Meer info Akkoord

Let op: deze website vereist cookies om volledig te kunnen functioneren.

Met de nieuwe Telecomwet die begin juni 2012 van kracht is geworden, is elke website wettelijk verplicht jou als gebruiker te informeren over de aard van de geleverde cookies en toestemming te vragen voor het gebruik hiervan.

Higherlevel.nl maakt gebruik van zogenaamde noodzakelijke cookies die nodig zijn voor het gebruik van de website en het forum, bijvoorbeeld om in te kunnen loggen en je voorkeuren te onthouden. Daarnaast worden cookies gebruikt voor het bij kunnen houden van het aantal bezoekers en andere gegevens (dit doen wij via Google Analytics).

Met het accorderen middels onderstaande knop ga je akkoord met het ontvangen van alle cookies die nodig zijn om Higherlevel.nl optimaal te laten werken.

Om Higherlevel.nl te bezoeken zijn deze cookies benodigd. Wanneer je ze niet accepteert, kun je helaas Higherlevel.nl niet bezoeken.

Ik wil geen cookies Ik ga akkoord en wil naar Higherlevel.nl!

Wim Schreuder

Rekenrente en indexatie bij pensioenoverdracht DGA

Gepubliceerd op 2 november 2015 | 3 reacties | Ga naar het bijbehorende forumtopic

Als een DGA pensioen opbouwt in eigen beheer gelden complexe spelregels, onder meer als de DGA besluit om zijn pensioen van BV (A) naar BV (B) over te hevelen. De uitgangspunten waarop de BV’s moeten waarderen, verschillen onderling en wringen met de financiële werkelijkheid van vandaag de dag. En dus proberen DGA’s om de regels te veranderen of creatief te interpreteren. Soms tot aan de Hoge Raad aan toe.

In deze casus krijgt de DGA deels gelijk, maar grotendeels niet. Lees je mee?

De casus
Het is 2005. Een DGA besluit zijn pensioenvoorziening over te hevelen van BV (A) naar BV (B). Het betreft een pensioenregeling die waarde- of welvaartsvast wordt gehouden. Dit is de meest voorkomende pensioenregeling bij DGA’s die ‘eigen beheer’ voeren.

Het pensioen heeft in BV (A) een ‘commerciële waarde’ van € 1.903.753. Je zou dit de ‘echte’ waarde van het pensioen kunnen noemen op basis van de werkelijke marktrente.

Als BV (A) dit bedrag in aftrek brengt als koopsom voor de overdracht naar BV (B), corrigeert de Belastinginspecteur het bedrag. Hierna wordt uitgelegd waarom hij dat deed.

Geen aftrek indexatielasten
De Belastinginspecteur baseert zijn correctie onder meer op het feit dat je wettelijk voor het bepalen van de winst van jaar X de lasten buiten beschouwing moet laten die verband houden met toekomstige prijs- en loonwijzigingen, ook al zouden die lasten in jaar X al bekend zijn. Op grond hiervan kunnen kosten voor het waarde- of welvaartsvast houden (de ‘indexatie’) niet op voorhand in aftrek worden genomen. De indexaties vinden immers in de toekomst plaats.

In hoger beroep en in cassatie stelt de rechtbank respectievelijk de Hoge Raad de Belastingdienst in het gelijk. De aftrek wordt met € 539.635 verminderd.

Rekenrente bij overdragende partij op markttarief
BV (A) had als ‘goed koopman’ de actuele rekenrente van (toen) 3,23% gebruikt. De 4% rekenrente die de Inspecteur verlangde, is alleen bedoeld voor bepaling van de fiscale waarde van het pensioen door (ontvangende) BV (B). Op dit punt kreeg de DGA gelijk.

Rekenrente bij ontvangende partij op 4%
BV (B) heeft de ontvangen koopsom van 1,9 miljoen tevens gebruikt als fiscale waardering van de pensioenverplichting. BV (B) verdedigde dat dit, net als bij BV (A), een ‘goed koopmansgebruik’ was.

