inmiddels heeft Twitter 175 miljoen gebruikers, tegen 25 miljoen in september 2009. De waarde per gebruiker is dus afgenomen (van 40 USD naar 17 USD), maar er lijken tevens nog voldoende mogelijkheden om door te groeien. Want hoeveel mensen hebben er een internetaansluiting?
     
    Persoonlijk verbaast het me dat Twitter zo enorm populair is. Zonder er uitgebreid studie naar te hebben verricht, valt het me op dat er erg weinig dialoog is. In mijn beleving is het een grote verzameling van monologen waarin iedereen door elkaar om aandacht schreeuwt. Het praat wel maar het zegt niets. Iedereen roept, niemand luistert… Tegelijk zie ik ook mensen die wel op elkaar reageren. Al zijn die naar mijn mening wel in de minderheid.
     
    Nu heb ik nog steeds niet de vraag beantwoord hoe de waarde van Twitter kan worden bepaald. Het bedrijf heeft vooralsnog geen helder verdienmodel, dus de waarde kan niet aan de hand van toekomstige kasstromen worden bepaald. Dan maar op zijn ‘beunhaas’…
     
    Tijdens de eerste financieringsronde is 100 miljoen US dollar opgehaald. Kennelijk stond daar een belang van 10% tegenover, aangezien de waarde destijds op 1 miljard USD werd geschat. Op zich natuurlijk een doelredenering. Naar mijn idee hebben mensen met veel te veel geld (Russische durfkapitalisten) een mooi speeltje gekocht. Voor hun is het kleingeld en het doet het leuk op feestjes… Deze ‘waardering’ heeft dan ook meer met prijsonderhandeling te maken dan met de waarde van de business. Aanvullend zijn er ook nog andere social media successen die geld hebben opgehaald (maar overigens wel geld verdienen). Zo moet je toch wel tot een waarde kunnen komen.
     
    Persoonlijk denk ik dat de .com hype nog niet helemaal over is, maar gewoon een nieuwe weg is ingeslagen. Het is natuurlijk ook mooi om te geloven en het aantal gebruikers spreekt voor zich. Nu moeten ze er alleen nog geld mee gaan verdienen. Toch denk ik wel dat de huidige geldschieters er heel goed aan gaan verdienen. De groei zet nog wel even door (FaceBook heeft 500 miljoen gebruikers en groeit ook nog steeds goed) en andere investeerders ruiken succes en happen ook nog wel toe. Dat gaat goed, totdat duidelijk wordt dat er geen geld verdiend gaat worden. Maar zo ver is het gelukkig nog niet en als Twitter er in slaagt om alsnog munt uit het succes te slaan, gebeurt dat ook niet. We zullen het allemaal gaan meemaken…
     
    Als ik naar voetbal kijk, zie ik ontkengedrag in volle glorie. De handjes gaan weer omhoog. Ik heb niets gedaan. Ik heb hem niet geraakt. Ik heb de bal niet over de zijlijn gespeeld. Zelfs als iedere blinde vink kan zien dat het onzin is, komt er een ontkenning. Want misschien kom je er mee weg. Maar het is duidelijk aangeleerd gedrag. Er wordt op getraind.
     
    Ik zie hetzelfde gedrag (in mildere vorm) bij managers. Maar die worden er niet op getraind. Waar komt het dan vandaan?
     
    Als er iets niet goed gaat, zoek dan eerst de schuld bij je zelf. Maar dat doen we niet. We wijzen met een beschuldigende vinger naar anderen of (ook lekker) naar de omstandigheden. Ook managers doen dit. Hierdoor filter je wel weg wat vaak een belangrijke rol speelt bij wat er niet goed gaat: je eigen doen en laten.
     
    Dit is een algemene kwaal. En die is best gek. Als je er rustig over nadenkt, moet je wel zeker weten dat je gelijk hebt, voor je dat doet. Een beschuldiging is zwaar, roept veel emotie op. Roept discussie op, mogelijk tot het niveau van ruzie. En moet uiteindelijk uitgepraat worden omdat de beschuldiging vaak niet terecht was. Dat moet je toch niet willen? Wat een gedoe. Wat een verspilde energie. Toch lees ik regelmatig dat een ander de schuld geven makkelijker is dan naar jezelf kijken.
     
    Eerst naar jezelf kijken, naar je eigen rol. Je eigen handelen of juist niet handelen. De sfeer die je gecreëerd hebt. Maar we doen het niet. In de spiegel kijken, zelfs als je daar niet door een ander toe gedwongen wordt, is kennelijk heftig. Zo heftig, dat we vaak toch die andere route kiezen.
     
    Toch is mijn ervaring door de jaren heen dat de manager bij bijna alles dat fout gaat, wel op een of andere manier een rol speelt of zelfs de hoofdverantwoordelijke is. We zouden dus als organisatie veel effectiever gaan functioneren als de manager zijn eigen reflectie en daarmee zijn eigen leervermogen zou stimuleren.
     
    Wat is de aanleiding om niet naar jezelf te kijken?
     
    [*]Inkomen: als de fout bij jou ligt gaat je prestatiebeloning omlaag?
    [*]Carrièreperspectief: als ik een fout maak, gaat dat ten koste van mijn kansen?
    [*]Ego: ik ben geweldig, ik maak geen fouten, ik ben nooit stom bezig, ik ben nooit zwak?
    [*]Cultuur: je moet zelfverzekerd overkomen. Iemand met reflectie, met relativeringsvermogen, iemand die bereid is de fout bij zichzelf te zoeken is een twijfelaar, is zwak?
    [*]Angst: om gekwetst te worden als je je kwetsbaar opstelt?
    [*]Bedrijfscultuur: gooi de problemen maar over de schutting, dan ben je er van af
     
    (Het is dus altijd de schuld van een ander, een andere afdeling: samenwerken wordt niet gestimuleerd)
     
    Bij al dat begrijpen blijf ik hangen in een aantal algemene mogelijkheden. Belangen, overtuigingen, aannames. Misschien ligt het veel dieper of is het juist veel eenvoudiger. Ik ben geen psycholoog. Maar waarschijnlijk is het een combinatie van factoren.
     
    Maar het zou zo helpen als we hier doorheen zouden kunnen komen. En op bedrijfsniveau kan dat. Daar is een structuur te bouwen die fouten niet veroordeelt en een cultuur te ontwikkelen die kwetsbaar zijn mogelijk maakt. Alles dat nodig is, is een beetje moed.
    Investeringen of kosten, investeringsaftrek, afschrijven en hoe? Wat doe ik ermee in de boekhouding en hoe profiteer ik fiscaal?
     
    De basis
     
    We maken in de boekhouding en ook fiscaal onderscheid tussen investeringen en kosten. Kosten gaan in het jaar van uitgave of de factuur ineens ten laste van het resultaat, die zie je dus alleen in de winst- en verliesrekening.
     
    Investeringen komen op de balans en worden afgeschreven. De waardedaling van investeringen is de jaarlijkse afschrijving. De afschrijving komt als kostenpost voor in de winst- en verliesrekening. Hetgeen nog niet afgeschreven is, staat als bezit op de balans. Voorraden bestemd voor verkoop hebben hier uiteraard geen plaats in!
     
    Investeringen versus kosten
     
    Wat zijn nu investeringen en wat zijn kosten? Het is eigenlijk heel simpel: alles wat langer meegaat dan één jaar zijn investeringen, de rest kosten. In de praktijk wordt vaak verwezen naar een bedrag per investering van minimaal € 450, maar ook aankopen onder dat bedrag die langer dan een jaar meegaan, kun je aanmerken als investering. Een beetje koffiezetapparaat van € 20 gaat echt wel langer mee dan één jaar. Maar om er dan maar een investering van te maken? Inderdaad, je gaat geen aanschaf van € 20 in vijf jaar afschrijven! De fiscus keurt goed dat je investeringen onder de € 450 toch aanmerkt als kosten. Verschil: je mag die uitgaven ineens ten laste van het resultaat brengen in plaats van erop afschrijven, maar ze tellen dus niet mee voor de investeringsaftrek. De wat?
     
    Waar komt die grens van € 450 vandaan?
     
    Die grens komt uit de (kleinschaligheids)investeringsaftrek. Als je in een jaar voor minimaal € 2.200 investeringen pleegt dan krijg je een extra aftrek bekend als de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek of KIA (niet de auto). Dit is een extra aftrek op de winst uit onderneming van doorgaans 28% van de investeringen in een jaar.
     
    Een van de voorwaarden is dat alleen investeringen van minimaal € 450 meetellen. Dus die koffiezetter van twee tientjes valt er helaas buiten, maar kan wel ineens ten laste van de winst gebracht worden.
     
    Ik investeer! Hoe nu afschrijven?
     
    De standaard sinds 2007 kun je hier teruglezen.
     
    Waarom dan investeringen naar voren halen of juist uitstellen?
     
    De investeringsaftrek is gebonden aan grenzen. Als je in een jaar meer uitgeeft dan € 54.000 aan investeringen, dan loopt de aftrek terug (zie de link bij de KIA hieronder). Tot € 100.000 aan investeringen blijft de aftrek staan op het vaste bedrag van € 15.120. Procentueel lever je dus in.
     
