Jump to content
Thymo Lebesque
Verberg

BTW casus omtrent ABC-leveringen en niet-ABC-leveringen

vraag

Beste Leden van het forum,

 

Binnen onze jonge onderneming heb ik een btw-vraagstuk dat ik nog niet volledig heb kunnen oplossen.

Concreet begint het vraagstuk met het feit dat wij een leverancier in België hebben, wij een onderneming hebben in Nederland en onze afnemers in heel Europa zitten.

Onderstaand heb ik 3 situaties uitgewerkt die voor ons van toepassing zijn. Daarin heb ik getracht zelf - op basis van research en informatie die ik heb gekregen van mijn administratiekantoor en diens fiscalist - conclusies te trekken en een onderbouwing toe te voegen.

Graag hoor ik of dit klopt. Alvast enorm bedankt.

 

SITUATIE 1

- Leverancier uit België (A) verkoopt producten aan onze onderneming uit Nederland (B)

- Onze onderneming uit Nederland (B) verkoopt aan onderneming in Nederland, België en de rest van EU ©.

- Bij de verkoop levert A direct aan C.

 

Mijn conclusie:

 

Levering aan C in Nederland:

A factureert B: ICP

B factureert C: NL 21%

(B doet aangifte in Nederland)

 

Levering aan C in België:

LET OP: B heeft een Belgisch btw-nummer nodig.

A factureert B: BE 21%

B factureert C: BE 21%

(B doet aangifte in België)

 

Levering aan C in rest van EU:

A factureert B: ICP

B factureert C: ICP

(B doet aangifte in Nederland)

 

Mijn onderbouwing:

Er is sprake van een normale ABC-levering indien onderneming © in Nederland of België geleverd krijgt. Er wordt namelijk niet voldaan aan één voorwaarde van een vereenvoudigde ABC-levering (Er zijn geen 3 ondernemers zijn die elk in een verschillend EU-land een btw-identificatienummer hebben).

Er is sprake van een vereenvoudigde ABC-levering indien onderneming © in overige landen in de EU geleverd krijgt.

 

 

----------------------------------

 

SITUATIE 2

Dit is bijna dezelfde situatie als situatie 1, behalve dat er een extra Belgische tussenhandelaar tussen is gekomen.

 

- Leverancier uit België (A) verkoopt producten aan onze onderneming uit Nederland (B)

- Onze onderneming (B) verkoopt aan tussenhandelaar uit België ©

- Tussenhandelaar uit België © verkoopt aan onderneming in Nederland, België en de rest van EU (D).

- Bij de verkoop levert A direct aan D.

 

Mijn conclusie:

 

Levering aan D in Nederland

LET OP: C heeft een Nederlands btw-nummer nodig.

A factureert B: ICP

B factureert C: NL 21%

C factureert D: NL 21%

(B doet aangifte in Nederland)

 

Levering aan D in België

LET OP: B heeft een Belgisch btw-nummer nodig.

A factureert B: BE 21%

B factureert C: BE 21%

C factureert D: BE 21%

(B doet aangifte in België)

 

Levering aan D in rest van EU

LET OP: B en C hebben btw-nummers nodig in dat land.

A factureert B: ICP

B factureert C: tarief van dat land

C factureert D: tarief van dat land

(B doet aangifte in ander EU land)

 

 

Mijn onderbouwing:

Er is altijd sprake van een normale ABC-levering. Er wordt namelijk niet voldaan aan één voorwaarde van een vereenvoudigde ABC-levering (Er zijn niet precies 3 ondernemers die elk in een verschillend EU-land een btw-identificatienummer hebben).

 

 

----------------------------------

 

SITUATIE 3

Dit is dezelfde situatie als situatie 1, behalve dat eerst de aankoop van voorraad wordt gefactureerd van A naar B en uit deze voorraad geleverd wordt door A naar C.

 

- Leverancier uit België (A) verkoopt vloerkleden aan onze onderneming uit Nederland (B)

- Deze vloerkleden staan klaar voor verzending in het magazijn van leverancier uit België (A)

- Onze onderneming uit Nederland (B) verkoopt aan onderneming in Nederland, België en de rest van EU ©.

- A levert zodra B het vraagt aan C.

 

Mijn conclusie:

 

Of het is exact conform situatie 1, of het is zoals onderstaand uitgelegd.

 

Levering aan C in Nederland:

LET OP: B heeft een Belgisch btw-nummer nodig.

A factureert vloerkleden aan B: BE 21%

A factureert vervoer aan B: ICP

B factureert C: ICP

(B doet aangifte in België)

 

Levering aan C in België:

LET OP: B heeft een Belgisch btw-nummer nodig.

A factureert vloerkleden aan B: BE 21%

A factureert vervoer aan B: BE 21%

B factureert C: BE 21%

(B doet aangifte in België)

 

Levering aan C in rest van EU:

LET OP: B heeft een Belgisch btw-nummer nodig.

A factureert vloerkleden aan B: BE 21%

A factureert vervoer aan B: ICP

B factureert C: ICP

(B doet aangifte in België)

 

 

Mijn onderbouwing:

Er is sprake geen sprake van normale/vereenvoudigde ABC-levering, omdat de levering niet direct plaatsvindt. Allereerst wordt er door A in België geleverd aan B.

Vervolgens wordt er later vanuit België door B geleverd aan C, waar het vervoer door A georganiseerd en gefactureerd wordt aan B.

 

Link to post
Share on other sites

1 answer to this question

Recommended Posts

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now

  • Bring your business plan to a higher level!

    All topics related to entrepreneurship are discussed on this forum.

    • Ask your entrepreneur questions
    • Answers / solutions from fellow entrepreneurs
    • > 65,000 registered members
    • > 100,000 visitors per month
    •  Available 24/7 / within <6 hours of response
    •  Always free

  • Who's Online

    Er zijn 14 leden online en 222 gasten

    (See full list)    
  • Also interesting:

  • Ondernemersplein



EN

×

Cookies on HigherLevel.nl

Cookies are necessary for Higherlevel.nl to function properly. By using HigherLevel.nl you declare to have read and accepted our terms and conditions.

 More information   I accept