loading
Ga naar inhoud
Johan Mulder
Verberg

doorschuiffaciliteit IB kan niet worden opgelegd aan mede-vennoot

vraag

Onderstaande rechtsoverwegingen komen uit de volgende casus:

 

Twee broers (geintimeerde en appelant) hebben een onderneming gedreven in de vorm van een vennootschap onder firma firma.

Door onenigheid is de vennootschap ontbonden en heeft de Rechtbank bepaald op welke

wijze het vennootschapsvermogen moet worden verdeeld. Appelant vordert dat geintimeerde wordt

gedwongen mee te werken aan het doen van een gezamenlijk verzoek als bedoeld in artikel 3.63 Wet IB 2001 voor een geruisloze overdracht:

 

 

Hij vordert thans dat [geïntimeerde] tevens zal worden gelast om mee te werken aan het doen van een gezamenlijk verzoek als bedoeld in artikel 3:63 Wet Inkomstenbelasting 2001.

 

5. [geïntimeerde] wenst de door [appellant] gevorderde medewerking niet te verlenen.

 

6. Artikel 3:63 Wet Inkomstenbelasting 2001 luidt voor zover van belang:

 

"1. Indien de belastingplichtige een onderneming waaruit hij als ondernemer of als belastingplichtige als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel a, winst geniet, overdraagt in een geval als bedoeld in het vierde lid of vijfde lid, wordt voor het bepalen van de uit de onderneming in het kalenderjaar van overdracht genoten winst de onderneming, behalve voor de toepassing van artikel 3.54a, geacht niet te zijn gestaakt, mits zowel de belastingplichtige als degene die de onderneming voortzet dit bij de aangifte van de belastingplichtige verzoeken."

 

7. Het hof neemt tot uitgangspunt dat er in het algemeen geen juridische grondslag is op basis waarvan een belastingplichtige kan worden verplicht om mee te werken aan het indienen van een verzoek tot toepassing van de doorschuifregeling als bedoeld in voornoemd artikel.

[appellant] heeft geen, dan wel onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld die in dit geval zouden kunnen rechtvaardigen om bedoelde verplichting toch aan [geïntimeerde] op te leggen. Het hof acht daarvoor onvoldoende de stellingen dat [geïntimeerde] thans zelf een onderneming drijft en dat [appellant] door omstandigheden thans niet in staat is om fiscaal af te rekenen.

Het voorgaande brengt mee dat de onderhavige vordering van [appellant] niet kan worden toegewezen.

 

bron: www.rechtspraak.nl


JM juristen & adviseurs

ondernemingsrecht:

samenwerkingsverbanden | overeenkomsten | (algemene) voorwaarden en reglementen | bedrijfsstructuren | bedrijfsoverdrachten.

Link naar bericht
Delen op andere sites

3 antwoorden op deze vraag

Aanbevolen berichten

  • 0
  • Waardeer dit antwoord

Kun je uitleggen wat het probleem is, want is zie het niet. Waarschijnlijk te weinig achtergrondinformatie.


www.ficalis.nl voor belastingadvies, jaarrekening en administratie

Link naar bericht
Delen op andere sites
  • 0
  • Waardeer dit antwoord

Zeker. Omdat in dit geval de mogelijkheid bestond om 3:63 IB toe te passen kon er fiscaal geruisloos worden doorgeschoven. Oftewel geen inkomstenbelastingheffing.

Hiervoor is een gezamenlijk verzoek nodig.

 

Omdat één van de twee broers weigert mee te werken (ruzie) moet er worden afgerekend voor de inkomstenbelasting. De overdracht wordt daardoor voor de overnemende broer veel duurder.

Weliswaar biedt het wel wat voordelen, maar de financieringslast zal veel hoger uitpakken.

 

Hoofdzaak is in ieder geval dat de geruisloze doorschuiving niet kan worden afgedwongen.


JM juristen & adviseurs

ondernemingsrecht:

samenwerkingsverbanden | overeenkomsten | (algemene) voorwaarden en reglementen | bedrijfsstructuren | bedrijfsoverdrachten.

Link naar bericht
Delen op andere sites
  • 1
  • Waardeer dit antwoord

De kern van deze uitspraak is dat een verzoekschrift een verzoek blijft en een van de twee verzoekers geen juridische houvast heeft om de ander te verplichten tot tekenen.

 

Daarnaast is dit ook een bevestiging dat je tijdens een onderhandeling ook geen juridische gronden hebt om iemand te verplichten het eens te zijn met jouw voorkeur.

 

Waarschijnlijk zijn er aanzienlijke stille reserves aanwezig in de VOF. Bij geruisloze doorschuiving betaal je wel voor de stille reserves maar dat bedrag is een stuk lager. Bij ruisend betaal je Waarde Economisch Verkeer (Boekwaarde + stille reserves) en bij geruisloos betaal je boekwaarde + stille reserves - latente IB claim op de stille reserves.

 

Zolang de stille reserves groot genoeg zijn, kan dit een wezenlijk verschil in de verkoopprijs zijn.

 

Grt


Fiscalist in de maak

Link naar bericht
Delen op andere sites
Gast
Dit topic is nu gesloten voor nieuwe reacties.

  • Breng jouw businessplan naar een higher level!

    Op dit forum worden alle onderwerpen m.b.t. ondernemerschap besproken.

    • Stel jouw ondernemersvragen
    • Antwoorden/oplossingen van collega ondernemers
    • > 65.000 geregistreerde leden
    • > 100.000 bezoekers per maand
    • 24/7 bereikbaar / binnen < 6 uur antwoord
    •  Altijd gratis

  • Wie is er online?

    Er zijn 0 leden online en 19 gasten

    Er zijn momenteel geen geregistreerde gebruikers online

    Bekijk volledige lijst    
  • Ook interessant:

  • Ondernemersplein



NL

×

Cookies op HigherLevel.nl

Cookies zijn nodig om Higherlevel.nl goed te laten functioneren. Door het gebruik van HigherLevel.nl verklaar je onze voorwaarden te hebben gelezen en te accepteren.

 Meer informatie   Oké