    Als ik in 2010 voor € 50.000 investeer, dan krijg ik 28% aftrek (€ 14.000 aftrek). Doe ik dat in 2011 nogmaals, dan wederom 28% aftrek. Combineer ik alles in een investering in december 2010 dan krijg ik de standaard aftrek van € 15.120 in plaats van € 14.000 in 2010 en € 14.000 in 2011.
     
    Investeringen naar voren halen werkt vooral als je nog niet aan de € 2.200 aan investeringen zit. Het zou zonde zijn als je tot en met december 2010 € 2.000 hebt uitgegeven en in januari 2011 een nieuwe laptop koopt van € 500. Had je die laptop in 2010 gekocht dan telt die mee voor de investeringsaftrek omdat door die aanschaf de minimale drempel van € 2.200 gehaald wordt en dus 28% van € 2.500 extra in aftrek komt op de winst (bent u er nog? Zo niet, lees dan deze alinea nog even rustig terug).
     
    Welke investeringen tellen mee voor de investeringsaftrek?
     
    Beter is de vraag wat uitgesloten is. Komen ze: woonhuizen, grond, dieren, personenauto's die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer (behoudens zeer zuinige auto’s), vaartuigen voor representatieve doeleinden, effecten, vorderingen, goodwill en publiekrechtelijke vergunningen en bedrijfsmiddelen die zijn bestemd voor verhuur of voor gebruik in het buitenland, en uiteraard bedrijfsmiddelen die minder dan € 450 per stuk kosten, waarbij opgemerkt dat een geheel aan bedrijfsmiddelen (tafel plus stoelen of een aantal archiefkasten) als een geheel telt.
     
    Voorts zijn uitgesloten: investeringen die uit privé komen of die aangegaan zijn bij personen die behoren tot jouw huishouden, bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of personen die behoren tot hun huishouden.
     
    En nu?
     
    Zorg dat je administratie altijd bij is. Dan kun je tijdig de juiste investeringsbeslissingen maken zonder dat je jezelf tekort doet.
     
    Heeft het dan zin om investeringen onder € 450 te activeren en erop af te schrijven?
     
    Nee. Je profiteert niet van de investeringsaftrek en je stelt de aftrek van kosten nog eens 4 jaar uit. Hoewel het belang erg futiel is (tenzij je veel koffiezetters koopt) is het beter om activa die langer dan 1 jaar meegaan, maar minder dan € 450 kosten, toch maar als kosten aan te merken.
     
    Okay: dat was het abc. Ik zie echter ook termen als de KIA/MIA/EIA/VAMIL/WASO en de ‘crisisafschrijving’. Wat is dat dan allemaal?
     
    Zonder al te uitvoerig te willen zijn (anders wordt dit een column in 14 delen):
     
    Eerst even onderscheid maken tussen de regelingen.
     
    [*]De KIA, MIA en EIA zijn extra aftrekposten op de winst, dus naast de afschrijvingen.
    [*]De VAMIL/WASO en de ‘crisisafschrijving’ zijn methodes om de afschrijving min of meer willekeurig te doen. Hierdoor kun je de standaard afschrijvingsmethode aanpassen en de afschrijvingen naar voren halen of juist uitstellen. Whatever suits you best.
     
    Uiteraard eerst de extra aftrekposten, want daar zijn we gek op in NL
     
    De KIA heb ik hiervoor besproken. Vaak wordt dit de investeringsaftrek genoemd, hoewel de volledige naam KleinschaligheidsInvesteringsAftrek is. Klik hier voor meer informatie.
     
    MIA staat voor MilieuInvesteringsAftrek: een extra aftrek op de winst van 15, 30 of 40% (vanaf 2011 36, 27 en 13,5%) indien voor meer dan € 2.200 geïnvesteerd is in zogenaamde milieu-investeringen. Wat dat zijn kun je vinden in de milieulijst.
     
    EIA betekent EnergieInvesteringsAftrek: indien je investering op de energielijst voorkomt, kun je bij meer dan € 2.200 geïnvesteerd in een jaar daar 44% (vanaf 2011 41,5%) van opnemen als extra aftrekpost.
     
    Deze vormen van extra winstverlaging kennen onderling geen overlap. Wel kunnen ze samen met de willekeurige afschrijvingen genoten worden. Dan komen we bij de VAMIL/WASO/'Crisisafschrijving':
     
    VAMIL: Vrije Afschrijving MILieu-investeringen. De investeringen die voorkomen op de milieulijst (zie MIA hiervoor) kun je willekeurig afschrijven. Je kunt dus zelf de afschrijving bepalen zodat deze het meeste fiscaal voordeel oplevert. Let er wel op dat de milieulijst niet onverkort voor de MIA en de VAMIL geldt. Vaak zijn beiden naast elkaar toepasbaar, maar sommige investeringen gelden wel voor de MIA en niet voor de VAMIL en omgekeerd. Vanaf 2011 is de term Vamil eigenlijk onjuist. De afschrijving is niet vrij meer, maar gemaximeerd op 75% van de investering per jaar.
     
    WASO: Willekeurige Afschrijving Startende Ondernemers. Ondernemers in de IB die voldoen aan de eisen voor de startersaftrek of het daaraan voorafgaand jaar (klik hier) mogen de investeringen die aangegaan zijn in de jaren waarin ze de startersaftrek genieten plus het jaar daarvoor willekeurig afschrijven.
     
    Het gaat dus om de investeringen die aangegaan zijn in die jaren. In de jaren na de startersaftrek mogen investeringen die ten tijde van de startersaftrek en het jaar daarvoor aangegaan zijn dus ook gewoon nog willekeurig afgeschreven worden. Ook hier kun je dus zelf de afschrijving bepalen zodat deze het meeste fiscaal voordeel oplevert. De regeling staat hier.
     
    ‘Crisisafschrijving’: wegens de economische malaise is het voor ondernemers ook toegestaan om bepaalde, doch nieuwe, bedrijfsmiddelen in twee jaar af te schrijven i.p.v. via de reguliere methode. Als iets onder de VAMIL of WASO valt, dan heeft de crisisafschrijving geen zin. Immers, in die regelingen ben je vrij om naar eigen inzicht af te schrijven. De crisisafschrijving beperkt dat tot twee jaar.
     
    Vooralsnog geldt dit voor investeringen die aangegaan zijn tot en met 2013. De regeling van 50% per jaar is niet tijdsevenredig. Dus als je in december investeert, dan kun je toch 50% van de afschrijving in dat jaar meenemen:
    klikkerdeklik.
     
    De tips
     
    1. Bezie eerst eens zeer nauwkeurig wat investeringen zijn en wat kosten. Klopt je administratie op dat punt?
     
    2. Plan je investeringen en uitgaven goed en op basis van realtime cijfers van je onderneming. Een slordige administratie kan je zomaar honderden of duizenden euro’s schelen aan gemiste of te lage aftrekposten KIA/MIA/EIA.
     
    3. Bekijk kritisch of je investeringen gedaan hebt die op de milieulijst of energielijst voorkomen en claim die extra aftrek voor de afkortingen die op een A eindigen.
     
    4. Bekijk wat je winst is op basis van de gangbare afschrijvingen en becijfer dan of je met een van de regelingen voor willekeurige afschrijving beter af kunt zijn. Denk dan aan een winst die net een belastingschijf lager uitkomt (42 i.p.v. 52%) of de afschrijving uitstellen omdat de winst al erg laag is en er vrijwel geen belasting verschuldigd was zonder deze opties.
     
    5. Voor elke regeling zijn er uitzonderingen op wat wel en niet in aanmerking komt. Let daar goed op. Met name auto´s die vallen onder de 14% IB bijtelling zijn interessant voor zowel de KIA als de VAMIL.
     
    6. De regelingen voor de MIA, EIA en de VAMIL zijn budget gebonden. Soms wordt laat in het jaar de stekker uit die regeling getrokken. Houdt dat dus in de gaten. Tevens zijn daar procedures voor via AgentschapNL.
     
    7. Plan ook deze faciliteiten in bij je investeringsbegroting. Kan je een hoop gezever schelen bij de bank als je deze tips al netjes in je financiële plaatje hebt staan.
     
    Shop ze!
    Vanavond had ik me aangemeld voor een workshop Bloggen, LinkedIn, Twitter, kortweg de BLT workshop. Mijn vorige column hierover was vrij sarcastisch bedoeld, maar vanavond ging ik echt om wat te leren. Hoe kan BLT mij verder op weg helpen in de digitale wereld waarin ik niet ben opgegroeid?
     
    Het meest vermakelijke was wel de binnenkomst. Ik ging vrij onzeker als Newbie het zaaltje binnen en kwam alleen maar leeftijdsgenoten tegen (35+ tot 45+, een enkele wonderschone jongedame daargelaten die toevallig ook andere prioriteiten in haar leven had gesteld, dan zich te bevuilen met alle social media).
     
    Waarom vermakelijk ? De één na de ander bleek Twitter te kennen, maar begreep er echt he-le-maal niks van, LinkedIn had men bijna allemaal, maar snapte men het effect niet van, en bloggen doen we niet, want we kunnen geen verhaaltjes schrijven… De toon van de avond was dus gezet.
     
    Wanneer ik terugkijk op de avond en na diverse gesprekken gevoerd te hebben, begrijpt deze groep ondernemers het inderdaad niet. De nieuwe doelgroep, de “jongelui” dus, zijn veel en veel sneller dan wij denken. Via MSM, Twitter en Hyves worden berichten veel en veel sneller doorgestuurd. Zij spreken ’s middags niet meer af, maar “zien elkaar zo op Hyves!!”
     
