Ga naar inhoud
  • Heb je een column, artikel of opiniestuk geschreven over innovatie en/of ondernemerschap? Dan plaatsen we deze na een redactionele check graag op Higherlevel.nl! Middels onderstaand formulier kun je de column plaatsen. Let op: de columnsectie is niet bedoeld voor Online Marketeers die werkzaam/ingehuurd zijn om producten/diensten onder de aandacht te brengen.

  • Columns

    Log in om dit te volgen  
    Ondernemer, bedankt voor al je vragen en opmerkingen! Een jaar service verlenen via social media heeft de Belastingdienst veel opgeleverd. We leren de actuele vraagstukken van de ondernemer steeds beter kennen, we zien het aantal volgers op Twitter gestaag toenemen en door ons laatste column op Higherlevel.nl over btw-schulden hebben veel ondernemers actie ondernomen en hun zaak op orde gebracht.
     
    Enkele cijfers
     
    Door onze social media service op Twitter, YouTube, Higherlevel.nl, Hallo! en GoeieVraag! hebben we:
    - 50 verbetertips van ondernemers doorgevoerd op onze website
    - Ruim 250 reacties gegeven op communities
    - Bijna 1800 antwoorden gegeven via @BDstarters
     
    De tips en aandachtspunten die we twitteren, vinden veel ondernemers relevant: we hebben bijna 3300 volgers en onze tweets worden gemiddeld 5 of 6 keer geretweet.
     

     
    Wat vind jij er nu van?
     
    Afgelopen jaar hebben we ons team steeds verbeterd en getraind, onze stijl aangescherpt en onze service langzaam uitgebreid van alleen starters naar ook langer bestaande ondernemers. Maar hoe vind jij dat we het doen? En hoe kunnen we jou als ondernemer beter helpen bij je belastingzaken?
     
    #TwitterTaart
     
    We willen jou als lid van Higherlevel.nl bedanken voor je opmerkingen, vragen en (indien je ons ook volgt) retweets het afgelopen jaar. Daarom trakteren we op taart: een virtuele #TwitterTaart. Taart is bedoeld om te delen. Twitter deze afbeelding daarom naar (startende) ondernemers die jij kent en van wie je vindt dat zij/hij een taart verdient. Met het ronddelen hopen we met het vieren van onze verjaardag nog meer volgers te krijgen om onze slagkracht en service verder te vergroten.
     

     
    Zoals ze in Eindhoven zeggen: smakelijk!
     
    Vriendelijke groet,
    Wilma - Webcareteam Belastingdienst
    Men neme een drukke ondernemer, gooie er wat grootheidswaanzin en wat teveel ambitie bij, even laten koken in een saus van zelfvertrouwen en voilà: het geld is verdwenen!
     
    Wij ondernemers denken altijd: kan dit niet beter? Waarom is dat er niet? Eerst komen de ideeën, daarna pas de visie. Daar gaan we pas over nadenken als iemand vraagt wat je missie is. Maar vaak is het gewoon een kwestie van toeval.
     
    Zo liet ik acht jaar geleden mijn computer vallen. Ik wilde hem door iemand laten repareren, maar niet naar een bedrijf brengen waar ik hem een week kwijt zou zijn. Die iemand was er niet. Of hij was er wel, maar ik kon hem niet vinden. Mijn verbazing hierover zette ik om in een idee: waarom brengen we zelfstandige it-specialisten niet samen in een netwerk, waaruit bedrijven en particulieren kunnen putten bij computerproblemen? Zelfstandigen zullen in de regel meer gemotiveerd zijn om het goed te doen en zouden tegen gelijke kosten betere kwaliteit moeten kunnen leveren.
     
    Het was het begin van Guidion – nu met meer dan 500.000 klanten per jaar volgens het FD een van de snelst groeiende bedrijven van Nederland. Maar ik wilde meer, misschien zelfs internationaal. Ik was gefascineerd door de kracht van het werken met zelfstandigen. Als iedereen die toch zou inzetten, dan kon je veel vervelende dingen uitbesteden.
     
    Hoofdkraan.nl werd mijn nieuwe missie. Dag en nacht werkten we met een klein groepje aan het opzetten en uitbouwen van de site en nog steeds is het lang niet af. Het idee is om ondernemers sneller te laten groeien, door alles wat ze niet leuk vinden of niet kunnen aan geverifiëerde zelfstandige professionals uit te besteden.
     
    Maar ook dat was helaas niet genoeg. Noem het schaalvergroting, noem het grootheidswaanzin; toen ik de kans kreeg om de website pimtim.com (internationale marktplaats voor het ontwerpen van logo’s) te kopen, zag ik het als een opstap voor mijn internationale aspiraties. Klinkt toch een stuk leuker als je op de borrel kan zeggen dat je over de hele wereld werkt, dan dat je binnenkort Maastricht gaat veroveren.
     
    Pimtim was alleen op sterven na dood, er werkte niemand en alle techniek was geoutsourced naar Roemenië. Er moest veel gebeuren. Dat doen we wel even, dacht ik. We veranderen het business model, doen wat effectievere marketing en het gaat lopen als een trein!
     
    Nou, toen het contract was getekend en de eerste aanpassingen waren gedaan, was het afwachten. En wachten, en wachten, en wachten. Maar er veranderde helemaal niets: er kwamen niet meer klanten bij en de klanttevredenheid nam niet toe. Het enige dat veranderde was dat ikzelf en sommigen van het team het een stuk drukker hadden.
     
    De internationale dimensie die zo leuk leek voor de borrel, betekende ook vreemde talen en betaalsystemen. Mensen die vanuit een Mongoolse yurt logo’s zitten te ontwerpen moeten in tugrik betaald worden, dat was de realiteit. Met andere woorden, het werd niks.
     
    Wat heb ik geleerd? Me niet te laten verleiden tot zijpaden. Te focussen op wat staat, maar nog verder uitgebouwd moet worden. Veel meer research te doen voordat ik ergens instap en beter in te schatten hoeveel elke nieuwe activiteit me afleidt.
     
    En behalve weten wanneer met iets nieuws te beginnen, weten wanneer het tijd is om definitief de stekker eruit te trekken. Soms is het enige besluit afscheid nemen. Is dat een goede beslissing? We gaan het zien. In de tussentijd ga ik mijn leven beteren.
     
    Rust zacht pimtim.
     
    Ingezonden door: Tymen Selman
     
    Op dit moment merken we de aantrekkende vraag naar ons product en hebben we het idee dat de promotie die we de laatste 6 weken gedaan hebben niet voor niets hebben gedaan. We hebben op verschillende markten en beurzen gestaan. De ANWB beurs was een hoogtepunt. We hadden daar een prachtige plek aan het strand en we hebben daar een stuk grond afgezet en hebben daar echt bakstenen goud begraven.
     
    Kinderen kwamen vanaf grote afstand aanrennen. Echt waar. Ook snapten ze gelijk wat het was en hoe het werkte. Op facebook en onze website staan video’s van o.a. deze ANWB dagen. Het grappige is dat je volwassenen het nog regelmatig uit moest leggen. Die denken te moeilijk. De reacties zijn ook erg leuk. "Nog nooit gezien.", "Wat origineel", "Waarom was het er niet toen ik kind was?" We hebben contact gelegd met campings die daar ook stonden. En met een Spaanse vakantieparkengrootheid. Die zouden ook onze HandTrux meenemen en de mogelijkheden bespreken.
     
    Ik heb inmiddels mijn standwerkerpraatje ook wel ontwikkeld. Kijken wat werkt. Wat niet werkt. Grapjes die werken en niet werken. Als ik op de Graafarm ga staan om te laten zien hoe sterk hij is zeg ik: "Ik weeg 35 kilo... te veel".
     
    We zullen de komende tijd in een aantal kranten en tijdschriften staan. Nee, niet gelijk op de cover. En niet meteen landelijk. Maar een begin is er. Dat zal ook wel helpen met de bekendheid. We adverteren doormiddel van Facebook en Linkedin en dat gaat ook goed. Het mailen naar verschillende bedrijven heeft ook zo zijn vruchten afgeworpen. Onze webshop doet goede zaken. Dus het begint te komen.
     
    Leuk is dat er nu ook gesprekken zijn met Denemarken, Spanje, Rusland, Duitsland, Frankrijk. Dit zijn vragen die we krijgen via mail van grote en kleine bedrijven. Hoe deze mensen van ons gehoord hebben is soms een raadsel. Soms is het via het Amerikaanse HandTrux of de vele (Engelse) recensies die er inmiddels geschreven zijn over de graafarm. Voordat dit concrete orders zijn duurt het nog wel even, maar de contacten zijn wel gelegd. Ondernemers snappen, dat het nog wel even duurt, voordat je écht zaken gaat doen. Maar elke week komen er klanten bij. Zowel zakelijk als particulieren. Particulieren bestellingen hebben we via Amazon en ebay uit Schotland, Ierland, Duitsland, Hongarije, Frankrijk en Italië. Zij nemen de wat hogere verzendkosten vaak voor lief.
     
    We hebben wel meer na zitten denken over onze doelgroep. Met "ouders van kinderen tussen de 5 en de twaalf" ben je er niet. Er zijn ouders die alleen goedkope zooi kopen bij een Action winkel.
     
    Er zijn ook ouders die misschien onbewust een oud Russisch gezegde kennen:
    "We hebben niet genoeg geld om goedkope spullen te kopen". Van mijn vrouw geleerd. Goedkoop is duurkoop vind ik toch minder mooi klinken. Enfin zijn het verschillende soorten ouders? Zo ja hoe benader je die van jou dan? Mensen die van tuinieren houden zijn ook een doelgroep of wachten we daarmee tot we ook de groenblauwe HandTrux gaan importeren die ze wel in Amerika hebben? We zijn er nog niet uit en is iets dat we al doende zullen moeten leren.
     
    We hadden een handelsnaam voor de B2B (Aldoimport) en een handelsnaam voor de particulieren "HandTrux Europe". Dat kwam omdat we met ons bedrijf Aldoimport allerlei producten uit allerlei landen wilden importeren en verkopen. Door de positieve ontwikkelingen hebben we uiteindelijk besloten dat we ons 100% gaan richten op het merk HandTrux.
     
    We hebben er werk genoeg aan, en alle aanwijzingen zijn er dat we het er de komende jaren druk mee zullen blijven. Hoewel er geen bakken met geld binnenstromen zijn we zeker niet ontevreden als we bekijken dat we nu een kleine 6 weken bezig zijn met de daadwerkelijke verkoop. Ook de grotere jongens laten zich nu benaderen en komen we verder. Dit om jullie even van een beetje actueel nieuws te voorzien. Verder met het Amerikaanse avontuur.
     
    New York here I come!
     
    Nu de kogel door de kerk was, de beslissing genomen en we nu dan een berg geld (voor onze begrippen anyway) gingen investeren kon dus dat ticket er ook nog wel bij. Het verblijf was al geregeld en ik kon bij een zoon van een peetoom van Ruzanna terrecht. (Ik maak wel eens een diagrammetje van die familieconnecties.) Ticket werd geboekt, vrij gevraagd van werk, koffer gepakt, en jezelf goed laten keuren door de Amerikaanse geheime dienst zoals elke reiziger tegenwoordig.
     
    Ik weet niet waarom maar zowel mijn vrouw en ik hebben alleen last van gezonde spanning. Er is een rust over ons die een soort zekerheid uitstraalt. Dit komt goed. Dat is een fijne basis om vanuit te werken. Ik heb al vaker tegen Ruzanna gezegd dat ik het niet met iemand anders had aangedurfd.
     
    Zij bevestigde hetzelfde naar mij. Ik zal jullie niet vervelen met details maar het is zo ontzettend belangrijk dat mensen achter je staan. En je onvoorwaardelijk steunen maar wel kritisch zijn. Kanttekeningen zetten bij sommige dingen. Vragen stellen. Je moet die ook willen horen. Ik kom ook zo ontzettend veel mensen tegen die een blok beton voor hun hoofd hebben. Het gaat er dan niet om dat mensen doen wat je zegt. Klakkeloos je advies aannemen. Maar in ieder geval horen wat je zegt. Mensen die al tegenargumenten aan het bedenken zijn voor je überhaupt bent uitgepraat.
     
    Ik denk dat het grootste struikelblok is wat een ondernemer kan hebben het ego is. Het is een trapezeact. Je moet genoeg ego hebben om ondernemer te zijn, de kar te willen en kunnen trekken, maar niet te veel ego zodat je ook nog hoort wat anderen tegen je zeggen. Advies als: "Nee je hebt geen Mercedes SLK nodig van 60 ruggen omdat je bij klanten op bezoek gaat. Die 10 jaar oude Mazda is ook prima. " Soms moet ik eigenwijs zijn, soms moet ik gewoon aannemen wat Ruzanna tegen me zegt. Maar ik hoor altijd wat ze tegen me zegt en weeg het ten op zichten van mijn instincten. Misschien kunnen jullie er iets mee.
     
    Ik skypte Ernie dat ik zou komen en hij heeft wel 5 keer gevraagd of het echt waar was. Kennelijk is het voor Amerikanen zo moeilijk te geloven dat iemand buiten zijn eigen landgrenzen gaat. De reden om te gaan waren er meer dan 1. Als eerste wilde ik zeker weten dat wat ik bestelde ook in de container terecht kwam. Ten tweede wilde ik Ernie en zijn medewerkers wel in het echt ontmoeten. Het kantoor zien, de webmaster spreken die de Amerikaanse website doet. Lauren de persoonlijke assistente van John en Ernie. Zij beheert ook de Amerikaanse Facebook. En iemand in de ogen kijken kan wel via een beeldscherm maar dit was toch leuker en beter. En last but not least: ik zou New York zien. Een stad die al langer op mijn lijstje stond.
     
    In het vliegtuig uiteraard geen seconden geslapen. Dit gaat ook moeilijk als je benen in je nek liggen omdat je geen geld voor een duurder ticket wil uitgeven. Dus redelijk gaar kwam ik aan. Op het vliegveld zou ik afgehaald worden door mijn nieuwe Armeense vriend. Laten we hem maar Jay noemen. Zijn echte naam uitspreken is een garantie dat je tong in een mitella zal hangen voor een week. Het duurde even omdat hij vast zat in het New Yorkse verkeer. Ik kocht maar gelijk wat dollars op het vliegveld. NIET DOEN! Ik kreeg minder dollars terug dan ik aan Euro’s had ingeleverd. Dat kon nooit kloppen. Er bleek 10 dollar handelingskosten te zijn. "Welcome in America"
     
    Jay kwam aangereden in zijn Taxi. Hij bleek namelijk taxichauffeur te zijn. En dat was best een goed inkomen zo hoorde ik later. Geen yellow cab en geen Limosine maar een MPV. Ik deed het er maar mee. Op het parkeerterrein van het vliegveld heb ik mijn rode overall met geborduurde logo aangetrokken. Ik zou zo het kantoor van HandTrux USA binnenlopen. Ik had wel gezegd dat ik direct vanuit het vliegveld langs zou komen maar niet dat ik mijn overall aan zou doen. Ik wijk nu eenmaal af van de norm en ben misschien naar Nederlandse maatstaven een beetje maf. De bouwhelm had ik maar thuis gelaten. Die nam te veel ruimte in en zou misschien vragen oproepen bij de Amerikaanse douane.
     
    Zo gezegd zo gedaan. De eerste die mij doorhad toen ik het kantoor binnen kwam lopen was Lauren die meteen begon te lachen. Ook de webmaster George had me al snel gezien. Ernie bleek naar het postkantoor te zijn. John was in vergadering met klanten. Ik vroeg maar gelijk of het klanten waren die mijn verkleedpartij misschien niet op prijs zouden stellen. Dat bleek niet het geval te zijn.
     
    Ik nam de tijd om het kantoor eens goed te bekijken. Het gebouw was ergens in de jaren 40 gebouwd schatte ik en het leek dan ook qua stijl op een gebouw waar Al Capone ook kantoor zou kunnen gehad hebben. Veel brede houten kozijnen met houtsnijwerk. De deuren en muren die je aan gangsterfilms deed denken. Altijd leuk om aan herinnerd te worden als je daar met een digitale emmer met geld binnenkomt.
     



     

    Het kantoor, rechtstreeks uit The Soprano's!

    Na een paar minuten kwam Ernie binnenlopen die gelijk bij het zien van mijn verkleedpartij in een deuk lag. Ik kreeg een omhelzing en een hand en maakte gelijk kennis met spring in het veld Ernie. "High Energy" noemen ze dat. Maar zeg maar even Duracel ADHD. Het is door de Skype toch anders. Een enorme energieke man. Rasoptimist en merkbaar al zijn hele leven een vechter in de spirituele zin van het woord. De band die we in de afgelopen drie maanden hadden opgebouwd was ook nu we elkaar in de analoge ogen konden kijken ook aanwezig. Bij sommige mensen heb je het gevoel dat je ze al heel lang kent en dat je blij bent dat dit ook zo is.
     



     

    Ernie in zijn kantoor

    We maakten afspraken voor de komende week dat ik in New York zou zijn en mijn Armeense chauffeur en Ernie wisten een wegrestaurant te vinden die in het midden lag tussen mijn verblijfplaats en het kantoor van HandTrux USA. Het was voor beiden een goede plek waar ze mij konden ophalen en afzetten. Zo zou het ook de komende paar dagen gaan. Ik wilde zo snel mogelijk naar de fabriek omdat ik het allemaal wel geloofde maar ik het toch allemaal wel in het echt wilde zien. Eerst maar eens slapen. We reden naar het appartement in Queens. Jay woonde hier net een maand samen met zijn Armeense vrienden die ook allemaal als taxichauffeur werkte en er een studie aan de universiteit naast deden. Het was een ruim appartement. Voor één persoon. Er stond in één kamer twee stappelbedden. Ik kreeg er daar één van toegewezen en de andere jongens reden in toerbeurten op dezelfde taxi dus die waren nooit tegelijk thuis. Wat ik de komende week ook zei ik verbleef in mijn eentje in deze kamer. De jongens stonden erop om op de bank te slapen. Want ik was gast en die geef je je laatste snee brood nog. Ook als we uit eten gingen heb ik niet één keer mogen betalen. Zelfs niet toen ik probeerde ruzie te maken mocht ik niet eens iets bijdragen in de boodschappen. Maar ruzie maken met zoveel Armeense gastvrijheid is onmogelijk.
     
