Jump to content

Ido van der Gragt

Legend
  • Content Count

    492
  • Joined

  • Last visited

Community Reputation

40

Personal info

Register

  • What age group do you belong to?
    41-45
  • You are primarily interested in:
    ondernemen algemeen
    juridische en fiscale zaken
  • Which other websites about entrepreneurship and / or innovation do you visit regularly?
    Geef hier svp een aa

Company info

  • Location
    Alkmaar
  • Phone number
    072 5407925
  1. Hoi Kevin, Best verwarrend inderdaad. Wel, de winst die de holding maakt over de verkoop van de aandelen (verkoopprijs minus waarde deelneming in de boeken) is belastingvrij. De winst die de werk BV maakt in de BV zelf (zijn eigen activiteiten) is uiteraard gewoon belast, zoals alle andere jaren ook. Daar heb jij verder niet mee te maken, want de BV is verkocht. Succes, Ido van der Gragt
  2. Het enige dat de fiscale eenheid doet is dat de twee entiteiten als één belastingplichtige gezien worden. De omzet blijft vrijgesteld en er is geen BTW-aftrek betreffende de inkoop van beide entiteiten. Transacties tussen de entiteiten bestaan niet meer, dus worden ook niet belast met BTW.
  3. Beste Rik, Ik geef gewoon een tip over iets dat ik op deze wijze meermaals heb gedaan. Vaak neemt de belastingdienst dan contact op of moet je er zelf achteraan. Tot op heden heb ik altijd nog de beschikking fiscale eenheid BTW gekregen. Juridisch gezien ben je als kinderopvang - voor zover ik nu in deze casus kan beoordelen - gewoon ondernemer voor de BTW. Alleen is er geen BTW-nummer omdat de omzet vrijgesteld is. Dat is ook de reden voor de aanvraag fiscale eenheid en waarschijnlijk de beste oplossing. Misschien dat het zo wat duidelijker is. Als Nigel hier problemen mee ondervindt, wil ik het best wel regelen voor hem. Groet, Ido van der Gragt
  4. Voor de aanvraag fiscale eenheid, als je geen btw-nummer hebt.
  5. Beste Nigel, Gewoon het RSIN-nummer gebruiken. Succes, Ido van der Gragt
  6. Beste Hans Avenarius, Dit lijkt mij wat kort door de bocht. Als de onderneming wordt verkocht behoort daar een reele prijs voor te worden betaald. Dat houdt in dat voldoende activa aanwezig blijven en een ontbinding nog niet aan de orde is. In het NV recht kennen we het toestemmingsvereiste ingeval het gaat om de overdracht van een onderneming op grond van BW2:107a. Denk aan de verkoop van ABN AMRO destijds. Bij de BV is dat vereiste er niet. Omdat bij de flexibilisering van het BV recht dit niet is opgepakt door de wetgever kan je ervan uitgaan dat de bepaling in het NV recht niet mutatis mutandis kan worden toegepast op de BV. Sterker nog in principe is de BV bestuurder gerechtigd de onderneming te verkopen uit de BV zonder de aandeelhouder in de besluitvorming te betrekken. Uiteraard behoudens statutaire bepalingen. Dit blijkt ook uit BW2:240, lid 3: "Bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een bestuurder toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit." Met vriendelijke groet, Ido van der Gragt
  7. De rechtspersoon blijft na ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van hem uitgaan, moet aan zijn naam worden toegevoegd: "in liquidatie". Bron: BW2, artikel 19, lid 5.
  8. Beste Neferetite, 1. Best mogelijk dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur. Dat moet echter bewezen worden en dat is niet makkelijk, verder zijn er nog wat randvoorwaarden die gelden voordat je uberhaupt daaraan toekomt, bijvoorbeeld moet aandeelhouder A ook bestuurder zijn geweest. De eventuele aansprakelijkheid geldt in principe voor het hele bestuur. Dus als B ook bestuurder is geweest, is deze ook aansprakelijk. Verder horen dit soort leningen voor te komen in de jaarrekeningen, aangezien het over meerdere jaren gaat. 2. Dat is theoretisch onder voorbehoud mogelijk echter niet afdwingbaar als dat niet van te voren (in een aandeelhoudersovereenkomst) afgesproken is. Succes, Ido