    Wanneer wij ’s ochtends de krant lezen bij een kop koffie, komt dochterlief vertellen dat de boerderij op het eind van het dorp in de fik staat. Had ze namelijk net meegekregen via….. juist!
     
    Het LinkedIn-gedeelte leek bij deze groep ondernemers redelijk ingeburgerd. Hadden ze allemaal een profiel? Ja! Maar men deed er niks mee! Men snapte niet hoe je nu toch nieuwe relaties kon krijgen via zo’n internetdinges. Toch was hier na wat uitleg nog enthousiasme te bespeuren!
     
    Daarna werd het programma vervolgd met Twitter. Maar na het gebruik van de woorden hashtag, DM, follow, unfollow, Tweetdeck, enzovoorts (binnen enkele minuten overigens) zag je de hoofden meewarig nee schudden... Dit gaat men niet trekken... De achterste rijen schudden moedeloos het hoofd en had spijt van het inschrijfgeld. Was dit nu de nieuwe media?
     
    En mijn huis-aan-huis folders, mijn advertenties, mijn sponsoring...
     
    Het stukje over bloggen zal ik overslaan. Buiten ondergetekende en een collega was hier niemand meer in geïnteresseerd.
     
    Bij het wijntje nadien schudde de overgrote meerderheid nog eens het hoofd…hoe kan dit toch de nieuwe media zijn. Social Media zelfs...
     
    Moedeloos gingen sommigen naar huis. Ik vol met tips en ideeën die ik morgen kan gaan toepassen!
    Management versus medewerker, hard versus zacht. Een waarschuwing.
     
    Ik snap niet waarom medewerkers niet wat aarzelender staan tegenover Het Nieuwe Werken (HNW). Meer verantwoordelijkheid. Meer echt aangesproken kunnen worden op je prestaties. Niet meer verstoppen. Vervaging van de grens tussen werk en privé.
     
    Ik snap niet waarom managers niet wat aarzelender staan tegenover HNW. Minder status. Minder macht. Einde van het ego. En gewoon minder managers nodig.
    Wat een minpunten. Maar HNW, dat is toch het plaats en tijd onafhankelijk verrichten van (kantoor) werkzaamheden? Waardoor iedereen niet altijd meer op kantoor hoeft te verschijnen. Waardoor de manager een beetje moet wennen aan het wegvallen van aanwezigheidscontrole. Maar ach, de prikklok hadden we al een tijdje afgeschaft. Dat er wat verschuift in de communicatie en aansturing, ja dat zal best. Maar verder zal het toch zo’n vaart niet lopen?
     
    Ik zag steeds meer bedrijven die HNW omarmden. En steeds dacht ik: ja, het zal wel. Opeens had men ‘het’ ingevoerd. En ik dacht, ik geloof er geen barst van. En dat terwijl ik niet eens goed begreep wat HNW was! Maar misschien was dat het wel? Als ik er best veel tijd en energie in stop en er toch niet echt de vinger op kan leggen, hoe is het dan mogelijk dat behoorlijk grote bedrijven het opeens al hebben ingevoerd?
     
    En als je dan vraagt of die bedrijven veranderingen hebben aangebracht in de organisatiestructuur, de beloningsstructuur, de processtructuur, de verantwoordingstructuur, de managementrapportage en eigenlijk is op alles het antwoord nee: wat is er dan veranderd?
     
    Dus heb ik me de laatste tijd wat meer verdiept in HNW. En daarin valt iets heel sterk op. Dat er vanuit het plaats en tijd onafhankelijke het nodige in gang gezet wordt. Dat daarbij het onderwerp cultuurverandering wel genoemd, maar niet erg uitgewerkt wordt. Het is eigenlijk niet meer dan het inspelen op een technische ontwikkeling. Iets op structuurniveau.
     
    Daarnaast is er een heel sterke stroming die de effecten voor de zachte kant veel sterker belicht. Waarin de herwaardering voor de professional centraal staat. Waarin regeltjes, structuren en managers als hinderlijk worden ervaren. Waarin het woord vertrouwen een hoofdrol speelt.
     
    Het begint er op te lijken dat er een stroming is vanuit het management en implementatie consultants, die zich richt op de harde (structuur) kant van HNW. Maar dat er daarnaast een sterk gevoel is vanuit werknemers en meer integraal kijkende consultants, die zeggen dat er iets mis is in de wijze waarop we ons werk organiseren. Werknemers moeten in hun kracht gezet worden. Dan gaan ze beter presteren.
     
    Daar helpen de harde kanten van HNW aan mee. Maar dat is niet genoeg.
     
    Ik snap waarom medewerkers het idee van HNW omarmen. Meer regelmogelijkheden. Ontplooiing. Meer plezier in je werk. Minder reistijd. Samenwerking i.p.v. ratrace. Je kind eens naar school brengen.
    Ik snap waarom managers het omarmen: minder vierkante meters, minder energieverbruik, minder reiskosten. En mensen die thuiswerken schijnen ook nog eens productiever te zijn. En bovendien: de medewerkers willen gestuurd worden op resultaat: dus een pittige doelstelling neerzetten!
     
    Zouden die managers denken weg te kunnen komen met het alleen incasseren van de voordeeltjes? Ja, dat zou heel goed kunnen. En dan is er eigenlijk niets echt veranderd. Was HNW weer een hype, net als zo vele. Kwam razend snel op, werd heel belangrijk en toen ging het weer voorbij…
     
    Ik zie op allerlei plaatsen initiatieven op het gebied van HNW. Het zou goed zijn om eens goed met elkaar op bedrijfsniveau door te nemen welke beelden er bij bestaan. Management en medewerkers. Zolang dat Professionele Vrijheid versus Bedrijfseconomische plusjes is, denk ik niet dat het een kans van slagen heeft.
     
    Durf eens met elkaar te dromen. Management en medewerkers. Over hoe je zo goed mogelijk zou kunnen functioneren. Naar je klant. Intern, met je collega’s, met het management. Over wat jullie met elkaar verbindt. Hoe je kunt samen-werken. Over angst, over mogelijkheden, kansen, verstoringen. Over wat het betekent als je beseft dat iedere medewerker belangrijk is voor je bedrijf. Misschien ontstaat er dan wel een echt beeld van HNW, het beeld van het nieuwe werken voor jullie!
     
    ‘Eén dag bedenktijd en het was rond’
     
    Vanaf mijn terrastafel op het Plein in Den Haag, zie ik hem al aan komen lopen, ondanks dat dit mijn eerste ontmoeting met hem is: een rijzige man met presentatiekoffer rondturend om mijn blik te vangen. Dat lukt hem en we schudden elkaar de hand. We gaan praten over informal investor matchmaking en meer...

     
    Even later zitten we binnen, een beetje weggedoken in een hoek vanwege het embargo, dat nog rust op het ‘dingetje’ dat voor me op tafel ligt; om de vingers bij af te likken. Het blijkt te gaan om een I-compact, maar daarover straks meer.
    Carlos Daal (1973) vertelt dat hij twee jaar geleden het licht zag om een nieuw type mediadrager te ontwikkelen. ‘Het plan bleef me continu bezighouden en ik ging er zo heilig in geloven, dat het tijd werd voor daadwerkelijke ontwikkeling.’ Daal had als voormalig financial controller bij Panasonic en Inovix BV en zijn daaropvolgende carrièrestap als mede-oprichter en eigenaar van RicaTech, reeds veel contacten opgedaan in de internationale electronicawereld.
    ‘Daardoor wist ik al waar en bij wie, met name in China, ik terecht kon om mijn uitvinding fysiek tot leven te brengen. Wat ik vooral nodig had, was een commerciële partner, met wie ik de markt zou kunnen openbreken, een wereldwijd patent en kapitaal.’
    Die partner vond Daal in Jeffrey van Alphen (1981) met wie hij The Dutch Company oprichtte en het product verder uitontwikkelde tot wat er nu voor ons op tafel ligt. Het wereldwijde patent werd verrassend snel toegekend, maar zijn opgespaarde financiële buffer was niet toereikend om verder door te stoten.
     