    De volgende dag gingen we naar de fabriek. Hoewel HandTrux pas sinds 2011 bestaat heeft Ernie met TenTonToys wel meer producten gemaakt. En al die tijd heeft hij dezelfde fabriek gebruikt. En toen ik er was, begreep ik waarom. Ontzettend warme lieve mensen die ook nog eens hard werken, veel verstand hebben van wat ze aan het doen zijn en met hun tijd meegaan. Ik kreeg daar een rondleiding van de zoon van de oprichter. Zowel de oprichter, de zoon ervan en de kleinzoon heten Anton of Tony Karl.
     



     

    Echt handwerk

    Wat me opviel tijdens de rondleiding, is de hoeveelheid handenarbeid die er komt kijken om de HandTrux Graafarm te maken. De spuitmal spuit dan wel vloeibare kunststof in een mal, waarbij de temperatuur dan nog heel precies moet zijn. En dan heb je de twee onderdelen waaruit dit geweldige speelgoed bestaat. Maar dan moet het nog afgewerkt worden. Onder andere de letters van de merknaam moeten nog rood gemaakt worden. De scherpe kantjes worden er afgeknipt en de doos in elkaar vouwen en het in de doos doen zijn nog best arbeidsintensieve handelingen.
     



     

    En natuurlijk de merknaam erop!

    Ik werd door alle fabrieksmedewerkers bedankt voor de lekkere koekjes en de Hollandse, Delfts blauwe kadootjes. Iedereen wist wie ik was en dat was een leuk idee. We hebben nog wat zitten praten en de jongste telg van de familie heeft me de 3D modellen op de computer laten zien van de bulldozer waar nog de laatste hand aan gelegd werd. Daarna zijn we gaan eten bij een lokale eettent die heerlijke spareribs had. Tony Karl, Ernie en ik.
     
    Volgende keer verder en dan over mijn media dagje waarbij ik het kantoor van David Letterman binnen wilde stappen. (Die heeft een zoon in de HandTrux-leeftijd). En ik 55 stuks verkocht aan de portier bij de New York Times voor zijn eBay winkel!
    Dit is de tweede blogpost in de reeks "Zo ben je programmeur en zo ben je speelgoedimporteur en -distributeur." Klik hier als je bij het begin wilt beginnen.

    Jullie wilden de hoogtepunten en de dieptepunten? Laat ik dan even met de laatste beginnen. Ik kreeg deze week genoeg te verwerken.
     
    Domper 1 Beurs met veel ouders en kinderen bleek bejaardenbeurs
     
    Ik heb net mijn eerste beurs achter de rug en dit was een drama. Ik geef jullie even de gelegenheid me naïef te noemen en achteraf is het altijd makkelijk praten. Maar laat het een waarschuwing zijn voor alle ondernemers: Organisaties die beurzen organiseren zijn soms ALLEEN bezig met meters te verkopen aan exposanten. Soms maakt het ze niet uit wie er vervolgens de beurs komt bezoeken maar zijn ze alleen bezig een hal vol te zetten met standhouders die de vierkante meterprijs willen betalen die er gevraagd wordt. Ik had van te voren gevraagd of er ouders met kinderen zouden komen. Dit is namelijk wel handig als je speelgoed verkoopt. Natuurlijk werd er gezegd. Ik heb in 4 dagen beurs misschien 20 kinderen gezien. (Zonder te overdrijven).
     
    Er stonden 4 stands met snoep, 3 met sieraden workshops terwijl er exclusiviteit was beloofd. Een meneer met bijzondere doodskisten (echt waar!) naast een andere kinderspeelgoed verkoper. Humor: de stand met de Bijbel en het woord van Jezus stond rug aan rug met de meneer die chocolade piemels, marsepeinen vagina's en andere erotica verkocht. Enige humor was de planner dus niet te ontzeggen. Maar geeft ook wel aan hoe goed er over nagedacht was.
     
    Mijn fout was dat ik dacht dat ik een advies kreeg. Ik kreeg een verkooppraatje. Naïef. Stom enz. Wist ik veel. Nog nooit op een beurs gestaan. Eerste beurs die ik boekte. Ik wist op het moment dat ik het boekte dat de bestelling bij HandTrux USA dan binnen zou zijn. Ik dacht dus dat ik zo snel mogelijk met promotie en verkoop wilde beginnen.
     
    Laat ik het zo zeggen: als ik rollators had verkocht kon ik nu gaan rentenieren. Meest gehoorde argument om niks van me te kopen: "Mijn kleinkinderen zijn het huis al uit.". Mijn enige "troost" was dat ik niet de enige was en 90% van de standhouders slecht gedraaid hebben. Totaal omzet van een paar honderd euro in vier (4!) dagen waren redelijk standaard. Ik heb de laatste beursdag een heleboel handtekeningen verzameld van standhouders die niet blij waren met deze beurs. Ik ga kijken of ik nog iets kan doen voor ons.
     
    Toen ik de handtekening liet zien aan het management daar "was ze er niet blij mee" en "Je staat met een nieuw product". 50 ontevreden standhouders en je hebt het over mijn product dan heb je het niet helemaal begrepen denk ik. Ook de andere standhouders die hun beklag deden waren met oost-indisch beton in een monoloog beland.
     
    Ook de vice voorzitter van de Vereninging voor standhouders die er zelf ook stond met een product was niet blij. Het is dus een grote domper geworden. Toen ik, en andere standhouders na de eerste 2 dagen hun beklag deden was het tegenargument
     
    Als jullie aan een beurs mee willen doen bereid je dan beter voor dan ik. Vraag door. Vraag wat er aan marketing gedaan en wanneer !
    Vraag referenties. Wat de verwachte bezoekersaantallen zijn. En of er afspraken te maken zijn als dat niet gehaald wordt. Hoe het in het verleden gegaan is.
    Echte garanties zijn er niet. En als er lezers zijn van deze blog die goeie tips hebben om dit soort drama's te voorkomen dan houd ik mij aanbevolen.
     
    Domper 2 Toch niet in de grote krant
     
    Al een maand geleden ongeveer had ik contact gezocht met de grootste wakkere ochtendkrant van Nederland en ons verhaal telefonisch verteld. De redactrice van pagina 5 was enthousiast en het klikte ook tussen ons. Maar ook zeker het bijzondere verhaal waar mijn vrouw en ik de hoofdrollen in spelen was interessant voor de krant. Het feit dat mijn vrouw op school heeft geleerd hoe je een Kalashnikov in elkaar moet zetten was een ook een leuk detail dat zeker de krant zou halen.
     
    Er werden afspraken gemaakt en van beide kanten werd het daadwerkelijke interview een paar keer uitgesteld. Maar uiteindelijk is dat er dan gekomen en hebben we de desbetreffende journalist uitgenodigd voor het eten zoals dat bij Armeense gastvrijheid hoort. Dit was een gezellige avond waarin we leuk hebben verteld en hij heeft gevraagd naar het hele avontuur.
     
    Een paar dagen later is er nog een fotograaf langs geweest om een foto te maken die bij het artikel zou komen. Al deze tijd mocht ik geen persbericht versturen omdat de krant het graag exclusief wide en zou ik plaatsing in gevaar brengen. Het is de grootste krant van Nederland dus die houdt je graag te vriend. Ook hier op dit blog ben ik om die reden stil gebleven. Ik wilde niks doen om ons verhaal aan 2 miljoen mensen te kunnen vertellen te riskeren. Complete radiostilte.
     
    Toen ik op de beurs stond kreeg ik een sms dat ik een mail had gehad met het artikel en of ik dat snel die dag nog even wilde doorlezen en akkoord wilde geven. Dit heb ik gedaan terwijl ik daar op de beurs stond en binnen een uur had hij het akkoord. Het zou afgelopen maandag geplaatst worden. Die maandag stonden we er niet in. Na contact bleek dat er iets "actueels" gebeurd was en we verschoven waren. Okay, kan gebeuren. Dit gebeurde nog een keer en gisteren kwam dan het telefoontje dat de opperhoofdredacteur het afgekeurd had vanwege "te commercieel". Zowel de redactrice als de journalist vonden het erg jammer en spijtig enz. En ik snap er nog steeds helemaal niks van aangezien deze krant nu niet echt vies is van commercie en er afgelopen dagen ook regelmatig stukken in stonden die zeker vergelijkbaar "commercieel" waren met ons verhaal.
     
    Dan is het zo fijn dat je een vrouw hebt die je steunt en achter je staat. Maar ik heb goed staan vloeken tegen een heleboel dozen met speelgoed die in mijn huiskamer staan. Ik verlies mijn geloof niet in het product. Niet in de afloop. We twijfelen allebei niet dat dit goed gaat komen. De reacties op internet, o.a. op facebook zijn een deel van de motivatie. We worden nog steeds op allerlei manieren bevestigd in ons geloof. (Dit klinkt wel enger dan ik het bedoel).
     
    Ook de dramatisch verlopen beurs bleek niet aan ons product, presentatie te liggen aangezien niemand daar goede zaken gedaan heeft.
     
    (Idee: zal ik een lijst gaan verzamelen met door jullie aangeraden beurzen en (jaar)martkten?) Als jullie me per PM of mail de namen en websites van beurzen en markten e.d. die jullie kunnen aanraden en voor welke branches enz. doorsturen dan zal ik ze verzamelen. Als er genoeg respons is zal ik ze op een pagina zetten of een topic openen en ze hierin zetten.)
     
    Ik ga er maar vanuit dat ik in "the dip" zit. (Zie afbeelding hieronder) Dus ik verheug me op wat hierna gaat komen.
     
    Binnenkort de ANWB Kampeerdagen. 20 en 21 april. En daar staan we ook. we werden met open armen ontvangen. Om maar even op domper 1 terug te komen: Op de ANWB Kampeerdagen 20 keer zoveel bezoekers, de helft van het geld.
    Beste ondernemers wees dus selectief in je beurzen. Ze worden je bij bosjes aangeboden net als advertenties en blijken vaak meer warme lucht te zijn.
     

     
    Verder met het avontuur en waar ik gebleven was.
     
    Hoe noem je zo'n ding?
     
    Backhoe is het Engelse woord voor een graafmachine. Een woord wat het niet in Nederland ging doen. "Graafarm" is een beter woord. In het Engels heb ik er maar Diggingarm van gemaakt en in het Duits is het “Bagger” geworden hoewel “Grabarm” ook gebruikt wordt. In verband met de SEO van geheel gebruik ik alle termen waarvan ik denk dat potentiële kopers het gebruiken als ze op zoek gaan naar het ding dat ze op het strand hebben gezien.
     
    Als ik het zakelijk bekeek dan waren de verschillende markten buiten de speelgoedwinkels ook een mooi onderdeel van dit originele speelgoed. Tuincentra, vakantieparken, souvenirwinkels, strandwinkels en zo nog een aantal. Ook was het prima te gebruiken in de sneeuw. Iedereen die ik het liet zien reageerde enthousiast en sommige wilden er ook gelijk één hebben.
     
    Contract
     
    Het werd tijd om serieus te worden. Ik heb toen met hem onderhandeld over het contract. Hieruit is HandTrux Europe geboren voor de particuliere markt en Aldoimport.nl voor de zakelijke B2B. We hebben de licentie gekregen voor de Europese markt. We beginnen met Nederland, Duitsland en België. Vandaar uit verder. Ernie was een goeie onderhandelaar en ik heb dan ook heel duidelijk moeten maken wat mijn plannen waren en hoe ik het aan wilden pakken. Zowel hij als wij zijn niet meneer Lego of Playmobile die even met een marketing budget van een paar honderd miljoen een nieuw speelgoed in de markt parkeren. Dus kwam het aan op originaliteit, ambitie, energie, enthousiasme en met beperkte middelen zo veel mogelijk proberen te bereiken.
     
    Uiteraard doe ik de plannen voor de toekomst hier niet allemaal uit de doeken maar ze spraken Ernie duidelijk aan. En op basis daarvan heeft hij mij het contract en de daarin benoemde voorwaarden gegund.
     
    Ernie en Aldo een gouden team in wording
     
    We willen elkaar duidelijk verder helpen en er een succes van maken. Hij is al jaren bezig geweest met de ontwikkeling van de HandTrux . Heeft veel van zijn eigen geld erin geïnvesteerd en dat begint zich nu terug te betalen. Hij heeft jaren een grondverzetbedrijf gehad en heeft veel funderingen gegraven voor de “shopping malls” waar hij nu zijn HandTrux verkoopt. Daar heeft hij het idee gekregen voor de Graafarm en het geld verdiend om het te investeren. In eigen land, Canada, Australië is het een product dat het al heel goed doet als je na gaat dat dit allemaal zonder groot reclamebudget is bereikt.
     
    Op de ToyFair in New York zijn er ook weer goede zaken gedaan. Ook de interesse uit Europa is groeiende en het lijkt erop dat ik exact op het juiste moment contact heb gelegd. Maar om met de woorden te spreken die Ernie tegen mij zei toen ik de definitieve eerste bestelling deed: “You have put your money, where youre mouth is”. We zijn allebei én zakelijk én deels kind als we elkaar aan de Skype hebben. Er is ook een leuk vertrouwen tussen ons. Hij sprak van vriendschap toen ik hem op ging zoeken, ik sprak van korting. Niet gekregen. Je bent Nederlands of je bent het niet.
     
    CE Markering
     
    We hadden nog niks besteld bij Ernie. Eerst moest het gekeurd worden voor de Europese markt. Al mag je er zelf gelijk een CE sticker op plakken als je er van overtuigd bent dat het veilig is. Aangezien wij als importeur / distributeur de eerste zijn die aansprakelijk gesteld worden als er iets zou gebeuren... Gebeurt niet! Is hartstikke veilig!. Heeft zelfs geen waarschuwingen nodig... Wil je je goed indekken en er zeker van zijn dat het allemaal veilig is. Kennelijk dat de richtlijnen in de USA wel streng zijn maar vooral de chemische eisen aan de test af kunnen wijken. Ik wilde dus zeker zijn van mijn zaak. Het blijft kinderspeelgoed en ik ben zelf ook papa dus ik nam hiermee geen enkel risico.
     
    Speelgoed en alles met een stekker of een batterij moet getest worden. Zo heb ik het ongeveer begrepen.
     
    Experts zullen dit vast kunnen aanvullen en verbeteren. En afhankelijk van het te testen object zijn er dan regels waaraan die test moet voldoen.
    Voor speelgoed zijn er bepaalde regels hoe deze test gedaan moeten worden. Bijvoorbeeld voor elke kleur die er in verwerkt zit moet een test gedaan worden.
    Ook voor het materiaal moet dan een brand en duurzaamheidstest gedaan worden. Ik heb er dus 3 in moeten leveren bij het testbedrijf.
     
    Ik moest dus op zoek naar een bedrijf dat dit zou kunnen doen. Het eerste bedrijf dat ik aanschreef wilde 3500 euro. En aan de communicatie te merken wilden ze gelijk even innen en de conversatie tot een minimum beperken. Ik had als newbie vragen genoeg dus ik voelde me hier niet prettig bij. Ik schrok ook van de prijs maar wist ook niet wat realistisch was. Maar als een goed ondernemer zoek je dan even verder. Ik heb ook wat Poolse bedrijven aangeschreven.
    Die waren niet heel snel in hun reactie. (Dit bleek te liggen aan een poolse feestweek ofzo leerden we pas later). Maar ook in China mag je deze keuring laten doen. Er zijn ook bedrijven die zich Europees presenteren maar gewoon de boel naar China opsturen (per luchtpost) om het daar dan te laten testen voor een fractie van de prijs die je er dan als ondernemer voor betaald. En China heeft nu eenmaal een copy en paste gevoel bij mij dus daar had ik geen zin in. Polen was inderdaad een stuk goedkoper. Maar uiteindelijk ben ik geslaagd bij ww.sgs.nl Wereldwijd en gerenommeerd. (ook in China maar er werd gewoon in Nederland getest) en de communicatie was erg prettig. Meneer Pols nam de tijd voor me om dit voor mij toch wel ingewikkelde proces duidelijk te maken. Ook niet onbelangrijk was de prijs. Die was iets meer dan een derde dan de duurste offerte die ik gezien heb. Rondvragen kan dus veel geld besparen.
     
    Waar dit aan zou kunnen liggen is o.a. dat Bedrijf "Lui en Duur BV" alle test maar in rekening brengt terwijl Bedrijf "Ik neem mijn klanten serieus en lever goede service" samen met jou kijkt wat noodzakelijk is om te testen. Uiteindelijk blijf je als importeur de persoon die besluit op basis van de tests om de CE markering aan te brengen. Bij controle moet je dan de test certificaten laten zien die je als basis genomen hebt om de CE markering te plaatsen.
     
    Startschot
     
    De test is zonder problemen en met vlag in wimpel geslaagd en was in 2 weken gedaan. Ik werd keurig op de hoogte gehouden want het waren een aantal tests. Bij elke test kreeg ik een mail dat deze geslaagd was. Voor ons was de CE goedkeuring dan ook een startschot om de bestelling te doen. We waren alleen wel geschrokken van de transportkosten. Een deel van een container was voor ons zelf te financieren en was ons uitgangspunt.
    Alleen onze vervoerder logic4l.com had ons al voorgerekend wat het scheelde als we een hele 40 foot container zouden afnemen. Dit zou qua totale inkoopprijs een berg geld schelen. Bij een deel van een container zouden we helemaal niks verdienen. Als we een hele container zouden afnemen dan wel. Al is het doel natuurlijk europese speelgoed dominantie. :)
     
    Ik kwam dan ook op een gegeven moment thuis en zei tegen mijn vrouw dat we na het spitsuur (thuiskomen, koken, zoon in bed stoppen e.d.) even moesten praten. En dan merk je dat je met de juiste vrouw getrouwd bent omdat ze gelijk doorhad dat we voor een hele container zouden gaan en dat ze het daar ook mee eens was. Ik had er al even mee rond gelopen en tegen je vrouw zeggen dat ik nog meer wilde riskeren dan in eerste instantie de bedoeling was is altijd een leuke binnenkomer. Maar al vaker is gebleken dat we het met elkaar getroffen hebben en elkaar helemaal aanvoelen. Dat gaat jullie verder niet aan maar dat is dus wel zo. ;D Ze zei ook gelijk dat ik er dan maar naartoe moest als we toch dat geld gingen investeren kan dat ticker er ook nog wel bij. Ze had wel familie in New York waar ik kon logeren. Dat is het voordeel van die Armenen die zitten overal en zijn overal even gastvrij.

     
    Maar dat beste ondernemers is voor een volgende keer. Volgende keer zal ik dus over mijn avontuur in de USA vertellen.
     
    John Aldo en Ernie.
     