  9. Even aanvullend op Norbert. Het bestuur heeft een grote vrijheid in het vertegenwoordigen van het belang van de BV. Ze heeft echter wel een informatieplicht, zij het dan dat deze informatie verloopt via de AVA en gericht is aan de collectieve aandeelhouders (BW2:217). Je bent gerechtigd een tot het indienen van een verzoek voor een AVA. Dit verzoek kan niet zomaar geweigerd worden. Op grond van redelijkheid en billijkheid (BW2:8) is er door jurisprudentie een zorgplicht ontstaan voor het bestuur. Hierdoor dient zij rekening te houden met aandeelhouders die een minderheidsbelang hebben. Het niet voldoen aan deze zorgplicht kan leiden tot aansprakelijkheid bij het bestuur. Succes, Ido van der Gragt
  10. De vrouw van de DGA die arbeid verricht voor de BV heeft fiscaal een fictief dienstverband op grond van artikel 4, lid d, Wet op de loonbelasting.
  11. Als de BV failliet gaat en de jaarrekeningen zijn niet of veel te laat gedeponeerd, wordt wettelijk aangenomen dat je aansprakelijk bent voor het tekort dat in het faillissement ontstaat (BW2:248). Alleen als je kan bewijzen dat het niet aan jouw bestuur heeft gelegen kan je jezelf disculperen (vrijwaren van schuld). In de praktijk blijkt dit uiterst moeilijk. Als er prive niets te halen valt en ook niet te voorzien is dat dit zal verbeteren is er een goede kans dat om praktische redenen de curator geen aansprakelijkheid zal instellen. Een grote schuld in prive is daarvoor niet genoeg. Er wordt ook gekeken naar de inkomenssituatie. Succes nmet de afwikkeling, Ido van der Gragt
  12. Beste Quickman, Het gaat erom of je kwalificeert als "beoefenaar van een zelfstandig beroep", in de volksmond ook wel zelfstandig beroepsbeoefenaar genoemd. Dit begrip komt uit de Wet IB 2001, artikel 5. In dat geval kan je doorgaan als ondernemer voor de inkomstenbelasting. Zo niet kan je nog steeds onder de inkomstenbelasting vallen, maar zonder de fiscale voordelen van een ondernemer. Er is geen wettelijke definitie van beroepsbeoefenaar. Je kan de belastingdienst de vraag voorleggen of jou activiteiten als makelaar daaronder vallen. Succes, Ido van der Gragt (Joint Activities LLP)
  13. De wet wordt in vaak verkeerd geinterpreteerd en dat leidt soms tot wijdverbreide misverstanden. De wet zegt dat schuldhulpverlening verboden is. De wet (Wck art 47, 48 en 48a) zegt NERGENS dat voor schuldhulpverlening niet betaald mag worden. De wet geeft slechts aan dat bepaalde personen c.q. instanties uitgezonderd zijn van het verbod. Uiteraard mogen deze personen een vergoeding krijgen voor hun werkzaamheden. Het verbod is beperkt tot de schulden die vallen onder de "Wet op het consumentenkrediet". Ondernemersschulden vallen daar normaal gesproken niet onder. Tot slot geeft de wet aan dat ook schuldhulpverlening die gratis wordt verstrekt mede uitgezonderd is van het verbod. Echter leidt jurisprudentie er al meer toe dat deze vorm van schuldhulpverlening de toets van de rechter niet kan doorstaan, bij verzoek tot toelating WSNP. Dit komt door de interpretatie van sommige rechters van artikel 288, lid 2, sub b, Fw.
  14. Een faillissement kan wat rust geven, maar is geen eindpunt. Breng spoedig het idee van een crediteurenakkoord aan bij de curator, neem je pa eventueel mee. Als daarvoor de middelen of de mogelijkheden er niet zijn, vraag om omzetting faillissement in WSNP op grond van artikel 15b Fw. Naar mijn mening is dit niet meteen kansloos, vooral niet als de curator daar positief in wil adviseren. Succes, Ido van der Gragt
EN

×

Cookies on HigherLevel.nl

Cookies are necessary for Higherlevel.nl to function properly. By using HigherLevel.nl you declare to have read and accepted our terms and conditions.

 More information   I accept