De wet gaat echter voor de ontvangende BV uit van 4%. Hierdoor is de fiscale aftrekbare koopsom voor BV (B) lager dan de ontvangen koopsom.

Voor BV (B) werd op grond deze wettelijke regel de fiscale waardering gecorrigeerd.

Conclusie
Ondanks het feit dat het financiële klimaat is veranderd en 4% rekenrente voorlopig structureel niet meer haalbaar lijkt, blijft deze rekenrente dus een belangrijk uitgangspunt voor de fiscale waardering. Het is, om wettelijke redenen, als in beton gegoten.

Daarnaast is er de complexiteit over het waarderen van de indexatie, welke niet in één keer in aftrek mag worden gebracht.

Onder meer dit verklaart waarom de staatssecretaris geen heil meer ziet in dit complexe systeem en werkt aan een nieuw eenvoudiger systeem dat naar verwachting niet meer in 2016, maar in 2017 ingaat.
Wim Schreuder

Wim Schreuder - HLS Pensioenconsultancy BV

Registerpensioenadviseur en vennoot bij HLS Pensioenconsultancy.
Lid Kring van Pensioenspecialisten. Sinds 1985 actief in de pensioenbranche.

Advies over ZZP-/DGA-pensioenvoorzieningen en collectieve pensioenregelingen voor bedrijven. Voorts actief als docent, examinator en redacteur.

Meer columns door Wim Schreuder

3 Reacties

Behalve dat het systeem inderdaad ingewikkeld is, was er ook (en met name) een budgettaire reden voor het nieuwe systeem. Als namelijk aangesloten wordt bij het op commerciële wijze berekenen van de pensioenverplichting met een lagere rekenrente en ook een hogere leeftijdsterugstelling ontstaat een veel hogere pensioenvoorziening, waardoor de fiscale winst enorm gedrukt wordt en dus minder vennootschapsbelasting wordt betaald.

Bovendien zijn er ook veel BV's die een pensioenvoorziening zonder goed dekking aan de activa-zijde van de balans. Door een nieuwe fiscale pensioenreserve kan het probleem dan voorlopig weer vooruit geschoven worden.
 
Dank voor deze aanvulling Richard.

Ik heb nog een aanvulling op jouw aanvulling (  ):

Toenmalig staatssecretaris Weekers had nog een reden: ervoor zorgen dat er weer dividend kon worden uitgekeerd en de economie kon worden aangejaagd.

Dividend mag pas worden uitgekeerd als ook op lange termijn aan de pensioenverplichting kan worden voldaan. Dit wordt getoetst middels de zogenaamde 'dividendtoets'.

Door de hierboven en door jou geschetste situatie konden veel DGA's geen dividend meer uitkeren. En dat was jammer voor de staatssecretaris die in 2013 had bedacht dat in 2014 de dividendbelasting eenmalig van 25% naar 22% zou worden verlaagd. En daar maakte zo goed als niemand gebruik van. Gek hè?
 
Dat klopt Wim. De dividendtoets heet eigenlijk uitkeringstest en balanstest. Deze hebben we eind 2012 met de flex bv wetgeving gekregen.

Wat met name vervelend is voor de leek, is dat de fiscus niet naar voorziening op de balans kijkt maar een andere berekening heeft om de marktwaarde van de pensioenvoorziening te berekenen met een laag u-rendement, waardoor op het eerste gezicht lijkt dat er een dividenduitkering gedaan kan worden. Echter als daarna nog eens kritisch wordt gekeken icm de uitkeringstest blijkt vaak dat er toch geen uitkering gedaan kan worden. Hierdoor kan tegen een flinke naheffing aangelopen worden.
 
Om een reactie te plaatsen moet je ingelogd zijn

Column insturen?

Heb je een interessant artikel geschreven over innovatie en/of ondernemerschap?

We publiceren hem graag!

COLUMNISTEN

Deze columnisten hebben dit jaar columns voor Higherlevel.nl geschreven:

Ontmoet andere HL-leden!

HL midzomer spontaan evenement?
21 juni 2018, 2 HL-leden aanwezig

Partners

HL wordt gefinancierd door

Volg ons