    Zo ben je programmeur en zo ben je speelgoedimporteur en -distributeur. Het kan raar lopen in een mensenleven. Vandaag is de eerste container aangekomen in Rotterdam en overmorgen zal deze in Tilburg staan. Een container gevuld met een geweldig speelgoed. Ik werd daar ergens in december 2012 verliefd op nadat ik het op een design pagina op Facebook zag. Ik vond het origineel en mooi bedacht. Wie het bedacht had moet zich goed hebben kunnen inleven in een kind. Als er geen zand voorhanden was dan zouden Lego-blokjes net zo goed werken. Ook zou het meteen als robotarm gebruikt worden en de link naar Transformers en Iron man waren ook zo gelegd. Kinderen willen graag spelen dat ze iemand anders zijn. Ik liet mijn zoontje Arthur van 6 het plaatje van de HandTrux zien en hij hoefde niet eens meer iets te zeggen. De blik in zijn ogen had ik al vaker gezien. HEBBEN! In dit geval kon ik de hebberigheid wat beter waarderen. Zo begon ons avontuur.
     
    Voor lezers die een verhaal over mij niet interessant vinden maar wel meer willen weten over het HandTrux avontuur kunnen de volgende paragraaf overslaan.
     
    Ik ben al jaren werkzaam in de Automatisering eerst als beheerder, systeem analist en nu al weer een tijdje programmeur en applicatie beheerder en een project zo af en toe. Maar ik had ook een verleden in de sales. Ik heb altijd wel een goeie babbel gehad en 3 jaar mavo dus die combinatie maakte in mijn geval dat ik al gauw de verkoop in rolde. Dat begon met een baantje als telefonisch verkoper van advertenties in blaadjes die niemand las, in een oplage van 1 aan onwetende ondernemers. Ik moest ergens beginnen maar dit heb ik maar een 2 maanden gedaan. Verkopen was prima maar na elke werkdag 3 uur douchen om je schoon te wassen omdat je je smerig voelt was nu niet mijn manier van verkopen. Ik woonde destijds in Limburg en ik kon vrij snel aan de slag bij een bedrijf dat Hollandse snoep in Duitsland aan kiosken en Trinkhallen verkocht. Ik kon met mijn 3 woorden Duits toch een heel aardig woordje over de grens spreken. De opleiding bestond uit 1 zin: “Daar ligt Duitsland, hier is een autobusje met 2000 kilo snoep. Succes!". Ik deed het niet onaardig en het was een dagelijkse uitdaging.
     
    Later dacht ik mij te verbeteren en ben ik bij een bedrijf gaan werken dat inbind en lamineersystemen per telefoon verkocht. Ik deed al jaren thuis rommelen met computers en vond het een fantastisch apparaat waar je nooit over uitgeleerd raakt. Ik was dan ook de enige bij het bedrijf die iets van computers wist. Als er iets fout ging dan werd ik er al snel bij geroepen. Op een gegeven moment werd me gevraagd of ik een netwerkje kon aanleggen want ze gingen van 1 naar 2 computers. Tuurlijk kon ik dat. Dit betekende: tuurlijk kon ik een boekje halen waarin stond hoe dat moest en dat vervolgens uitvoeren. Al doende viel bij mij het kwartje dat je hier ook je werk van kon maken. Die computers en de nieuwe manier van communiceren leken wel heel groot te worden. Over dat internet hoorde je steeds meer en ik vond mezelf ook steeds achter een piepend en krakend modempje dat mij kennis liet maken met een hele wereld. Ik ben toen elke vacature waar het woord automatisering in voor kwam een fax gaan sturen. Dit was in de tijd dat e-mail net opkwam dus faxen werd nog serieus genomen. En het modem in de computer had niet voor niks de naam “fax modem”. Na toch heel wat sollicitatiegesprekken ben ik aangenomen bij een verzekeraar in Utrecht en ben ik verhuisd van Venlo waar ik toen woonde naar Hilversum. Mijn geboorteplaats. Ik ben altijd achter mijn IT werk aan verhuisd en nu woon ik dan al weer 10 jaar in Tilburg, zeer gelukkig getrouwd en vader van een geweldige zoon. Ik werk part time bij een scholengemeenschap in Tilburg en gebruik mijn vrije tijd voor ons avontuur.
     
    Mijn eerste mailtje naar HandTrux LLC USA is van 11 december 2012:
     
    Dear mr/mrs/ms,
     
    I found the handtrux backhoe by accident and loved it immediately. I was wondering if you can give a entrepreneur a break an let me sell it in The Netherlands, Belgium and maybe even Germany? I think i would be a great representative. I am verry enthusiastic about this great toy. Can i buy these wholesale ? What would they cost ?
     
    Kind regards
     
    Aldo de Beunje
     
    Het Amerikaanse bedrijf bleek eigendom te zijn van een Amerikaanse meneer met de wel heel Amerikaanse naam: Ernest Autumn van den Heuvel. Behalve leuk bedacht ik me dat dit ook het hele verhaal wel interessanter maakte zowel voor ons als voor anderen. Het bleek echter wel dat zijn Nederlandse overgrootoma in de 16de eeuw van een boot afgestapt was en dat er naar eigen zeggen nog 25% Nederlands bloed door zijn aderen stroomt. Genoeg om toch de frase te gebruiken: “If you’re not Dutch, you aint much”.
     
    Ik heb ook braaf mijn rol gespeeld als echte Nederlander en toegegeven dat ik in bloembollen betaal voor mijn speciale geestverruimende rookwaar en klompen zelfs in bed draag. Toen de relatie zelfs nog serieuzer werd en we het over bestellen gingen hebben heb ik ook een doos met een Delfblauwe tasje gevuld met een Delfsblauwe sleutelhangerklompje, een Delfsblauwe koffie Senseo mok en om de relatie helemaal goed door te smeren: Delfsblauwe blikjes stroopwafels. Ik had 20 van deze tasjes opgestuurd om zo en de mensen op kantoor als ook de mensen in de fabriek er één te geven. Ook zat er een briefje bij met foto van ons gezin met de woorden: “Thank you for working with us. Kind Regards HandTrux Europe”. Zo zouden ze een beeld hebben bij de vreemde Europeanen.
     
    “Ernie” zoals ik hem mag noemen is een verhaal op zichzelf maar de omschrijving “larger dan life”, “high energy” en bij vlagen “prettig gestoord” zijn wel op hem van toepassing. Hij is nu zijn paspoort aan het regelen om ons een bezoek te gaan brengen. Dat ik “Ernie” mag zeggen heeft nog een ander effect. Mijn zoontje denkt dat ik met Sesamstraat aan de telefoon hang. Later meer over Ernie.
     
    Al gauw werd het een leuke correspondentie waarbij duidelijk werd dat we allebei erg enthousiast waren over het speelgoed. We hadden allebei dezelfde ideeën over wat we wilden bereiken met HandTrux. Actief spelen promoten en de creativiteit van de kinderen ruimte geven. Als een zombie naar een schermpje loeren was er met de HandTrux “Backhoe” niet meer bij.
     
    Het eerste dat geregeld moest worden was de goedkeuring voor de Europese markt. Dit hield in, omdat het om speelgoed ging dat het gekeurd moest worden door een daarvoor geautoriseerd bedrijf. Er werden door Ernie toen een doos met 12 units opgestuurd. 3 ervan waren nodig voor het test proces. Dat gaat namelijk per kleur, en dan voor de stevigheid ook nog. En ze kijken of er geen enge stoffen inzitten. Uiteraard kwam de HandTrux Graafarm met vlag en wimpel door de test aangezien het ook al aan de Amerikaanse eisen voldeed. Maar blijft spannend als je moet wachten tot je droom weer een stapje richting de realiteit doet.

    Lees verder: Zo ben je programmeur en zo ben je speelgoed importeur en distributeur: hoogtepunten en dieptepunten!

    Het afgelopen jaar heb ik een software product ontwikkeld. Dat product begint enige vorm te krijgen, en ik kom nu in het stadium dat ik een externe investeerder zou willen aantrekken. Die investeerder zou dan een bedrag investeren in de orde van 2 tot 5 miljoen euro, om mensen aan te nemen en het product verder te ontwikkelen. De investering vindt in zo'n geval plaats door in een BV de investeerder 30% van de aandelen te geven voor inbreng van het kapitaal, terwijl ik als ontwikkelaar en oprichtster 70% behoud. Mijn vraag is: hoe beschouwt de belastingdienst de oprichting van een BV op het moment dat ikzelf mijn product inbreng en de investeerder het kapitaal inbrengt. Je kunt de rekensom maken dat als de investeerder 3 miljoen investeert en 30% van de aandelen krijgt, dat mijn 70% van de aandelen 7 miljoen waard zijn en dat mijn inbreng dus op 7 miljoen euro gewaardeerd moet zijn. Maar een product waar ik in mijn eentje een jaar aan werk kan ik niet waarderen op 7 miljoen euro. Er is ook geen 7 miljoen euro op magische wijze gecreërd bij de oprichting van de BV. In mijn optiek onderneemt de fiscus geen aktie bij de oprichting van de BV.
     
    Echter, een fiscalist vertelde me dat als je het zo doet, je het risico loopt dat de belastingdienst zegt dat er 7 miljoen in waarde is gecreëerd waarover ik dan belasting zou moeten betalen. Dat kan niet, want ik heb geen geld. De oplossing die dan wordt gesuggereerd is dat ik aan het begin van mijn ontwikkelingswerk een BV opricht waarin het IP van de software wordt ondergebracht, dat de waarde van de BV dan in de loop van de tijd vanzelf stijgt, tot het moment dat de investeerder investeert. Maar daar brengt de boekhouder dan tegenin dat als ik waarde creëer in mijn BV, ik mijzelf een loon moet betalen waarover ik loonbelasting moet betalen. Maar het geld daarvoor is er natuurlijk niet in de BV. Met andere woorden, bij aanvang van het werk een BV creëren voor het IP (intellectueel eigendom) is ook geen valide oplossing.
     
    Wat me opvalt is dat iedereen die ik over dit onderwerp spreek, er een andere mening over heeft en mij een ander advies geeft. Dus heb ik het probleem voorgelegd aan de inspecteur van de belastingen.
     
    En nu de praktijk. In 1998 heb ik een bedrijf opgericht en in het eerste jaar heb ik in VOF vorm met twee angel investors aan het product gewerkt, met een klein aantal mensen. In 2000 kwam een investeerder op het toneel, met drie miljoen om te investeren. Er is toen door een accountant een waardebepaling gedaan van het product dat ik met de angel investors had ontwikkeld, en die waarde klopte met onze inbreng in de BV.
    Een andere praktijk. Jaren later heb ik een BV opgericht met angel investors. Ik richtte de BV op, een paar dagen later gaf de BV aandelen uit aan een investeerder, en een maand later weer nieuwe aandelen tegen een hogere waardering aan een andere investeerder. Bovengenoemde fiscalist had hier ongelijk: de fiscus sloeg mij niet aan voor de op magische wijze gecreëerde waarde in de BV.
     
    Waarom schrijf ik dit? Mensen hebben hun mond vol over dat innovatie belangrijk is en dat we innovatie moeten bevorderen. De effectiefste innovatie bestaat uit whiz kids à la Brin en Page, die een mooi product bedenken en dat met hulp van investeerders tot een multinationaal bedrijf uitbouwen. De fiscus maakt dit soort innovatie in ons land zo niet onmogelijk dan toch nodeloos ingewikkeld. Vandaar dat ik nu wel 's een definitief antwoord wil, met bijbehorende zekerheid, hoe je een product op je zolderkamer ontwikkelt en daarna met hulp van een serieuze investeerder op de markt kan brengen. Mijn voorstel aan de politiek is dat we het proces "whiz kid met venture capitalist geeft groots product" stroomlijnen en ontdoen van nodeloze barrières.
    Als ondernemer denkt u er liever niet aan: een faillissement. Het is op professioneel vlak zo ongeveer het ergste dat u kan overkomen. Uw ‘kindje’, waaraan u jarenlang heeft gewerkt en dat u jarenlang heeft gekoesterd, wordt met de grond gelijk gemaakt. Uw werknemers, waar u altijd voor op de bres heeft gestaan, moeten het nu zonder u doen. Een ww-uitkering is wat ze wacht, zeker in deze relatief slechte economische tijden.
     
    Geen pretje dus, maar een kleine pleister op de wonde kan de mogelijkheid van een doorstart zijn. Een iets grotere pleister wordt tegenwoordig geboden door het relatief nieuwe verschijnsel van de pre-pack.
     
    De doorstart
    Sommige ondernemers hebben, zoals gezegd, het geluk dat hun bedrijf niet geheel wordt afgebroken. Wanneer een onderneming in de kern namelijk nog levensvatbaar is en de curator iemand kan vinden die de levensvatbare delen wil overnemen, kan een doorstart plaatsvinden.
     
    Er bestaat daarbij één groot probleem: een curator komt pas bij de onderneming kijken nadat het faillissement is uitgesproken. Hij moet dan nog gaan inventariseren, eventuele overnamekandidaten vinden et cetera. In de tussentijd ligt het bedrijf stil: werknemers werken niet meer, leveranciers leveren niet meer, klanten bestellen niets meer. Waarde gaat verloren, want de werknemers vinden (wellicht) een andere baan, de voorraden verouderen en de klanten stappen over naar de concurrent die wel nog ‘in business’ is. Hoe langer het bedrijf stil ligt, hoe kleiner de kans op een succesvolle doorstart.
     
    De pre-pack
    Om dat probleem te ondervangen is er sinds enige tijd een nieuwe figuur in het Nederlandse recht: de ‘pre-pack’. Een pre-pack is een voorverpakte onderneming, zoals u een broodje uit het schap van het tankstation haalt. Het broodje is al belegd en verpakt voordat er noodzaak voor was. Zo ook bij het faillissement: de onderneming wordt reeds vóór het faillissement verpakt om hem na het faillissement direct te kunnen doorstarten.
     
    Hoewel landen om ons heen de pre-pack al hebben verankerd in de wet (denk aan het Verenigd Koninkrijk, waar de pre-pack naar schatting in meer dan de helft van de faillissementen voorkomt), is de Nederlandse faillissementswetgeving nog pre-pack-vrij. Sommige rechtbanken zijn echter wel akkoord met de pre-pack, in andere arrondissementen is men minder enthousiast. Er zijn bedrijven geweest die in moeilijkheden zaten die om die reden hun (hoofd)kantoor hebben verplaatst naar een arrondissement waar de pre-pack wordt toegestaan.
     
    Hoe pre-packen we precies?
    Zoals gezegd, er zijn geen wettelijke regelingen voor de pre-pack. Wel is er in de rechtspraktijk vorm gegeven aan deze figuur, want, indien goed uitgevoerd bij de juiste rechtbank, kan de pre-pack een succes zijn.
     
    Er wordt over het algemeen een verzoek ingediend (meestal via een verzoekschrift) bij de rechtbank. Dat verzoekschrift wordt bijvoorbeeld vormgegeven zoals het verzoekschrift voor de surseance van betaling, inclusief bijbehorende bescheiden. De rechtbank wijst, bij toewijzing van het verzoek, een beoogd curator aan (beoogd, immers: hij/zij is nog geen curator, want het faillissement is nog niet uitgesproken).
     
    De beoogd curator gaat meedraaien in het bedrijf. Hij heeft geen bevoegdheden in deze fase, maar is er enkel om te bekijken wat er in de faillissementsboedel zal komen en wat van waarde is. De beoogd curator zal tevens gaan bekijken welke partijen (gedeelten van) het bedrijf willen en kunnen overnemen om door te starten. Het bedrijf wordt voorverpakt, de ‘pre-pack’.
     
    Natuurlijk wordt hier geen ruchtbaarheid aan gegeven. Immers: wanneer blijkt dat er een beoogd curator op de werkvloer rondloopt, trekken leveranciers en klanten zich vaak terug, uit een (terechte) vrees voor een faillissement. Wanneer dat gebeurt, komt het bedrijf alsnog geheel stil te liggen en is pre-packen zinloos.
     
    Uiteindelijk komt het onafwendbare faillissement. Daarbij wordt de beoogd curator daadwerkelijk aangewezen als curator. Hij kan daarna direct een doorstart aankondigen.
     
    Gevolgen van het faillissement bij de pre-pack
    Die snelle doorstart heeft flinke voordelen. Zo kan veel van de waarde van de onderneming behouden worden door snel handelen (denk dus aan de klantenkring). De onderneming gaat direct door, enkel in afgeslankte vorm.
     
    Het betreft een soort van sterfhuisconstructie. De zieke delen blijven achter in de oude onderneming, terwijl de levensvatbare delen worden voortgezet. Totale sanering is mogelijk, iets dat zonder het faillissement niet mogelijk zou zijn geweest (de ondernemer is dan natuurlijk onder meer gebonden aan contractuele verplichtingen en ontslagverboden).
     
    Dat houdt dus in dat ook bij de pre-pack veel ondernemingen en personen bot gaan vangen bij het faillissement. Werknemers worden ontslagen, leveranciers krijgen hun geld niet meer, klanten krijgen hun producten niet meer.
     
    Anderen hebben meer geluk bij de pre-pack: er zal met een doorstart een (groot) deel van de werkgelegenheid behouden kunnen blijven. Daarnaast zal een snelle doorstart een hogere verkoopopbrengst te weeg brengen, waar de crediteuren weer van kunnen profiteren.
     
    De pre-pack in de wet
    Onze faillissementswet heeft een jaar geleden reeds de mooie leeftijd van honderdtwintig jaar bereikt. Modernisering van het faillissementsrecht is in de tussentijd een aantal malen geprobeerd, maar heeft nooit succes gehad.
     
    Minister Opstelten probeert het toch weer en hoopt in 2015 de Wet continuïteit ondernemingen I in te voeren. Die wet maakt deel uit van het grotere wetgevingsprogramma herijking faillissementsrecht.
     
    De minister heeft daartoe een rechtsvergelijkend onderzoek laten uitvoeren. Onder meer daaruit heeft hij de conclusie getrokken dat de pre-pack verankerd moet worden in de Nederlandse faillissementswetgeving. Het wetsvoorstel zal vermoedelijk na de zomer klaar zijn.
     
    Hoewel de pre-pack nu al door veel rechtbanken wordt toegestaan, zal in 2015 de pre-pack dus door alle rechtbanken moeten worden toegestaan.
     
    Gaat een pre-pack u als ondernemer helpen?
    De pre-pack is relatief nieuw, maar wint snel aan bekendheid. In mijn praktijk heb ik al van meerdere ondernemers de vraag gekregen of de pre-pack een goede manier is om hun kwakkelende onderneming te ‘redden’. Gemakkelijk de overtollige ballast (schulden/werknemers) kwijtraken en doorstarten. Is het zo gemakkelijk?
     
