Jump to content

Infinitum

Newbee
  • Content Count

    4
  • Joined

  • Last visited

Community Reputation

0

Personal info

  • How did you find us:
    zoekmachine
  • Country
    Nederland

Register

  • You are:
    ondernemer
  • What age group do you belong to?
    36-40
  • You are primarily interested in:
    juridische en fiscale zaken

Company info

  • Location
    Zutphen
  1. Hartelijk dank voor de nuttige bijdragen voor zover! Ik heb zelf ook nog even lopen "dokteren" en het lijkt er inderdaad op dat er gewoon sprake is van een gezagsverhouding, al zij het in formele zin, niet zo zeer in materiële zin. Ik leid dit ook onder andere af uit : - De site van de Belastingdienst; https://www.belastingdienst.nl/bibliotheek/handboeken/html/boeken/HL/thema_s-bijzondere_arbeidsrelaties.html#HL-16.7 ; daar staat bij artikel 16.7 : "Bestuurder van een stichting De bestuurder van een stichting werkt formeel in dienstbetrekking als hij persoonlijke arbeid verricht en hiervoor een vergoeding krijgt" - (naar tip van RT.. :-) ) --> uit de "Handreiking beoordelingskader overeenkomsten arbeidsrelaties Belastingdienst ( Handreiking DBA )" ; pagina 4, artikel 8: "Statutair bestuurders, De HR beoordeelt de aanwezigheid van een gezagsverhouding van een statutair bestuurder van een lichaam formeel ( HR 22 maart 2013, ECLI:NL:2013:BY9295. "De bestuurder staat onder gezag van de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) , ook als de AVA in persoon dezelfde is als de bestuurder, en daarmee is de gezagsverhouding een gegeven". ( Geldt dit dan ook voor bestuurders zonder AVA? ) - De zaak "Hoge Raad inzake Groen/Schoevers en Gouden Kooi" --> "Nadat ze was weggestemd heeft de vrouw bij het UWV een WW-uitkering aangevraagd. Het UWV weigerde de vrouw een WW-uitkering te verstrekken omdat deelname aan het programma te kwalificeren zou zijn als een overeenkomst van opdracht. De rechtbank Zwolle volgt die redenatie niet omdat wel degelijk sprake is van een dienstbetrekking. De vrouw moest in de villa arbeid verrichten en zich aan mogelijke instructies houden, waaronder de huisregels van ”De Gouden Kooi” en het zogenoemde regelboek. Bovendien kon ze niet zelf bepalen wanneer ze wel of niet aanwezig was. Vrijwillig vertrek zou het einde van de arbeidsrelatie betekenen en verlies van de eigen bijdrage van EUR 10.000,– . Onder deze omstandigheden is geen sprake van vrijheid van komen en gaan die niet te verenigen is met een gezagsverhouding, aldus de rechtbank. Dat de overeenkomst bepalingen bevat die ongebruikelijk zijn in een arbeidsovereenkomst doet daar niet aan af." - ECLI:NL:CRVB:2017:2799 --> 4.5.Bepalend voor het bestaan van een gezagsverhouding is niet of in de praktijk opdrachten worden gegeven, maar of gezegd kan worden dat degene die arbeid verricht aan een zeker gezag is onderworpen van de wederpartij en dat laatstgenoemde bevoegd is opdrachten en instructies te geven en om controle uit te oefenen op de voortgang en resultaten van het werk. Met het bestaan van deze bevoegdheid is niet in tegenspraak dat in de praktijk geen of weinig opdrachten en instructies worden gegeven, omdat degene die het werk doet weet wat er van hem wordt verwacht en de werkzaamheden naar behoren uitvoert, zodat bijsturing niet of beperkt nodig is. - ECLI:NL:CRVB:2018:259 --> 4.8 4.8.Zoals de Raad eerder heeft overwogen, is voor het bestaan van een gezagsverhouding niet bepalend of in de praktijk opdrachten worden gegeven, maar of gezegd kan worden dat degene die arbeid verricht aan een zeker gezag is onderworpen van de