    Daal: ‘Aangezien banken niet erg toeschietelijk zijn in deze crisistijd en veel te duur, ben ik simpelweg gaan Googelen en kwam ondermeer uit bij Mind Hunter Capital Search. Na een eerste telefoongesprek met Rob Berghuis, ben ik met een 3D-presentatie en een proefmodelletje in mijn tas naar Waardenburg getogen en heb mijn plan gepresenteerd. Dat ging ongeveer op dezelfde manier als nu. Op een gegeven moment stond mijn gesprekspartner op, gaf me een hand en zei: “Ik ga jou helpen rijk te worden, Carlos. Hij was zo enthousiast over onze vinding, dat hij er geen moment aan twijfelde dat Mind Hunter een geschikte kapitaalpartij zou vinden in hun omvangrijke relatiebestand van informal investors, business angels, investeringsmaatschappijen, management-buy-in professionals en venture capital ondernemingen. En dat terwijl het toch over vele tonnen ging.’
    En Mind Hunter Capital Search kon haar belofte waar maken. Binnen een paar dagen zat The Dutch Company aan tafel met een potentiële kapitaalverschaffer met Mind Hunter als matchmaker.
    Daal maakt duidelijk dat hij geen zin had in een lening, maar zocht naar een partij die een risicokapitaal investering aandurfde. ‘Daal: ik kreeg het verzoek mijn ondernemersplan op onderdelen nog wat aan te passen en er moest vooral een goed onderbouwd bedrag uit rollen. Dat plan is beoordeeld en na een dag nadenken werd een akkoord gesloten. Mind Hunter had in ruil voor een bescheiden aandeel in het toekomstige succes van de I-compact, The Dutch Company verbonden aan een risico-investeerder.
    Volgens Daal was toen het hek van de dam. ‘Als je eenmaal de financiële slagkracht in handen hebt om een idee volledig vorm te geven, en echt werkende modellen te produceren, is je overtuigingskracht naar grote marktpartijen duizendmaal groter. Inmiddels heb ik topmensen bij Sharp, Universal, Buma/Stemra gesproken, die allen spreken van de grootste elektronische innovatie sinds de CD.’
    Tegen het einde van dit jaar zullen de eerste film- en muziekreleases op de wonderlijke I-compact op de markt komen. De kracht van het product is ondermeer dat het onkraakbaar en niet kopieerbaar is. ‘Daarom ook was Buma/Stemra zo laaiend enthousiast,’ aldus Daal, ‘eindelijk weer een mediadrager waardoor gelden terecht kunnen komen bij de artiesten die het toekomt.’
     
    Daal geeft toe dat het omstreden al dan niet illegale downloadsyndroom nooit volledig verdrongen zal worden, maar dat de aandrang om bijvoorbeeld een nieuw album van welke artiest dan ook, straks zelfs in HD en 3D, zal groeien omdat de koper zoveel méér met de I-compact kan en zal gaan doen. Daarnaast is het product op de een of andere wijze uitermate sympathiek. Een ideaal hebbeding, een cadeautje, superfunctioneel, eindeloos inzetbaar als promotie-artikel, verzamelobject en bovenal voor elke portemonnee haalbaar. Daal toont me een keur aan accessoires die er aan verbonden gaan worden, dus ook detaillisten zullen de I-compact gaan koesteren. Van winkelketens tot multinationals, hebben zich al aangemeld.
    Carlos Daal: ‘Begrijp je nu dat je zoiets revolutionairs als dit grootscheeps moet lanceren? En dat betekent gigantisch veel kosten voor de baat uit. Mind Hunter heeft dat perfect en vooral snel voor ons geregeld.’
    Ik beaam zijn statement, maar voeg eraan toe dat de kans dat deze innovatie misloopt uiterst gering is. Dus kun je hier eigenlijk wel spreken van een risico-investering? Daal antwoordt stellig: ‘Als je ècht iets goeds hebt bedacht en er ècht in gelooft, is er altijd èrgens een geldschieter, die het risico acceptabel vindt. Maar het is wel buitengewoon handig als die partij binnen een week voor je wordt gevonden en het geld ook nog op tafel ligt.’
    Tot slot vraag ik Carlos Daal of ik een proefmodel onder embargo mag meenemen, gewoon omdat ik het zo mooi vind. Hij schiet in de lach en bergt snel de uitstalling op in zijn koffer met de woorden: ‘Een journalist iets meegeven, dat is pas risico nemen...’
    Regelmatig zie je ze op HL voorbij komen: enthousiaste plannen van wannabee ondernemers. Ik wil een webshop beginnen, ik begin een reisbureau, ik wil miljonair worden…
    Keurig worden deze, veelal, jongelingen door ervaren HL leden op het juiste pad gewezen: ken je de markt? Weet je hoeveel je moet investeren? Hoe ga je verkopen? Heb je een Businessplan?
     
    Allemaal terechte opmerkingen natuurlijk. Ze dwingen de beginnende ondernemer eerst goed na te denken voor zij onnodig tijd en geld steken in een (eventueel) doodlopend pad.
     
    Maar helaas leidt het er maar al te vaak toe dat een eens enthousiaste ondernemer in spé een gefrustreerde werknemer met een rotbaan wordt. Maar het kan ook anders.
     
    De noodzaak van een Businessplan
     
    Het grote nut van een Businessplan ligt hem erin dat de beginnende ondernemer goed nadenkt over zijn financiën. Het Businessplan vormt een financiële planning:
    [*]Welke middelen heb ik allemaal nodig?
    [*]Hoeveel geld moet ik investeren?
    [*]Wanneer kan ik gaan produceren?
    [*]Hoe ga ik verkopen?
    [*]Welk marketing budget heb ik dan nodig?
    [*]Wanneer is mijn investering dan terugverdiend?
    Bottom line: wanneer maak ik genoeg winst om in mijn levensonderhoud te voorzien?
     
    Zonder Businessplan gaat het al mis bij het investeren. Een bank zal nooit geld in de onderneming stoppen als niet duidelijk is wanneer er geld verdiend gaat worden. En dat is maar goed ook. Want als er wel geïnvesteerd kan worden, loopt het vaak later fout: na het produceren, bij de verkoop.
     
    Toch gaat het nog erg vaak fout. Vooral als de beginnende ondernemer eigen vermogen inzet om, bijvoorbeeld, een, webshop op te zetten.
     
    De webwinkel is opgezet, voorraad is binnen, maar waar blijven nou die bezoekers en klanten? Die hele marketing en verkoop is nog niet zo eenvoudig als het leek, en het Internet is alweer een niet bezochte webwinkel rijker.
     
    Draai het eens om
    Heb je je neus al eens op deze manier gestoten? Of weerhoudt het benodigde Businessplan je daarvan? Probeer het dan eens op een geheel andere manier: door low-profile te beginnen.
     
    Een low-profile ondernemer springt niet in het diepe met hoge investeringen en dure productie. In plaats daarvan draait hij het om: we beginnen bij de marketing.
    Marketing in de 21ste eeuw bestaat voor een belangrijk deel uit het Internet. En de laagdrempeligheid daarvan zorgt ervoor dat iedereen een website kan beginnen.
     
    Een low-profile ondernemer begint dus met die website, en leert in de praktijk hoe je een groot publiek kan bereiken, nog voordat hij iets verkoopt.
     
    Onderzoek is nog wel nodig
    Uiteraard leidt niet iedere website tot succes. Ook hier geldt dat goed onderzoek vooraf loont. Onderzoek naar de juiste tools, maar vooral de juiste methodiek. Met het besef dat een website bezoekers trekt door nuttige informatie te bieden ben je al een heel eind.
     
    Dus: start met een succesvolle, informatieve website. Promoot deze en trek bezoekers. Doe ervaring op met het adverteren en verkopen van producten van anderen. En tenslotte ben je klaar voor je eigen producten.
     
    En nee, het zal niet vanzelf gaan, even snel rijk worden bestaat niet. Welkom, nieuwe ondernemer!
    Een tijd geleden stond ik op het punt om een nieuwe keuken te kopen. Dus toog ik naar de woonboulevard en liet me voorlichten over de verschillende mogelijkheden.
    Het contact met de keukenverkoper was een ervaring die ik elke dienstverlenende ondernemer kan aanraden. Als je er door een antropologische bril naar kijkt, is het kopen van een keuken een uiterst leerzame ervaring. Je wordt namelijk geconfronteerd met gedrag en technieken waar je als dienstverlener je voordeel mee kunt doen! Ik sluit niet uit dat het mijn preoccupatie met marketing is, maar ik heb genoten van de verkooppsychologie die ik over mij heen gestort kreeg.
     
    Ik vertel je het verhaal en de lessen die wij daar als dienstverleners van kunnen leren.
     
    De verkoper ging met me in gesprek alsof we goede vrienden waren.
    *Les 1: Bouw een relatie.*
     
    In dit gesprek stelde hij veel vragen om er achter te komen wat ik wel en niet van een keuken verwachtte.
    *Les 2: Achterhaal wat de klant belangrijk vindt en wat hij wil bereiken.*
     
    Hij maakte grapjes en wist feilloos in te spelen op een omgangsvorm die ik prettig vond.
    *vervolg Les 1: het opbouwen van de relatie.*
     
    Zodra ik mijn voorkeur had uitgesproken voor een bepaald type kast deurtjes en de gewenste inbouwapparatuur nodigde hij me uit om plaats te nemen aan tafel. Uiteraard kreeg ik een lekker kopje koffie aangeboden. Met een koekje.
    *Les 3: Geef om te krijgen.*
     
    Waar ik bijzat begon hij met het uittekenen van onze ideale keuken. Tot mijn verbazing deed hij dit met de hand. Al met al kostte het daardoor veel tijd om mij een plaatje te schetsen.
    *Les 3b: Span je zover in, dat de klant het gevoel krijgt iets terug te moeten doen.*
     
    Maar eerlijk is eerlijk, het was een geweldige tekening van een uitermate aantrekkelijke keuken. Dit zag er inderdaad zo uit als ik het graag zouden willen hebben.
    *Les 4: Schets een beeld van de ideale oplossing.*
     
    Uiteraard kwam toen van mijn kant de hamvraag: \"Wat kost dit?\" Ik kreeg een prijs genoemd die ontzettend veel hoger was dan wat ik wilde uitgeven
    *Les 5: noem een bizar hoge prijs zodat daarna alles een koopje lijkt * / Les 5a: Klanten die dit door hebben voelen zich in de maling genomen.*
     
    Zodra ik aangaf dat deze prijs te hoog was, startte onze behulpzame verkoper met een nieuwe tekening. *Vervolg les 3b*
     
    Bijna net zo mooi als de eerste tekening, maar met aanzienlijk minder duidelijk beschreven details. Hierdoor was mij eigenlijk niet meer helder of mijn wensen ook met deze tweede tekening zo goed zouden worden ingewilligd als met zijn oorspronkelijke voorstel. Het was ongetwijfeld niet zijn bedoeling, maar ik werd hier onrustig van.
    *Les 6: Klanten houden niet van onzekerheid – bij twijfel kiezen ze niet*
     
    Voor deze aangepaste versie van mijn keuken moest hij met zijn baas overleggen over de prijs. Wij kregen nog een kopje koffie (les 3 continues…). Bij terugkomst vroeg hij mij de prijs te noemen die wij over hadden voor deze keuken
    *Les 7: Zorg voor commitment* – als de klant heeft aangegeven een bepaald bedrag te willen betalen, zal hij later niet snel zeggen dat het bedrag te hoog is.
     