    Helaas voor de ondernemer is het niet zo gemakkelijk. Opteren voor een pre-pack-constructie houdt per definitie een faillissement van de onderneming in. Daarin worden de belangen van alle stakeholders gediend, maar de belangen van de schuldeisers staan voorop. De belangen van de ondernemer komen op de laatste plaats, ook als hij tevens met een nieuwe onderneming de doorstart wil vormgeven. De curator is geen raadgever of vertegenwoordiger van de onderneming of van de doorstarter, hij is liquidator: zo snel mogelijk, zo veel mogelijk geld voor de schuldeisers verzamelen.
     
    De grote winnaars van de pre-pack zijn daarom hetzelfde als in het normale faillissement. De curator, de fiscus en de banken (of anderen met een hypotheekrecht of (vuist)pandrecht) zijn de eerste gelukkigen wanneer er meer euro’s in de boedel komen. Schuldeisers die minder hoog op de ladder staan, zullen wellicht af en toe wat meer krijgen, maar naar mijn mening moet men daar niet te veel van verwachten. Uiteraard zijn de werknemers degenen die de verdere winst in een pre-pack kunnen pakken. Kunnen, want indien ze niet bij de doorstartende onderdelen horen, hebben ze alsnog pech.
     
    Dus...
    Concluderend kan gezegd worden dat een pre-pack voor een ondernemer een mogelijkheid kan zijn om zijn ‘kindje’ te behouden en eventueel voor een goede prijs een doorstart te maken. Echter, de pre-pack is geen wondermiddel. Althans, niet voor de ondernemer, wellicht wel voor curator, bank en fiscus.
    Ja nog even en u kunt bij de HEMA naast uw verzekeringen en samenlevingsovereenkomst een BV oprichten. Gewoon via de HEMA-notaris. Formuliertje invullen, legitimatie erbij, 1 euro aandelenkapitaal storten en voilá: uw BV is een feit.
     
    Doe ik de waarheid geweld aan? Jazeker. De HEMA heeft hier niets mee van doen en ze gaan dit echt niet aanbieden. Wat wel waar is, is – helaas - de wijze waarop de BV als rechtsvorm beschouwd wordt. Het lijkt tegenwoordig wel een artikel dat je van het schap pakt, even afrekent en dan de winkel uitloopt. Boosdoener: de term Flex-BV.
     
    Marketing-onzin
    Niet de BV zelf en ook niet de wetswijzigingen maar de term: Flex-BV. Richt je dan soms een BV op die extreem rekbare ledematen heeft? Of kun je de BV dubbelvouwen? Of is het flex zoals alles eind jaren negentig ‘flex’ was? Flex-BV is maar een woord en daar is heel erg handig op ingespeeld door adviseurs die graag BV’s verkopen.
     
    “Nu voordeliger dan ooit! Richt uw Flex-BV hier op”.
    “Flex-BV vanaf 300 euro all in”
    “Eenmanszaak zat? Richt een Flex-BV op!”
    “Bescherm uw privé, neem een Flex-BV”
     
    Alles in paars en groen flikkerend neon.
     
    De praktijk
    En zo is het gekomen dat mijn oog valt op meer en meer vreemde HL-topics waarin de meest uiteenlopende redenen worden aangedragen om een BV te beginnen en andere vreemde topics waarin de BV ‘wel eventjes opgericht wordt’ maar er vervolgens vragen gesteld worden waar mijn ondernemershart jeuk van krijgt. Lekker doe-het-zelven met het BV-recht, inbreng van ondernemingen, Burgerlijk Wetboek 2, DGA-loon, onderlinge rechtsverhoudingen en fiscale gevolgen.
     
    Vreemd is wellicht het verkeerde woord. Misguided (mits letterlijk vertaald) in mooi Engels vervat het veel beter.
     
    “Ik wil een pand kopen. Moet ik van mijn VOF een BV maken?”
    “Er wordt een BV opgericht met 2 vennoten. Hoe moeten we de samenwerking vormgeven?”
    “Ik wil vanuit mijn eenmanszaak factureren aan mijn BV. Waar moet ik op letten?”
    “Mag ik mijn verlies in de BV opvoeren als aftrekpost in de inkomstenbelasting?”
    “9 man personeel, voorraden. Dat zijn risico’s en die wil ik afdekken met een BV”.
    “Wat is het verschil tussen een ruisende en geruisloze inbreng van mijn eenmanszaak in een BV” (en daarna los ik de rest zelf wel op).
     
    En uit mijn praktijk:
     
    “Mijn omzet verdubbelt, maak er maar een BV van want dat scheelt fiscaal”
    “Mijn zoon wil mijn bedrijf overnemen. Het moet een BV worden want dat is makkelijker over te dragen”
    “We maken nog geen winst, maar doe maar zo’n Flex-BV want dat is lekker veilig”
    “Moet ik een Flex-BV nemen of een gewone BV?”
    “Salaris uit een BV? Uit mijn eenmanszaak haal ik toch ook gewoon geld?”
     
    Als je als ondernemer geen kaas gegeten hebt van een BV dan zijn de vragen op zichzelf logisch verklaarbaar. Waar ik me echt zorgen om maak is dat deze vragen gesteld worden op HL. Wat gaat de ondernemer in kwestie dan doen met de antwoorden? Verder zagen, hakken, breken en lijmen totdat de Bjørn, zei het erg wankel, daadwerkelijk staat?
     
    Genoeg overpeinzingen. Ik wil ook niemand wegzetten als inadequaat, maar deze intro is de opmaat naar een waarschuwende vinger: er is niets zoiets als een simpele BV!
     
    Het vingertje
    1. De wetgeving rond de BV is complex! Punt uit. Daar hoeft niet over gediscussieerd te worden. Ga eens een weekje fulltime spitten op rechtspraak.nl of een paar avonden op HL en je komt talloze voorbeelden tegen in diverse smaken over de mogelijke gevolgen van het hebben van een BV. Een BV is geen schapartikel. Het is geen rechtsvormpje dat je even neerzet en dan daarmee doorgaat alsof er niets veranderd is in je bedrijf.
     
    2. Even opsommen: het BV-recht (Burgerlijk Wetboek 2), Loonbelasting (DGA loon), Dividendbelasting, Vennootschapsbelasting, Inkomstenbelasting, Contractrecht (BW 6 en 7),Deponeringsplicht, Jaarrekening, Verzekeringen en Sociale zekerheid.
     
    3. Wat u vooral moet weten is dat de redenen om een BV te beginnen nu nog steeds exact hetzelfde zijn als vóór de Flex-BV. Exact hetzelfde. De flexibilisering van het BV-recht heeft nul komma niks gedaan met de beweegredenen om een BV te willen. Het gaat nog steeds om: fiscaal voordeel, beperking van aansprakelijk vermogen, toekomstige verkoopbaarheid, samenwerking met derden.
     
    Zeker in situaties waarin meerdere aandeelhouders een BV bezetten, kun je het je niet permitteren om erin te stappen alsof je gaat leren zwemmen in het peuterbadje. Dit is het diepe. Neem een duikcursus en als je dan nog steeds toe bent aan een BV, schaf duikuitrusting aan!
     
    Duikse!
     
     
    Het idee begon steeds meer te rijpen, de gesprekken met de gemeente over benodigde vergunningen en de daarbij bijbehorende condities waren positief en stemden hoopvol, dus aan een voorzichtige verkenning naar financieringsmogelijkheden durfden we ook wel te beginnen.
     
    Eerst was het nog op basis van een ruwe schets van wat we wilden en dan ook niet meer dan een inschatting van kosten, zoals manuren, materiaalkosten, voorfinanciering BTW, etc., maar naarmate het inzicht vorderde werd het financiële plaatje steeds concreter. Hoewel het nog wel verre van compleet was, gaf het toch inzicht: de totale aanvangsinvestering zou ruwweg ergens tussen de €150.000 en 200.000 uit gaan komen. Dan zou het geheel compleet verbouwd en klaar zijn om afgewerkt, aangekleed en ingericht te worden. Maar daarbovenop kwam onverwachts de bonus! Ons plan behelsde het opknappen van onze boerderij en het uitbreiden van de daarin aanwezige B&B naar een luxe groepsaccommodatie. Er bleek juist daarvoor toch een riante subsidieregeling te bestaan, de zogeheten Stimuleringsregeling PlattelandsOndernemingen (STIPO)!
     
    Nu hadden wij het financieringsplaatje nog niet compleet en concreet genoeg, maar we wisten deels met eigen geld, deels uit toegezegde financieringen zo’n €150.000 bij elkaar te schrapen, maar de subsidie zou – mits aan een aantal voorwaarden werd voldaan – 30% van het investeringsbedrag bedragen, met een maximum van €45.000. Kortom, de subsidie zou ons regelrecht aan het volledige verbouwingsbudget helpen en wellicht zelfs aan een stukje budget voor afwerking, aankleding en inrichting. Eind 2011 nam ik contact op met het bureau dat deze regeling namens de provincie uitvoerde en ons plan bleek in aanmerking te komen, mits er bij de aanvraag een ondernemingsplan met sluitende investeringsbegroting werd ingediend.
     
    Nu was ik al begonnen met het ondernemingsplan, dit was immers ook nodig voor de vergunningen. In principe zou ik begin 2012 de aanvraag in gang kunnen zetten. Ergens in februari was het zover, de aanvraag kon compleet met ondernemingsplan de deur uit, maar precies in die week viel de bom: mijn financieel adviseur mailde mij een kersvers besluit toe van de provincie waarin stond dat “de ‘STIPO’ per heden met terugwerkende kracht tot 31 december 2011 was bevroren.” Nieuwe aanvragen (dus ook die van ons) werden niet meer in behandeling genomen!
     
    Dat was even slikken. Dachten wij eerst nog met de subsidie het budget helemaal dichtgetimmerd te hebben, zat er ineens een gapend gat van €45.000 in! Dat noodzaakte tot bezinning, dus na een avondje met één van mijn vrienden (‘Jack Daniels’ of ‘John Jameson’, dat ben ik even kwijt ;)) en mijn vrouw eens diep in de ogen te hebben gekeken, kwamen we na een diepzinnig gesprek uiteindelijk tot de conclusie dat wij ons door zo’n kl...subsidie toch niet van ons plan af zouden laten brengen, onder geen beding! Jammer van de tijdsverspilling en terug naar de tekentafel en in gesprek met onze boekhouder: we zouden het plan in hapklare brokken opdelen, dus alle benodigde uitgaven werden opnieuw begroot, ditmaal altijd inclusief BTW. Dat betekende dat we elk kwartaal BTW konden terugverwachten en dat spaarden we als het ware op om de rekening-courant weer aan te vullen. Naar die rekening-courant maakten we uit het salaris van mijn vrouw sowieso maandelijks geld over om toch een soort van kleine buffer aan te kunnen houden.
     
    Elke hapklare brok werd een bouwfase en de bestedingen in elke fase werden afgestemd op het tijdstip en het bedrag van de btw-teruggaaf en op de steeds in drie maanden opgebouwde buffer van de rekening-courant. Daarnaast verkochten wij mijn trouwe Mercedes, bleken we nog een afkoopbare woekerpolis te hebben, meldde ik mij bij een uitzendbureau en ging tijdelijk in loondienst aan het werk, o.a. als docent marketing en (commercieel-) economische vakken in het beroepsonderwijs. We deden van alles om maar budget voor ons plan te creëren! Ook werden wij lid van faillissementssites en veilingsites. Zo wisten wij aan de ene kant toch geld te genereren en tegelijkertijd enorm op uitgaven te besparen, door faillissements- en restpartijen op te kopen: isolatie, gipsplaat, sanitair, tegels en andere materialen, noem maar op! Nieuw spul voor een fractie van de oorspronkelijke prijs.
     
    Nu we inmiddels alweer een half jaar omzet draaien en alle resultaten zien van al onze inspanningen en terugdenken hoe we het zonder subsidie zelfs beter voor elkaar hebben gekregen dan mèt, zeggen we weleens tegen elkaar: “Dat we die subsidie niet mochten ontvangen, is het uiteindelijk beste wat ons is overkomen, geen subsidie, hoera, hoera!” En, dankzij onze creativiteit, afgedwongen door iets wat een forse tegenslag leek, staat er nu weer een Mercedes voor de deur...
     
    Uit een onlangs verschenen patentaanvraag van Amazon blijkt dat het bedrijf zich wil focussen op ‘anticipatory package shipping’. Met andere woorden het distribueren van mogelijke aankopen van consumenten, alvorens er überhaupt bestellingen zijn geplaatst door de consument. Het lijkt een groot risico, gezien de distributiekosten zonder ook maar één bestelling binnen te hebben. Toch slaat Amazon de spijker op de kop. Een treffend voorbeeld waar veel e-commerce bedrijven dit jaar zich op dienen te focussen. Het ligt namelijk in verlengde van de veelvuldig genoemde term van de afgelopen jaren: big data.
     
    Nu het voor een ieder mogelijk is om met weinig middelen een goed functionerende webwinkel op te starten, zal het steeds moeilijker worden om een product of dienst te onderscheiden ten opzichte van de concurrent. Bedrijven als Coolblue bieden al aan om op dezelfde dag nog een bestelling af te leveren. Andere webwinkels leveren tevens verpakkingen voor het (gratis) retourneren van de artikelen. Het verschil is dat dit slechts een onderscheidende dienstverlening is op basis van een algemene behoefte. Met het analyseren van big data kan op maat een klant worden bediend.
     
    Big data is geen doel, maar een middel. Er kunnen analyses worden gemaakt op basis van grote hoeveelheden ongestructureerde data. Bijvoorbeeld eerdere aankopen, zoekaanvragen, wenslijsten, ruilartikelen en winkelwagenproducten. Vervolgens kunnen verbanden worden gelegd tussen bijvoorbeeld het gedrag van consumenten op sociale netwerken en gedrag binnen de webwinkel. De analyses geven vervolgens een betrouwbare voorspelling van bijvoorbeeld het toekomstige zoek en aankoopgedrag van de consument. Kijk bijvoorbeeld naar de telecomsector. Providers koppelen het telefoon- of internetverbruik aan het gedrag van de klant in de communicatie met de provider en daarnaast het gedrag van de klant op sociale netwerken. Wat wordt er gezegd over producten en diensten? Heerst er ontevredenheid? Op basis van een analyse van deze verschillende data kunnen gerichte acties worden opgezet. Bijvoorbeeld een goedkoper telefoonabonnement afhankelijk van het individu.
     
    Maar naar mijn mening wordt het vergaren van data uit de interne omgeving juist cruciaal voor een duurzaam concurrentievoordeel van de onderneming. Grote ondernemingen kunnen optimaal profiteren van een verdergaande digitalisering binnen de bedrijfsprocessen. Dataverzameling heeft niet alleen betrekking op de klant. Ook binnen de organisatie wordt op elk mogelijk moment nieuwe data vergaard die gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld op het gebied van workforce management. Doel van het laatstgenoemde is om de meest geschikte werknemers met de juiste kwaliteiten op de goede momenten en plekken in te zetten. Met data over de productiviteit van werknemers of bijvoorbeeld het ziekteverzuim. Processen kunnen effectiever worden aangestuurd op basis van een schat aan data die in het verleden is opgebouwd. Daarnaast leidt een efficiëntere bedrijfsvoering tot business processen die op basis van lagere kosten kunnen worden aangestuurd.
     
    Onlangs verscheen het Accenture Technology Vision 2014. Naar aanleiding van het onderzoek zijn trends opgesteld die een digitale machtsverschuiving in het bedrijfsleven in kaart brengen. Grote ondernemingen automatiseren processen en integreren een steeds groter gedeelte van offline naar online. Bijvoorbeeld in de communicatie met de klant. Daarnaast is er een verschuiving zichtbaar van het inhouse werken naar het uitbesteden van werkprocessen via crowdsourcing. Daarmee volgen grote bedrijven niet alleen de startups die hier al in een vergevorderd stadium mee bezig zijn. Ze zullen ze inhalen, met behulp van een grote hoeveelheid informatie die geanalyseerd kan worden. Vorig jaar was het jaar van de big data. We moesten er allemaal aan geloven. Op basis van klantgegevens voorspellingen kunnen doen over toekomstig consumentengedrag. Dit jaar zullen naar mijn mening verschillen zichtbaar worden van bedrijven die succesvol big data weten in te zetten in de bedrijfsprocessen. Het inzetten van de data uit de interne omgeving zal het fundament vormen om een duurzaam concurrentievoordeel te behalen.
     
    Daar sta je dan aan de balie van Hertz in Sevillia, rij mensen achter je. Een mooie dame wijst op de mogelijkheid de auto goed te verzekeren. Wacht even, denk je dan. Hij is toch al verzekerd? Dat stond duidelijk in de aanbieding. "Ja, maar dat is een basis verzekering met een hoog eigen risico van €900,-.” " Ok, wat kost dat dan, een goede verzekering”? En dan blijkt de auto die we voor 72 Euro all-in huurde voor 5 dagen een extra verzekering nodig te hebben van 240 Euro. Omdat ik met Ryan Air vlieg mag het voor de helft. Uiteraard heb ik daar geen zin in. Hoe groot is de kans dat ik in 5 dagen een schade krijg? En 900 Euro is erg pijnlijk maar ik ga daar niet failliet aan. Toch ga ik weg met een heel vervelend gevoel. En dan krijg je een Seat Ibiza met 150.000 km op de teller (prima auto overigens). Ik grapte nog tegen mijn vrouw dat we bij een klein ongeval de auto “ in de fik” zetten. Heb je nog wat plezier van je 900 Euro.
     
    Inspelen op angst is een veel gebruikte marketing tool. Soms subtiel. Bijvoorbeeld een crème dat je tegen beter weten in beloofd langer jong te blijven. Of een tabletje dat je wasmachine tegen het verschrikkelijke kalkmonster moet beschermen. Waarvan Engels onderzoek aantoont dat het 9/10 keer compleet overbodig is.
     
    Soms minder subtiel. Bijvoorbeeld het aanpraten van angst op basis van incidenten. Toen er hier in de buurt was ingebroken kregen we weken lang beveiligingsbedrijven aan de deur. Op zich slim als ze de woningen met slechte sloten zouden benaderen met een aanbod. Maar nee, het ging om een zeer duur alarmsysteem met extra korting omdat het bedrijf bekend wilde worden. In Amerika is er, na een incident met een oppas, een knuffel met een verborgen camera op de markt gekomen, met groot succes.
    Soms is het regelrechte onzin die mensen verzinnen om anderen angst aan te praten. Zo zag ik op Internet een wanhopige moeder die er achter was gekomen dat er “maltodextrine” in de meeste babypoedermelk zat. Terwijl dit gewoon een ” trage “suiker is die ook in mout (vandaar “malto”) zit waar helemaal niets mis mee is in een gebalanceerde hoeveelheid.
     
