Ook het risico van de rechtspersoon kan worden afgedekt middels een zogenaamde 'corporate'-dekking, i.e. 'B-side'. Dit naast de 'C-side' (afgesloten door de HoldCo als verzekeringnemer ten gunste van de bestuurders/verzekerden), die aanspraken van derden (,e.g. crediteuren, curator) op het privévermogen van de bestuurders dekt. Daarnaast bestaat er ook een zogenaamde 'A-side', die door een individuele bestuurder in privé afgesloten kan worden als hij/zij vindt dat de verzekerde som van de 'C-side' onvoldoende is. Nota bene: Veel bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering hebben een 'cost inclusive'-dekking hetgeen betekent dat verdedigingskosten ten laste van de verzekerde som gaan en er dus minder overblijft om een schade te vergoeden. Verzekerd bedrag. Het risico in geld op grond van artikel 2:248 BW is vrij eenvoudig te kwantificeren door het verschil tussen het vreemde vermogen (VV) en het eigen vermogen (EV) te berekenen en de uitkomst tenminste te verdubbelen in verband met de bekostiging van de (externe) verweerkosten. Dit laatste omdat een D&O polis vaak ‘ cost inclusive ’ is. Bij een faillissement wordt de curator ook degene die beslist over de ingekochte financiële zekerheden en dus is het uiterst belangrijk dat het verweer ten opzichte van dezelfde curator ondanks een conservatoir (derden)beslag en/ of bijvoorbeeld een poging tot het intrekken van een aanspraak doorgaat ten gunste van de voormalige bestuurders.