    Vervolgens noemde hij me zijn prijs en liet blijken dat hij er vanuit ging dat wij onmiddellijk een contract zouden tekenen. Toen ik zei dat wij vandaag absoluut geen beslissing gingen nemen, gaf hij aan dat het aanbod slechts tot zaterdag geldig was
    *Les 8: Stimuleer de klant om de beslissing niet uit te stellen.*
     
    De verkoper stelde toen: “Dan zie ik je dus niet meer terug, dat weet ik nu al.” *vervolg les 7: zorg voor commitment* – in dit geval: lok uit dat de klant zich vastlegt op de belofte dat hij wél terugkomt. Ik antwoordde dat de kans groot was dat ik inderdaad niet terug zou komen.
    *Les 9: Klanten houden er niet van gemanipuleerd te worden.*
     
    Maar hoe vertaalt zich dit nu naar jouw praktijk… waarin je authentiek en eerlijk je klanten wilt helpen?
     
    (Deze column is eerder gepubliceerd in een marketing E-zine in oktober 2009)
    Wie had ooit gedacht dat een marketing strategie van een 17 jarige jongeman in 1952 zoveel invloed zou hebben op onze huidige e-commerce cultuur?
    Ik denk dat, op wat insiders na, niemand die link zou leggen maar toch is de beslissing van de toen 17 jarige Herman Wehkamp om de winkeldochters van zijn vader, die een manufacturen zaak had, te gaan verkopen en daarna de groei tot het grootste postorderbedrijf in Nederland van wezenlijk belang voor de huidige situatie.
     
    In geen ander land in Europa zijn de aankopen via internet zo hoog als in Nederland. En dit alles omdat wij Nederlanders reeds gewend waren aan het kopen op afstand door middel van de “beroemde” vuistdikke catalogus van Wehkamp die 2 keer per jaar met een doffe plof op onze deurmat viel.
    Als je naar de andere landen kijkt, waar de consumenten niet gewend zijn met het kopen op afstand, zal je zien dat daar de e-commerce nog niet eens in de kinderschoen staat.
     
    Samen met de feiten, dat in Nederland relatief veel gezinnen een internet aansluiting hebben, het Ideal betaalsysteem en onze handelsgeest hebben Nederland gemaakt als voorbeeld en trendsetter voor de ons omliggende landen. Ook al komt Nederland net uit de kinderschoenen en zullen de komende jaren cruciaal zijn voor de toekomst.
     
    Anno 2010 kunnen we stellen dat de e-commerce met een totale omzet, non-food en inclusief BTW, in 2009 van 3.280 miljoen euro (“maar” 7,4% van de totale besteding aan non-food) nog steeds “booming business” is, en er langzaam maar zeker een duidelijke afscheiding komt van de kwalitatief betere webwinkels en de zolderkamer oftewel “hobby” webwinkels.
    Aan het aantal ondernemingen, 5.950 op 01-01-'09 is het nog niet te merken, dagelijks komen er meer webwinkels bij dan dat er sluiten maar in de omzet cijfers is dit al duidelijk te merken.
    Steeds minder bezoekt de consument de kleinere webwinkel en gaat voor de zekerheid en het grotere assortiment van de grote webwinkel.
     
    Tegen alle voorspellingen van de “experts” in verwacht ik dat binnen twee jaar de hype om een webwinkel te beginnen over zal zijn en zullen de kleinere webwinkels die niet in een nichemarkt opereren en geen budget besteden aan marketing van het scherm verdwijnen.
    Ook zal de fysieke detailhandel gewoon blijven bestaan en inspelen op de markt door zelf ook actief aan het internet deel te gaan nemen.
    Steeds vaker zie je de bestaande winkelketens actief en succesvol deelnemen aan e-commerce en de zelfstandige winkels zullen in de loop van de komende jaren volgen met weliswaar meer een regio functie voor bestellingen en verkoop dan een landelijke functie.
     
    Zeiden de “experts” ook niet met de introductie van de video dat er anno 2000 geen bioscopen meer zouden zijn en door internet de kranten geen bestaansrecht meer zouden hebben?
    De bioscopen zijn er nog steeds en doen mede door 3D goede zaken en de kranten krabbelen, na een flinke dip, langzaam weer uit het dal.
     
    Een voordeel, of nadeel zoals u wenst, is dat met het verdwijnen van de “hobby” webwinkels er ook een flinke schoonmaak komt bij de ondernemingen die zich bezig houden met de hosting, webdesign, SEO etc. voor deze “hobby” webwinkels, zodat die markt ook eindelijk volwassen kan worden zonder last te hebben van “hobby” ondernemingen die ver onder de prijs werken.
     
    Al met al worden de komende jaren rumoerige jaartjes voor de kleine ondernemers die zich bezig houden met de e-commerce.
     
    Note:
    Daar er veel en steeds weer andere cijfers op het internet te vinden zijn over het aantal webwinkels ben ik uitgegaan van de cijfers van de ondernemingen die zich bezig houden met internetverkoop het CBS en de HBD ( jaarboek 2010).
    Mijn volgende column zal gaan over de retail omzetcijfers per branche door de jaren heen.
     
    René van Zandwijk
    “The point is, ladies and gentleman, that greed, for lack of a better word, is good. Greed is right, greed works. Greed clarifies, cuts through, and captures the essence of the evolutionary spirit. Greed, in all of its forms; greed for life, for money, for love, knowledge has marked the upward surge of mankind.”
     
    Bovenstaande quote komt uit de legendarische film “Wall Street” waarin Michael Douglas in de rol van Gordon Gekko, de verpersoonlijking van het kapitalisme speelt. Deze quote was door regisseur Oliver Stone bedoeld als aanklacht tegen het ongebreidelde kapitalisme van de jaren ’80 van de vorige eeuw. Deze quote is echter opgepakt als lijfspreuk van jonge bankiers en effectenhandelaars. Een motto, een strijdkreet zo u wilt.
     
    “Greed is Good”.
     
    Nu, 25 jaar later, hebben we gezien wat deze strijdkreet heeft aangericht in ons bancaire stelsel. Een wereldwijde financiële nachtmerrie van ongekende omvang. En juist nu iedereen de wonden aan het likken is, en er langzaam maar zeker een bescheiden herstel zichtbaar wordt, roep ik jou als ondernemer op dit motto eigen te maken en onder een luidkeels “Greed is Good” de puinhopen op te ruimen en te bouwen aan een nieuwe toekomst.
     
    “Greed is Good”.
     
    Want er is iets goed mis in ondernemend Nederland. Of het de spruitjeslucht is die aan ons al generaties lang omringt, of dat het ligt aan de Calvinistische grondslag die de centrum-links georiënteerde kabinetten sinds de W.O.II zo kenmerkten is mij nog niet helemaal helder. Doet er ook niet toe. Maar ik ben helemaal klaar met ondernemers die het goed genoeg vinden om hun brood te kunnen verdienen.
     
    “Ik hoef niet zo nodig een groot bedrijf, als ik mijn gezin maar kan onderhouden.”
    “Ik hoef niet te zwemmen in het geld, pootje paden vind ik genoeg.”
    “Ach, geld maakt niet gelukkig.”
    “Elke dag biefstuk raakt ook verveeld.”
     
    Ik kan het niet meer horen!
     
    Waar is die ondernemersmentaliteit gebleven om werkelijk iets op de kaart te zetten? Waar is die drive om de beste te zijn binnen je vakgebied? Waar is de honger naar marktleiderschap? Waar zijn die killer-startups die pitchen met een geprognosticeerde omzet in het derde jaar van 10 miljoen en meer? The Next Google hoeft namelijk niet persé uit San José te komen. Twitter had net zo goed een Nederlandse start-up kunnen zijn. Er is in ons koude kikkerlandje minstens zoveel kennis en talent aanwezig als in het zonnige Californië om een Foursquare te bedenken èn succesvol uit te rollen. Er is meer dan genoeg geld bij de Nederlandse informal investors om goede plannen te financieren. Banken willen maar wat graag ambitieuze ondernemers in het zadel helpen.
     
    Maar de banken en informals krijgen stomweg niet de juiste plannen onder ogen. Rijen ondernemers die een ton willen lenen om na drie jaar een bedrijfsresultaat van 30 - 40.000 euro te schrijven. En helaas maar bitter weinig visionairs met een plan om van drie miljoen honderd miljoen te maken. Technologisch lopen we in de hoofdklasse mee, maar ons ambitieniveau reikt niet hoger dan het maaiveld.
     