    En dan heb je nog de, wat ik maar even verborgen angstmarketing noem, die bijvoorbeeld mensen laat geloven dat succes maakbaar is. Het is volgens de verkopers gewoon een kwestie van de juiste (dure) cursussen volgen en heel hard werken. En lukt het dan nog niet om heel snel rijk te worden dan ligt het aan jezelf, dan ben je gewoon een loser. Onzin natuurlijk, succes is maar voor een klein deel maakbaar.
     
    Ik vraag me wel eens af hoe ver je kunt gaan als ondernemer bij het gebruiken van gevoelens van onzekerheid of angst om je product te verkopen.
     
    Ondernemers met personeel zijn er huiverig voor: ‘het nieuwe ontslagrecht’, door de regering de Wet Werk en Zekerheid genoemd. Wat gaat er precies veranderen? Wat betekent dat voor u als ondernemer en werkgever?
     
    De eerste gevolgen van het 170 pagina’s tellende wetsvoorstel (inclusief memorie van toelichting) staan op stapel voor 1 juli 2014, dus het wordt tijd om te bekijken wat het nieuwe ontslagrecht precies voor uw onderneming inhoudt. De hoofdlijnen zal ik hierna voor Higherlevel.nl uiteen zetten.
     
    Let op: onderstaand heb ik dus niet het gehele wetsvoorstel inclusief uitzonderingen en overgangsrecht uit kunnen werken. Als ik dat had gedaan, was het een boekwerk geworden en was u niet meer aan ondernemen toegekomen. Voor de meesten van u zal onderstaande informatie op dit moment overigens voldoende zijn, maar het is wel verstandig om bij een specifieke vraag nadere juridische informatie in te winnen.
     
    Wat is de gedachte achter de Wet Werk en Zekerheid?
     
    De Wet Werk en Zekerheid wordt ingevoerd om een aantal redenen.
     
    Zo vindt de regering dat de flexibiliteit in de arbeidsmarkt moet blijven, omdat dit ervoor zorgt dat de toegang tot arbeid laagdrempelig blijft voor de werknemer en de werkgever zo zijn vermogen aan arbeid gemakkelijk kan aanpassen aan (bedrijfs)economische ontwikkelingen. De regering ziet echter ook dat deze wetgeving verkeerd gebruikt wordt. De ondernemers hier op Higherlevel.nl zullen die constructies herkennen. Denk aan het omzeilen van het aanbieden van ‘vaste contracten’ door het aanbieden van drie ‘tijdelijke contracten’, waarna de werknemer drie maanden uit dienst gaat, om daarna weer precies dezelfde toer uit te halen. Daar maakt dit wetsvoorstel (gedeeltelijk) een einde aan.
     
    Aan de andere kant ziet de regering dat het huidige ontslagstelsel ervoor zorgt dat u als werkgever vrijwel niet meer van uw langstzittende werknemers af kunt komen. Oudere werknemers blijven zitten vanwege hun ontslagbescherming. De arbeidsmarkt werkt niet meer goed.
     
    Het stelsel van twee ontslagroutes is ook achterhaald volgens de regering. Het kan niet de bedoeling zijn dat de ene werknemer geen ontslagvergoeding krijgt wanneer hij via het UWV wordt ontslagen, terwijl zijn collega in exact dezelfde situatie vele (tien)duizenden euro’s meekrijgt na ontslag via de kantonrechter. Daarnaast zijn de procedures ondoorzichtig, relatief onvoorspelbaar, langdradig en kostbaar. Tevens worden ontslagvergoedingen vaak niet ingezet om aan nieuw werk te komen, maar voor andere doeleinden. Dat alles moet veranderen.
     
    Ten slotte zijn de kosten van de WW sinds 2008 (het begin van de economische crisis) verdubbeld. De regering vindt dat mensen in de WW meer moeten worden gestimuleerd om aan het werk te gaan. Sneller werk van (veel) lager niveau aannemen en flexibelere werknemers creëren door omscholing.
     
    Kortom: vaste arbeidsrelaties worden meer flexibel, flexibele arbeidsrelaties worden meer vast. De huidige voorzieningen worden daar ook op aangepast. Wat u er ook van denkt: het wetsvoorstel is ingediend en als u werkgever (of werknemer) bent, gaat u ermee te maken krijgen.
     
    Wat zijn inhoudelijk de veranderingen?
     
    Inhoudelijk zijn de veranderingen uiteraard in lijn met het voorgaande. Enkel de meest in het oog springende gevolgen voor u als ondernemer en werkgever zal ik puntsgewijs behandelen.
     
    1. De veranderingen voor flexibele arbeidsrelaties
     
    - De ketenregeling wordt veel strenger. Werknemers die meer dan drie jaar bij u werkten of die reeds drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd hadden gekregen moest u al (behoudens uitzonderingen) een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbieden wanneer u ze in dienst wilde houden. Die regeling wordt strenger en wordt teruggeschroefd naar ‘meer dan twee jaar’ en naar ‘meer dan twee arbeidsovereenkomsten’. U kunt momenteel toch een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aanbieden wanneer de werknemer tussentijds drie maanden uit dienst is geweest. Die periode wordt opgerekt naar zes maanden.
    - Het afspreken van een proeftijd is niet meer mogelijk bij arbeidsovereenkomsten van minder dan zes maanden.
    - Momenteel mag u een concurrentiebeding overeenkomen met elke medewerker. Dat mag in de toekomst niet meer bij medewerkers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. U mag dat enkel nog indien er zwaarwichtige bedrijfs- of dienstbelangen zijn en u in de arbeidsovereenkomst vastlegt welke dat precies zijn en waarom dat zo is.
    - Bij alle arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd van zes maanden of langer, behoort u als werkgever een aanzegtermijn in acht te nemen. De arbeidsovereenkomst loopt van rechtswege af, maar u behoort een werknemer in het nieuwe stelsel wel een maand voor het aflopen van de arbeidsovereenkomst schriftelijk uitsluitsel over verlenging te geven. Doet u dat niet (op tijd), dan moet u voor elke dag die u te laat bent een dag extra loon betalen.
     
    2. De veranderingen in het ontslagrecht
     
    - Er komt één ontslagstelsel met een preventieve toets voor wanneer de werknemer niet schriftelijk instemt met het ontslag. Er is duidelijk in het nieuwe ontslagrecht afgebakend wanneer de kantonrechter bevoegd is en wanneer het UWV. De kantonrechter is onder meer bevoegd bij verstoorde arbeidsrelaties, disfunctioneren en verwijtbaar handelen. Het UWV is bevoegd bij bedrijfseconomische omstandigheden en langdurige arbeidsongeschiktheid. Zegt u als werkgever de arbeidsovereenkomst op zonder toestemming en zonder tussenkomst van UWV of kantonrechter, dan kan de werknemer het ontslag vernietigen of een ontslagvergoeding vorderen bij de rechter.
    - Net als nu het geval is, kan een werknemer zich na ontslag via het UWV achteraf tot de rechter wenden indien hij van mening is dat hij ten onrechte is ontslagen. Hij kan dan de arbeidsovereenkomst laten herstellen. In bepaalde gevallen (bijvoorbeeld wanneer de werknemer is ontslagen om valse bedrijfseconomische redenen) kan de relatie tussen werkgever en werknemer zodanig verstoord zijn dat een ontslagvergoeding kan worden toegekend.
    - Wanneer er ontbinding van de arbeidsovereenkomst via de kantonrechter plaatsvindt, kan de werknemer een ontslagvergoeding krijgen. Dat is echter niet standaard, maar gebeurt enkel wanneer de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Ook de kantonrechtersformule (die overigens nooit wettelijk was vastgelegd) wordt losgelaten: kantonrechters krijgen ‘carte blanche’ in dat geval.
    - Bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst via de kantonrechter wordt hoger beroep mogelijk.
    - Als werkgever moet u een ontslagen werknemer die langer dan twee jaar in dienst is geweest een transitiebudget meegeven wanneer u het initiatief tot beëindiging heeft genomen. Dat geldt ook voor werknemers met een ‘tijdelijk contract’. Het transitiebudget moet de werknemer gebruiken om een nieuwe baan te vinden. Het transitiebudget bedraagt maximaal 75.000 euro en wordt opgebouwd uit 1/3 van het maandsalaris per zes maanden dat de werknemer in dienst is geweest. Is de werknemer meer dan tien jaar in dienst geweest, dan wordt daarna 1/4 maandsalaris per zes maanden opgebouwd. Wanneer u de werknemer ontslaat vanwege ernstig verwijtbaar handelen of nalaten hoeft u geen transitiebudget uit te keren.
     
    3. Veranderingen in de WW
     
    - De maximale WW-duur wordt ingekort van 38 maanden naar 24 maanden.
    - De eerste tien jaar wordt er één maand WW per gewerkt jaar opgebouwd, daarna nog maar een half maand WW per gewerkt jaar.
    - Na zes maanden WW moet momenteel werk op een lager niveau worden aangenomen, na twaalf maanden is al het werk passend. In het nieuwe stelsel wordt na zes maanden al het werk passend.
     
    Behandeling wetsvoorstel
     
    Zoals u bovenaan dit artikel reeds kon lezen: de Wet Werk en Zekerheid is nog geen feit. Wat moet daarvoor nog gebeuren?
     
    Het wetsvoorstel is op 29 november 2013 naar de Tweede Kamer gestuurd. Daar zit het momenteel in de fase van de schriftelijke behandeling. Daarna wordt het in de Tweede Kamer mondeling behandeld en zal het aangenomen worden. Het wetsvoorstel komt dan bij de Eerste Kamer terecht, waar het enkel verworpen of aangenomen zal kunnen worden. Neemt de Eerste Kamer het voorstel ook aan, dan is er enkel nog een publicatie in het Staatsblad nodig voor inwerkingtreding van de wet.
     
    Veel ondernemers zullen zich echter nog het debacle herinneren van ‘de nieuwe personenvennootschappen’: dat wetsvoorstel werd groots aangekondigd, maar na een jarenlange blokkade in de Eerste Kamer werd het uiteindelijk ingetrokken, zodat we nu nog steeds met onze oude, vertrouwde eenmanszaak, VOF en CV zitten. Staat ‘het nieuwe ontslagrecht’ hetzelfde lot te wachten? Waarschijnlijk niet. Het lijkt er op dit moment niet op dat er iets in de weg te staat van het paradepaardje van Rutte II. Bereid u dus voor op de gevolgen ervan.
     
    Invoering Wet Werk en Zekerheid
     
    De invoering van de Wet Werk en Zekerheid gebeurt gefaseerd. De eerste veranderingen staan al op stapel voor 1 juli 2014. Dan zal de positie van ‘flexwerkers’ (werknemers zonder arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd) worden gewijzigd. Denk daarbij aan de hiervoor beschreven wijziging van de ketenregeling, de proeftijd, het concurrentiebeding en de aanzegtermijn.
     
    Daarvan mag u een jaar bijkomen als ondernemer, want op wat veranderingen in de IOW en de IAOW na staat op 1 juli 2015 namelijk pas de volgende grote verandering gepland: het doorvoeren van het nieuwe ontslagstelsel. Op dat moment wordt ook het begrip ‘passende arbeid’ in de WW een andere, strengere betekenis toegekend en er wordt strenger op gecontroleerd.
     
    Vanaf 1 januari 2016 wordt de maximale duur van de WW afgebouwd met één maand per kwartaal. Dit loopt door totdat medio 2019 de maximale duur van 24 maanden is bereikt.
     
    Conclusie
     
    Er gaat veel veranderen, niet alleen voor juristen, maar ook voor u als ondernemer en werkgever. Bovenstaand is slechts een samenvatting uit het wetsvoorstel dat nu ter behandeling bij de Tweede Kamer ligt. Ik heb geprobeerd om de 170 pagina’s samen te vatten in nog geen 2% ervan. Logischerwijs is dit artikel dus verre van compleet te noemen: het betreft hier slechts de hoofdlijnen van het wetsvoorstel.
     
    Als ik u één advies mag geven: begin op tijd met het in kaart (laten) brengen van de gevolgen van de Wet Werk en Zekerheid voor uw onderneming. Doet u dat niet, dan kan dat betekenen dat u zowel financieel als organisatorisch voor grote verrassingen komt te staan. Ondernemen is vooruitzien, juist nu.
    "De afgelopen decennia is er nooit één nieuwe vinding gedaan in de Silicon Valley area. Wat er wel gebeurd, is dat mensen met elkaar netwerken. Door gezamenlijk te kijken waar kansen liggen, door het delen van kennis en het bundelen van krachten om tot resultaat te komen. Wat die resultaten zijn hangt af van de gezamenlijke visie, inspanning en bevindingen. Deze dynamiek is kenmerkend voor The Valley”, aldus Palo Alto-ondernemer Mark Zawacki , oprichter van onder andere 650 Labs en Milestone Group Inc. en bovendien investor.
     
    Zijn keynote bij Vodafone in Amsterdam was aanstekelijk en inspirerend voor het toehoorders publiek van hoofdzakelijke startende ondernemers (Startup Bootcamp,, Rockstart ), organisatie consultants en representanten van grotere bedrijven waar het begrip entrepreneurship in rap tempo wordt omarmd.
     
    Businessplan & -case museumstukken
    Inspirerend en aanstekelijk omdat de Valley-aanpak begrijpelijk en zeer pragmatisch blijkt. Ondernemerschap staat voorop; ondernemingsplan & business cases zijn museumbegrippen. In hoog tempo kennis delen, concepten bedenken, ontwikkelen, implementeren, aanpassen en veranderen is het credo. Bedrijven uit binnen- en buitenland, van US, Korea, UK, China en India toe, hebben er veel voor over om onderdeel te zijn van deze Valley-dynamiek.
     
    Inspirerend en aanstekelijk omdat Zawacki’s keynote bedoeld was om entrepreneurs in Amsterdam een hart onder de riem te steken om vooral in samenwerking door te gaan om hun ideeën en dromen te realiseren.
     
    Introvert Nederland netwerken verleerd
    Hoewel niet de insteek van deze keynote wordt de “missing link” met betrekking tot het Nederland van vandaag haast pijnlijk duidelijk . Waar Nederland zich graag profileert als “Ondernemend Nederland” en prat gaat op VOC-mentaliteit leert de praktijk anders.
     
    Uitzonderingen daargelaten zijn zowel overheid als bedrijfsleven intern gefocust; Overheid richt zich op de BV Nederland; Bedrijven en Overheid op de interne organisatie en processen. Paradoxaal beleid met bijvoorbeeld prioriteit op innovatie maar ook bezuiniging op onderwijs en research & development.
     
    Met Nederland dat afziet van deelname aan de WorldExpo 2015 te Milaan met thema Feeding the Planet, Energy for Life; hetzelfde Nederland waar voedselzekerheid en kwaliteit onderdeel is van speerpuntbeleid en waar toonaangevende wereldspelers in juist deze sector als DSM en Unilever zetelen.
     
    Last but not least is er afnemende belangstelling tot participatie in netwerken en conferenties te constateren waar halverwege de jaren dertig tot en met negentig in de vorige eeuw netwerken in bijvoorbeeld de regio’s Twente, Amsterdam en Brabant floreerden. Met initiatief en ondernemersgeest tot gevolg.
     
    Europa netwerk van clash & clutch
    De keynote maakt bovendien de “missing link” met betrekking tot Europa. Waar in de “Valley” gezamenlijk initiatief en delen van kennis troef is hetgeen gedreven door dynamiek en pragmatiek in de keten(s) leidt tot innovatie is in diverse EU-lidstaten de roep om “minder” Europa steeds luider. Door diverse Europese Unie- lidstaten wordt gekeken om naar Europa overgehevelde bevoegdheden en verantwoordingen weer terug te halen naar individuele lidstaten. Dit heeft ongetwijfeld invloed op gezamenlijk gedefinieerde Europese speerpunten als financiën, werkgelegenheid, innovatie en duurzaamheid.
     
    De praktijk leert dat er in binnen de overheid en het bedrijfsleven juist een roep om meer Europa bestaat. Met name voor duidelijk en transparante beleidskaders, gevoed vanuit de markt, die vervolgens op een pragmatische en situatie gerelateerde wijze op een kwalitatief goede manier worden geïmplementeerd. Een concrete vraag om transparante beleidskaders gevoed uit de markt en een concrete vraag om investering in capaciteit voor kwalitatieve uitvoering van die beleidskaders.
     
    Netwerken basisvoorwaarde ontwikkeling & innovatie
    In tegenstelling tot de ontwikkeling binnen diverse lidstaten is er binnen Europa de laatste tien jaar een tendens zichtbaar van het ontstaan van Europese Netwerken; regio’s die zich met elkaar verbinden om ontwikkelingen door bundeling van krachten aan te kunnen pakken.
     
    Netwerken met als doel het delen van kennis en ervaring ter verrijking en ter inspiratie leidt tot nieuw initiatief. Daar is Silicon Valley exponent van. Aan Nederland en Europa om op basis van een dergelijke dynamiek een eigen en onderscheidende signatuur te vinden. Op basis van draagvlak, kennis delen en bereidheid tot samenwerking van mensen van alle leeftijden; actief in politiek, overheid, bedrijfsleven, onderwijs, cultuur en media
     
    Het afgelopen jaar is voor ondernemers een bewogen jaar geweest. In de Nederlandse en Europese wet en regelgeving (en in de praktijk) zijn er een aantal zaken veranderd die wellicht invloed hebben gehad op uw organisatie. Ook voor het komende jaar staan weer een aantal belangrijke veranderingen op stapel. Ik zet er enkele voor u op een rij.
     
    Laten we direct maar met een van de belangrijkste zaken beginnen: de Single Euro Payments Area gaat in per 1 februari 2014. Handig voor wanneer u grensoverschrijdende betalingen uitvoert binnen Europa, onhandig wanneer u nu uw rekeningnummers al niet kunt onthouden. Uw bank gooit u er nu al mee dood en ook tv kijken gaat niet meer zonder iets over SEPA en IBAN te horen. Ja, ook u moet overstappen, want dit waait niet over. Pas dus tijdig uw briefpapier, klantenbestand, boekhoudpakket en betaalproducten aan. Na 1 februari 2014 zijn de oude rekeningnummers niet meer te gebruiken. Weet u niet hoe en wat? Neem dan contact op met uw bank of accountant.
     
    Ook niet te missen is het nieuwe ontslagrecht. Het heeft even geduurd, maar na de plannen zes keer te hebben herschreven is het daadwerkelijk zover. Het nieuwe ontslagrecht wordt naar alle waarschijnlijkheid pas half 2014 ingevoerd. Ik zal hierover nog wat schrijven in de komende paar maanden.
     