wederpartij en dat laatstgenoemde bevoegd is opdrachten en instructies te geven en om controle uit te oefenen op de voortgang en resultaten van het werk. Met het bestaan van deze bevoegdheid is niet in tegenspraak dat in de praktijk geen of weinig opdrachten en instructies worden gegeven, omdat degene die het werk doet weet wat er van hem wordt verwacht en de werkzaamheden naar behoren uitvoert, zodat bijsturing niet of beperkt nodig is (zie onder meer de uitspraak van de Raad van 9 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2799). Daarnaast weet ik niet of betrokkene wellicht niet gekwalificeerd kan worden als "thuiswerker" ( fictieve dienstbetrekking) ; de werkzaamheden vinden veelal thuis plaats ( kantoor aan huis )
  2. Dag Norbert, Dank voor je reactie! Betreffende het herstel van de situatie na die 2 maanden; geldt dat herstel dan voor de gehele periode van opbouw verzekeringsrechten?
  3. Dag, Volgende complexe casus speelt er. Stichting met in eerste instantie twee bestuurders, ( voorzitter en secretaris ). Voorzitter bestuur, tevens uitvoerend bewindvoerder, voert beschermingsbewind uit . Het betreft hier een dienst die zijn oorsprong vindt in een wettelijk besluit ( https://www.rijksoverheid.nl/documenten/besluiten/2014/02/03/besluit-kwaliteitseisen-curatoren-beschermingsbewindvoerders-en-mentoren) en waarbij de kantonrechter (streng) toezicht op de taken en functioneren van de bewindvoerder houdt. De taken, verplichtingen en verboden zijn dus omschreven in dit besluit en in aanvullende aanbevelingen vanuit de rechtbank, de zgn. "aanbevelingen meerderjarigenbewind" . Zo moet men voor bepaalde handelingen altijd toestemming vragen aan de kantonrechter ( machtiging ) en kan de kantonrechter de bewindvoerder ten alle tijden oproepen voor verhoor. Daarnaast worden er minimale eisen gesteld aan bijvoorbeeld de bereikbaarheid en reactie termijnen van e-mail afhandeling. Er is een arbeidsovereenkomst ( onbepaalde duur ) opgesteld vanuit de Stichting gebaseerd op artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek en er wordt loonheffing en premies werknemersverzekeringen afgedragen. Rechtbank geeft vervolgens aan dat de secretaris niet voldoet aan de opleidingseisen in het besluit en zich dient uit te schrijven bij de kvk waardoor er nog 1 bestuurder overblijft. Mijn vraag, is hier sprake van een privaatrechtelijke dienstbetrekking? Kan het UWV bijvoorbeeld vragen stellen bij het onderdeel "gezagsverhouding" omdat de werknemer ( bewindvoerder ) tevens bestuurder is en er dus niet aan de voorwaarden voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking wordt voldaan? De rechtspersoon zélf wordt overigens als bewindvoerder benoemd en aangezien een Stichting als lichaam geen werkzaamheden kan uitvoeren worden deze feitelijk uitgevoerd door de bewindvoerder/bestuurder. Heeft dit toezicht, deze bemoeienis vanuit de rechtbank nog invloed op de vraag of de gezagsverhouding ontbreekt? Is er ook niet een soort van arbeidsrechtelijke (gezags) verhouding met de rechtbank? Betreffende bewindvoerder is namelijk erg geschrokken en vreest nu, terwijl in de onderstelling verzekerd te zijn voor de werknemersverzekeringen en deze ook al meerdere jaren netjes heeft afgedragen, nu toch misschien niet eens verzekerd is. Heeft iemand hier een antwoord op , het liefst juridisch onderbouwd?

×

Cookies on HigherLevel.nl

Cookies are necessary for Higherlevel.nl to function properly. By using HigherLevel.nl you declare to have read and accepted our terms and conditions.

 More information   I accept