    “Greed is Good.”
     
    Ik roep niet op om over lijken te gaan, ik roep niet op om geld de enige motivator in je bedrijfsfilosofie te laten zijn. Want ‘greed’ heeft een veel bredere betekenis dan hebzucht naar geld alleen. En dat lijkt menigeen nog wel eens in de quote van Gordon Gekko over het hoofd te zien.
     
    Want hebzucht is niet één van Dante’s zeven doodzonden alleen. Hebzucht kun je vertalen als honger naar meer, of als de beste willen zijn. De honger om te leven, te blijven leven, om onsterfelijk te zijn. Hebzucht als ambitie om echt iets neer te zetten. Hebzucht is niet jouw naam op de gevel, greed is jouw naam op vijfhonderd gevels.
     
    “Greed is Good.”
     
    Wees hebzuchtig om betere leefomstandigheden te krijgen dan je nu hebt. Het zorgt ervoor dat je gefocust blijft. Deze gezonde vorm van hebzucht zorgt er voor dat je doorgaat, ook als het even tegenzit. Het is de basis voor verbetering, de grondslag van een ®evolutie.
     
    Wees hebzuchtig om een betere, schonere wereld voor je kleinkinderen achter te laten. Maar daarvoor moet je wel je eigen kinderen bijbrengen dat er ook goede vormen van hebzucht bestaan. Spoor je ze aan om de hoogste cijfers van de klas te halen, of is een zeven goed genoeg?
     
    Waar sta jij over vijf jaar, beste ondernemer? Ben jij hebzuchtig genoeg om je dromen te verwezenlijken? Ben je hebberig genoeg om voor jou en je naasten het allerbeste te willen? Of ben je gelukkig genoeg door ‘op de winkel te passen’?
     
    Schud het juk van “wat zullen anderen er van vinden” van je af en wordt eens wat hebberiger.
     
    Greed is Good.
     
     
    (Deze column is eerder verschenen op mijn weblog: www.rubenvandenoord.nl)

    Onze Heilige Koe!

    By P.J.

    Je gelooft het of niet, maar ook ondernemers rijden een auto. En het liefst laten ze het succes van het ondernemen afspiegelen aan het type/merk auto dat ze bezitten, zodat al die niet-ondernemers stikjaloers kunnen worden. Je hebt immers zelf voor het risico van het ondernemersbestaan gekozen. Je hebt onaflatend tegen regelgevers en overheidsinstellingen moeten vechten. En je hebt zelf de weg naar succes gebaand. En mogelijk heb je daarin zelfs een uniek product op de markt gebracht, waar anderen geen antwoord op wisten.
     
    Ja, de ondernemer is ook maar een mens en als je succes hebt, kom je ook even in een “zweefperiode” terecht, waarin je denkt dat je alles aankunt. Alles lukt en de “sky” lijkt “the limit”. Op naar de dealer dus, om een droombak te kopen. En natuurlijk met de benodigde accessoires erop, zodat je echt kunt genieten van airco, traction control, verwarmde zetels en noem maar op. Standaard stereo is niet voldoende. Een duurdere tuner heeft een betere versterker en levert veel beter geluid. De bassen komen veel voller over en ook de hoge tonen zijn zo zuiver.
     
    Uitgebreid laten we ons door de verkopers informeren en die attendeert ons erop, dat het beter is om nu ook meteen een set winterbanden aan te schaffen. Veel veiliger om ermee over de drukke wegen te rijden. Het ene type/merk staat ons aan, omdat het bepaalde voordelen en veiligheden heeft en het andere type/merk staat ons aan omdat het juist weer andere voordelen heeft. Wordt het nu toch een familiewagen of juist een sportieve bak? Dat kan weer afhangen van het feit of je relatie ook in die wagen moet rijden of er zelf een heeft. Dat laatste is natuurlijk te prevaleren, want als ondernemer ben je gewend je eigen keuzes te maken en die zeker niet van anderen af te laten hangen. Die werkwijze heeft je immers ook je succes gebracht in je ondernemen.
     
    Na enige weken te hebben rondgekeken, begint het zoekwerk je te vervelen en wil je jezelf dwingen om een keuze te maken. Er zijn een aantal modellen “in the picture” geweest en uiteindelijk heb je er nog een paar waartussen je “moet” kiezen. Ja, je “moet”, want als ondernemer moet je ook keuzes maken en dus dwing je jezelf om ook hierin een keuze te maken. Je besluit de verkopers van de laatste twee overgebleven modellen nog eens te bezoeken om te kijken of je de aankoop nog wat gunstiger voor jou uit kunt laten uitvallen. Meer geld terug voor je oude bak zit er niet in.
     
    Een check op het internet leverde al op dat de verkopers bereid waren er meer voor terug te geven dan hij waard was. Dus nog maar even onderhandelen over de accessoires dan. Een dakspoiler met bagagehouder is ook niet gek. Een trekhaak kan misschien ook wel van pas komen. Of misschien die ingebouwde iPod met film en navigatiemogelijkheden? Heerlijk toch dat kiezen!
     
    De keuze is gemaakt. Nog even geduld en de auto kan a.s. vrijdag worden afgehaald. Even de “oude” goed leegmaken en zorgen dat hij redelijk netjes wordt ingeleverd. Geld is overgemaakt en ik popel om hem op te halen. Ik wil rijden! Ik wil hem zien! Ik wil hem laten zien! Zullen we zondag even bij je ouders in Sneek langsrijden schat?
     
    Wat een genot om mee te rijden. Wat een verschil met mijn oude “bak”. Heerlijk glijdt hij over de weg. En als ik op het gaspedaal druk...
     
    Ben ik nou echt niets vergeten? Knaagt er nergens een duveltje? Heb ik me nu als ondernemer alleen maar door mijn emoties laten leiden??? Had ik moeten overwegen om de wagen niet op de zaak te zetten? Ach, wat zijn keuzes soms moeilijk....
     
    Veel plezier met deze bijlage!
    Als je kleding of voedsel koopt, wil je graag dat deze goederen geproduceerd zijn op een maatschappelijk verantwoorde wijze. Je wilt niet dat de producten het milieu belasten, dat er geen misbruik wordt gemaakt van de arbeiders, en er zeker geen kinderarbeid heeft plaatsgevonden, geen belasting is ontdoken en er geen uitputting plaatsvindt van de natuurlijke hulpbronnen. Dit geeft je een goed gevoel als consument.
     
    Het bedrijfsleven springt daar handig op in. Allerlei certificaten en labels worden op de producten geplakt om MVO te onderstrepen. In de reclameboodschappen is groen, groener, groenst een hot item. Afvalbedrijven heten al jaren milieubedrijven, energieleveranciers verkopen al jaren besparingen, en voedselproducenten verkopen altijd biologisch.
     
    Hoe maatschappelijk verantwoord zijn we als ondernemers in Nederland eigenlijk?
    Hebben we bij iedere klus, opdracht of product dat we leveren een scan op MVO? Kijken we of we geen opdrachten verstrekken waar de opdrachtnemer fysieke problemen mee ondervindt, het milieu zwaar moet belasten, belasting moet ontduiken, enzovoort?
     
    Ik zal een tweetal voorbeelden geven:
    Als je een opdracht verleent voor een verbouwing, wil je een goede prijs. De opdrachtnemer zal een scherpe aanbieding moeten doen om in aanmerking te komen. De verleiding zal groot zijn om arbeiders in te schakelen die heel goedkoop zijn. Hierbij weet eenieder waar je die kunt vinden. De verleiding zal ook groot zijn om hen niet de juiste veilige gereedschappen, persoonlijke beschermingsmiddelen en moderne hulpmiddelen ter beschikking te stellen.
     
    Als je een product importeert wil je een zo goedkoop mogelijke inkoopprijs en daar een zo groot mogelijke marge op hebben. De verleiding is dan groot om niet teveel te kijken wie het geproduceerd heeft, welke mogelijk milieubelastende stoffen erin zitten verwerkt, of er wel belasting of importheffingen zijn betaald enzovoort.
    Ik denk dat een ondernemer op dit gebied aan veel verleidingen bloot staat waar hij maar beperkte aandacht voor heeft. Het is ook wel logisch, omdat zijn tijd voornamelijk in beslag genomen wordt door het drijven van zijn bedrijf.
     
    De maatschappij (dat zijn dus ook wij) vraagt echter wel om deze aandacht, simpelweg om het eigen geweten tegemoet te komen. Via de politiek wordt deze zorg dan geuit. We kunnen als ondernemer deze vraag wel proberen te ontwijken door alles op het bordje van de overheid te leggen. Het gevolg ervan is dan, dat we opgezadeld worden met wetten, die ons bij de uitvoering in ons bedrijf uiteindelijk veel tijd gaan kosten.
     
    De situatie op dit moment is echter al, dat de overheid veel wetten en geboden over ons afroept die MVO stimuleren. Deze zouden door het bedrijfsleven moeten worden opgevolgd. De praktijk is echter dat een echte implementatie pas gaat plaatsvinden op het moment dat de overheid handhavend gaat optreden. Als de Arbeidsinspectie bijvoorbeeld een bepaald vakgebied op de korrel neemt, komen de al jaren beschikbare veiligheidsvoorzieningen pas echt op de werkvloer. (Waarbij aangemerkt moet worden dat ook de Arbeidsinspectie ten aanzien van MVO in tijden van economische crisis een oogje dichtknijpt).
     