    Mocht u trouwens als hardwerkende ondernemer zelfs post verzenden op zaterdag, dan komt die in 2014 niet meer aan op maandag. Verwacht u post op maandag, dan heeft u ook pech. De Postwet wordt op 1 januari gewijzigd, waardoor PostNL geen post meer op maandag hoeft te bezorgen. De prijs voor een zegel gaat trouwens omhoog, van 60 cent naar 64 cent. Dat dan weer wel.
     
    Waarschijnlijk hoeven de meeste bonusontvangers op Higherlevel niet bang te zijn, maar wanneer u als bestuurder van een NV (of bestuurder/dagelijks beleidsbepaler van een financiële onderneming) een bonus heeft ontvangen, kan die vanaf 2014 worden teruggevorderd indien die niet terecht was. Heeft u werknemers in dienst die het minimumloon verdienen, dan moet dat lichtelijk naar boven worden bijgesteld.
     
    Traditiegetrouw als de fiscus is, zijn de veranderingen in de belastingwetgeving weer aanzienlijk geweest in 2013 en verandert er tevens weer het nodige in 2014. Ik ben jurist en wil me niet begeven op het gebied van de fiscalist en de accountant. Schoenmaker blijf bij je leest. Hoe dan ook: het is verstandig om goed te bekijken wat er precies voor u verandert: dat levert u snel en gemakkelijk euro's op.
     
    Wat u overigens snel en gemakkelijk uw zuurverdiende euro's kost zijn verkeersboetes met de bedrijfsauto. Met ingang van 2014 ook traditiegetrouw verhoogd. Overigens worden nieuwe (bedrijfs)auto's uitgerust met een kentekencard, die het oude papieren kentekenbewijs gaat vervangen. Het wordt een pasje zoals uw nieuwe rijbewijs, alleen dan groen. Verkoopt u de auto? Dan kunt u deze thuis overschrijven op uw pc. Denk er wel aan de kilometerteller niet terug te draaien, want dat wordt per 1 januari 2014 apart strafbaar gesteld.
     
    Verder gaat u de samenvoeging van de Kamer van Koophandel en Syntens merken als het aan de overheid ligt. U moet als ondernemer namelijk sneller en beter geholpen worden. Het doel is om alle verschillende loketten en mogelijkheden samen te voegen tot één portaal van zakendoen met de overheid: het digitale Ondernemersplein.
     
    In oktober 2013 is de eKantonrechter voor simpele civiele zaken ingevoerd in enkele arrondissementen voor bepaalde zaken. Het betreft dus een elektronische kantonrechter: alles digitaal, geen advocaat nodig, binnen acht weken een uitspraak en geen hoger beroep mogelijk. Simpel, doeltreffend en snel, dus interessant voor ondernemers die een geschil hebben, maar wel op de kosten willen letten. Verder uitrollen van het concept gebeurt in het voorjaar van 2014. De normale kantonrechtzaken worden overigens geconcentreerd in de rechtbank: de locaties waar nog enkel een kantonrechter recht sprak gaan sluiten per 2014. Daar kunt u dus niet meer terecht.
     
    Mocht u horecahouder zijn: vanaf 1 januari 2014 mag u geen alcohol of rookwaren meer verkopen aan personen onder de 18 jaar oud (u herkent het van de reclame: 'Iedereen weet van nix!'). Heeft u barpersoneel in dienst dat tussen de 16 en de 18 is? Dan mogen zij gewoon blijven doortappen, ook na de jaarwisseling.
     
    Die jaarwisseling gaat waarschijnlijk ook veranderen: niet nu al, maar over enkele jaren. Er gaan steeds meer stemmen op (van oogartsen, maar ook vanuit de politieke partijen als GroenLinks) om een verbod op consumentenvuurwerk in te voeren. Dat wordt een vuurwerkarme jaarwisseling, maar ook een stuk minder werk voor de eerstehulp-artsen. Of dat een goed idee is? Die inschatting laat ik aan u over.
     
    In elk geval wil ik u alvast het allerbeste voor het nieuwe jaar wensen, gezien dit artikel hopelijk zonder eKantonrechter, zonder verkeersboetes, zonder teruggevorderde bonus en zonder teruggedraaide kilometerstanden, maar met één handig aanspreekpunt bij de overheid, met gunstige belastingwetgeving en veel champagnemomenten (niet voor uw kinderen onder de 18 dus!).
     
    Gelukkig 2014!
    "We are reluctant to buy", zo werd enige tijd geleden bericht op een Amerikaanse weblog. En daar blijkt zeker tijdens de economische crisis wel een kern van waarheid in te zitten. Hoe vaak worden we niet geconfronteerd met berichtgeving in media die nog maar eens benadrukken wat de gevolgen zijn van de economische crisis. We moeten inleveren, hebben minder te besteden, en dit wordt ons dagelijks nog maar eens duidelijk gemaakt op het nieuws. Gevolg is dat we de hand op de knip houden. Hoewel dit niet wil zeggen dat we minder willen consumeren. Natuurlijk is er die nieuwe televisie, auto of de elektronische hebbedingetjes. We willen het allemaal hebben, maar het is niet altijd financieel haalbaar.
     
    Dat er tijdens de economische moeilijke jaren gekeken wordt naar efficiëntere wijzen van consumeren kan niet ontkend worden. Bedrijven en overheidsinstanties hechten steeds meer waarde aan een consumptiepatroon binnen de circulaire economie. Een duurzame economie waar hergebruik centraal staat en waardevernietiging wordt beperkt. Precies zoals de politiek al jaren voor ogen heeft. Burgers, organisaties en bedrijven worden gestimuleerd om met duurzame innovatieve oplossingen te komen. Het is goed voor het milieu en bovendien kan het hergebruik van producten tot lagere productiekosten leiden en dus tot een aantrekkelijkere prijs voor de consument.
     
    Een belangrijke trend binnen een circulair systeem is de 'rental economy': de huur en verhuur van producten en diensten. De aankoop van een product of dienst staat niet meer centraal, maar het tijdelijk gebruik ervan. Een duidelijke groei is zichtbaar binnen de muziekindustrie. In plaats van het kopen van cd's, streamen we muziek via online websites en apps. We hebben het niet, maar we gebruiken het wel. Maar het gaat verder dan alleen muziek. Zo bieden Amerikaanse websites de mogelijkheid tot het huren van kinderspeelgoed, een graafmachine, een jurk voor een gala of bijvoorbeeld de huur van een auto voor slechts een enkel uurtje. Even de wekelijkse boodschappen doen en weer inleveren die auto.
     
    Ook zijn in Nederland inmiddels dergelijke verhuur initiatieven gestart, waarbij online websites als intermediair gelden tussen bedrijven of tussen bedrijf en consument. Een voorbeeld is het net gelanceerde zoef.com. Producenten blijven eigenaar van het product en geven het tijdelijk uit handen. Groot voordeel voor de klant, er kan op goedkope wijze tijdelijk gebruik worden gemaakt van een product of dienst, waardoor men niet achterblijft met een dure aankoop, die zelden wordt gebruikt. Daarnaast biedt het diverse aanbod de mogelijkheid om gebruik te maken van niet alledaagse producten en diensten. Hoewel men hiervoor diep in de buidel moet tasten is het reeds mogelijk om een compleet vliegtuig te huren. Gewoon in een luxe Jet vanaf een willekeurig vliegveld in Nederland richting de andere kant van de wereld vliegen.
     
    Maar is het wel zo dat dit allemaal op basis van ideologische duurzame gedachten tot stand komt? Wil men wel consumeren binnen een circulaire economie of liggen er niet andere motieven aan ten grondslag? Uiteindelijk willen consumenten toegang hebben tot goederen en diensten die niet altijd binnen handbereik liggen. Zeker gezien het toenemende aanbod. De rental economy lijkt daarmee een sta in de weg te zijn van bedrijven die niet verhuren maar alleen verkopen. Toch kan het juist een boost geven aan verkopende bedrijven.
     
    Het is naar mijn mening zelfs onvermijdelijk dat een nieuw verdienmodel, op basis van verhuur zijn intrede zal doen. Zeker binnen e-commerce, waar de laatste jaren de concurrentie sterk is toegenomen. Tegen lage kosten kan een goedlopende webwinkel worden gestart. Daarmee neemt het aantal bedrijven toe die ook een hap van de taart opeisen. Voor bestaande ondernemers wordt het moeilijk om in een verzadigde markt zich te onderscheiden. Op verschillende wijzen wordt getracht om voordeel te behalen, bijvoorbeeld door het consumentengedrag beter in kaart te brengen. Op basis van persoonlijke kenmerken en het online zoekgedrag kan een relevanter aanbod worden getoond aan de consument. Naar mijn mening is het juist de worst die moet worden voorgehouden aan de consument. Tegen een lage prijs en voor korte tijd de mogelijkheid geven om gebruik te maken van een product of dienst (verhuur), met als doel om de consument te bewegen om het uiteindelijk aan te schaffen. Hetzelfde idee als de premium accounts die verschillende apps en websites hanteren. Je mag proeven, maar wil je alles opeten dan betaal je meer. Biedt de rental economy voordelen voor het bedrijfsleven? Ik denk het wel. De vraag is of het haalbaar en noodzakelijk is.
    Afgelopen zondag bereikte mij het trieste bericht van het overlijden van een nog veel te jonge ondernemer. Hij heeft de keuze gemaakt om zelf het tijdstip van overlijden te bepalen. Dit was voor mij niet de eerste collega die ik op deze manier uit het leven zie stappen. Het ondernemersleven kent vele ups en downs, waarvan de laatste klaarblijkelijk in voorkomende gevallen zo heftig worden dat de beste keuze definitief afscheid nemen wordt. Afgelopen donderdag heb ik hem mogen uitzwaaien bij zijn laatste reis. Het was een mooie maar treurige dienst, met vele verslagen mensen, die het voornamelijk niet konden begrijpen maar gelukkig wel respecteerden.
     
    Al sinds 2004 ben ik actief op Higherlevel.nl. Het forum heeft de insteek om ondernemers te verenigen, zodanig dat kennis wordt uitgewisseld en er onderlinge connecties cq netwerken ontstaan. Higherlevel.nl is erg succesvol en kent nu meer dan 50.000 gebruikers. Er ontstaan netwerken, relaties en zelfs vriendschappen. Sommige ondernemers zijn zo actief, dat ze vele anderen met raad en daad terzijde staan. Allemaal vrijwillig natuurlijk.
     
    Deze ondernemer was geruime tijd heel erg actief op het forum en heeft daarmee vele anderen een goede dienst bewezen. Een enkeling heeft hij zelfs helemaal uit de problemen weten te helpen door tomeloze inzet, waarvoor wij enorm veel respect hebben. Het bijzondere in dit verhaal is natuurlijk dat iemand met zo veel kracht, inspiratie en goede ideeën, uiteindelijk voor zichzelf de oplossing niet ziet. Er zijn natuurlijk in zijn omgeving wel mensen geweest die hem hielpen en nu nog steeds voor de nabestaanden opkomen, maar die ook geen weet hadden van zijn laatste besluit.
     
    Dat is een zaak die mij enorm bezig heeft gehouden de laatste paar dagen. De vraag hoe het zo kan zijn dat juist de mensen die zo veel voor anderen betekenen niet de keuze maken om zichzelf bloot te geven aan anderen, op het moment dat het er echt toe doet. Er waren zo vreselijk veel mensen bij het afscheid, waarvan mijn inschatting is dat ze allen bereid waren geweest om te steunen, maar slechts een enkeling wist iets meer dan wat er aan de oppervlakte zichtbaar was. Zelfs die kennis was niet of nauwelijks toereikend om de inschatting te kunnen maken dat deze keuze voorlag.
     
    We zijn natuurlijk allemaal druk, en soms zelfs zo druk dat je maar nauwelijks de eigen sores kunt bolwerken. Dat is het lot van een ondernemer, je wil wat en daar moet je wat voor doen. Vaak is datgene wat je wilt niet helemaal in overeenstemming met wat de omgeving zou willen, dus ontstaan er op verschillende fronten kleine en grotere conflicten.
     
    Soms verlies je de strijd, en moet je het verlies accepteren. Als je echter op meerdere fronten tegelijk verliest, kan het verlies zo groot zijn dat je onderneming failliet gaat. Dat verlies treft jezelf, maar ook je dierbaren, zoals vrouw en kinderen. Onze wet is erop gericht om de ontstane schulden te vereffenen, no matter what, schuld is schuld. We hebben de Wet Schuldsanering, waarvan de betreffende ondernemer niet geheel toevallig zijn ervaringen daarmee op verschillende plaatsen heeft nagelaten. De verhalen zijn pakkend, bijna onmenselijk en soms zelfs ronduit lachwekkend. Hij was geen voorstander van die regeling, maar het is het enige wat nog rest als je niets meer hebt dan schuld.
     
    Ik wil in geen geval een verwijt maken met betrekking tot de keuze van deze ondernemer. Dat is gebeurd en onomkeerbaar en verdient enkel rouw en respect. Enkel denk ik dat er voor andere ondernemers die helemaal onderuit gaan nog wel een keuze is om het sociale netwerk dat je hebt, te betrekken bij je keuze. Er zit naar mijn inschatting echt nog wel ergens een reserve voor wat betreft mensen voor je kunnen en willen doen, maar laat ze alstublieft weten wat er echt aan de hand is, want enkel dan kan een ander je helpen.
     
    Na afloop van de rouwdienst hebben we met een paar mensen nog even nagepraat. Er ontstonden ideeën om een vangnet te bedenken, waarmee we konden bijspringen als het echt noodzakelijk is. Dat is echter heel lastig, want wanneer is het echt noodzakelijk? is de vraag die opkomt. Juist daarom denk ik dat de oplossing moet voortkomen uit de sociale banden die je al hebt. Voor die mensen bestaat er een relatie, die ergens nog wel een reserve heeft die aangesproken kan worden.
     
    Die reserve moet enkel wel echt worden aangesproken door middel van totale openheid.
    Laat dit een oproep zijn aan alle ondernemers die het niet meer zien zitten om zo snel mogelijk hun dierbaren, vrienden, kennissen en collega’s erbij te betrekken. De een zal meer bereid zijn dan de ander, enkel als je het niet doorhebt, kan je ook niets doen dan toekijken bij een voldongen feit. Mijn absolute advies daarbij is; vraag niet om geld, maar vraag om echte hulp.
    Wat een rapport van FNV Bondgenoten over de misstanden in verzuimwereld! Hierin wordt - even kort door de bocht- gesteld dat het een corrupte bende is. Verzuimbegeleiders, arbo-artsen en werkgevers…. Niemand uitgezonderd. In het voorwoord staat een oproep aan "alle betrokken partijen" om de aanbevelingen van de FNV te realiseren.
     
    Wat mij uit het rapport niet helemaal duidelijk wordt, is wie die betrokken partijen dan zijn en wie e.e.a. volgens de FNV zou moeten betalen? Is het de bedoeling dat wij weer terug gaan naar het systeem waarin de overheid opdraait voor de kosten van verzuimende medewerkers? Of moet de werkgever wél betalen, maar moeten ze er vooral niet teveel van verwachten en die kosten maar op de koop toe nemen, bovenop alle andere kosten die ze hebben in verband met het verzuim.
     
    Buiten dat roept het rapport nog meer vragen op. Hoe is het rapport tot stand gekomen? Zijn alle ziekmeldingen bij elkaar opgeteld? Is er onderzoek gedaan naar het aantal keer dat degenen die de melding hebben gedaan ziek zijn geweest in één jaar? Uiteraard is het niet mogelijk te achterhalen wat de reden van de ziekmelding is geweest; dat zou een schending zijn van de privacy. Maar wil het FNV nu serieus dat we Annie, die zich voor de zesde keer dat jaar ziek meldt omdat zij zich “niet zo lekker voelt”, direct naar de bedrijfsarts sturen zodat deze een oordeel kan geven over de belastbaarheid? Ik voorzie lange wachttijden bij de bedrijfsarts en groeiende kosten voor werkgevers….
     
    Hou me ten goede; het is niet oké dat er naar te persoonlijke omstandigheden wordt gevraagd. Zaken die privacygevoelig liggen mogen niet naar buiten komen, onder geen enkel beding. Maar wat is er mis mee om te vragen wat er aan de hand is, zodat je je als werkgever een beeld kunt vormen van wat je te wachten staat. Wat voor het gemak buiten beschouwing wordt gelaten is dat werknemers zelf vaak ook niet te beroerd zijn een uiteenzetting van de klachten te geven. “Ja, een anale fistel” is er eentje uit de praktijk, aan mij de eer om er een omschrijving van te maken waarin de medische terminologie volledig buiten beschouwing wordt gelaten.
     
    Dan ben ik ook benieuwd of het FNV zelf de Gouden Methode al heeft uitgevonden. Want als je een rapport uitbrengt met zulke boude beweringen, dan lijkt me dat je je zaakjes in je eigen toko toch prima in orde hebt. In het jaarverslag van de FNV, gepubliceerd op internet, staat te lezen dat zij in 2012 een verzuimpercentage hadden van 6.6%. Het landelijk gemiddelde ligt rond de 4%. Heeft dat te maken met het feit dat het bij het FNV makkelijker is om je ziek te melden, want je hoeft toch geen verantwoording te nemen en tekst en uitleg te geven?
     
    Nogmaals; dat er misstanden aan het licht worden gebracht is een goede zaak. Maar om iedereen over één kam te scheren gaat mij wat te ver. Het is in Nederland op dit moment zo dat de werkgever de eerste twee jaar van ziekte werkelijk alles moet betalen. Daarnaast heeft de werkgever de plicht om er alles aan te doen om de zieke werknemer te laten re-integreren. Die verantwoordelijkheid is hen gegeven door de overheid. Hoe kun je dan als werkgever inspelen op de behoeften van de werknemer als je niet eens mag vragen wat er aan de hand is?
     
    Laten we ons boerenverstand weer eens gaan gebruiken en geen dingen roepen die een hele beroepsgroep onnodig in diskrediet brengt. Zorg voor het juiste beleid in je organisatie, dan snijd het mes aan twee kanten. Zo ontstaat een situatie die voor beide partijen, werkgever en werknemer, acceptabel is.
     
    Pas op, dit is een "longread", en waarschijnlijk qua tekst iets teveel gericht op de pensioen incrowd. Maar ik ben toch wel heel benieuwd hoe jullie tegen deze materie aankijken, dus ik hoop dat jullie de moeite willen nemen om de lap tekst te lezen en me je mening erover te willen geven. Bij voorbaat dank!
     
    Allereerst, zelfstandigen zonder personeel (ZZP) of IB-ondernemer?
    n de media en in de politiek vindt momenteel een discussie plaats over het gebrek aan mogelijkheden voor pensioenopbouw voor de ZZP-er.
     
