Jump to content
Guest Kermie
Verberg

Biotech (Willem Schoonen)

vraag
Guest Kermie

De Europese biotech industrie kreeg in 2002 voor het eerst te maken met dalende omzetten en een verlies aan werkgelegenheid. Er is geen sprake van een crisis, eerder van een tijdelijke terugval. Maar die maakt vooral starters het leven moeilijk.

 

Dat blijkt uit het tiende jaarrapport van adviseurs Ernst & Young over de Europese biotech, dat vorige week werd gepubliceerd. Volgens Ernst & Young staat de Europese biotech op het punt waar de Amerikaanse acht jaar geleden stond; in de VS ging de biotech toen door een dal, om vervolgens door te groeien tot volwassenheid.

 

Er zijn tekenen dat ook de Europese biotech volwassen begint te worden. Zo hebben ondernemers en investeerders inmiddels in de gaten dat het erg handig is om snel na de start producten te hebben, die verkocht kunnen worden en dus omzet en inkomen opleveren. De dagen zijn voorbij dat venture capitalists bereid waren tientallen miljoenen te steken in een onderneming die alleen nog maar een idee had voor een medicijn. Zo'n bedrijf, dat het hele traject van ontwikkeling, klinische trials en toelatingsprocedures nog voor zich heeft, zal vele jaren alleen maar verlies lijden en ondertussen een goede kans lopen te struikelen.

 

Producten! En wel snel!, luidt het nieuwe motto. Dat kunnen basistechnologieën zijn, waarmee andere bedrijven het verdere traject afleggen, of producten die snel na de start marktrijp kunnen zijn. Het beschikbare kapitaal wordt niet meer gezet op paarden die nog vele jaren te gaan hebben voor ze überhaupt aan een race kunnen deelnemen.

 

Gevolg van deze nieuwe realiteitszin is dat, hoewel de gemiddelde omzet daalt, het aantal winstgevende biotechbedrijven in Europa stijgt. Alle bedrijven in de top10 van biotech Europa hebben een of meer producten op de markt. En acht van de tien zijn winstgevend, aldus Ernst & Young.

 

In 1997 had de helft van de top10 producten op de markt, en waren slechts 4 van de 10 winstgevend. Keerzijde van de nieuwe realiteitszin is dat durfkapitalisten minder geneigd zijn te investeren in starters. Ze worden voorzichtiger en steken hun kapitaal liever in ondernemingen die in een tweede of derde financieringsronde zitten. Dat wil zeggen: bedrijven die al een eind op streek zijn en voor een tweede of derde keer op zoek zijn naar investeerders om hun groei te financieren.

 

Daar komt bij dat er over de hele linie minder kapitaal beschikbaar is. De biotechnologie is niet ontkomen aan de ineenstorting van de beurs. Van de beurswaarde van biotech ondernemingen is de afgelopen jaren de helft verdampt. En in 2002 konden Europese biotech ondernemingen op de beurzen met moeite 123 miljoen euro nieuw aandelenkapitaal bijeenschrapen. In het topjaar 2000 werd 5.5 miljard euro opgehaald.

 

Beursintroducties zijn helemaal een zeldzaamheid geworden. Dat heeft tot gevolg dat durfkapitaal opgesloten raakt. Venture capitalists zouden bij een beter beursklimaat veel meer participaties ten gelde hebben gemaakt door bedrijven naar de beurs te brengen. Waarna zij opnieuw zouden kunnen investeren in nieuwe ondernemingen. Nu moeten ze die participaties aanhouden, en is er alweer minder kapitaal beschikbaar voor starters.

 

Biotech starters wisten in 2002 slechts 35 procent van het beschikbare durfkapitaal binnen te halen. In 2000 was dat 70 procent!

 

Veel van de problemen waarmee de Europese biotech nu kampt zijn van tijdelijke aard. Het rapport van Ernst & Young over 2002 kreeg dan ook als titel: Endurance (uithoudingsvermogen). Maar er zijn ook moeilijkheden die een structureel karakter kunnen krijgen. De voorkeur voor producten die snel naar de markt gebracht kunnen worden, is er één van. Als men risicovolle lange termijn ontwikkelingen gaat mijden, worden die teruggeworpen in de schoot van de publieke sector, het door de overheid gefinancierde onderzoek. Voor de positie van starters geldt hetzelfde; als kapitaalverschaffers starters gaan mijden, en hun euro's reserveren voor min of meer gevestigde ondernemingen, worden starters meer een zorg voor de overheid.

 

Het onderwijzen van ondernemerschap, het geven van subsidies voor het schrijven van businessplannen en het helpen bouwen van incubators, volstaan dan niet meer. De publieke sector krijgt, door behoudende durfkapitalisten, de taak in de schoot geworpen de biotech babies ook nog te leren lopen.

Link to post
Share on other sites

0 answers to this question

Recommended Posts

There have been no answers to this question yet

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now

  • Bring your business plan to a higher level!

    All topics related to entrepreneurship are discussed on this forum.

    • Ask your entrepreneur questions
    • Answers / solutions from fellow entrepreneurs
    • > 65,000 registered members
    • > 100,000 visitors per month
    •  Available 24/7 / within <6 hours of response
    •  Always free

  • Who's Online

    Er zijn 10 leden online en 144 gasten

    (See full list)    
  • Also interesting:

  • Ondernemersplein



EN

×

Cookies on HigherLevel.nl

Cookies are necessary for Higherlevel.nl to function properly. By using HigherLevel.nl you declare to have read and accepted our terms and conditions.

 More information   I accept