    Als bedrijfsleven worden we altijd kritisch bekeken door de consument. We hebben dus duidelijk een voorbeeldfunctie. Wat zou er gebeuren als we massaal gaan kijken naar onze eigen verantwoordelijkheid: Het milieu ontlasten; werknemers en door ons ingeschakelde zzp’ers of onderaannemers zo goed mogelijk begeleiden en hun werk beschouwen alsof we het zelf doen; zoveel mogelijk energie besparen; onze verantwoording naar de belastingdienst nemen; enzovoort?
     
    De controlerende taak van de overheid kunnen we dan ook veel beter zelf oppakken, simpelweg omdat wij exact in ons eigen bedrijf kunnen kijken. Veel beter dan Arbeidsinspecteurs, Arbo-adviseurs, Milieucontroleurs of welke inspecteur dan ook en waarschijnlijk goedkoper.
     
    Wat dit alles kost, staat in geen enkele verhouding met wat het ons kan opleveren, zowel in financiële als in maatschappelijke zin.
     

    Een vechtende smid

    By SimonvL

    In de 17e eeuw was Schoonhoven al de stad van het zilver. Twee jonge mannen, die tevens neven waren, hadden de ambitie om zilversmid te worden. Tante Agaath liet als erfenis een aanzienlijk bedrag aan goudstukken achter, waardoor ze beiden een startkapitaal hadden om hun plannen te verwezenlijken.
     
    De eerste jongeman bedacht zich geen moment, en pachtte een pand aan de markt in Schoonhoven. Prachtige locatie, waar het vooral met de verschillende weekfeesten erg druk was. Hij noemde zijn smederij ‘De vergulden stier’.
     
    De andere jongeman ging aan de slag als leerling smid bij de grootste smederij in de stad. Daar leerde hij de fijne kneepjes van het vak, en bedacht in de tussentijd een manier om een grotere, betere smederij te starten dan waar hij nu werkte.
     
    Na 3 jaar had de laatstgenoemde alle kneepjes van het vak onder de knie. Hij had veel geleerd van zijn leermeester. Van het slijpen van zilver, tot graveren en ciseleren. Na drie jaar hard werken, pachtte hij ook een pand aan hetzelfde plein als ‘De vergulden stier’. Kleiner, en in een hoekje van het plein. Een minder gunstige plaats dan ‘De vergulden stier’, maar hij was als een koning te rijk. Daarom noemde hij zijn smederij ‘De zilveren kroon’.
     
    ‘De vergulden stier’ had ondertussen een klantenkring opgebouwd, maar helaas kon hij lang niet alles zelf, doordat hij zonder kennis van zaken begonnen was. Hierdoor moest hij iemand aannemen, die wel ter zake kundig was. Ook zijn vrouw vond het maar niets dat hij een smederij had. Ze zag liever dat hij ging werken als leerling, zodat hij elke week een loonzakje mee naar huis kreeg met een goudstuk. Maar in de 17e eeuw was de emancipatie nog in geen velden of wegen te bekennen, dus zij had daar niets over te zeggen. Ze deed het huishouden en moest ook zijn smidsschort wassen. Maar ze stond niet achter het beroep van haar man, zodat ze niet gemotiveerd was om dit te doen. Hierdoor liep de smid vaak met een vuil schort aan, wat een smoezelige indruk gaf.
     
    De andere smid had daarentegen alles goed met zijn vrouw besproken. Zijn vrouw kwam in de hogere kringen van Schoonhoven. Zij kon dus uitstekend peilen welke sieraden de dames graag wilden hebben. Zijn vrouw waste elke avond zijn schort, wrong het uit en zorgde ervoor dat hij elke morgen een fris en schoon schort aan deed.
    Door de drie jaren die hij bij de grootste smederij van de stad had gewerkt, had hij heel veel verschillende, mooie dingen gezien die gemaakt werden van zilver. Zo zag hij dat een smid een prachtig slot maakte voor een sieradenkistje.
    Een hooggeplaatst persoon kwam naar hem toe, en vroeg hem een sieradenkistje voor zijn vrouw te maken. Hij maakte een sieradenkistje, met een prachtig zilveren slot én zilveren hoeken.
     
    Ondertussen kwamen er wat problemen in ‘De vergulden stier’. De werknemer wilde 2 goudstukken verdienen, in plaats van 1. Hij had namelijk meer kennis van zaken dan zijn werkgever! En de pandbaas kwam om te vertellen dat de pacht anderhalf keer zo hoog werd, omdat hij op zo een goede plaats zat. De kosten stegen de pan uit, de inkomsten daalden alleen maar. Hij had geen plan om het anders te gaan doen, zijn vrouw wilde liever dat hij ander werk zocht. Ook had hij geen idee waar de mensen die geld hadden voor zijn producten in geïnteresseerd waren. Bovendien kon hij alleen maar standaard sloten maken, en wist hij nooit iets nieuws te verzinnen.
     
    ‘De zilveren kroon’ werd steeds bekender en bekender. De mensen in de wijde omtrek wisten het kleine pand te vinden, en met de weekfeesten die een paar keer per jaar werden gehouden, kwamen er mensen van heinde en verre, om zijn kunstige werk te bestellen.
     
    ‘De vergulden stier’ kon zijn medewerker niet betalen, de pandbaas was woest omdat hij al een hele tijd achterliep met de pacht. In een kille oktobernacht pakte hij zijn kostbaarste spulletjes in, wekte zijn vrouw en samen trokken ze naar de zuidelijke Nederlanden. Met de noorderzon vertrokken…
     
    Het mooie, grote pand kwam leeg te staan. Het uithangbord met ‘De vergulden stier’ werd weggehaald.
    De eigenaar van ‘De zilveren kroon’ zag het allemaal aan, en dacht goed na. Na enige tijd koos hij ervoor om het grotere, beter gelegen pand van zijn voormalige concurrent over te nemen. Hij verhuisde zijn gereedschap van de ene kant van het plein naar de andere kant. Hing zijn uithangbord aan zijn nieuwe gevel en vertelde aan iedereen die het wilde horen dat hij was verhuisd.
     
    Jaren later was hij de grootste zilversmederij van Schoonhoven en kreeg hij opdrachten van allerlei belangrijke mensen uit de Lage landen.
     
    Nu is het de 21e eeuw… Door de globalisering is de concurrentie in nagenoeg elke branche groot. Maar hoe kun je de concurrentie voorblijven? De grondbeginselen zijn hetzelfde gebleven als in de tijd dat de smederijen hoogtij vierden. Hieronder een korte opsomming, van het onderscheidend vermogen wat smederij ‘De zilveren kroon’ had, en wat ook jij nodig hebt om jezelf te onderscheiden:
     
    1) Eerst leerling-smid worden – Zorg dat je meer kennis van zaken hebt dan je concurrent!
     
    2) Bedenk een plan om de grootste smederij te worden – Schrijf een strategisch (ondernemings)plan!
     
    3) Huur niet het grootste pand aan het plein – Hou de kosten realistisch. Voor te veel functionaliteit betaal je te veel geld!
     
    4) Zorg dat je vrouw je schort wast – Bespreek je plannen met het thuisfront. Ondernemen doe je met het hele gezin, niet alleen!
     
    5) Loods je vrouw in de hogere kringen van Schoonhoven – Zorg dat je een uitgebreid netwerk hebt. Ondernemen is mensen om je heen verzamelen!
     
    6) Laat je informeren over de sieraden die goed in de smaak vallen – Hoe de markt goed in de gaten, om in te kunnen spelen op trends!
     
    7) Maak kistjes met zilveren sloten én zilveren hoeken – Wees creatiever dan je concurrent!

    Veel succes met je smederij!

    Qudo 3.9

    By Quibke

    Sinds enige maanden ben ik me aan het verdiepen in de zgn. nieuwe media. Ik had wel al eens gehoord van een Facebook of een Hyves op wat puberale feestjes, maar zag er niet echt het nut van in.
     
    En toch rolde ik langzaam aan in het wereldje wat ik Qudo 3.9 zal noemen. Dit naar mijn geheel eigen gegeven score op een schaal van 10, op het kennisgebied van deze nieuwe media.
     
    Door een tip toch maar eens gaan snuffelen en begonnen met LinkedIn. Het is al een raar woord om te typen, laat staan uit te spreken. Maar goed, een uurtje of twee later had ik zo ongeveer mijn profiel ingevuld. De fouten die ik er toen niet uit kreeg, krijg ik er nog steeds niet uit. Dus het is een geheel eigen profiel geworden.
     
    Tja, en dan? Wat moet je ermee? Ik kwam er achter dat mensen LinkedIn gebruiken als een soort van FBI/CIA-achtige database, om te kijken of men jou wel wilt kennen! En een soort profiler onderzoek doen naar je. En andersom ook. Maar dan moet je wel mensen hebben die jou willen kennen…
     
    Vreemde gang van zaken. Ik moet iemand uitnodigen om met mij te “linken” (vriendjes te worden) of men vraagt mij om gelinkt te mogen worden. Ik voel me een pré puber op het schoolplein:
     
    “Hallo, mag ik vriendje met jou worden? “
    (You have sent your invitation successfully!)
    “Ja, hoor! Doe je met ons mee?”
    (Congratulations, you’re invitation has been accepted!)
     