    Maar in mijn beleving bestaat ‘De ZZP-er’ niet, of er is in ieder geval geen vastomlijnde definitie voor hem/haar. Er zijn ZZP-ers die DGA van een B.V. zijn, er zijn ZZP-ers die een eenmanszaak hebben en er zijn ZZP-ers die naast een loondienstverband resultaat uit overige werkzaamheden genereren.
     
    Daarnaast zijn er ook eigenaren van eenmanszaken met personeel en ondernemers die vennoot in een V.O.F. zijn of maat in een maatschap, al dan niet met personeel, die tegen dezelfde problematiek aanlopen voor wat betreft de pensioenopbouw als de ZZP-er uit het eerder aangehaalde maatschappelijke debat.
     
    Volgens mij moet er daarom niet een pensioenoplossing komen voor ‘De ZZP-er’, maar moet er een pensioenoplossing komen voor de IB-ondernemer.
     
    Waarom pensioen?
    Wat heeft het eigenlijk voor nut, een pensioenregeling?
    Voor de persoon die pensioen opbouwt (hierna de deelnemer), is het fijn om op enig moment zijn arbeid te kunnen staken en toch zijn levensstijl op peil te kunnen houden.
    Er zijn beroepen die op een bepaalde leeftijd geestelijk of lichamelijk niet meer vol te houden zijn (stratenmaker, leraar, verpleger).
    De Nederlandse oudedags- basisvoorziening, de AOW, geeft wel een bestaansminimum maar zal voor weinig mensen voldoende zijn om dezelfde levensstandaard te kunnen genieten als toen er nog inkomen uit arbeid gegenereerd werd.
     
    Ook voor de partner van de deelnemer is een pensioenregeling nodig, omdat er doorgaans een nabestaandenpensioen in de pensioenregeling is meeverzekerd.
    Indien de deelnemer onverhoopt voor pensionering komt te overlijden, komt er voor de nabestaande een inkomen uit de pensioenregeling van de deelnemer.
     
    Maar ook voor de samenleving/gemeenschap is het belangrijk dat er pensioenregelingen bestaan.
    Doordat er pensioenregelingen bestaan hoeft er minder gebruik gemaakt te worden van onze sociale voorzieningen. De weduwe van de deelnemer krijgt een nabestaandenpensioen en valt daardoor mogelijk niet (volledig) op de bijstand terug.
    En de hulpbehoevende gepensioneerde deelnemer kan uit zijn pensioenuitkering zelf zorg aan huis betalen en hoeft daarom niet de AWBZ aan te spreken.
     
    Omdat de overheid ook van bovengenoemde voordelen overtuigd is, stimuleert zij pensioenopbouw.
    Dit doet zij onder meer door een fiscaal voordeel te verlenen over dit gedeelte van het inkomen, de zogenaamde omkeerregel.
    Ook heeft zij door middel van wetgeving het mogelijk gemaakt dat bepaalde bedrijfstakken een voor alle werkgevers en werknemers in die bedrijfstak verplichtgestelde pensioenregeling konden regelen.
    En er is wettelijk vastgelegd dat het pensioen van de deelnemers veilig gesteld dient te worden.
     
    Bedrijfstakpensioenfondsen
    In 1948 heeft de overheid de Wet BPF ingevoerd. Door deze wet konden bedrijfstakken een pensioenregeling dwingend aan de hele bedrijfstak opleggen.
    Deze verplichtstelling had indertijd als doel om “het wegnemen van de mogelijkheid om door het niet geven van pensioen een voorsprong op de vakgenoten te hebben” (TK 785, nr.5, p.11).
    Het doel was dus feitelijk om gelijke arbeidsvoorwaarden te creëren binnen de bedrijfstak.
    Dit had ook gedaan kunnen worden door ook de pensioenparagraaf van de cao algemeen verbindend te verklaren. Hiervoor is echter niet gekozen omdat de cao alleen gold voor werknemers in loondienst. En met name binnen de landbouw, destijds de grootste bedrijfstak in Nederland, wilde de sociale partners dat de pensioenplicht ook voor de zelfstandigen zou gelden. (Lutjens, Een halve eeuw solidariteit, 1999)
     
    Het is dus interessant om te zien dat een van de redenen dat de Wet BPF als zodanig is ingevoerd het gedwongen pensioen voor zelfstandigen was, maar dat al snel de mogelijkheid om zelfstandigen inderdaad verplicht deel te laten nemen ongebruikt is gebleven.
    Momenteel zijn binnen BPF-Bouw en BPF-Schilders een aantal beroepen verplicht deel te nemen, ook als IB-ondernemer. De andere bedrijfstakpensioenfondsen laten deze mogelijkheid onbenut.
     
    Indien de overheid het echt als taak ziet om pensioenopbouw zoveel mogelijk op een verplichte manier te stimuleren, dan zou zij de sociale partners kunnen vragen om de verplichtstelling op een dusdanige manier aan te passen dat er meer IB-ondernemers onder de verplichtstelling komen te vallen.
    Overigens is het mijn persoonlijke mening dat de overheid juist de omgekeerde weg zou moeten bewandelen en de verplichtstelling van die enkele ondernemer in BPF-Bouw en BPF-Schilder zou moeten afschaffen. Er is een enorme rechtsongelijkheid tussen die kleine groep verplichtgestelde IB-ondernemers en de hele grote groep niet-verplichtgestelde IB-ondernemers.
     
    Beroepspensioenfondsen
    In mijn opinie zijn de beroepspensioenfondsen een onderbelicht onderdeel van ons pensioensysteem, zeker in de discussie omtrent een pensioenoplossing voor IB-ondernemers.
     
    Er zijn momenteel 11 beroepspensioenfondsen. Dit zijn:
    Apothekers (2.721 actieven)
    Dierenartsen (3.369 actieven)
    Fysiotherapeuten (18.553 actieven)
    Huisartsen (9.971 actieven)
    Loodsen (432 actieven)
    Medisch Specialisten (7.702 actieven)
    Notarissen (3.220 actieven)
    Roeiers (238 actieven)
    Tandartsen (geen actieve pensioenopbouw)
    Verloskundigen (1.950 actieven)
    Zelfstandige kunstenaars (5.849 actieven)
     
    Een groot deel van de deelnemers aan bovengenoemde fondsen is IB-ondernemer.
    Daarom vind ik het raar dat deze fondsen vrijwel nooit in de discussie betrokken worden.
     
    De beste manier om in een collectieve sfeer een pensioenoplossing voor IB-ondernemers te creëren is in mijn beleving door het instellen van vrijwillige beroepspensioenfondsen.
    Dit zou kunnen door de Wet Verplichte Beroepspensioenregeling dusdanig aan te passen zodat er ook ruimte voor vrijwillige beroepspensioenregelingen komt. Of er zou een eigen Wet Vrijwillige Beroepspensioenregeling gemaakt kunnen worden.
     
    Het charmante van deze oplossingen is dat er hierdoor weinig andere wetten aangepast hoeven worden. En de aanpassingen die er nodig zijn, zijn vrij gering ten opzichte van de alternatieven.
     
    Volgens mij is er ook een precedent voor het vrijwillig deelnemen in een beroepspensioenfonds. Per 1 januari 1996 is de premieafdracht in het pensioenfonds voor tandartsen gestaakt. Maar er is toen nog de mogelijkheid geboden om vrijwillig over 1996 premie af te dragen.
     
    Omdat IB-ondernemers in alle mogelijke beroepen en bedrijfstakken voorkomen, lijkt het mij niet zinnig om de vrijwillige beroepspensioenfondsen via beroepen of bedrijfstakken in te richten.
    Op nieuwe mini-fondsen als de Roeiers en de Loodsen zit niemand te wachten.
     
    Beter lijkt het mij als de huidige belangenorganisaties van IB-ondernemers met een verzekeraar of PPI een regeling inrichten voor in eerste instantie alleen hun leden. Nadat deze regelingen goed zijn ingesteld kunnen de regelingen ook voor niet-leden worden opengesteld.
     
    Ook voor wat betreft de regeling kan goed gekeken worden naar de huidige beroepspensioenfondsen. Fondsen als die van de fysiotherapeuten en de huisartsen zijn ingesteld op zowel waarnemers als eigenaren van een grote praktijk. En de zelfstandig kunstenaars hebben net als sommige IB-ondernemers over het algemeen zeer wisselende inkomsten.
    Door de “best-practice” van de huidige beroepspensioenfondsen over te nemen, kunnen de toekomstige vrijwillige beroepspensioenfondsen echt van toegevoegde waarde zijn ten opzichte van het huidige bestel.
     
    Waarom 2e pijler en niet 3e pijler?
    Een van de redenen dat pensioen veilig gesteld moet worden buiten de onderneming is dat er bij een faillissement van de onderneming geen verlies van pensioenaanspraak mag optreden.
    Dit is meteen de meest belangrijke reden waarom de toekomstige pensioenregeling voor IB-ondernemers in de 2e pijler ondergebracht moet worden en niet in de 3e pijler.
    Naast een eventuele aanspraak op het 3e pijler vermogen bij een faillissement wordt het 3e pijler vermogen ook gebruikt bij de vermogenstoets voor de bijstand.
    Beide aspecten vind ik bijzonder onwenselijk.
     
    Een ander heel belangrijke reden is de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding.
    Deze wet is niet van toepassing op 3e pijler pensioenproducten.
    En helaas is het zo dat enerzijds het percentage echtscheidingen bij ondernemers hoger is dan het landelijk gemiddelde en anderzijds dat ondernemers meer dan gewone werknemers kostwinnaar zijn.
     
    Door die twee aspecten is het bijzonder belangrijk dat de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding van toepassing is op de toekomstige pensioenregeling van de IB-ondernemers.
     
    Vanuit de PZO heb ik begrepen dat de overheid van mening is dat de 2e pijler alleen voorbehouden is voor verplichte pensioenregelingen. Dit is echter niet zo.
     
    Naast de verplichtgestelde beroepen en bedrijfstakken hebben er ook ongeveer 270 ondernemingen een pensioenfonds. Deze ondernemingen zijn dit niet verplicht geweest, maar hebben dat gedaan om goede arbeidsvoorwaarden voor hun werknemers te kunnen bieden.
     
    Ook zijn er een aantal bedrijfstakpensioenfondsen waar geen verplichtstelling voor geldt. Bijvoorbeeld het Pensioenfonds voor de Groothandel of het Pensioenfonds ICK.
    En er zijn duizenden ondernemingen die een regeling bij een verzekeraar hebben gesloten, of vrijwillig aansluiting hebben gezocht bij een verplichtgesteld BPF.
     
    Daarnaast valt ook het pensioen van de DGA in de 2e pijler. Dit geldt zowel voor het pensioen in eigen beheer als het verzekerde pensioen van de DGA. De DGA kan op ieder moment zijn pensioentoezegging naar de toekomst toe wijzigen. Hij kan dus in slechte tijden besluiten geen toekomstige pensioenopbouw meer te doen. Een meer vrijwillige vorm van pensioen is er niet denkbaar.
     
    Het is evident niet juist om te beweren dat de 2e pijler alleen voorbehouden is aan verplichte pensioenregelingen.
     
    Indien de overheid vast wenst te houden aan het argument dat pensioenopbouw in de 2e pijler niet geheel vrijblijvend mag zijn, zou er een bindende clausule in de nieuwe pensioenregeling voor IB-ondernemers kunnen worden opgenomen. Zo’n clausule zou de IB-ondernemer kunnen verplichten om nadat hij eenmaal heeft besloten om pensioen op te gaan bouwen, dit vol te houden tot hij zijn onderneming staakt, zijn pensioendatum bereikt of er economische omstandigheden zijn waardoor het niet langer zakelijk is om pensioenpremie te blijven afdragen.
    Een beetje zoals bij PW artikel 12.
     
    Tot slot wil ik nog een persoonlijk argument aanvoeren om de pensioenoplossing in de 2e pijler te creëren en niet in de 3e pijler. Dit argument is onze onbetrouwbare overheid.
    Bij mijn ontslag van Nationale-Nederlanden heb ik mijn ontslagvergoeding in een stamrecht B.V. gestort met als doel om een extra pensioenuitkering te kunnen doen. Dit zodat ik de komende jaren als IB-ondernemer geen dure individuele lijfrente hoefde aan te schaffen.
    Ik verwacht over een tweetal jaar van IB-ondernemer over te kunnen gaan naar DGA en dan ga ik natuurlijk mijzelf weer een 2e pijler pensioen toezeggen.
     
    Maar nu heeft onze overheid bedacht dat ik wellicht tegen een gunstig belastingtarief mijn stamrecht B.V. weer leeg kan trekken. Indien dit tarief gunstiger is dan mijn verwachte belastingdruk na pensioendatum, ben ik een dief van mijn eigen portemonnee als ik dit niet doe.
    Dus wellicht ga ik nu toch mijn eigen pensioenvoorziening liquideren, omdat de overheid dit stimuleert.
     
    Indien de pensioenoplossing voor de IB-ondernemer in de 3e pijler gecreëerd wordt, is het zeer goed denkbaar dat bij de volgende crisis iedere IB-ondernemer dit potje weer mag openen om de economie weer op gang te brengen. Maar dat is niet het doel van een pensioenvoorziening.
     
    De eekhoorns eten hun wintervoorraad dan bij de eerste herfststorm op.
     
    Conclusie
    Het is mijn stellige overtuiging dat er niet alleen naar een pensioenoplossing voor de ZZP-er moet worden gekeken, maar naar een pensioenoplossing voor alle IB-ondernemers.
     
    En ik ben er ook van overtuigd dat de oplossing in de 2e pijler moet worden gecreëerd, en niet in de 3e pijler.
     
    Tot slot denk ik dat er veel geleerd kan worden van de huidige verplichtgestelde beroepspensioenfondsen.
     
    Het lijkt bijna een 1 april grap. Ware het niet dat 1 april nog erg ver weg is. Maar het is toch echt waar. Werknemers, die bij u ziek uit dienst zijn gegaan vielen tot nu toe onder een ziektewet vangnet regeling. Tot nu toe.....
     
    Door het kabinet is een nieuwe wet aangenomen, de wet Beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid Vangnetters, in het kort de wet BeZaVa. Door het aannemen van deze wet is nu bepaald dat u als werkgever premie moet gaan betalen voor medewerkers die ziek uit dienst gaan of in het verleden zijn gegaan.
     
    Welke medewerkers betreft dit?
     
    * Medewerkers die ziek uit dienst zijn gegaan. Vaak medewerkers met een contract, die ziek zijn geworden en bij afloop van het contract nog niet hersteld waren.
    * Oproepkrachten die ziek zijn geworden. Medewerkers met een nul uren contract die afgelopen is of afloopt.
    * Medewerkers die zelf ontslag hebben genomen, geen recht hebben op WW en die binnen 28 dagen na de beeindiging van de arbeidsovereenkomst ziek zijn geworden. U bent de laatste werkgever geweest.
    * Alle (ex)werknemers die op of na 1 januari 2010 ziek waren en die op of na 1 januari 2012 in de WGA terecht zijn gekomen.
     
    (ex)Werknemers die ziek zijn als gevolg van zwangerschap of orgaandonatie tellen niet mee. Ook (ex)werknemers die u in dienst heeft genomen met een zogenaamde no-risk polis worden niet meegeteld.
     
    De wet wordt officieel van kracht op 1 januari 2014. Wellicht heeft u van het UWV een brief ontvangen waarin is aangegeven om welke medewerkers het voor uw bedrijf gaat. Controleer deze brief zorgvuldig en teken binnen zes weken bezwaar aan als het niet blijkt te kloppen!
     
    In de praktijk houdt dit in dat er gecontroleerd zal moeten worden hoe het nu met de betreffende medewerker is. Was deze medewerker daadwerkelijk bij u in dienst? Klopt het dat de werknemer nog ziek is? Heeft hij wellicht al ander werk of is hij aan het re-integreren? Heeft er een herkeuring plaatsgevonden en is de persoon in kwestie voor minder dan 35% afgekeurd? Is hij met pensioen?
     
    Door een goede controle uit te (laten) voeren, is direct duidelijk of de brief van het UWV klopt en terecht is. Let wel: het is de basis voor de hoogte van de premie die voor uw bedrijf zal worden vastgesteld. Door nu tijd en/of geld te investeren, kan u dat op de lange termijn een hoop geld besparen.
     
    Vanaf januari 2014 krijgt u als werkgever te maken met twee extra premies. De WGA premie vast is al bekend. Daar komt de premie Ziektewet en de premie WGA flex bij. De premie Ziektewet wordt vastgesteld aan de hand van werknemers die vanuit uw bedrijf instromen in het Ziektewet vangnet zoals eerder aangegeven. De premie WGA flex vloeit hieruit voort; werknemers die zijn ingestroomd in het ziektewet vangnet, worden na 52 weken gekeurd door het UWV. Blijkt dat zij in aanmerking komen voor een WGA uitkering, dan betaalt u als werkgever de premie WGA flex gedurende 10 jaar.
     
    Kortom; leg de brief die u heeft ontvangen niet achteloos terzijde maar onderneem zo snel mogelijk actie!
     
     
    In Nederland zit de arbeidsmarkt op slot. Veel mensen staan aan de zijlijn en willen graag een baan. Circa 700.000 werklozen. Degene die wel werk en een vast contract hebben blijven angstvallig zitten op hun plek om geen risico te lopen in de problemen te komen. Dit is voor de economische ontwikkeling en flexibel inspelen op veranderende omstandigheden een zeer ongewenste situatie.
     
    Diverse deskundigen vinden het daarom noodzakelijk om de beschermende regels voor werknemers te verminderen en de WW-duur te verkorten. Ze verwachten dan dat er veel meer beweging komt in de arbeidsmarkt en het wisselen van werk naar andere werk veel makkelijker plaats vindt. Er is veel werk in bepaalde vakgebieden en veel minder in andere. Je zou verwachten dat dit dus een goed streven is.
     
    Als we eens goed naar de arbeidsmarkt kijken valt er iets bijzonders op. Er is een groep die lichamelijke arbeid verricht en een groep die voornamelijk geestelijke arbeid verricht. Het is een utopie te denken dat die groepen van werk zouden kunnen wisselen, hoe sterk die vraag uit de een of de andere groep ook zou zijn. Het begrip passende arbeid is al jaren geleden verlaten om mensen te stimuleren elk soort werk aan te pakken. Dit werkt maar ten dele. Er is wel een andere belangrijke reden waarom deze uitwisseling niet goed werkt.
     
    De mensen die lichamelijk werk doen kun je onderverdelen in mensen die zwaar en licht lichamelijk werk doen. Licht lichamelijk werk is werk dat beweging behoeft, zoals het bedienen van machines en bewegen van lichte voorwerpen op een gelijkblijvend niveau. Zwaar lichamelijk werk is werk waar lichaamsarbeid noodzakelijk is om materialen te verplaatsen, zoals sjouwen, van hoogte veranderen zoals tillen en duw- en trekwerk. Bij dit zware werk wordt lichaamsenergie overgebracht naar de te behandelen materialen. De gebruikte lichaamsenergie zorgt voor vermoeiing en slijtage van het lichaam van de persoon die dit werk doet. Feitelijk wordt er bij zwaar werk dus gezondheid ingeleverd en wordt dat omgezet in inkomen voor de werker.
     
    Er zijn veel meer mensen beschikbaar in de groep van geestelijk werk en licht lichamelijk werk. Het grootste deel van de mensen die in de WW zitten vallen hieronder. In de andere groep van zwaarder lichamelijk werk is een groot tekort aan werkers die dit zouden willen of kunnen. Dit tekort wordt aangevuld door mensen vanuit lage lonen landen hierheen te laten komen en zo de vraag op te vullen. Zij hebben er, vanwege hun lage levensstandaard, geen problemen mee om hun gezondheid om te zetten in geld.
     
    In ons land met een hogere levensstandaard is het dus erg lastig om werkers te vinden die zwaar werk willen doen, terwijl er een overschot is aan mensen die het lichte werk of het geestelijke werk kunnen doen. Om die reden zou dus het zwaardere werk eigenlijk lichter gemaakt moeten worden. Dit zou realiseerbaar zijn als we zouden zorgen dat alles waar getild, gesjouwd, geduwd of getrokken moet worden met het lichaam, hulpmiddelen ingezet zouden worden. Voor heel veel productieprocessen is dit nu al een normale zaak zoals robots aan de lopende band, stapelaars en heftrucks in magazijnen, hydraulische kraantjes bij grondwerk, enzovoort. Toch is een heel groot gedeelte van het werk dat met de hand KAN worden gedaan nog steeds niet geautomatiseerd of gemechaniseerd. Vaak vanwege vermeende hogere kosten wordt de mens met zijn lichaamskracht ingezet.
     
    Dit leidt tot hoge uitvalpercentages en de daaraan gekoppelde kosten voor werkgever en maatschappij en niet in de laatste plaats tot een onprettige gezondheidstoestand van de werker die vaak zijn pensioen niet werkend haalt. Ziekteverzuim kost werkgevers 11 miljard euro per jaar. 2.5 miljard daarvan, dus een kwart, is toe te schrijven aan defecten aan het bewegingsstelsel. Daarbovenop komen de kosten voor de gezondheidszorg ten behoeve van ziekten aan het bewegingsstelsel: circa 1miljard per jaar.
    Nemen we daarbij de kosten die we nu uitgeven aan uitkeringen van mensen die geen zwaar beroep wensen of kunnen uitvoeren en de extra uitgaven die we doen aan mensen die we uit lage lonen landen inhuren, valt wel in te schatten hoeveel miljarden het zou opbrengen als we het zware werk zouden verbannen uit onze maatschappij.
     
    Voor veel specifieke beroepen is nog geen mechanisatie beschikbaar. Echter, met alle knowhow van de vele technici, arbo- en veiligheidsdeskundigen, high tech bedrijven, ontwikkelaars en uitvinders is dit op kortere termijn op te lossen. Als we dit zouden willen, ontstaat een veelheid aan werk. Een beperkte financiele stimulatie van deze ontwikkelingen zou vanuit de overheid kunnen komen door gerichte subsidie. Een groot bijkomend effect zou zijn dat onze economie een enorme boost zou krijgen als we de moed hadden te besluiten dat we geen zware beroepen meer willen. Zo'n rigoureuze insteek zou je kunnen vergelijken met Duitsland, waar men heeft besloten kernenergie in de nabije toekomst volledig uit de samenleving te bannen. Stoppen met zwaar werk zou het Nederlandse 'wirtschaftwunder' kunnen veroorzaken.
     
    En dat slechts door het hervormen van de arbeidsmarkt.
    Het kan voorkomen dat een werknemer, voor het contract afloopt, ziek wordt. En u beslist dat het contract niet wordt verlengd. Of, in sommige gevallen, wordt de werknemer plots ziek nadat hij heeft gehoord dat het contract niet wordt verlengd. Wat moet er gebeuren om deze zieke werknemer op een goede manier over te dragen aan het UWV?
     
    Allereerst is de tijdsduur tot aan het einde van het contract van belang.
    • Het is niet nodig een re-integratieverslag te maken als de werknemer na de eerste dag van ziekte korter in dienst blijft dan zes weken.
    • Een verkort re-integratieverslag wordt gevraagd voor een werknemer waarbij het dienstverband eindigt binnen zes tot tien weken na de eerste ziektedag.
    • Voor een medewerker die langer dan tien weken of langer ziek is voor einde dienstverband moet een volledig re-integratieverslag worden gemaakt.
     
    In het laatste geval zou er, in het kader van de wet verbetering poortwachter, al een dossier aangelegd moeten zijn met een probleemanalyse en een plan van aanpak. Het is sowieso raadzaam aan de re-integratieverplichtingen te blijven voldoen.
     
    Laat ongeveer twee weken voor de einddatum van het contract een actueel oordeel opmaken bij de bedrijfsarts. Dit oordeel geeft de actuele stand van zaken weer over de (on)mogelijkheden van uw zieke medewerker.
     
    Het re-integratieverslag wordt uiterlijk op de laatste dag van het dienstverband aan de werknemer mee gegeven. Het is mogelijk dat het UWV na einde dienstverband om aanvullende informatie vraagt, zoals bijvoorbeeld een probleemanalyse, plan van aanpak, medische informatie en een eindevaluatie.
     
    Zorg ervoor dat deze documenten binnen de gestelde termijn in handen van het UWV komt, anders riskeert u een boete. En als laatste, maar zeker niet onbelangrijk: vergeet op de laatste officiële werkdag niet om het formulier “Ziek uit dienst’ van het UWV in te vullen en op te sturen naar het genoemde adres op het formulier.
    De aangiftebrief OB verdwijnt. Heb je behoefte aan een alternatief? Vanaf 1 januari 2014 verdwijnt de periodieke aangiftebrief omzetbelasting. Maar ook in 2014 blijft het belangrijk dat je als ondernemer op tijd je aangifte doet. Doet je fiscaal dienstverlener jouw btw-aangifte, dan zorgt hij doorgaans wel dat je op tijd bent, maar het blijft wel jouw verantwoordelijkheid. We raden je daarom aan om de herinneringsmail die via het voor jou beveiligde gedeelte van onze internetsite wordt verstuurd, als geheugensteuntje in te stellen.Hoewel de herinneringsmail erg handig kan zijn, merken we dat lang niet iedere ondernemer daar gebruik van maakt of een actueel email-adres heeft opgegeven. Wij zijn daarom van plan een aanvullende voorziening aan te bieden. We zijn benieuwd naar jouw behoeften en ideeën.
     
    Kun je ons helpen, door in deze discussie antwoord te geven op onderstaande vragen?
    Gebruik je een geheugensteuntje om de btw-aangifte op tijd in te sturen en betalen? En zo ja, welke?
    - Heb je behoefte aan een alternatieve (digitale) herinnering nu de aangiftebrief verdwijnt? Wat zou dat alternatief kunnen zijn?
    - Welke elementen zouden we in zo'n herinneringsservice moeten opnemen? (Bijv. Inplannen van aangiftetijd in je digitale agenda, beschikbaar stellen van het rekeningnummer en betalingskenmerk dat je moet gebruiken, automatisch instellen van herinneringen)?
     
    De discussie staat open tot en met donderdag 25 september. We wegen de antwoorden mee bij de besluiten óf we een voorziening beschikbaar stellen en welke functies we daarin aanbieden. Over ongeveer 4 weken - twee weken ná de sluiting van dit onderwerp - geven we een terugkoppeling.
     
    Hartelijk dank voor je hulp!
    Jeroen | Rianne
    Webcareteam Belastingdienst
     
    Vroeger vroeg men ons regelmatig of we ‘dat briefje niet even in het Duits konden overtypen’! Vandaag de dag, met de komst van Google Translate, horen we steeds vaker : “Kunnen jullie het niet even door de vertaalcomputer halen?’. Het antwoord op die vraag is: “Ja, dat kan.”
     
    Een vertaalcomputer produceert namelijk lang niet meer zo’n onzin als vroeger. Er zijn ondertussen op TM (Translation Memory) gebaseerde systemen, toegespitst op een bepaald domein. Dit houdt in dat de vertaalcomputer zoveel mogelijk tekst uit een gigantische, binnen het domein door (menselijke) vertalers opgebouwde database, haalt. De rest ‘verzint’ de vertaalcomputer erbij op basis van grammaticale en linguïstische algoritmes van de bron- en de doeltaal. De ontwikkelingen op het gebied van vertaalgeheugens en het vastleggen van de linguïstische gegevens van een taal zijn behoorlijk vooruit gegaan, met name doordat databases steeds groter worden. Door ze aan elkaar te koppelen neemt de input toe.
     
    Gaat dit de mens vervangen?
    Nee, de vertaler blijft een essentiële rol spelen. Sterker nog, men is eindelijk afgestapt van het idee dat een vertaalcomputer de vertaler op termijn overbodig zal maken. De vertaalcomputer wordt louter en alleen gebruikt om de vertaler te ondersteunen en diens werkproces te versnellen. De vertaler beoordeelt de output van een computervertaling regel voor regel. Hierbij is inzichtelijk welke regel uit een vertaalgeheugen afkomstig is en wat door de computer is samengesteld. De vertaler zal aan een zin uit het geheugen minder aandacht besteden. De zinnen die door de computer zijn samengesteld, zullen vaak aangepast moeten worden of volledig herschreven. Het grote voordeel van deze werkwijze is dat het hele proces gemiddeld slechts dertig procent van de tijd kost van een complete vertaling ‘uit het niets’. Men noemt dit post editing. Gevolg: de opdrachtgever ontvangt een vertaling sneller tegen lagere kosten.
    Computervertaling in combinatie met post editing wordt inmiddels met succes toegepast, met name in de automotive branche en bij softwarelokalisatie.
     
    Dit klinkt natuurlijk helemaal geweldig, maar u moet zich wel realiseren dat het eindresultaat van een andere kwaliteit is dan van een vertaling die door een ervaren, professionele vertaler is uitgevoerd en bij voorkeur nog eens door een tweede vertaler is nagekeken. Niet alleen is de vertaling het visitekaartje van uw bedrijf in het buitenland. Het kan bovendien grote juridische, financiële of technische gevolgen hebben als er onjuistheden in een vertaling staan. U bent als ondernemer verantwoordelijk voor de informatie die u over uw bedrijf, product of dienst naar buiten laat komen. Het is dus zaak dat u zorgt dat deze informatie correct is, ook als het in een andere taal is opgesteld, en dat u gedekt bent bij eventuele gevolgschade door een vertaalfout.
     
    Kortom, normaal gesproken is de kwaliteit van een vertaling te belangrijk om compromissen te sluiten.
    De uiteindelijke keuze is die van de opdrachtgever en uiteraard speelt het beschikbare budget daarbij geen onbelangrijke rol.
     
     
    Eerder heb ik geschreven over het nut van een verzuimprotocol. In dat protocol staan heldere en duidelijke afspraken over de rechten en plichten van een werknemer bij ziekte. Een onderdeel van dit verzuimprotocol zou moeten zijn dat een bezoek van de arbodienstverlener tot de mogelijkheden behoort en dat de werknemer dientengevolge thuis zal moeten blijven om het bezoek mogelijk te maken.
     
    Toch wordt het bijna niet meer gedaan; een "ouderwets” huisbezoek. Terwijl het in veel gevallen nuttige informatie op kan leveren voor de werkgever. Zeker als er twijfels zijn over de echtheid van de ziekmelding. De controleur kan vaststellen of de zieke werknemer daadwerkelijk thuis aanwezig is. Is hij thuis? Dan wordt besproken wat er aan de hand is, welke acties de werknemer heeft ondernomen voor zijn herstel en wanneer werkhervatting te verwachten is.
     
    Is dat niet het geval? Dan is de werknemer in overtreding van het verzuimprotocol en kan de werkgever niet beoordelen of hij het loon door zal moeten betalen. Logischerwijs zal de werkgever overgaan tot het opschorten van het loon. Door middel van een aangetekende brief kan de werkgever laten weten dat het loon is opgeschort omdat niet beoordeeld kon worden of de werknemer recht heeft op doorbetaling van het loon. In dezelfde brief wordt de werknemer verzocht contact op te nemen.
     
    De werkgever kan dan rustig afwachten tot de werknemer contact opneemt zonder dat het hem extra kosten brengt. Blijkt dat er een aantoonbaar legitieme reden is voor de afwezigheid, dan kan de sanctie worden teruggedraaid. Tegelijk kunnen meteen werkhervattingsafspraken worden gemaakt. Kan de werkgever de afwezigheid niet verklaren, dan kan ook worden afgesproken een vakantiedag in te leveren.
     
    Helaas zijn veel werkgevers huiverig voor een dergelijke maatregel en laten dubieuze ziekmeldingen vaak op zijn beloop. Dat is jammer, want hiermee zijn ze een dief van hun eigen portemonnee. Onderneem dus direct actie bij een twijfelachtige ziekmelding.
     
    'Naar een activerender belastingstelsel' – het rapport van de commissie Van Dijkhuizen, die nagedacht heeft over ons belastingstelsel. Onder meer het afschaffen van de ondernemersfaciliteiten zou moeten leiden tot actievere ondernemers. Ik citeer: De lastendruk voor zelfstandigen is met name bij lage winsten lager dan die voor werknemers. Met name bij lage winsten geven de faciliteiten voor ondernemers spanning omdat daar de verschillen met werknemers het grootst zijn. De commissie telde niet één ondernemer onder haar leden, anders zou deze zin het rapport nooit gehaald hebben.
     
    De ondernemersfaciliteiten bedragen circa 3,3 miljard euro. Dat kan naar beneden tot 0,8 miljard euro: een besparing van 2,5 miljard euro of een lastenverzwaring voor 1,1 miljoen zelfstandigen van gemiddeld € 2.250 per jaar. De commissie stelt er wel wat tegenover. Het idee is om zelfstandigen voor 8% van hun fiscaal ondernemingsvermogen te belasten tegen 25%. De rest van de winst wordt dan gewoon progressief belast in box 1. Daarnaast krijgen we een hele lange eerste schijf en een hogere algemene heffings- en arbeidskorting. Volgt u het nog?
     
    Ik heb het doorgerekend voor een ondernemer met een belastbare winst van € 30.000. In de huidige situatie betaalt deze ondernemer € 3.500 aan inkomstenbelasting. In de plannen van Van Dijkhuizen zou dat bij een fiscaal ondernemingsvermogen van € 5.000 ongeveer € 6.600 worden. Wellicht is een ondernemingsvermogen van € 50.000 reëler – geen illusies, de belastingdruk zou dan bijna € 6.200 bedragen.
     
    Nu gaat het gerucht dat de regeringscoalitie zou overwegen om in 2015 de zelfstandigenaftrek af te schaffen. Dat zou een besparing opleveren van 1,2 miljard euro. Dit kost de zelfstandige ondernemer gemiddeld € 1.100 per jaar – ach ja, de sterkste schouders...
    Maar waarom is er eigenlijk zoiets als zelfstandigenaftrek? Er zijn in de wetsgeschiedenis drie hoofdmotieven te vinden die hebben geleid tot de invoering van deze regeling:
     
    1. Inkomenssteun
    De regeling werd om ondernemers compensatie te geven voor de hoge inflatie en de ongunstige inkomensontwikkelingen. De inflatiecorrectie is er in 2012 uitgesleuteld door de hoogte van de zelfstandigenaftrek niet meer afhankelijk te maken van de gerealiseerde winst. Daarnaast is de aftrek voor de laagste winstinkomens dusdanig omlaag gebracht dat van excessieve inkomenssteun geen sprake meer is.
     
    2. Kenmerken van ondernemersinkomen
    Zelfstandigen kunnen hun inkomen niet volledig vrij besteden terwijl in principe de volledige winst progressief belast wordt. De zelfstandigenaftrek compenseert dit probleem deels.
     
    3. Zelfstandigen en de DGA
    Wat de DGA als inkomen uit de vennootschap haalt is de arbeidsbeloning, dit is progressief belast inkomen. Datgene wat hij in de vennootschap achterlaat is de kapitaalbeloning waarover veel minder belasting wordt betaald. De zelfstandigenaftrek ziet erop dat de kapitaalbeloning voor IB-ondernemers ook lager wordt belast dan de beloning op arbeid.
     
    Al deze motieven zijn nog steeds actueel en worden zeker niet verholpen door het afschaffen van de zelfstandigenaftrek. Afschaffing van deze regeling zou gewoon een ordinaire bezuiniging zijn die geheel afgewenteld wordt op één groep binnen de samenleving: de zelfstandige ondernemers. Het fiscaal gelijktrekken van de verhouding werknemers en zelfstandigen houdt geen stand, deze groepen zijn gewoon niet met elkaar te vergelijken. Stel je voor dat alle werknemers gemiddeld jaarlijks € 1.100 minder aan netto loon zouden ontvangen, dan zou de revolutie aanstaande zijn.
     
    En de effecten? Diegenen met lage winsten zullen het zwaarder krijgen, minder consumeren en eerder gebruik maken van regelingen als de BBZ. Veel ondernemers zijn in deze economie gewoon niet in staat om hun winsten te verhogen om deze maatregel te compenseren, hoe hoog de (belasting)druk ook opgevoerd wordt.
    En de zelfstandigen met hogere winsten? Die zullen eerder overstappen naar een BV. Dat heeft als bijkomend voordeel dat je veel meer geld beschikbaar hebt voor je voorraden (het VPB-tarief bedraagt 20%), hoofdelijke aansprakelijkheid in beginsel niet meer aan de orde is en je overtollige winsten tegen 25% als dividend kunt laten uitkeren.
     
    Zullen nog eens doorrekenen wat de afschaffing van de zelfstandigenaftrek daadwerkelijk heeft opgeleverd als dit plannetje er door is gedrukt?
    Log in om dit te volgen  

×

Cookies op HigherLevel.nl

Cookies zijn nodig om Higherlevel.nl goed te laten functioneren. Door het gebruik van HigherLevel.nl verklaar je onze voorwaarden te hebben gelezen en te accepteren.

 Meer informatie   Oké