    Gelukkig heb ik het vrij snel door. Je moet linken aan mensen die jou wel eens interessant zouden kunnen vinden. En jij kijkt of zij dan weer interessant zijn voor jou. Bij iedereen die je uitnodiging accepteert, verschijnt dit op de home pagina. En dat is dan weer goed voor Google geloof ik… Of mensen vinden/zien je wat vaker. En dan krijg je uitnodigingen van mensen die je helemaal niet kent…. En die willen ineens vriendjes met je worden …?? Ik ken ze niet eens!
     
    Maar dat schijnt dan weer goed te zijn voor je netwerk. Vroeger bestond mijn netwerk uit mensen die ik uit het dagelijks leven kende, Die mij en mijn werk kende en me daarom adviseerden bij weer anderen. Nu lijkt het linkjes en profielen doorschuiven.
     
    Ik snap het nog niet helemaal. Maar goed, een score van 3.9 kan alleen maar omhoog, toch?
     
    Stap 2. Waar moest ik me ook al weer nog meer in verdiepen? O ja, Twitter!
     
    Dit zijn éénzijdige kleine korte zinnen, die je de wereld inspuugt, en die niemand interessant vindt. Behalve dat het “leuk” is om over iemands schouder mee te kijken in het dagelijks leven. Een nieuw soort voyeurisme zo gezegd. Inlognaam gemaakt, wederom een profiel geplant. Ik word al vrij aardig deskundig!
    Eens kijken wat er zoal geplaatst wordt…
     
    ……………………
    ……………………
    ……………………
     
    Sorry ????
     
    “Ik ga nu mijn hondje uitlaten”
    “het regent in 020! Hard!”
    “ik ben op Station Weesp”
    “Jasses, spruitjes! “
    @Williewortel: Haha ! RT : #nieuweling #domoor : http: rfgnekedkls.qxrl !
     
    Ik kom mensen tegen die heel de godganse dag minimaal 8x per uur een zogenaamde Tweet de wereld inzenden met volledig nutteloze informatie?
    64 zinnen op een dag minimaal met dingen die ik helemaal niet wil weten!
     
    Wat begrijp ik er nu toch niet van? Maar…. Ik was gewaarschuwd. Dus langzaam mijn eerst Tweet de wereld in. Onder bedrijfsnaam natuurlijk. Want Google Tweet ook… Denk ik tenminste!
     
    “Vandaag drukke dag gehad. Leuke eerste nieuwe contacten gelegd met een nieuwe klant, dit kan wel eens een forse uitbreiding van mijn werk gaan worden...”
     
    Huh? Ow…… je mag je verhaal doen in 140 tekens. Ja, dat wordt puzzelen natuurlijk!
    Ik krijg het idee Telegraaf advertenties te moeten typen:
    J.mn, 38jr, zkt krg vr vn 25 m ns te rmptmpn rnd CS 020. Mog. Tss 4 en 5 uur. Echtg. Dn shpp. !Maar goed.
     
    Het wereldje Qudo 3.9 heeft me nog niet echt kunnen boeien. Tot gisteren !
    Een vriendin belde dolblij op, dat ze zwanger was! Heugelijk nieuws natuurlijk. Totdat mijn vrouw tegen haar zei: “Ja, dat wist ik al, ben namelijk al door 3 anderen gebeld, omdat je het 3 kwartier geleden al op Hyves hebt gemeld. Weet je moeder het eigenlijk al?”
     
    De moraal van het verhaal: Wees kritisch hoe je de verschillende nieuwe media gebruikt. Ik zie sommigen hun Twitter koppelen aan hun zakelijk LinkedIn profiel, maar staan op zaterdagavond volop vanuit de kroeg te Twitteren!
    Ik zie nog steeds het nut niet in van sommige dingen. Maar dat weerhoudt me er niet van mij er in te verdiepen. En het verhaal van die vriendin op Hyves is grotendeels waar… Jammer genoeg!
     
     
    Zaterdagochtend, zomaar een paar jaar geleden. Het gezin wordt langzaamaan wakker. Eén voor één komen de kinderen beneden. Lekker rustig. Een pot thee dampend op tafel, een geurige kop koffie. Pa aan een broodje, ma leest de ochtendkrant. Iedereen lijkt nog een beetje te sluimeren.
     
    Zo rond 11.00 uur hebben pa en ma de krant grotendeels uit en loopt pa richting de kapstok. Uit de binnenzak van zijn jas haalt hij een bruin envelopje en geeft dat aan moeder. Samen gaan ze naast elkaar zitten en wij als kinderen er tegenover. Het loonzakje wordt opengescheurd en moeder begint alles in stapeltjes te verdelen. Dit is voor de gewone rekening, dit voor de spaarrekening, hiermee moet wat afgelost worden, dit is voor de bakker, dit voor de SRV man en voor ieder van ons een paar kwartjes in verhouding als zakgeld. Op naar de benzinepomp voor snoep!!
     
    Wat overblijft, is voor de wekelijkse boodschappen. Dit is op zaterdag namelijk vaste prik, evenals een grondige poetsbeurt door het hele huis. Ieder heeft zijn taak.
     
    Maar eerst verse koffie zetten, want 'dun Bakker' komt zo. Hij komt zijn wekelijkse centen innen en wij zijn zijn vaste koffie adres. Afgelopen week is de bakker namelijk dagelijks langs geweest om vers brood te bezorgen. Ook wanneer je er niet bent, hangt hij neer wat hij denkt wat je nodig hebt. Gewoon aan de klink van de voordeur. Mocht je niks nodig hebben en je bent er niet, dan is een “nee, dank je”- briefje voldoende.
     
    Helaas had ma te weinig gereserveerd, maar de bakker gelooft dat dit volgende week wel weer goed komt. Hij noteert het in zijn verkreukelde boekje, stopt dit in zijn borstzakje en gaat verder met zijn ronde.
     
    Dan naar de supermarkt. Tegenwoordig mag je bij de groente- en fruitafdeling alles zelf pakken, heel vreemd! Er loopt nog wel iemand rond, maar die vult alleen maar aan…
     
    Snel lopen we door en sluiten we aan in de rij op de afdeling slagerij. Rustig wachten de mensen tot ze aan de beurt zijn. Ook pa leest van zijn briefje op wat hij graag wil hebben en de slager pakt het in. “Mag het iets meer zijn, meneer?“ Hahaha, geweldig, die meneer vraagt iedere zaterdag hetzelfde!
    Doorschuifelen naar de afdeling vleeswaren: een half ons van dit, een onsje van dat, mag ik dat eens proeven…..? Pa is weer lekker op zijn gemak bezig. Natuurlijk een rolletje worst voor ons en we schuiven door richting de kaasafdeling…. Voor een plakje kaas natuurlijk!
     
    Daarna gaat alles in sneltreinvaart. Ma heeft nl. alles precies op volgorde opgeschreven en wij kennen de weg, dus kunnen we goed helpen alles te pakken. Bij de kassa pakt vader zijn 'knip'-portemonnee en als altijd verschijnen er wat zweetdruppeltjes op het voorhoofd…. Gelukkig hoeven we vandaag niks terug te leggen van de kassamevrouw.
     
    Op maandag blijken we de melk vergeten te zijn en ik krijg wat geld mee om naar de supermarkt te gaan. Dit is 3 straten verder, dus ik mag trots alleen! Helaas is deze gesloten, omdat deze mensen ook van 2 dagen weekend willen genieten. Snel terug naar huis, want met een beetje geluk ben ik dan nog op tijd voor de SRV wagen! Snel de lege glazen melkflessen in het speciale mandje doen. Ik ben net op tijd ! Melk is er, dus we kunnen pannenkoeken eten.
     
    Om 19.30 uur komt pa thuis en onder het vertellen van mijn dag peuzel ik gezellig mee aan zijn pannenkoeken, welke ma weer vers aan het bakken is.
    **** TINGELINGELING**** ….. Langzaam ontwaak ik uit mijn mijmeringen…… Ik sta bij de ijscoboer met mijn dochters welke mij aan mijn broekspijpen wakker schudden.
     
    Waar is die bakker gebleven? En die SRV man? En die behulpzame afdelingen in de supermarkt? De IJscoman knipoogt. Hij kent mijn ouders, kent mij en weet precies welke kinderen bij wie horen en in welke buurt. Heel wat jaren ouder intussen geniet hij van een stukje uitstervend beroep. Daadwerkelijk contact met zijn mensen, klanten. Hij geeft me een vette knipoog, net of hij mijn gedachten heeft kunnen lezen en doet een extra dot slagroom op mijn ijsje. Ik geef hem een grote knipoog terug, betaal met een leuke fooi en hoop dat hij nog lang mag rondrijden. Ik mis namelijk mijn bakker en SRV man.
     
    Huppelend ga ik achter mijn gierende dochters aan mama een ijsje brengen en mijmer nog even na......
  • Bring your business plan to a higher level!

    On this forum all subjects are discussed related to entrepreneurship.

    Growing together with other entrepreneurs

    ✓     Ask your entrepreneur questions

    ✓     Share your answers

    ✓     Low profile

    ✓     Transparant

    ✓     At your convenience

    ✓     Always based on relevance, substance and expertise

×

Cookies on HigherLevel.nl

Cookies are necessary for Higherlevel.nl to function properly. By using HigherLevel.nl you declare to have read and accepted our terms and conditions.

 More information   I accept